Feb 3

De Belastingdienst mag inkomensgegevens van huurders van sociale huurwoningen niet verstrekken aan hun verhuurders als deze daarom vragen. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (3 februari 2016). Een huurder verzette zich bij de staatssecretaris van Financiën tegen de verstrekking van zijn inkomensgegevens aan de verhuurder. Volgens de staatssecretaris is verzet echter niet mogelijk, omdat de Belastingdienst sinds 2013 wettelijk verplicht zou zijn om inkomensgegevens te verstrekken aan verhuurders van sociale huurwoningen om ‘scheefwonen’ tegen te gaan.

Uitdrukkelijk en duidelijk

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat een verplichting voor de Belastingdienst om inkomensgegevens te verstrekken aan verhuurders van sociale huurwoningen uitdrukkelijk en duidelijk in de wet moet staan. Zo’n expliciete wettelijke verplichting ontbreekt nu, terwijl die wel nodig is omdat de Belastingdienst gegevens die hij ontvangt niet aan anderen mag geven, tenzij de wet hem expliciet verplicht om deze gegevens te verstrekken. Gelet op deze geheimhoudingsplicht is niet toelaatbaar dat zo’n verplichting “uitsluitend wordt afgeleid uit de totstandkomingsgeschiedenis van of de samenhang tussen wettelijke bepalingen of wordt verondersteld omwille van de effectiviteit van een wettelijke regeling”.

Scheefwonen

Sinds 2013 kunnen verhuurders van sociale huurwoningen inkomensgegevens van hun huurders opvragen bij de Belastingdienst met het oog op het tegengaan van scheefwonen. Bij scheefwonen blijven mensen in sociale huurwoningen wonen, terwijl zij op grond van hun inkomen niet meer behoren tot de categorie mensen voor wie die woningen zijn bedoeld. Als uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat huurders een te hoog inkomen hebben, mogen verhuurders hun huurprijzen verhogen. Huurders worden hierdoor gestimuleerd hun sociale huurwoning in te ruilen voor een koopwoning of een huurwoning in de vrije sector, waarmee de sociale huurwoningen beschikbaar komen voor mensen met een lager inkomen.

Lees hier de uitspraak met zaaknummer 201506945/1.

Jan 27

Cijfers liegen niet, stellen de statistiekliefhebbers. Klopt, zegt Jasper Du Pont, maar hun waarheid zie je soms pas goed na extra onderzoek. Zo vindt hij de conclusie dat de huizenprijzen stijgen omdat jongeren weer ‘durven’ kopen nogal voorbarig. Na een nadere analyse van de cijfers komt Du Pont met een verrassend alternatief.

Lees verder op ftm.nl

Jan 26

Dirk heeft in 2009 een lijst gemaakt van personen die de economische crisis hebben zien aankomen of zelfs voorspelt. Dit deed hij na een uitspraak van Nout Wellink die voor de camera riep:”kijk mij er niet op aan want niemand heeft deze crisis aan zien komen!” dat werd links en rechts door centrale bankdirecteuren herhaald. Bezemer kende een aantal personen die het wel hadden aan zien komen en ging gericht op onderzoek uit. Vele van hen werden niet serieus genomen, maar hebben uiteindelijk gelijk gekregen. Het onderzoek kreeg een academische status en heeft in wetenschappelijke kringen veel mensen wakker geschud.

bron: cafeweltschmerz.nl

Jan 21

Gaat het echt wel zo goed op de huizenmarkt? De prijsindex daalt in december ten opzichte van november met 0,4%, ook de gemiddelde verkoopprijs laat een dalende trend zien. Het CBS ziet natuurlijk alleen lichtpuntjes.

CBS directeur-generaal Tjark Tjin-A-Tsoi heeft met Henk Kamp afgesproken dat er meer duiding bij de cijfers gegeven gaat worden. Het CBS: ‘Bestaande koopwoningen waren in december 3,2 procent duurder dan in december 2014. Deze toename is kleiner dan in november, toen de grootste prijsstijging in 7 jaar werd genoteerd. Sinds juni 2013 is sprake van een licht stijgende trend van de woningprijzen.’ Natuurlijk geen woord over de maand-op-maand cijfers..

Het CBS gebruikt de maand-maand huizenprijzen wel als deze in hun ogen een positief beeld laten zien:

Conjunctuurbericht, dinsdag 21 februari 2012 9:30 Prijsdaling koopwoning minder groot

De prijzen van verkochte bestaande koopwoningen waren in januari 2012 gemiddeld 3,3 procent lager dan in januari 2011. Ten opzichte van december 2011 waren de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen 0,6 procent hoger. Dit was de eerste toename na vijf maanden waarin de prijzen daalden in vergelijking met de maand ervoor.

Ik noem dit politiek…

 

CULmpFUUsAA7vU5.png large

 

Wat betekent de uitspraak van de directeur-generaal van het Centraal Bureauvoor de Statistiek (CBS) dat het CBS een dataleverancier was en een informatieleverancier wordt?

Jan 18

“spectaculaire groei woningmarkt“”! Londense toestanden in Amsterdam!” Dat zijn koppen van het nieuws gisteren. De berichten komen van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) die de cijfers over het laatste kwartaal van 2015 bekend maakte. De koopwoningmarkt heeft de wind goed in de rug zei Ger Hukker, voorzitter van deze vereniging. Transactieaantallen overtreffen alle verwachtingen, tot vreugde van de makelaars want veel woningen verkopen is hun verdienmodel. Maar weten we nu wat er aan de hand is op de koopwoningmarkt? De NVM overspoelt de media met data over wat er is verkocht, waar en voor welke gemiddelde prijzen. Helaas houdt men niet bij wie de kopers zijn.

En juist daar is er veel veranderd, met grote gevolgen voor de koop woningmarkt. Er is namelijk een belangrijke nieuwe concurrent bij gekomen, de particuliere belegger (niet te verwarren met de institutionele belegger). Mijn stelling is: niet de koopwoningmarkt maar de particuliere verhuursector (buy-to-let) is momenteel booming. Dat geldt met name voor Amsterdam (vooral binnen de ring) en in mindere mate voor de andere universiteitssteden. Maar ook in andere Nederlandse steden zien we vaker particulieren die woningen kopen voor verhuur aan de groeiende groep huishoudens die niet kunnen of willen kopen.

De oorzaak van deze herleving van de particuliere huursector ligt bij de extreem lage rente die vermogende personen ertoe doet besluiten geld van spaar- en beleggingsrekeningen te halen en te investeren in het veel beter renderende vastgoed. Daarbij groeit de vraag naar huurwoningen gestaag, vooral in de universiteitssteden. Uit verkoopdata van NVM of CBS/Kadaster is deze toename van de particuliere huursector helaas niet af te leiden. Dit kan wel uit WOZ data- die maken namelijk een onderscheid tussen adres van eigendom en eigenaar -maar lopen te ver achter om deze recente omslag in kaart te brengen.

De gevolgen van de nieuwe concurrentie op de koopwoningmarkt zijn nog moeilijk te voorspellen omdat nu andere marktwetten mede een rol gaan spelen dan wanneer het enkel om de traditionele koopwoningen voor eigen gebruik gaat. Particulieren willen investeren in koopwoningen omdat deze leeg staan en zij vrij zijn de huurprijzen te bepalen. Appartementsplitsing, kamergewijze verhuur, verhuur aan expatsen toeristen (airbnb), de mogelijkheden zijn legio en de opbrengsten vaak aanzienlijk. Huizenkopers voor eigen gebruik kunnen meestal niet concurreren met deze particuliere beleggers. Zeker niet als zij forse hypotheken moeten afsluiten terwijl beleggers voornamelijk met eigen geld financieren.

Een gevolg van deze nieuw concurrentie is een snel dalend woningaanbod, waardoor huizenprijzen blijven stijgen, ook de huurprijzen weer omhoog gaan, hetgeen weer huizenprijzen opstuwt en zo voort. Een nieuwe bubbel in de dop, maar ditmaal aangejaagd door de particuliere verhuurders. Deze invloed lees je echter niet af aan het aantal transacties. Zelfs in Londen, waar de buy-to-let sector al veel langere tijd van grote invloed is op de prijsontwikkeling in de koopsector, betreft het hooguit 20% van de transacties.

Het gevolg is echter wel dat vooral (zeer) koopkrachtige eigenaar bewoners kunnen meedingen in deze koopwoningmarkt. In Amsterdam lijkt daarvan een steeds grotere groep uit het buitenland te komen. Voor de goed verdienende expat is, dankzij onze riante hypotheekrenteaftrek, kopen aanzienlijk goedkoper dan het steeds duurdere huren. Het overgrote deel van degenen die een woning willen kopen of huren zien zich vaker gedwongen om op grotere afstand van stedelijke centra te gaan zoeken. Of zelfs nog veel verder: zo gaan steeds meer jonge Amsterdammers in Rotterdam op zoek naar een huis!

*Dit is de oorspronkelijke versie van: Belegger drijft huizenprijs op

Door: Maartje Martens

Jan 16

Minder afhankelijk van de banken, dat klinkt goed. Maar hoe doe je dat? Dat was de centrale vraag van het eerste Radar College. Presentator Antoinette Hertsenberg ging in gesprek met econoom Dirk Bezemer, hoogleraar Klaas van Egmond, journalist Gerhard Hormann én de kijker/bezoeker.

Bron: Tros Radar

Jan 12

Wat gaan de huizenprijzen doen in 2016? Gaan ze echt weer volop stijgen zoals de massa blijkbaar geloofd?

Wat gaan de huizenprijzen doen in 2016?

View Results

Loading ... Loading ...

Jan 12

Er zijn wat problemen geweest met deze website. Ongeveer een maand was het niet mogelijk reacties te geven. Nu zou alles weer normaal moeten werken.

Gaat het wel echt zo goed op de woningmarkt als de overheid en de mainstream media beweren?

Bekijkt u deze tweets van @Woningnieuws maar eens:

Nov 27

Ondanks aantrekkende economische groei is voor vele Nederlandse huishoudens de crisis nog niet voorbij wanneer het gaat om de houdbaarheid van in het verleden opgebouwde schulden. De arbeidsmarktpositie en het inkomenspotentieel van velen is verslechterd. Dat stellen onderzoekers van Tilburg University in een onderzoek dat in opdracht van Bureau Krediet Registratie (BKR) is uitgevoerd. Dit resulteert in betalingsachterstanden die aanzienlijk zijn toegenomen. Er lijkt een stuwmeer van onhoudbare schulden te zijn dat groter is dan gedacht.

Uit een ander onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijk dat één op de vijf huishoudens schulden heeft die risicovol zijn en gezinnen in de problemen kunnen brengen.

Van de mensen die voor 2008 een lening hebben afgesloten, zegt 64 procent dat ze dat nu niet meer zouden doen. Voor bijna een derde geldt dat ze dat het nu weer zouden doen. Hypotheken zijn hier buiten beschouwing gelaten.

Voor ruim 40 procent van de ondervraagden geldt dat hun uitgaven in de afgelopen twaalf maanden ongeveer even hoog waren als hun inkomsten. Bijna 20 procent gaf meer uit dan dat er binnen kwam. Tegelijkertijd was 38 procent in staat om minder uit te geven dan ze binnen kregen.

Het percentage met hogere uitgaven dan inkomsten is sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 niet meer zo hoog geweest. De onderzoekers pleiten voor een reset van de schuldenproblematiek waarbij de gemeentelijke schuldhulpverlening actiever in kaart gaat brengen wat er zich afspeelt bij de huishoudens met problematische schulden. Zo’n investering in het oplossen van dat deel van de schuldenproblematiek die onhoudbaar en onoplosbaar is, kost geld. Maar niets doen kost ook geld.

 

Oct 29

Van de 4,3 miljoen huishoudens met een eigen woning staat nu zo’n 32 procent onder water. Sinds het begin van de economische crisis in 2008 is het aantal huishoudens met een huis onder water alleen maar gestegen. Tot vorig jaar, toen het tij langzaam keerde. Deze kentering is het vooral het gevolg van de voorzichtige stijging van de huizenprijzen.

Als het  opgebouwde vermogen  in spaar- en beleggingshypotheken verrekend wordt, komt het aantal huizen dat onder water staat lager uit. Bij de fiscale hypotheekschuld is geen rekening gehouden met deze opgebouwde tegoeden. Om de hoogte van spaar- en beleggingstegoeden in hypotheken te kunnen bepalen loopt momenteel een onderzoek bij CBS.

Vooral jongere huishoudens met onderwaarde

Van alle eigenwoningbezitters onder de 45 jaar heeft 65 procent een woning met onderwaarde. Vaak is de woning vlak voor de crisis gekocht en is nog niet veel van de hypotheekschuld afgelost. Bij huishoudens tussen 30 en 35 jaar is de waarde van de eigen woning zelfs in 75 procent van de gevallen lager dan de hypotheekschuld. Het zijn voornamelijk deze jongere huishoudens die bij (gedwongen) verkoop van de woning het risico lopen met een restschuld te blijven zitten.

Bij oudere huishoudens speelt dit nauwelijks. Begin 2015 had 45 procent van de 65-plussers met een eigen woning geen hypotheekschuld, had 51 procent overwaarde en was slechts bij 3 procent sprake van onderwaarde.

onderwaarde

bron: CBS