Deflatie in 2026 — Een Oostenrijks perspectief op krediet, schulden en economische cycli

In de huidige economische discussies duikt het woord ‘deflatie’ weer op, vaak met een toon van bezorgdheid. Wat betekent deflatie precies? Volgens de klassieke definitie is deflatie het tegenovergestelde van inflatie: bij inflatie stijgen de prijzen van goederen ten opzichte van geld, waardoor alles duurder wordt. Bij deflatie dalen de prijzen, waardoor goederen goedkoper worden. Economen leren dat inflatie wordt veroorzaakt door een toename van de geldhoeveelheid in de economie, waarvoor centrale banken zoals de Federal Reserve of de ECB primair verantwoordelijk zijn. Maar wat veroorzaakt deflatie in 2026?
|
Er zijn twee hoofdvormen van deflatie te onderscheiden, en het is cruciaal om ze uit elkaar te houden, vooral vanuit de Oostenrijkse economische theorie (Austrian Business Cycle Theory, ABCT), die benadrukt hoe centrale banken cycli van boom en bust creëren door kunstmatige kredietexpansie.De eerste vorm is deflatie door marktwerking: een gezonde prijsdaling als gevolg van toegenomen productiviteit en concurrentie. We zien dit in sectoren als technologie en AI, waar de productie van hardware en software explodeert, waardoor prijzen dalen. Dit is vergelijkbaar met de computerrevolutie van de jaren 90 en 2000, of de industriële groei in de late 19e eeuw onder de goudstandaard. Joseph Schumpeter noemde dit ‘creatieve vernietiging’: innovatie drijft inefficiënte bedrijven uit de markt, wat de economie versterkt. In 2026, met AI die productiviteit boost, zou dit type deflatie een zegen kunnen zijn, mits niet verstoord door interventies.

De tweede vorm is echter sinister en wortelt in de voorgaande periode van kredietexpansie. Hier integreert de Oostenrijkse theorie naadloos met inzichten van Irving Fisher en Hyman Minsky. Fisher’s Debt-Deflation Theory of Great Depressions (1933) beschrijft hoe dalende prijzen de reële schuldenlast verhogen, leidend tot gedwongen verkopen, verdere prijsdalingen en een spiraal van deflatie. Minsky’s cyclus (Minsky Cycle) bouwt hierop voort: stabiele tijden leiden tot hedge-financiering (veilige leningen), dan speculatieve financiering, en uiteindelijk Ponzi-financiering, waar schulden alleen met nieuwe schulden worden afbetaald. Het ‘Minsky Moment’ is de abrupte omslag wanneer de bubbel barst.

In de Oostenrijkse zienswijze begint dit alles met de Austrian Business Cycle Theory: centrale banken verlagen rentes kunstmatig, stimuleren kredietbubbels (credit bubbles) en malinvestments – investeringen die niet duurzaam zijn. Dit leidde tot de bubbels van de jaren 2000 (huizenmarkt), culminerend in de crisis van 2008, een klassiek Minsky Moment met debt deflation. In plaats van de markt te laten saneren, pompten centrale banken triljoenen via QE, wat nieuwe bubbels creëerde: aandelen, crypto, en post-COVID een inflatiegolf in 2021-2022.

  1. Het beginpunt (2003-2008): Na de dot-com-crash zetten centrale banken een beleid in van historisch lage rentes, zoals beschreven in het originele artikel. Dit leidde tot een enorme kredietbubbel (credit bubble) in de Amerikaanse huizenmarkt. Deze kunstmatige boom eindigde in een onvermijdelijk 'Minsky Moment' – het punt waarop de schuldenlast onhoudbaar wordt en de markt inzakt. De financiële crisis van 2008 was dit moment.
  2. De reactie (2008-2020): In plaats van de door de Oostenrijkse School voorgestelde correctie (sanering) toe te staan, verdubbelden beleidsmakers hun inzet. Via Quantitative Easing (QE) pompten centrale banken direct liquiditeit in het systeem en verlaagden ze de rente tot tegen de nulgrens. Dit voorkwam een acute deflatie, maar socialiseerde en vergrootte de schuldenlast en blies nieuwe, grotere zeepbellen op in onder meer aandelen en obligaties. Het systeem werd niet gereinigd, maar kunstmatig in leven gehouden.
  3. De extreme fase (2020-heden): De pandemierespons was de grootste gecoördineerde kredietexpansie in de geschiedenis. Overheden financierden uitgaven via de directe monetaire financiering door centrale banken. Dit leidde tot de huidige inflatiegolf, een laatste uitdrukking van de monetaire oververhitting.
Vandaag, in 2026, zien we de nasleep. Globale schuld is geëxplodeerd tot recordniveaus – overheidschuld in geavanceerde economieën nadert 130% van het BBP , met de VS die deficits van 5-6% draaien . China kampt met deflatiedruk door overcapaciteit en zwakke vraag, met inflatie rond 0-1% . De AI-boom maskeert onderliggende zwaktes, maar risico’s op een asset bubble burst zijn hoog . Als rentes dalen om groei te stimuleren, herhaalt de cyclus zich.

Hoe ontstaat dit? Door fiatgeld en fractioneel bankieren. Banken creëren geld uit het niets via leningen, gedekt door minimale reserves – in de EU vaak minder dan 1%. Wanneer leningen falen, verdwijnt dit geld, leidend tot liquiditeitscrises. Vergelijk het met een autoverhuur: de auto blijft bestaan na verhuur, maar fiatgeld verdwijnt bij aflossing of default.

De crises van 1930, 2008 en de COVID-nasleep illustreren dit. In de jaren 20 en 2000 leidde kredietexpansie tot bubbels; het barsten veroorzaakte debt deflation. Japan sinds 1989 en China nu tonen hoe interventies (nulrentes, stimulus) deflatie verlengen zonder herstel. In 2026, met globale groei rond 2.7-3.3% maar dalende inflatie , loert debt deflation: hoge schulden worden ondraaglijk als prijzen dalen.

Centrale banken, vast in Keynesiaans denken, zullen proberen te ‘pompen’ – meer liquiditeit, lagere rentes. Maar zoals Minsky waarschuwde, verlengt dit de instabiliteit. De Oostenrijkse oplossing: laat deflatie uitrazen. Stop renteverlagingen, laat faillissementen saneren, herstel echte spaargedreven investeringen.

Anders riskeren we een diepere crisis, met: Aandeleninzakking (S&P-correctie van 20-30% bij AI-desillusie) ;

  • Huizenmarktcorrectie (dalende prijzen door hogere rentes);
  • Stijgende werkloosheid (vooral in tech en finance);
  • Faillissementen (hoge schulden belasten huishoudens en bedrijven) ;
  • Dalend BBP (groei onder 2% als debt pressures toenemen) ;
  • Stagnerende handel door geopolitiek en tarieven .
Conclusie: De Nieuwe Werkelijkheid

De nieuwe werkelijkheid is dat we leven in een tijdperk van permanente monetaire interventie. Het systeem is structureel afhankelijk geworden van de 'credit bubble' om recht te blijven staan. De Oostenrijkse analyse stelt dat dit experiment uiteindelijk niet kan worden volgehouden.

De keuze is niet langer of er een correctie komt, maar hoe deze komt: in de gecontroleerde, maar pijnlijke vorm van een schuldsanering (met het risico op deflatie), of in de oncontroleerbare vorm van een monetair verlies van vertrouwen (met het risico op hyperinflatie). Het originele artikel stelde dat alleen een directe sanering van de kapitaalmarkt een gezonde oplossing bood. Gezien de verdere verweving van staat en financiële sector sinds 2008, is dit nu echter een complexer en politiek nog pijnlijker proces geworden. De les van Minsky is dat stabiliteit zelf destabiliserend werkt, en de les van de Oostenrijkse School is dat het langer kunstmatig rekken van een boom de uiteindelijke correctie alleen maar verergert.

Uiteindelijk kan dit leiden tot een herinvoering van een goudstandaard-achtig systeem, gedreven door publieke druk tegen fiatmisstanden.Bronnen (geüpdatet naar 2026-context):

  • Global Economic Outlook 2026, Deloitte Insights ;
  • Chief Economists’ Outlook, World Economic Forum ;
  • Five trends to watch in the global economy in 2026, Atlantic Council ;
  • Essays van Mises Institute over ABCT, Minsky en Fisher-integraties;
  • Fisher’s “Debt-Deflation Theory of Great Depressions”;
  • Minsky’s “Stabilizing an Unstable Economy”.

Rabobank: maximaal 150.000 euro of 30 procent aflossingsvrij

De toezichthouders DNB, ECB en AFM vinden dat het aandeel aflossingsvrije hypotheken (45% van de totale schuld) nog steeds te hoog en risicovol is voor zowel consumenten als banken. Als reactie hierop heeft marktleider Rabobank als eerste concrete maatregelen aangekondigd.

De waakhonden uiten hun zorgen vanuit twee perspectieven:

  • AFM: Ziet risico’s voor consumenten die aan het einde van de looptijd mogelijk de volledige schuld niet kunnen betalen.

  • DNB/ECB: Ziet risico’s voor de financiële stabiliteit van banken, vooral omdat er tussen 2035-2038 en 2047-2052 een golf aan aflossingsvrije hypotheken afloopt.

Zij eisen van banken een geloofwaardig plan om de portefeuille af te bouwen en een hogere rente voor dit risicovollere product.

Rabobank en haar dochter Obvion scherpen hun beleid per 11 mei 2026 aan:

  • Nieuw maximum: Nog maximaal 30% van de woningwaarde mag aflossingsvrij zijn (voorheen 50%).

  • Absoluut plafond: Maximaal €150.000 aan aflossingsvrij geleend bedrag.

  • Al bestaande renteopslag: Voor een aflossingsvrije hypotheek geldt al een 0,25% hogere rente dan voor een annuïtaire hypotheek.

De bank benadrukt dat het product blijft bestaan voor betaalbare lasten, maar dat klanten met een bestaande hypotheek nu moeten nadenken over hun aflossingsplan.

Voorbeeld

Je hebt €250.000 aflossingsvrij op een huis van €500.000 (50%).
Bij herfinancieren mag straks nog maar €150.000 aflossingsvrij blijven.
→ €100.000 moet je anders financieren of aflossen.

 Reactie van andere banken en gevolgen

  • ABN Amro en ASN Bank geven aan ook naar maatregelen te kijken, maar hebben nog geen concrete stappen aangekondigd. Zij benadrukken dat de ruimte voor oplossingen beperkt is.

  • Experts waarschuwen dat de voorgestelde maatregelen van DNB (zoals het koppelen van de maximale looptijd aan de levensverwachting) kunnen leiden tot fors hogere maandlasten als een aflossingsvrije hypotheek moet worden omgezet.

 Belangrijkste risico’s

  1. Voor huiseigenaren: Het risico op een restschuld bij verkoop of pensionering als de woning in waarde daalt of als er onvoldoende spaargeld is.

  2. Voor banken: Verliezen op leningen als klanten de eindafbetaling niet kunnen doen, wat hun financiële stabiliteit aantast.

Kortom, de financiële waakhonden zetten druk op de sector, Rabobank trekt als eerste aan de rem, en andere banken zullen waarschijnlijk volgen. Dit betekent dat de volledig aflossingsvrije hypotheek in de toekomst een uitzondering zal worden.

Tagged with:

Wat gebeurt er met de nederlandse economie als de huizenprijzen 40% dalen?

Wat gebeurt er met de nederlandse economie als de huizenprijzen 40% dalen? Volgens velen zal dit door de  schaarste aan huizen onmogelijk zijn, maar uiteindelijk is het verdienvermogen van de economie veel belangrijker. Dit is het vermogen van een land om op lange termijn inkomen te verdienen, door productief werk, innovatie en het effectief inzetten van arbeid, kapitaal en kennis.

Een daling van 40% in de Nederlandse huizenprijzen zou een ernstig scenario zijn, vergelijkbaar met de zwaarste vastgoedcrises in landen als Ierland tijdens de financiële crisis van 2008, waar prijzen met ongeveer 45% daalden en dit leidde tot diepe recessies.

In Nederland, waar de hypotheekschuld van huishoudens nog altijd hoog is (rond de 75-80% van het BBP in 2025-2026), zou zo’n daling een kettingreactie veroorzaken in de economie. Historisch daalden de prijzen tussen 2008 en 2013 met circa 20-25%, wat al bijdroeg aan een recessie, een krimp in de bouwsector en een daling van de consumptie. Bij 40% zou de impact veel groter zijn, met mogelijke BBP-krimp van 5-10% of meer, afhankelijk van de snelheid en duur van de daling. Een hoge hypotheekschuld verhoogt het BBP niet direct, maar kan het BBP indirect opdrijven via woninggerelateerde activiteiten en imputatie huur, waardoor een rooskleuriger beeld ontstaat dan de onderliggende economische kracht rechtvaardigt.

https://x.com/huizenprijzen/status/1989253592046583910

Directe Impact op Huishoudens en Consumptie

Huizen vormen een groot deel van het vermogen van Nederlandse huishoudens (ongeveer 60-70% van het totale netto vermogen). Een 40% daling zou leiden tot een “negatief vermogenseffect”: mensen voelen zich armer, sparen meer en geven minder uit. Dit drukt de particuliere consumptie, die circa 45% van het BBP uitmaakt.Onderwaterhypotheken: Veel huishoudens (schatting: 20-30% bij zo’n daling) zouden een hypotheek hebben die hoger is dan de woningwaarde, wat defaults en gedwongen verkopen aanmoedigt.

Consumptiedaling: Tijdens de 2008-crisis daalde de consumptie al met 2-3% door prijsdalingen; bij 40% zou dit kunnen oplopen tot 5-8%, wat de economie in een recessie duwt.

Werkloosheid: Vooral in vastgoedgerelateerde sectoren, met een mogelijke stijging van de werkloosheidsgraad met 2-4 procentpunten. Verder zal AI voor werkloosheid in andere sectoren, en dan vooral in: Administratie & backoffice, Financiële dienstverlening (boekhouding, claims, compliance), Juridische ondersteuning (contractanalyse, standaardzaken) en Media & marketing (content, vertaling, beeldbewerking)

Impact op de Bankensector en Financiële Stabiliteit

Nederlandse banken hebben een grote exposure aan hypotheken (ongeveer 50-60% van hun balans). Een scherpe daling verhoogt het risico op verliezen.

  • Defaults en verliezen: Meer wanbetalingen, vooral bij recente kopers met hoge loan-to-value-ratio’s. Banken zouden kapitaal moeten aanhouden of zelfs bail-outs nodig hebben, wat kredietverlening beperkt (kredietcrunch).
  • Systeemrisico: Als vertrouwen verdwijnt, kunnen bankruns of fundingproblemen ontstaan, vergelijkbaar met 2008. De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt al voor oververhitting en risico’s op correcties in oververhitte markten.
  • Macroprudentieel beleid: Overheid en DNB zouden ingrijpen met strengere regels, maar dit kan de daling juist versnellen.
Mitigatie en Beleidsreacties
De overheid zou waarschijnlijk ingrijpen met stimuleringsmaatregelen, zoals tijdelijke hypotheeksteun, belastingverlagingen of investeringen in infrastructuur. De DNB en ECB zouden liquiditeit injecteren om banken te stabiliseren.

Waarom ‘bouwen, bouwen, bouwen’ slechte politiek is

door: Ewald Engelen

Net als tijdens de coronacrisis en de geopolitieke veiligheidscrisis, strijden er in de wooncrisis twee frames om de politieke aandacht. En let wel, volgens de Amerikaanse hoogleraar communicatiewetenschappen George Lakoff zijn frames min of meer coherente verhalen die ons helpen een complexe realiteit terug te brengen tot simpele oorzaak-gevolg-oplossing relaties en die oplossingen vervolgens dwingend opleggen aan iedereen die is gaan geloven in de juistheid van die verhalen.

Was het nieuwe coronavirus eerder een zware griep of moest je het juist vergelijken met de pest? Zodra je voor de pest kiest, volgen isolatie, lockdowns, mondkapjes, schoolsluitingen, avondklokken, verplichte vaccinatie bijna vanzelf. Dat er objectief gezien net zo goed voor de griep-analogie had kunnen worden gekozen, laat de Zweedse ervaring met corona zien: geen lockdowns, geen vaccinatieplicht, geen mondkapjes, geen schoolsluitingen, en eindresultaten die vaak beter zijn dan in de pest-landen.

Hetzelfde geldt voor de huidige geopolitieke veiligheidscrisis. De reactie op de agressie van Poetin had door twee historische gelijkenissen kunnen worden gestuurd: Cuba 1962 óf München 1938. Volgens de eerste gelijkenis dreigde er escalatie, zouden er diplomatieke kanalen moeten worden geopend, en zouden er buiten het zicht van de publiciteit om onderhandelingen moeten worden gestart om wederzijds vertrouwen op te bouwen en, op basis van een erkenning van elkaars veiligheidsbelangen, uiteindelijk te streven naar een bredere Euraziatische veiligheidsorde. Volgens de tweede gelijkenis had het Westen te maken met een nieuwe Hitler, dreigde er een aanvalsoorlog, en was versnelde bewapening en het tonen van je militaire spierbundels de enige taal die dit soort reïncarnaties van het absolute kwaad begrijpt.

In het geval van de wooncrisis kan je ook twee concurrerende frames ontwaren. Ik noem ze hier voor het gemak het volumeframe en het prijsframe. Volgens het eerste frame zijn er sinds de bankencrisis van 2008 te weinig woningen gebouwd, is de vraag naar woningen door bevolkingsgroei alleen maar gestegen, en zijn de prijzen daardoor door het plafond gegaan. En iedere Nederlanders moet dan onherroepelijk denken aan de vraag- en aanbodcurves uit het economische leerboekje van de middelbare school: logisch toch! Of zoals iemand op X mij liet weten: ‘Er is sprake van een tekort als de vraag groter is dan het aanbod’ — tautologischer dat dit krijg je het niet.

Lees verder op ewaldengelen.substack.com

Tagged with: , , , ,

Nederlandse huizenzeepbel mede schuld van de ECB

De ECB is mede schuldig aan de Nederlandse huizenzeepbel. Officieel heeft de ECB nog steeds een referentiewaarde voor de M3 geldgroei van 4,5% per jaar, maar al vanaf het begin van de EURO gaat dit helemaal fout. Je zou kunnen stellen dat de ECB is opgericht om zeepbellen te blazen. Dit noemt men in Frankfurt stabiliteit.. Dus als dit straks helemaal fout gaat, heeft u naast de VVD en het CDA nog een partij om naar te wijzen. Ze hebben er echt een puinhoop van gemaakt!

De groei van de geldhoeveelheid 2001-2008:
2001: 7,6%
2002: 7,0%
2003: 8,0%
2004: 6,2%
2005: 7,3%
2006: 9,7%
2007: 11,5%
2008: 7,3%
En tussen 2020-2023:
2020: 10,1%
2021: 9,8%
2022: 4,7%

De bancaire sector is gemachtigd door de centrale bank om liquiditeit (geld) ter beschikking te stellen op het gebied van leningen en hypotheken. De uitgifte daarvan gebeurt door de diverse banken met ondersteuning van de centrale bank.

Men zal zich afvragen waar deze liquiditeit vandaan komt. Die komt feitelijk uit het niets. Als een bank een lening of hypotheek beschikbaar stelt aan de lener, dan creëert deze bank geld uit het niets om deze te financieren. Wanneer de lening of de hypotheek geheel wordt terugbetaald, dan verdwijnt dit geld weer in het niets. De bank ontleent zijn bestaansrecht aan de rente, die men ontvangt, want van het geld uit het niets kan men niet bestaan omdat daarover weer rente moet worden betaald aan de centrale bank (interbancaire rente) – die ook wordt vastgesteld door de laatste. Het verschil in de rentes, die de bank aan de centrale bank moet betalen en de rente die men ontvangt betreft dus de ‘winst’ van de bank. Dit is bekend onder naam fiatgeld, want er staat geen enkele tegenwaarde ten opzichte van dit ‘geld’, het is in feite gebakken lucht.

Tagged with: , ,

Boris van der Ven: Nederland probeert met stikstofregels de huizenzeepbel te redden

Nederland heeft de allergrootste hypotheekschuld naar rato van een aantal inwoners ter wereld. In Nederland hebben wij 851 miljard hypotheekschuld bij elkaar opgeteld. Op een totale gemiddelde waarde, of geschatte waarde van de onderhoudsgoedmarkt, exclusief de kantoren, maar echt alleen de huizen, van 2200 miljard. Dus, nou goed, weet je, iets meer dan een derde, 40% zoiets. Ja, maar. Dat zeggen we, dat is een goede ratio. Is een goede ratio, maar dit is natuurlijk een gigantische bubbel. Dat is een gigantische opgepompte bubbel… die er om schreeuwt om lek geprikt te worden. Het enige probleem is…

Tagged with: , , , ,

Dirk Bezemer: Nederland heeft geen woningschaarste

De prijzen van bestaande koopwoningen zijn sinds 2015 ruim verdubbeld. Volgens vele komt dit vooral door schaarste. Professor Dirk Bezemer bestijdt dit, volgens hem heeft Nederland een betaalbaarheidscrisis.

Dat is iets anders dan schaarste. Het aantal koopwoningen is met tien procent toegenomen sinds 2015, de bevolking met 6,5 procent, het aantal huishoudens met 9 procent, de prijzen met 209 procent – alles volgens CBS-statistieken. Over de precieze cijfers kan getwist worden, en regionaal kan de situatie verschillen van het landelijk gemiddelde. Maar dat schaarste – minder woningen per Nederlander – de verdubbeling van prijzen zou verklaren, is onwaarschijnlijk.

Niet te weinig aanbod, maar te veel vraag

De denkfout is dit: als de huizenprijzen stijgen, is er dus te weinig aanbod van huizen. Dat hoeft niet. Er kan ook te veel vraag zijn. Niet door bevolkingsgroei, maar doordat er meer geld richting de huizenmarkt stroomt, bijvoorbeeld als hypotheekverstrekking, die van 2015 tot aan de renteverhoging van 2022 met 250 procent groeide (en inmiddels opnieuw snel stijgt, zoals DNB onlangs waarschuwde). Hier, en niet in woningschaarste, ligt de hoofdoorzaak van die prijsverdubbeling sinds 2015.

Hypotheekgroei en andere geldstromen reageren hier sterker op renteveranderingen dan in de ons omringende landen. Dat komt niet door vrije marktwerking maar door beleid, dus we kunnen er iets aan doen. Denk daarbij niet alleen aan de hypotheekrenteaftrek. Maar ook: honderd procent van de waarde van het huis mag geleend worden. De waardetoename van het huis is niet belast. Vermogende ouders kunnen 30.000 euro belastingvrij schenken voor de aankoop van een huis. Investeerders zijn jarenlang door kabinetsbeleid aangemoedigd de Nederlandse vastgoedmarkt op te gaan.

Prijsopdrijvend mechanisme

We hebben dus zelf een prijsopdrijvend mechanisme gecreëerd. Het heeft niets met huizen bouwen of bevolkingsgroei te maken. Meer hypotheekverstrekking en andere geldinstroom jaagt de prijzen op, dat leidt tot meer geldinstroom, enzovoorts. Het werd almaar aantrekkelijker voor vermogende Nederlanders en professionele beleggers om in de huizenmarkt te stappen. Hier zijn immers winsten te behalen.

bron: trouw.nl

Tagged with: , , , ,

DeepSeek/ChatGPT/Grok: Wat zijn de gevolgen voor de economie als de huizenzeepbel in Nederland klapt?

Aan alle 3 IA bots heb ik gevraagd wat de gevolgen voor de Nederlandse economie zijn als de huizenmarktzeepbel klapt. Hierbij de antwoorden:

Het antwoord van DeepSeek kunt u hier lezen:

Zeker, dat is een zeer actuele en belangrijke vraag. Een klappende huizenzeepbel in Nederland zou ingrijpende gevolgen hebben voor de economie, huishoudens, de overheid en het financiële systeem.

Laten we de gevolgen opdelen in verschillende categorieën:

1. Directe Gevolgen voor Huishoudens

  • Vermogensverlies: Huizen zijn voor de meeste Nederlanders het grootste onderdeel van hun vermogen. Een scherpe daling van de huizenprijzen betekent dat dit vermogen verdampt. Mensen voelen zich armer, ook al verkopen ze hun huis niet (het wealth effect).
  • Onderwaterhypotheken: Dit is het meest acute probleem. Als de waarde van het huis onder de uitstaande hypotheekschuld daalt, zitten huiseigenaren “onder water”. Ze kunnen hun huis niet verkopen zonder er nog geld bij te moeten leggen.
  • Minder consumptie: Omdat mensen zich armer voelen en mogelijk vastzitten in hun huis, geven ze minder geld uit aan andere zaken zoals kleding, vakanties, auto’s en verbouwingen. Dit remt de economische groei direct.
  • Minder verhuismobiliteit: Mensen met een onderwaterhypotheek kunnen niet verhuizen voor een nieuwe baan, waardoor de arbeidsmarkt minder flexibel wordt.

2. Gevolgen voor de Brede Economie

  • Krimpende consumptie: Zoals hierboven genoemd, is dit de grootste macro-economische schok. Consumptie is een enorme motor van de Nederlandse economie. Als die stokt, volgt al snel een recessie.
  • Daling van de bouwsector: De vraag naar nieuwe huizen en verbouwingen stort in. Dit leidt tot faillissementen in de bouw, architectuur, makelaardij en toeleverende industrieën (zoals de meubel- en sanitairsector) en tot werkloosheid onder timmermannen, metselaars, etc.
  • Vertrouwenscrisis: Consumenten en ondernemers worden pessimistisch over de economische vooruitzichten. Investeringen worden uitgesteld en bedrijven houden hun geld vast in plaats van het te investeren of uit te geven.

3. Gevolgen voor de Banken en het Financiële Systeem

  • Toename van hypotheekdefaults: Mensen die hun baan verliezen in de recessie en onderwater staan, kunnen hun hypotheek niet meer betalen en zullen in gebreke blijven (default).
  • Verliezen voor banken: Banken moeten afschrijven op hun hypotheekportefeuille. Hun winsten kelderen en hun balansen verzwakken.
  • Kredietkrapte: Om hun balansen te herstellen en risico’s te vermijden, zullen banken veel strenger worden met het verstrekken van nieuwe leningen, zowel aan consumenten (hypotheken) als aan bedrijven (investeringskredieten). Dit versterkt de economische neergang alleen maar verder.

4. Gevolgen voor de Overheid

  • Lagere belastinginkomsten: De overheid krijgt minder inkomsten uit:
    • Overdrachtsbelasting: Minder huizen worden verkocht.
    • BTW: Minder consumptie en minder bouwactiviteit.
    • Inkomstenbelasting: Meer werkloosheid en lagere winsten.
  • Hogere overheidsuitgaven: Er moet meer geld uitgetrokken worden voor werkloosheidsuitkeringen en mogelijk voor steunmaatregelen aan huishoudens of bedrijven.
  • Toenemende begrotingstekorten: Het verschil tussen inkomsten en uitgaven loopt op, waardoor de staatsschoud toeneemt.

Waarom een “Zeepbel” in Nederland Minder Waarschijnlijk is (maar een Correctie Wel)

Het is belangrijk om te benadrukken dat de term “zeepbel” impliceert dat de waarde volledig uit de lucht gegrepen is en instort tot bijna nul. Dat is in Nederland onwaarschijnlijk vanwege een aantal fundamentele factoren:

  1. Chronisch woningtekort: Er zijn simpelweg veel meer huizenzoekenden dan beschikbare woningen. Deze structurele onderliggende vraag vangt een deel van de klap op.
  2. Strenge hypotheeknormen: Sinds de financiële crisis van 2008 zijn de regels voor het verstrekken van hypotheken veel strenger geworden (zoals de maximale loan-to-value). Mensen kunnen hun schuld veel beter dragen dan in het verleden.
  3. NHG-vangnet: Hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zijn beschermd, wat defaults beperkt en het financiële systeem stabiliseert.

Conclusie: Een Correctie, geen Ineenstorting

Hoewel een plotsklapse “zeepbel” met alle bovengenoemde desastreuze gevolgen mogelijk is, is een geleidelijke correctie of prijsdaling een waarschijnlijker scenario voor Nederland.

De gevolgen van zo’n correctie zouden vergelijkbaar zijn, maar minder ernstig:

  • Een milde recessie in plaats van een depressie.
  • Een afname van consumptie, maar geen instorting.
  • Problemen voor recente kopers met hoge hypotheken, maar niet voor iedereen.
  • Pijn voor de bouwsector, maar niet zijn ondergang.

Kortom, een klappende huizenzeepbel zou een zware economische crisis veroorzaken. Gelukkig maken de fundamentele tekorten en strengere regelgeving de kans op een totale ineenstorting klein, maar een pijnlijke correctie blijft een reëel risico.

Tagged with: , ,

De overwaarde van een koophuis van box 1 naar box 3

De Nederlandsche Bank komt met een oplossing voor de woningcrisis: elke woningeigenaar zou belasting moeten betalen over de overwaarde van zijn huis. De overwaarde van een koophuis wordt dan verplaatst van box 1 naar box 3. MKB-adviseur Pim van Rijswijk noemt het een proces van onteigening en legt uit welke gevolgen dit heeft voor de huiseigenaren.

Wat zegt DNB zelf?

De onderstaande tekst komt van de DNB site: “Wij stellen voor de eigen woning van box 1 naar box 3 te verplaatsen. Concreet betekent dit dat hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait op termijn vervallen. Over de overwaarde van een woning gaan woningeigenaren belasting betalen. Belangrijk: wij stellen voor om dit in geleidelijke stapjes door te voeren. Daarvoor moet ruim de tijd worden genomen: in ons voorstel 20 jaar. Dit om te voorkomen dat huizeneigenaren plotseling met onverwachte of hoge kosten te maken krijgen. Deze specifieke maatregel zorgt ervoor dat de huizenprijzen minder hard stijgen. Doordat het fiscaal niet meer wordt gestimuleerd om veel te lenen, zullen mensen immers minder bieden op een huis.”

Tagged with: , ,

Wat gebeurt er als het vertrouwen in de huizenmarkt verdwijnt?

Als het vertrouwen in de huizenmarkt verdwijnt, kan dit een reeks economische en sociale gevolgen hebben. Hier zijn enkele mogelijke effecten:

Daling van huizenprijzen: Wanneer kopers het vertrouwen verliezen, zijn ze minder geneigd om te investeren in vastgoed. Dit kan leiden tot een overschot aan aanbod en een daling van de huizenprijzen.

 Minder transacties: Potentiële kopers kunnen besluiten om hun aankoop uit te stellen, wat resulteert in een afname van het aantal verkochte huizen. Dit kan de hele vastgoedmarkt vertragen.

 Impact op de bouwsector: Een verminderde vraag naar nieuwe huizen kan leiden tot een afname van de bouwactiviteiten, wat gevolgen heeft voor werkgelegenheid en inkomsten in de bouwsector.

Financiële instellingen: Banken en andere financiële instellingen die betrokken zijn bij hypotheken kunnen te maken krijgen met een toename van wanbetalingen en een afname van nieuwe leningen, wat hun winstgevendheid kan aantasten.

Economische recessie: De huizenmarkt is vaak een belangrijke indicator van de economische gezondheid. Een crisis op de huizenmarkt kan bredere economische gevolgen hebben, zoals een afname van consumentenvertrouwen en uitgaven, wat kan bijdragen aan een economische recessie.

Overheid en beleid: Overheden kunnen genoodzaakt zijn om in te grijpen met stimuleringsmaatregelen, zoals belastingverlagingen, subsidies voor kopers, of andere economische stimuleringspakketten om het vertrouwen te herstellen.

Sociale gevolgen: Huishoudens kunnen te maken krijgen met negatieve vermogensposities (wanneer de waarde van hun huis lager is dan de uitstaande hypotheek), wat kan leiden tot financiële stress en mogelijk zelfs gedwongen verhuizingen.

Kortom, het verdwijnen van vertrouwen in de huizenmarkt kan een domino-effect hebben dat zich uitstrekt tot ver buiten de vastgoedsector zelf, met brede economische en sociale gevolgen.

Bron: DeepSeek

Tagged with:
Top