Mar 9

In de 70er jaren verwierf het Wave Principe bekendheid door het werk van Frost en Prechter. Zij publiceerden een legendarisch boek over het Elliott Wave Principe (Elliott Wave Principle…key to stock market profits, 1978), waarin zij midden in de crisis van de jaren 70, de grote bullmarkt van de tachtiger jaren voorspelden.

Niet alleen voorspelden zij de bullmarkt correct maar Robert R. Prechter voorspelde de krach van 1987 op tijd en duidde het hoogste punt uiterst nauwkeurig aan. Robert verwacht voor de komende jaren een zware deflatoire depressie.

De mensen achter huizenmarkt-zeepbel.nl staan ook  in het deflatie-kamp.  In de onderstaande video wordt uitgelegd waarom wij deflatie verwachten.

zie ook:  Deflatie in aantocht en ‘Banken zijn dieven’

Feb 17

Banken worden terughoudend met krediet omdat ze een vloedgolf aan nieuwe regels verwachten. Volgens Rabobank ‘zou er in de komende jaren niet of nauwelijks ruimte zijn om de kredietverlening uit te breiden’.

Lees verder op de site van  Het Financieele Dagblad

Dec 8

DNB waarschuwt voor het feit dat de mogelijkheid van kredietrantsoenering door de Nederlandse banken aanwezig blijft voor de komende jaren. “Het gebrek aan krediet kan een beperkende factor worden voor verder economisch herstel.”

Uit het rapport van DNB van vandaag: :
De banken die zwaar zijn geraakt in de crisis, zullen hun balansen willen saneren. Dit is een traag proces, ook omdat bedrijven op basis van eerder afgesloten kredietlijnen nog toegang hebben tot bankfinanciering. Mocht op termijn de beschikbaarheid van krediet worden beperkt, zodat zelfs bedrijven met goede vooruitzichten geen nieuw krediet meer kunnen krijgen, zelfs tegen minder gunstige voorwaarden, dan kan men van kredietrantsoenering spreken.

Rantsoenering
De mogelijkheid van rantsoenering blijft aanwezig, zaker voorbij de huidige ramingsperiode tot 2011. Juist als vanaf de tweede helft van 2011 de economie weer wat steviger op haar benen komt te staan en gezinnen en bedrijven meer willen gaan besteden, zal de kredietvraag aantrekken. Bij een onvolledige herstructurering van de balansen zouden banken echter op dat moment wellicht nog niet in de positie kunnen zijn om volledig aan de hernieuwde vraag te voldoen.

Gebrek aan krediet
Indien overheden bovendien na 2011 er onvoldoende in slagen de begrotingstekorten terug te dringen, zou het vraagoverschot in de kredietmarkt nog groter kunnen worden. In dat geval zou het gebrek aan krediet een beperkende factor kunnen worden voor verder breed gedragen economisch herstel.

Lees hier het hele rapport (9 pagina’s pdf):
Economische ontwikkelingen en vooruitzichten voor Nederland

bron: RTL Z

Jul 13

De Nederlandse banken en verzekeraars wacht nog jaren van zwaar weer. Dat schrijft De Nederlandsche Bank in een studie. Met andere woorden: reken op afnemende werkgelegenheid en hogere banktarieven.

De toezichthouder onderzocht twee scenario’s voor banken en verzekeraars: één waarbij de economie snel herstelt en internationale samenwerking goed van de grond komt en één waarbij de recessie langer aanhoudt.

Downloads

Forse ingrepen
Maar in beide gevallen wachten de bankiers en verzekeraars nog forse ingrepen, zo valt op te maken uit het rapport The Dutch financial system. Banken moeten rekenen op afnemende vraag naar hypotheken en consumentenkrediet. Als ze hun winsten op peil willen houden én voldoen aan op handen zijnde strengere kapitaaleisen, moeten ze hun kosten verlagen en/of hun opbrengsten verhogen.

Lees verder op: Z24.nl

Jan 11

Ruim een derde van de bedrijven die in 2009 geld nodig hebben voor verdere groei, verwacht de financiering hiervoor niet rond te krijgen.

Bijna één op de vijf bedrijven uit het mkb (tot 250 werknemers) zegt in de eerste zes maanden aanvullend krediet nodig te hebben.

Dit blijkt uit de eerste financieringsmonitor, een onderzoek door het EIM in opdracht van het ministerie van economische zaken en MKB-Nederland. Onderzocht is de financieringsbehoefte van mkb-bedrijven die minimaal vijf jaar bestaan. Onderzoeksinstituut EIM noemt het opvallend dat vooral grotere mkb-bedrijven (100-250 werknemers) dit jaar extra geld denken nodig te hebben om goed te kunnen blijven draaien. Van deze groep is 25 procent pessimistisch over de slagingskans.

Behoefte aan aanvullende financiële middelen leeft vooral bij horecabedrijven, in de transportsector en in de detailhandel. Kleine bedrijven denken voldoende te hebben aan maximaal 50.000 euro, bij de grotere ondernemers gaat het om bedragen tussen 250.000 en 750.000 euro. In 2008 waren het met name transportbedrijven, aannemers en ict-ondernemers die geld nodig hadden.

Van de bedrijven die in 2008 geen financiering rond kregen of een lager bedrag konden lenen dan zij eigenlijk wilden (samen 21 procent), zegt de helft nu al de gevolgen daarvan te voelen: omzetdaling tot dreigend faillissement. Dit betekent dat bij één op de tien mkb-ondernemers het water tot aan de lippen staat. Hier betreft het vooral kleinere bedrijven. Grotere ondernemingen uit het mkb ontvingen in 2008 nog wel krediet, maar in veel gevallen voor een lager bedrag dan waarop werd ingezet.

Binnen de groep ondernemers die recent een bedrijfskrediet in de wacht sleepten, ondervond een kwart dat de voorwaarden zijn aangescherpt. Ruim 90 procent van alle kredieten loopt via banken. Familie of vrienden verschaften in 9 procent van de gevallen het benodigde geld.

Het EIM-onderzoek is gebaseerd op de respons van 733 mkb-bedrijven die tenminste vijf jaar bestaan. Later dit jaar volgt soortgelijk onderzoek onder starters en snelle groeiers.

MKB-Nederland vindt dat alles in het werk moet worden gesteld om de kredietverlening aan het mkb op peil te houden. De in november door minister Van der Hoeven van EZ verruimde borgstellingsregeling voor kredieten is daartoe een goede aanzet. Tevens zijn recent met banken afspraken gemaakt om de garantieregeling voor interbancaire leningen te gaan toepassen en een nauwere samenwerking te zoeken met branches om deze doelstelling te realiseren.

Veel ondernemers in het mkb die ook bij dalende conjunctuur willen investeren, horen volgens MKB-Nederland in de watten te worden gelegd. De organisatie gaat banken houden aan de belofte: iedereen met een goed bedrijf wordt gefinancierd.

Dec 17

Het is in het afgelopen kwartaal een stuk lastiger geworden voor huishoudens om een krediet te krijgen. Dat blijkt uit het Statistisch Bulletin van De Nederlandse Bank. Uit het onderzoek naar de kredietverlening van de 6 grootste Nederlandse banken blijkt onder meer het volgende:

  • 80 procent van de banken zegt de voorwaarden voor hypotheken in het vierde kwartaal te hebben aangescherpt. In het derde kwartaal was dat nog 40 procent. Een verdubbeling dus.
  • 80 procent van de banken zegt de voorwaarden voor consumptief krediet en andere leningen aan huishoudens te hebben aangescherpt. In het derde kwartaal was dat nog 20 procent. Een verviervoudiging dus.
  • Ook zeggen banken dat dat de vraag naar leningen en kredietfaciliteiten in het vierde kwartaal fors is afgenomen, voor zowel ondernemingen en huishoudens.
  • 60 procent van de banken zegt dat de vraag naar hypotheken in het vierde kwartaal is gedaald. Dat was in in het derde kwartaal 40 procent.

bron data: Statistisch Bulletin december 2008

Conclusie
De banken zijn dus op het gebied van kredietverstrekking aan huishoudens in het vierde kwartaal beduidend somberder gestemd dan in het derde kwartaal. En dat terwijl in de laatste 3 maanden de roep om soepeler kredietverstrekking aan huishoudens en bedrijven, na alle overheidssteun, juist veel harder is geworden.

bron: RTL Z

Aug 25

De Europese Centrale Bank (ECB) gaat de komende weken maatregelen nemen om de kredietverlening aan commerciële banken te beperken.

bron:fd.nl

Jul 14

Vele mensen denken dat hun huis een goudmijn is. Waarschijnlijk omdat de prijzen al 25 jaar achter elkaar gestegen zijn. Als je ze vraagt of ze bang zijn dat de prijzen gaan dalen krijg je steevast de reactie: “nee, natuurlijk niet”. Maar waarom dan niet?

Ehh “er is schaarste” of “wij zijn de enige met een hypotheekrenteaftrek systeem”. Is dat wel zo?

  • er staan steeds meer huizen te koop op Funda, nu al bijna 160000. Dat noemt men schaarste…
  • begin jaren tachtig bestond de hypotheekrenteafrek ook al, toch daalden de prijzen met 30%.

Beide argumenten rammelen dus.

Maar waarom zijn de prijzen zo hard gestegen?

Huizen worden betaalt met krediet, ook wel fiatgeld of schuldgeld genoemd. Het krediet onderhevig aan zowel inflatie als deflatie. Het is niet liquide en niet fysiek. Ook ligt het opgesloten in langetermijncontracten. Met andere woorden, het krediet kan worden uitgeleend en lange tijd in termijnen worden terugbetaald. Daar ligt tevens de grote zwakte van krediet, omdat het lang duurt voordat krediet is terugbetaald dat de expansie jarenlang kan doorgaan, zonder dat het krediet wordt afgelost en daardoor in roulatie blijft. Schuldgeld veroorzaakt bijvoorbeeld een hausse in de onroerendgoedmarkt die decennia in beslag kan nemen. Echter, eindigt elke hausse in een baisse, zo ook met de kredietexpansie. Wanneer de expansie ophoudt dan stagneert de markt, waarna er een inzakking volgt. Dit kan op allerlei manieren gebeuren en de meest voorkomende manier is dat de gemiddelde lonen de gestegen waarde niet meer kunnen bijhouden.

Rabobank-betaalbaarheidindex

Onroerendgoedzeepbelgeld is schuld

Dit is vooral treffend binnen de onroerendgoedsector in het westen die de afgelopen 20 jaar enorm is gestegen, terwijl de salarissen veel minder omhoog zijn gegaan, wat tot gevolg heeft dat laagbetaalden de hypotheek en renteaflossing niet meer kunnen betalen. Hierdoor stagneert de huizenmarkt, omdat de huizenketen in feite stopt. Met huizenketen wordt de keten bedoeld dat elk nieuw duurder huis pas gekocht kan worden als een voorgaand goedkoper huis wordt verkocht door de aspirant-koper. Bijna de gehele onroerendgoedmarkt functioneert op dit niveau. Elke breuk in de keten leidt tot stopzetting van de huizenmarkt. Dankzij de enorme kredietexpansie die heeft plaatsgevonden over de afgelopen twee decennia konden veel mensen zich een koophuis veroorloven en vanwege de gemanipuleerde lage rente en de verlaagde kredieteisen van de bancaire sector was het animo om te kopen enorm. Met dien verstande dat gemiddeld meer dan de helft van de westerse bevolking in koophuizen woont. Dit is natuurlijk grotendeels afgedekt met hypotheken, oftewel langetermijnkrediet. Wanneer de huizenmarkt stagneert dan zitten deze huizenkopers in de val. Want verdere verhuizing of ‘doorsluizing’ naar een duurder segment is dan onmogelijk geworden, terwijl de prijzen zich naar beneden zullen bijstellen naar aanleiding van de afgenomen interesse.

De Oostenrijkse econoom Kurt Richebächer beschreef dit fenomeen aldus: ,,onroerend goed zal teruggaan naar het gemiddelde net als al het andere, op de een of andere manier zal de huizenprijs teruggaan waar het altijd geweest is”. Ook schrijf hij het volgende over de huidige huizenzeepbel: ,,alle economieën met huizenzeepbellen hebben de zelfde overeenkomsten die in het verleden werden geassocieerd met kwakkelende economieën. Deze zijn ingezakte spaarsaldi, gigantische schuldquota, chronische handelstekorten en een hausse in residentiële investeringen, maar zwakke bedrijfsinvesteringen.”

Hierbij doelt hij met name op de inherrente economische zwakte van de Verenigde Staten, want wanneer deze zeepbel uiteenspat dit alle andere economieën zal treffen.

Het is als het ware een dominoeffect dat zich zal kenmerken als eerst een stagnatie in de huizensector, dan een geleidelijke prijsafname, waarna de laatste kopers, die op het hoogste niveau hebben gekocht allereerst de dupe worden. Vaak hebben zij de prijs met 100% schuld afgedekt, waardoor er geen buffer is ontstaan om deze prijsafname op te vangen. In dat geval zijn zij als eerste gedwongen om te verkopen, omdat de financiële instelling het risico wil afdekken met een tweede lening of een bijstorting van kapitaal. Wanneer de prijsafname zich verder ontwikkelt zullen ook andere huizenbezitters worden getroffen, want ook zij moeten hun schuld afdekken met een tweede lening of extra bijstorting en naarmate de prijs steeds verder zakt dit steeds meer koophuisbezitters zal treffen. Veel van hen hebben in het recente verleden steeds meer van hun ‘overwaarde’ liquide gemaakt en hebben dit geld besteed aan luxe zoals grote auto’s, dure vakantiereizen, vakantiehuizen of verbouwing van hun huizen. Dit herbergt volgens Richebächer een groot gevaar in zich en dat is dat de liquidering van deze ‘bezittingen’ enorm zal zijn en een potentiële grote depressie met zich mee zou kunnen brengen. Dit laatste komt doordat huizen doorgaans een dure aanschaf zijn en zoals eerder opgemerkt, meer dan 50% van de bevolking is hierbij betrokken.

Een aandelenkrach kan men nog gemakkelijk te boven komen, omdat de meeste mensen hier niet in belegd hebben en er zelfs na zo’n krach behoorlijke liquiditeit in het aan- en verkoopsysteem zitten, in casu de beurzen, zodat zelfs tijdens en na een krach de aandelen verhandelbaar zijn. Dit is echter niet het geval met de onroerendgoedsector is en wel om drie redenen:

1. Een huis is een grote aankoop, bij de meesten de grootste van hun leven, die niet zo gemakkelijk te verkopen valt. Er is geen huizenbeurs, dus alle verkopen vinden plaats via een lang onderhandelingsproces, dat soms vele maanden in beslag kan nemen.
2. In een dalende huizenmarkt zijn er veel verkopers en weinig kopers, omdat deze laatsten worden afgeschrikt door de dalende tendens van wat wordt gezien als een zeer kostbare aankoop. Deze aspirant kopers zullen tevens niet langer bereid zijn om langetermijnverplichtingen aan te gaan, in casu hypotheken af te sluiten voor 20 à 30 jaar.
3. De leeninstellingen zoals banken en andere kredietverschaffers zullen of moeten hun leenbeleid aanpassen, waardoor het moeilijker wordt om aan hypotheken of leningen voor lange termijn te komen, zonder daarvoor de noodzakelijke waarde of onderpand als borgstelling te bezitten.

Door deze problemen en gedwongen faillissementen zal het huizenaanbod de vraag verre overtreffen, wat weer als gevolg heeft dat er een verdere druk op de onroerendgoedprijzen zal ontstaan.

Deze redenen geven aan dat een huizenkrach grote gevolgen kan hebben voor de rest van de economie.

Bron Albert Spits, Rabobank, Funda