Wat is een systeemcrash of systeemcrisis?

Het IMF waarschuwde autoriteiten wereldwijd om plannen op te stellen voor het geval ‘het ondenkbare” werkelijkheid wordt. Landen moeten zich volgens het IMF voorbereiden op een situatie waarbij een uit de hand gelopen kredietcrisis uitmondt in een mondiale financiële systeemcrisis.

Ook de chefeconoom Han de Jongh van ABN Amro waarschuwde er in het Financieele Dagblad ook al voor, dat het risico op een systeemcrash niet meer verwaarloosbaar klein is.

Wat is een systeemcrisis?

Als er ergens in de wereld een grote bank omvalt is het zeer goed mogelijk dat er veel meer banken omvallen door het domino-effect dat dan optreedt.

Als er daadwerkelijk een bank omvalt (mensen kunnen daar dan dus concreet gewoon geen geld meer opnemen) kan er paniek ontstaan. Door deze paniek kunnen te veel mensen het zekere voor het onzekere willen nemen door hun tegoeden (uiteindelijk) bij de banken op te vragen. Zoveel contant geld is er helemaal niet beschikbaar.

Door het omvallen van die ene bank kan er daardoor alleen al een kettingreactie ontstaan, wat een wereldwijde meltdown van het financiële systeem tot gevolg kan hebben.

zie ook: financialarmageddon.com

Tagged with: , , , , ,

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarschuwt voor de gevolgen van de oplopende hypotheekrente

Logo Autoriteit Financiële Markten

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is toezichthouder op het gedrag van en de informatieverstrekking door
alle partijen op de financiële markten in Nederland. Zij komt tot de onderstaande conclusie over het leengedrag van de Nederlandse huishoudens:

Huishoudens lopen risico als de rente gaat stijgen
Huishoudens hebben consumptieve en hypothecaire kredieten die (op termijn) duurder worden als de rente stijgt. Hierdoor kunnen zij in betalingsproblemen komen. Dit rapport onderzoekt de gevolgen voor de Nederlandse huishoudens van een mogelijke rentestijging:

  • het geeft aan hoe de rente zich kan ontwikkelen. Nota Bene: de AFM doet geen eigen voorspelling, maar gebruikt de voorspelling van de OESO. Daarnaast is een historisch schokscenario afgeleid;
  • het laat zien welke groepen nu problemen hebben en hoe die bij een rentestijging verergeren;
  • het helpt huishoudens bij de bewustwording van het risico en de eigen verantwoordelijkheid te nemen.

De impact van een rentestijging op huishoudens is aanzienlijk
Er zijn in Nederland veel huishoudens met consumptieve en hypothecaire schulden. Door de gestegen huizenprijzen van de afgelopen jaren hebben veel huishoudens hoge hypothecaire leningen afgesloten. Financiële instellingen hebben hogere hypotheken verstrekt dan ze ongeveer 10 jaar geleden zouden hebben gedaan bij hetzelfde inkomen. Verstrekten ze destijds ten hoogste driemaal het bruto inkomen aan hypotheek, de afgelopen jaren was een maximum van vijfmaal gebruikelijk. Daarbij werd het mogelijk bij de financiering tevens een eventueel tweede inkomen van een huishouden mee te rekenen. Huishoudens hebben hun huizen ‘scherper’ gefinancierd, waardoor zij gevoeliger zijn geworden voor een rentestijging. Een andere factor die huishoudens gevoeliger maakt voor een rentestijging, is de toenemende keuze voor variabele rente.

Bij het huidige renteniveau heeft (naar verwachting) een groep van ongeveer 180.000 huishoudens betalingsproblemen als gevolg van hypothecaire schulden Afhankelijk van de hoogte van het inkomen is het verantwoord dat huishoudens 22% tot 30% van het besteedbaar inkomen aan hypotheeklasten betalen. Het besteedbaar inkomen is het inkomen na aftrek van belastingen en premies. Deze budgettaire ruimte heeft het NIBUD[1] berekend na aftrek van de normale dagelijkse uitgaven, zoals voedsel, kleding, telefoon, gezondheidszorg en dergelijke. Een groep van naar schatting 180.000 huishoudens betaalt bij de huidige rente gemiddeld tussen de 30% en 40% van het besteedbaar inkomen aan hypotheeklasten. Dit zijn gemiddelden. Er zijn dus huishoudens die beter maar ook slechter af kunnen zijn. Gemiddeld genomen overschrijdt de groep van 180.000 huishoudens de budgettaire ruimte voor hypotheeklasten en ondervinden daardoor betalingsproblemen. Zij moeten (drastisch) bezuinigen op andere uitgaven of interen op eventueel aanwezig vermogen. Als dit niet langer lukt en geen extra schulden kunnen worden aangegaan, dan komen deze huishoudens in de schuldhulpverlening terecht en kan (nood)gedwongen het huis worden verkocht.
Als de hypotheekschuld hoger is dan de waarde van het huis, dan blijven huishoudens met een restschuld zitten.

Als de rente met 2 procentpunt stijgt, kunnen ruim 80.000 huishoudens extra in betalingsproblemen komen

Hogere rente betekent hogere hypotheeklasten. Bij variabele rente is dit onmiddellijk het geval, bij een rentevaste termijn werkt de rentestijging pas door bij het aflopen van deze termijn. Huishoudens kunnen hogere lasten opvangen met hun inkomen of hun vermogen. Als het scenario wordt genomen waarbij de rente tot het einde van 2006 met 2 procentpunt stijgt, dan heeft een groep van naar schatting ruim 80.000 huishoudens
onvoldoende inkomen of vermogen om een rentestijging te kunnen opvangen. Deze groep komt boven op de groep van naar schatting ongeveer 180.000 huishoudens die bij de huidige rentestand al moeite heeft de maandelijkse lasten op te brengen. In het totaal kunnen naar schatting ruim 260.000 huishoudens van de in totaal 7 miljoen huishoudens door een rentestijging uiteindelijk in ernstige betalingsproblemen komen.
Dit is bijna 9% van de ongeveer 3 miljoen afgesloten hypotheken.

bron: AFM

Tagged with: , , , , , ,

Banksparen is nieuwe woekerpolis

Begin van dit jaar heeft de overheid naast het belastingvrij aflossen van de hypotheek via een levensverzekering ook belastingvrij aflossen via banksparen mogelijk gemaakt. Vooral de Vereniging Eigen Huis (VEH) en de Consumentenbond hebben er op aangedrongen dit mogelijk te maken. Beide organisaties vonden dit een gunstiger aflossingsregeling dan de beleggingspolis, welke de laatste tijd beter bekend stond als “woekerpolis”. Actuaris Jan Donselaar legt nu een fikse bom onder het bankspaarproduct door zijn bewering dat bankspaarproducten qua verhulde kosten niet onder doen voor woekerpolissen.

“Beleggen met een bankspaarproduct stelt de klant voor veel hogere kosten dan algemeen wordt aangenomen”, vindt actuaris Jan Donselaar. De actuaris stelt daarbij dat bankspaarproducten eigenlijk ook een soort woekerpolissen zijn. Het probleem schuilt in de beheerskosten die de bank permanent in rekening brengt. “Als bij beleggingspolissen en bankspaarproducten alle beheerskosten uit het beleggingstegoed worden gehaald, is een verzekeraar goedkoper”, aldus de actuaris. “En aan het eind van de looptijd worden de bedragen die banken van het saldo afhalen, steeds groter”, volgens Van Donselaar die geen reden ziet waarom de kosten bij een bank lager zouden zijn dan bij een verzekeraar.

Afgang
De opmerkingen van Van Donselaar zijn een behoorlijke klap in het gezicht van de VEH die al anderhalf jaar roept dat banksparen veel voordeliger zou zijn. Ook de Consumentbond heeft zich hierbij aangesloten. Beide organisaties lijken nu echter op basis van deskundigheid simpel te worden teruggefloten. Het lijkt erop dat deze organisaties slechts oog hebben gehad voor de voordelen van banksparen en na hun eerdere uitspraken weinig zin hebben gehad om naar nadelen te zoeken.

Banksparen onbekend
Vooral de VEH staat in zijn hemd. Deze organisatie doet er alles aan om haar eerdere uitspraken als absolute waarheid de markt in te drammen. Regelmatig verschijnen door de VEH zelf georganiseerde onderzoeken welke moeten werken als een vorm van “self-fulfilling prophecy”. Volgens een deze week geplaatst onderzoek van de VEH zou nu weer blijken dat de meeste consumenten geïnteresseerd zijn in banksparen, “als ze eenmaal weten wat het inhoudt”.

De uitspraken van de VEH komen in een vreemd daglicht te staan als blijkt dat 64 procent van de Nederlandse eigenwoningbezitters het fenomeen banksparen helemaal niet kent. “Maar eenmaal geïnformeerd, vindt bijna de helft dat hun hypotheekverstrekker banksparen zou moeten aanbieden”. Veel mensen denken bij banksparen aan niets anders dan sparen bij een bank. In feite dient banksparen te worden gezien als sparen bij een bank, met een zeer hoge vrijstelling voor vermogensbelasting. Eenzelfde vrijstelling bestond al jarenlang bij levensverzekeringen. Die vrijstellingen gaan alleen maar op als banksparen of polis zijn gekoppeld aan een hypotheek of lijfrente.

Eigenbelang banken
De Rabobank verwacht nog dit jaar een hausse in banksparen, dat de beleggings- en spaarhypotheek in groten getale moet vervangen. De door de Rabobank gedane uiting kan echter worden bijgeschreven in het grote boek van eigenbelang. Banksparen zal het alleen maar halen als daadwerkelijk blijkt dat banksparen op de lange termijn niet ook een kat in de zak is, net zoals de oude beleggingspolis, die verder als woekerpolis door het leven zal moeten. Het onderzoek van Van Donselaar wijst echter op de mogelijke start van een nieuw soort woekerpolis. Als de Rabobank bovendien de zeer populaire Spaarhypotheek wil vervangen door een Bankspaarhypotheek dan verwisselt de Rabobank een hypotheek met een gegarandeerde aflossing dus voor een hypotheek met “woekereigenschappen”.

1. Wat is banksparen?
Met banksparen kunt u bij de bank belastingvrij sparen voor de aflossing van uw hypotheek of ter aanvulling op uw pensioen. Uw inleg wordt periodiek gestort op een geblokkeerde rekening bij een bank naar keuze.

2. Waarom is deze wet ingevoerd?
Uit onderzoek van onder meer de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is gebleken dat veel beleggingsverzekeringen te duur zijn. Bovendien zijn deze verzekeringen, ook wel woekerpolissen genoemd, veelal ingewikkeld en hebben ze een ondoorzichtige kostenstructuur. De Wet Banksparen moet het monopolie van verzekeraars doorbreken en de tariefstransparantie vergroten. Dit leidt tot meer keuze voor de consument, wat uiteindelijk resulteert in lagere kosten.

3. Sinds wanneer is banksparen mogelijk?
Met ingang van 1 januari 2008 is banksparen mogelijk. Het enige probleem is dat banken in januari nog druk bezig waren met het ontwikkelen van speciale producten om banksparen mogelijk te maken. Sinds eind januari komen steeds meer banken met één of meerdere producten voor banksparen op de markt.

4. Wat zijn de voordelen
Het grootste voordeel is dat u meer keuze heeft. U kunt nu kiezen tussen een verzekeringsmaatschappij of een bank, voorheen zat u verplicht vast aan een verzekeraar. Bij banksparen is er geen sprake van een polis, zoals bij een verzekeraar wel het geval is, dus geen extra kosten. Bovendien worden de kosten bij banksparen over de gehele looptijd uitgesmeerd, terwijl de kosten bij beleggingsverzekeringen vooral in de eerste tien jaar hoog zijn.

5. Wat zijn de nadelen?
Een grote tegenvaller bij banksparen is de grote hoeveelheid wet- en regelgeving. Er zijn ook hier veel voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor fiscaal voordeel. Dit kost de bank veel tijd en geld, wat ongetwijfeld aan u wordt doorberekend. Een ander nadeel is dat wanneer u vermogen bij een bank heeft opgebouwd of gestort ter aanvulling van uw pensioen, deze niet levenslang wordt uitgekeerd, zoals bij een lijfrente wel het geval is. Bij banksparen bepaalt u zelf de hoogte van de uitkering en de termijn. Wanneer het opgebouwde vermogen op is, ontvangt u ook niets meer. In geval van overlijden erven uw nabestaanden het eventueel resterende vermogen. Hierover zijn zij successierechten verschuldigd.

6. Wat is het fiscale voordeel?
Wanneer u vermogen opbouwt, bent u boven een bepaalde drempel vermogensbelasting (box 3) verschuldigd. Deze bedraagt 1,2 procent over het vermogen boven de 20.014 euro. Het vermogen dat u via banksparen opbouwt valt onder de inkomstenbelasting in box 1, maar is vrijgesteld van belasting als u aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo niet, dan verschuift het vermogen naar box 3 en bent u vermogensbelasting verschuldigd. Spaart u voor uw oude dag dan is de inleg alleen (voor een deel) aftrekbaar indien u een pensioengat heeft.

7. Aan welke voorwaarden moet u voldoen?
Belangrijk is dat het geld wordt gestort op een geblokkeerde rekening, waar u tussentijds niets af mag halen. De minimale looptijd bedraagt vijftien jaar. Er geldt een maximale inleg, deze bedraagt tien keer de laagste inleg. Stel dus dat uw inleg jaarlijks 1.000 euro bedraagt, dan mag u nooit meer dan 10.000 euro en nooit minder dan 1.000 euro inleggen. De
instelling waarbij u spaart moet voldoen aan de eisen voortvloeiende uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het door u opgebouwde vermogen is alleen (gedeeltelijk) fiscaal vrijgesteld als u deze gebruikt voor de aflossing van uw hypotheek of als aanvulling voor uw oude dag.

8. Is de vrijstelling onbeperkt?
Nee. Het maximale belastingvrije bedrag bedraagt 145.000 euro per persoon. Deze vrijstelling geldt bij een looptijd tussen de twintig en dertig jaar. Tussen de vijftien en twintig jaar heeft u recht op een belastingvrijstelling van 32.900 euro per persoon. Bedraagt de looptijd minder dan vijftien jaar dan heeft u geen recht op belastingvrijstelling.

9. Wat als mijn hypotheekschuld lager is dan 145.000 euro?
In dat geval wordt uw maximale vrijstelling verlaagd tot de hoogte van uw eigenwoningschuld. Stel dus dat u vijfentwintig jaar hebt gespaard en de totale hypotheek die u moet aflossen bedraagt 110.000 euro, dan is uw maximale vrijstelling eveneens 110.000 euro, in plaats van 145.000 euro.

10. Welke mogelijkheden heb ik om te sparen?
Naast sparen kunt u er voor kiezen om te beleggen, of een combinatie van beide. Voor uw pensioen geldt dat u in plaats van het kopen van een lijfrente het opgebouwde vermogen kunt storten op een geblokkeerde rekening, waaruit u dan maandelijks een vast bedrag ontvangt.

11. Hoe zit het met de overlijdens­risicoverzekering?
Bij een beleggingsverzekering is de overlijdensrisicoverzekering (orv) vaak inbegrepen. Dit is mede de oorzaak voor de ondoorzichtigheid van deze polissen. Bij banksparen zit een orv er niet automatisch bij. Een bank kan u echter wel verplichten een orv af te sluiten. Deze kunt u afsluiten waar u wilt. De verwachting is wel dat banken de mogelijkheid tot het aangaan van een orv in hun producten opnemen.

12. Is banksparen echt goedkoper dan een beleggingsverzekering?
Dat moet nog maar blijken. Volgens de theorie moeten de kosten inderdaad lager uitvallen, maar in de praktijk blijkt het vooralsnog moeilijk vergelijken. Banken komen ieder met hun eigen producten op de markt en deze zijn niet gratis. Ook zij moeten hun kosten terugverdienen. De verwachting is wel dat de kosten bij banksparen transparanter zijn.

13. Zijn er alternatieven?
De makkelijkste manier om vermogen op te bouwen is door zelf te sparen en/of te beleggen in box 3. U betaalt dan weliswaar wel 1,2 procent vermogensrendementsheffing over het door u opgebouwde vermogen, maar in sommige gevallen bent u dan nog altijd goedkoper uit dan bij banksparen of een beleggingsverzekering. Het advies is dan ook om alle mogelijkheden tegen elkaar af te wegen.

zie ook: telegraaf.nl

Tagged with: ,

Kosten hypotheekrenteaftrek rijzen de pan uit

De snel stijgende hypotheekrente kost de Nederlandse schatkist miljarden euro’s. In de afgelopen drie maanden is de gemiddelde hypotheekrente met 1 procent gestegen. Dat kost de staat op termijn ruim twee miljard euro per jaar aan extra renteaftrek. Als de rente nog verder stijgt, waar het naar uitziet, dan loopt dat bedrag nog veel verder op. ,,Een stijging van de hypotheekrente van vijf naar zes procent, zoals we nu hebben gezien, betekent dat de kosten van de renteaftrek met twintig procent toenemen”, zegt Peter Neuteboom, onderzoeker fiscaliteit bij OTB Delft, een onderzoeksinstituut van TU Delft.

Nu kost de hypotheekrenteaftrek de schatkist jaarlijks elf miljard euro. Door de recente stijging van de hypotheekrente met 1 procent komt daar op termijn 2,2 miljard euro bij. Dat bedrag wordt bereikt doordat de kosten van de renteaftrek elk jaar met ruim 275 miljoen euro oplopen. Na acht jaar, de gemiddelde rentevaste periode van een hypotheek, wordt het maximum bereikt. Daarna wordt dat bedrag van ruim twee miljard euro extra kosten structureeel. ,,Of nog hoger als de rente tussentijds verder stijgt”, legt Neuteboom uit.

Leo Stevens, emeritus hoogleraar fiscale economie van de Erasmus Universiteit, onderschrijft de berekening. Hij wijst al langer op de risico’s van onbeperkte aftrek van hypotheekrente voor de schatkist. De overheid kan de kosten daarvan niet beïnvloeden omdat die volledig afhankelijk zijn van marktomstandigheden, zoals de woningprijzen en de ontwikkeling van de rente. ,,Slechts één ding is zeker: het wordt alleen maar meer”, zegt Stevens.

Voorzitter Ger Hukker van makelaarsvereniging NVM vreest dat de renteaftrek wordt versoberd nu de kosten de pan uit rijzen. Partijen op de woningmarkt erkennen dat de aftrek in de huidige vorm op termijn onhoudbaar is. Aanpassing van de regeling moet volgens hen onderdeel zijn van een alomvattend plan om de woningmarkt vlot te trekken.

Het ministerie van Financiën wijst erop dat er bij stijgende rentepercentages ook minder hypotheken worden afgesloten, waardoor de kosten van de renteaftrek worden gedempt. Dat heeft echter ook weer nadelige gevolgen voor de schatkist omdat daardoor de overdrachtsbelasting afneemt.

bron: Nederland Dagblad

Tagged with: , , ,

Het succes van de Zwitserse Vailant bank

Van de 62 banken opgenomen in de Dow Jones Stoxx banking index zag slechts 1 bank zijn aandelenkoers in het laatste jaar stijgen. Wat is het geheim van het Zwitserse Vailant?

De aandelen van Vailant zijn in het afgelopen jaar circa 12 procent gestegen. De koers van het aandeel werd gesteund door een sterke winstgroei in 2007. Dit feit is echter niet uniek, aangezien veel banken over geheel 2007, toen de kredietcrisis nog niet tot volle wasdom was gekomen, een fraaie winst presenteerden.

Uniek

Wat is dan de reden dat de aandelenkoers van Vailant als enige van 62 bankenfondsen in de Dow Jones Stoxx banking index na een jaar hoger noteert? De kleine Zwitserse bank hield zich als enige niet bezig met hypotheek-gedekte obligaties uit de Amerikaanse subprime-markt.

Uitzondering

Vailant is hiermee een Europese uitzondering. Als we kijken naar de vijf beste- en vijf slechtst renterende fondsen dan herkennen we een aantal grote spelers, die het duidelijk anders hebben aangepakt. De meeste Europese bankenfondsen verloren overigens circa de helft van hun beurswaarde.

Europese bankfondsen opgenomen in de Dow Jones Stoxx banking index

Beste rendement
Vailant Holding (+11,7%)
Standard Chartered (-1,7%)
HSBC Holdings (-5,6%)
Banco Santander (-8,1%)
Bank of Greece (-12,4%)

Slechtste rendement
Bradford & Bingley (-86,4%)
HBOS (-71,1%)
UBS (-66,7%)
Alliance & Leicester (-66,4%)
Natixis (-66,3%)

Bronnen: FactSet Research en Marketwatch.com

Tagged with: , ,

Ruim een derde van de Britten is binnen elf dagen bankroet

ruim een derde (36%) van de Britten is binnen elf dagen bankroet als hij vandaag zijn baan verliest. De gemiddelde Brit houdt het iets langer vol: 52 dagen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 2000 personen door de Yorkshire Building Society. Het is zorgwekkend nieuws in een land waar een recessie dreigt en de prijzen voor met name gas en licht spectaculair stijgen.

Het geeft ook aan hoe de Britten vaak de schone schijn weten op te houden, met een mooie auto op afbetaling en een goed huis met een enorme hypotheek. Met name de nu dalende huizenprijzen vormen een risico. Veel meer dan op het continent hebben de Britten van het goede leven geprofiteerd, speculerend op alsmaar stijgende huizenprijzen. Hypotheken van honderd procent waren tot voor kort niet ongewoon.

Degenen die gescheiden zijn lopen het meeste risico failliet te raken, gevolgd door parttime werkers en jongeren. Bijna niemand heeft zich tegen inkomensverlies verzekerd. Negen van de tien ondervraagden zeggen daar geen maatregelen voor te hebben getroffen. Vrouwen zijn over het algemeen sneller door hun spaargeld heen dan mannen.

Volgens Tanya Jackson van Yorkshire Buidling Society is er sprake „van een alarmerende situatie in het huidige economische klimaat.”

Te optimistisch

Bijna een vijfde van de ondervraagden verwacht dat de staat hen er in het geval van baanverlies wel weer bovenop zal helpen, maar denkt te optimistisch over de hoogte van een uitkering.

De gemiddelde Brit besteed per week £334 aan zaken als lokale belasting, eten en drinken en het aflossen van schulden. Een derde daarvan heeft slechts £500 achter de hand voor noodsituaties.

bron

Tagged with: , , , , ,

De grote financiële risico’s van een te hoge hypotheek

Het kopen van een eigen woning is voor de meeste huishoudens verreweg de belangrijkste financiële verplichting die zij in hun leven aangaan. Anderzijds vormt het eigen huis voor veel huishoudens de mogelijkheid bij uitstek om een eigen vermogen op te bouwen. De keerzijde hiervan is dat een individuele eigenaar-bewoner – al dan niet bewust – ook grote financiële risico’s aangaat.

In de jaren negentig heeft zich in Nederland een stormachtige ontwikkeling op de koopwoning- en de hypotheekmarkt voorgedaan. De verkoopprijzen verdubbelden, de uitstaande hypotheekschuld verviervoudigde in deze periode. In Europees perspectief gezien veranderde Nederland van een bescheiden middenmoter tot koploper in termen van onder meer de uitstaande hypotheekschuld.

hypotheekschud bbp ratio

Nederlandse vs Amerikaanse hypotheken (tov BNP)

Een onverwachte daling van het inkomen op huishoudniveau, door werkloosheid, scheiding of anderszins, al dan niet in combinatie met een ‘crisis’ op de koopwoningmarkt, kunnen eigenaar-bewoners in grote problemen brengen. Zie onder meer de ervaringen in Nederland begin jaren tachtig en Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zweden begin jaren negentig.

Loan-to-value-ratio hypothekenen

het geleende bedrag is hoog in relatie tot de waarde van het onderpand (‘Loan to Value Ratio’). Hierdoor kan bij een gedwongen verkoop een hogere restschuld ontstaan

loan to income in Nederland

het geleende bedrag is hoog in relatie tot het inkomen van de huizenkoper (’Loan to Income Ratio’). Hierdoor kunnen klanten bij een stijgende rente eerder in de financiële problemen komen omdat zij een groot deel van hun inkomen aan rentelasten moeten besteden.

Met de voorspoedige economische groei vanaf het midden van de jaren negentig lijken eigenaar-bewoners, in binnen- en buitenland, steeds meer bereid om grote schulden aan te gaan om een eigen woning te kopen; voor veel eigenaar-bewoners is een hypotheek zelfs niet langer meer synoniem met een schuld. De koopwoning wordt gezien als één van de beste, zo niet de beste, belegging voor het gemiddelde huishouden. De bijbehorende kosten en risico’s zijn geleidelijk naar de achtergrond gedrongen; de kansen op vermogenswinsten en ontologische voordelen (vrijheid, zekerheid) worden hoe langer hoe meer benadrukt.

Nederlandse eigenaar-bewoners hebben in Europees perspectief gezien een inhaalslag gepleegd ten aanzien van de hypothecaire financiering van het eigenwoningbezit. In veel opzichten was Nederland medio jaren tachtig een bescheiden middenmoter (De Nederlandse Bank, 1999). Inmiddels zijn Nederlandse eigenaar-bewoners koploper in Europa. De uitstaande hypotheekschuld in Nederland is met ruim € 580 miljard (2007) inmiddels hoger dan de staatsschuld, en in procenten van het bruto nationaal product nop een historische hoogtepunt gekomen (98 procent versus nog geen 40 procent in 1990). Alleen Denemarken kan ons land nog enigszins bijhouden

loan-to-value ratio. (ltv) groter dan 100%

Renteperiode woninghypotheken

De economische recessie eind jaren zeventig (oliecrisis) en de ineenstorting van de koopwoningmarkt eind jaren zeventig in diverse landen. Een sterk oplopende werkloosheid en hypotheekrente (De rente liep toen op naar 13 procent. ) leidde er toe dat een groot aantal eigenaar-bewoners in ernstige betalingsproblemen kwam. De crisis op de koopwoningmarkt die hiervan mede het gevolg was, leidde er op haar beurt toe dat de vermogenswinsten waar men op hoopte, omsloegen in zeer concrete vermogensverliezen. Op de top waren er jaarlijks 2500 gedwongen verkopen. Tussen 1979 en 1984 moest de Rijksoverheid, die toen nog garant stond, 450 miljoen gulden uitkeren. En daarbij moet je bedenken dat veel minder mensen toen een eigen huis hadden. Ondanks dat bleef het eigen huis in veel landen de norm.

zie ook: minfin.nl

Rondom 10 over de zeepbel in de huizenmarkt…

Schulden europa

Tagged with: , , , , ,

Ook in Denemarken dalen de huizenprijzen

Deense huizenmarktDenemarken verkeert in een officiële recessie. Dit blijkt uit statistische gegevens van de overheid. De Deense economie kromp in het eerste kwartaal van dit jaar met 0,6 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2007. De inflatie staat met 3,4 procent op het hoogste peil sinds 18 jaar, en de huizenprijzen zijn net als eind jaren 70 flink gekelderd. Dalingen van meer dan 15% in bijvoorbeeld Kopenhagen zijn heel gewoon geworden. Consumenten houden hun hand angstvallig op de knip. Dat is een drama voor een economie die net als in Nederland voor de helft draait op consumentenbestedingen.

Denemarken heeft nog wel de laagste werkloosheid van alle 27 EU-landen: 2,7 procent van de beroepsbevolking heeft geen werk – Nederland staat op plaats twee met 2,9 procent. Maar volgens economen in Kopenhagen zal de werkloosheid in de tweede helft van 2008 snel oplopen.

De vraag is welk Europees land het volgende slachtoffer is van de internationale kredietcrisis. Ierland staat hoog op de lijst genomineerden. De economie kromp er in het eerste kwartaal na jaren van enorme groei en de huizenmarkt staat op instorten. Het Ierse Economic and Social Research Institute voorspelt dan ook dat de Ierse economie snel zal omvallen. De Rabobank voorspelde enkele jaren geleden dat de Ierse groei het eurozone gemiddelde nog ruimschoots zou kunnen bijbenen… Ook Spanje en Engeland verkeren in de gevarenzone wegens risicovolle financiële structuren op de huizenmarkt.

Men blijft de neiging hebben om Nederland los te zetten van Europa omdat Nederland zo’n goed leenbeleid zou hebben. Echter staat Nederland volgens het IMF op de tweede plaats wanneer we kijken naar de totale hypotheekschuld als percentage van het bruto nationaal product. In Denemarkten zat dit percentage ten tijden van het IMF onderzoek op 101% en in Nederland was dit 98%. De kans dat in Nederland dezelfde problemen gaan optreden is vrij groot.

Tagged with: , , , ,

Toenemende schulden van huishoudens

De vermogenspositie van Nederlandse huishoudens is verbeterd dankzij stijgende huizen- en aandelenprijzen. Daar tegenover staat een verdere toename van de uitstaande schulden. Hoewel de hypothecaire kredietverlening recentelijk wat afzwakt, is de uitstaande hypotheekschuld inmiddels toegenomen tot bijna eur 500 miljard, in omvang vergelijkbaar met het bruto binnenlands product. De verhouding tussen de omvang van de gemiddelde hypotheeklening en het gemiddelde bruto inkomen (loan-to-income ratio) is voor alle uitstaande hypotheken toegenomen van iets minder dan 120% in 2000 naar ruim 170% in 2006 (grafiek 9).

loan to income in Nederland

Men kan in twee gevallen spreken van een tophypotheek:
1. het geleende bedrag is hoog in relatie tot het inkomen van de huizenkoper (‘Loan to Income Ratio’). Hierdoor kunnen klanten bij een stijgende rente eerder in de financiële problemen komen omdat zij een groot deel van hun inkomen aan rentelasten moeten besteden.

2. het geleende bedrag is hoog in relatie tot de waarde van het onderpand (‘Loan to Value Ratio’). Hierdoor kan bij een gedwongen verkoop een hogere restschuld ontstaan.

loan to value in Nederland

Door de toegenomen schuld worden huishoudens gemiddeld kwetsbaarder voor financiële schokken, zoals geïllustreerd in het mondiale-correctiescenario en in het huizenmarktscenario.

De recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten, maar ook die in Nederland van rond de eeuwwisseling, tonen dat afvlakkende groei van de huizenprijzen een negatief effect kan hebben op de particuliere consumptie.

Hiertegenover staat een verminderde rentegevoeligheid van Nederlandse huishoudens met een hypotheeklening, omdat sinds 2005 het aandeel van nieuwe hypotheken met een rentevaste periode van tien jaar en langer duidelijk is gegroeid ten koste van het aandeel variabele/kortlopende hypotheken (grafiek 10).

Renteperiode woninghypotheken

De gemiddelde loan-to-income ratio van nieuw afgesloten hypotheken ligt met circa 550% substantieel hoger dan het gemiddelde van de gehele hypotheekvoorraad.

Dit betreft een opmerkelijke toename ten opzichte van het toch al hoge gemiddelde voor nieuwe hypotheken aan het begin van deze eeuw (grafiek 9). Vanwege de gemiddeld hogere schuld zouden vooral nieuwe huiseigenaren (starters) geraakt kunnen worden door het mondiale-correctiescenario en het huizenmarktscenario. Voor de starters die zich relatief kort hebben gefinancierd zou een forse rentestijging
tot een substantiële verhoging van de maandelijkse woonlasten kunnen leiden, met mogelijk negatieve consequenties voor het bestedingspatroon. Daarnaast is de kans dat bij een gedwongen woningverkoop (bijvoorbeeld bij werkloosheid of echtscheiding) een restschuld overblijft het grootst bij starters.

Ter vermindering van de financiële kwetsbaarheid van huishoudens, met name starters, is de in werking treding van de aangescherpte Gedragscode Hypothecaire Financieringen per 1 januari 2007 een positieve ontwikkeling. Deze code is in de loop van 2006 aangescherpt in overleg tussen de Minister van Financiën en de hypothecaire
financiers, nadat onder meer dnb zorg had uitgesproken over het aanhoudend oplopen van de loan-to-income- en de loan-to-value-ratio’s in de hypothecaire kredietverlening. dnb bekijkt in samenwerking met andere betrokken instanties zorgvuldig of de Gedragscode door de hypotheekkrediet verstrekkende instellingen
in de praktijk wordt nageleefd.

hypotheekschud bbp ratio

De onderstaande tekst komt uit een verslag van een Scandinavische bank:
“In my opinion, the changes to the housing mortgage market in recent years will mean a continued increase in household debt for some time yet. But even though I have a competitive spirit, I do hope we won’t manage to topple Denmark and the Netherlands from the top of the debt league.”

Bron: De Nederlandse Bank 2007

zie ook De grote financiële risico’s van een te hoge hypotheek

De AFM constateert dat 25% van de adviezen niet goed zijn…

Tagged with: , , , ,

De huizenmarkt en de reële economie

Op de site van De Nederlandse Bank vond ik een interessant stuk over de Amerikaanse huizenmarkt:

“De gevolgen van huizenmarktcorrecties blijven niet beperkt tot de huizenmarkt, maar raken de reële economie. Tot nog toe heeft dit zich vooral gematerialiseerd in dalende woninginvesteringen. Als het bij dalende woninginvesteringen zou blijven, dan vielen de gevolgen voor de Amerikaanse economie nog mee. Maar de kans is groot dat de correctie op de huizenmarkt dit jaar een rem zal zetten op de consumptie. Dit komt op het moment dat ook de reële inkomensgroei afneemt en de werkgelegenheid daalt, waardoor de consumptie ook vanuit deze hoek minder steun krijgt. De aanhoudende problemen op de huizenmarkt kunnen de consumptie raken via stijgende woonlasten en vooral via het wegvallen van vermogenseffecten.

Stijgende woonlasten
De aanscherping van de kredietvoorwaarden leidt voor bestaande huiseigenaren tot hogere woonlasten, wanneer een rentevaste hypotheek afloopt of een variabele rentehypotheek is afgesloten. Hogere woonlasten verkleinen de bestedingsruimte, met mogelijk negatieve effecten voor de consumptie. Dit geldt vooral voor huishoudens met hoge woonlasten in verhouding tot hun inkomen. Voor het gemiddelde Amerikaanse huishouden geldt dat de woonlasten in het afgelopen decennium sterk zijn gestegen, tot bijna 14 procent van het beschikbare inkomen. Deze stijging weerspiegelt een forse toename van de hypotheekschuld.

Voor subprime huishoudens liggen de woonlasten soms boven de 40 procent van het beschikbare inkomen, zonder dat daar spaargelden tegenover staan.

Nu vooral de rente op hypotheken met een kortere looptijd wat is gedaald, is dit voor menig huishouden aanleiding de hypotheek over te sluiten. In het licht van de hoge schulden en het onzekere economische vooruitzicht is het alleen onzeker of deze impuls aan het vrij beschikbare inkomen wordt aangewend voor bestedingen. Ondanks de lagere hypo theekrente, ligt voor veel subprime huishoudens dit jaar een stijging van de woonlasten in het verschiet van 10 procent tot 25 procent door renteomzetting naar hogere tarieven. Omdat deze huishoudens doorgaans weinig reserves én een beperkte toegang tot krediet hebben, gaat deze woonlastenstijging eerder ten koste van de consumptie. Naar schatting kan de bbp-groei dit jaar hierdoor met 0,2 à 0,3 procentpunt lager uitvallen.”

bron: DNB

Hoe is de situatie in Nederland?

Rabobank betaalbaarheidindex

De betaalbaarheid van een gemiddelde koopwoning voor een gezin met een gemiddeld huishoudinkomen in Nederland wordt door de Rabobank gemeten aan de hand van de Rabobank-betaalbaarheidindex. Een indexwaarde van meer dan 100 wil zeggen dat de bruto maandlasten minder dan 30% van het bruto inkomen bedragen, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddeld gezinsinkomen en een gemiddeld geprijsde woning. Bij een waarde minder dan 100 is de woning zonder inzet van eigenvermogen slecht betaalbaar

Conclusie: het begint er steeds meer op te lijken dat Nederland ook behoorlijk subprime begint te worden!!! Ik denk dat gevolgen van dalende huizenprijzen voor de Nederlandse economie gigantisch zullen zijn.

Tagged with: , , , , , ,
Top