Bom onder starterslening

Het aantal gemeenten dat een Starterslening uitgeeft daalt in rap tempo. Bijna wekelijks raken budgetten in Nederland uitgeput en besluiten gemeenten niet opnieuw geld beschikbaar te stellen voor starters. Dat blijkt uit onderzoek naar de starterslening in Nederland dat is uitgevoerd in opdracht van StartEasy.nl.

Lees ook: Nijkerk speelt sub-prime bankje om dure nieuwbouwwoningen te slijten

ans op een starterslening. Sinds 1 juni 2011 stelt nog maar minder dan 35% van de Nederlandse gemeenten een dergelijke regeling ter beschikking. Maandelijks schrappen diverse gemeenten de regeling. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Startersleningen in Nederland’ uitgevoerd in opdracht van StartEasy.nl.

De starterslening is in 2007 in het leven geroepen door het toenmalige Ministerie van VROM. Het ministerie wilde destijds starters meer kansen geven op de woningmarkt. Nadat meer dan 9.000 starters gebruik hebben gemaakt van de succesvolle regeling, wordt de regeling vanwege uitgeput budget halverwege 2010 stopgezet.

Startersregeling verdwijnt
Diverse gemeenten in Nederland zetten de regeling zelfstandig voort, om starters te helpen bij het financieren van een woning. Onder andere vanwege bezuinigingen en het opraken van budgetten, stoppen steeds meer gemeenten met het verstrekken van een starterslening. Ondertussen geeft nog maar 34% een starterlening, terwijl dit vorig jaar nog 60% was.

Nederland kent op 1 januari 2011 in totaal 194 gemeenten met een starterslening. Begin juni is het aantal gemeenten waar starters aanspraak kunnen maken op een dergelijke lening afgenomen tot 143. Op het hoogtepunt van de regeling (mei 2010) konden starters in 250 gemeenten in Nederland gebruik maken van de starterslening.

Tevens blijkt uit het onderzoek van Starteasy.nl dat tientallen gemeenten binnen enkele maanden extra budget in de regeling moeten stoppen, omdat het gemeentelijke fonds uitgeput raakt. Het merendeel van de gemeenten heeft al aangegeven dit vanwege bezuinigingen niet te doen en automatisch te stoppen met de regeling.

Lees verder op StartEasy.nl

Tagged with:

Arnoud Boot: Europa moet de Nederlandse tophypotheken tijdbom aanpakken

In het kader van Room for Discussion, georganiseerd door studenten van de Economie faculteit van de Universiteit van Amsterdam en de Partij van de Arbeid, werd afgelopen maandag (06-06-2011) een discussie gehouden over de Griekse schuldencrisis. Deelnemers aan het debat waren Nout Wellink, president van De Nederlandse Bank, Willem Buiter, hoofdeconoom bij Citigroup, Arnoud Boot, professor Corporate Finance and Financial Markets aan de Universiteit van Amsterdam en Sweder van Wijnbergen, professor Macroeconomics aan de Universiteit van Amsterdam. Een zeer interessante discussie en kan nu hier worden teruggekeken.

De Griekse problematiek werd door de deelnemers verschillend ingeschat. Aan de ene kant van het spectrum staat Nout Wellink die, aangezien de economieën van Portugal, Ierland en Griekenland gecombineerd slechts zo’n 6% van Eurozone GDP vormen, van mening is dat dit in principe een oplosbaar probleem moet zijn. Het problematische is echter (volgens Wellink) dat Europa geen solidariteitsgemeenschap is. Vandaar dat geen geldtransfers naar probleemlanden kunnen gaan, maar dat dit moet gebeuren in de vorm van leningen, in de veronderstelling dat die in de toekomst worden terugbetaald. De herstructurering van de Griekse schulden is volgens Wellink niet noodzakelijk; Griekenland moet de tijd worden gegeven om de hervormingen door te voeren en gepraat over herstructurering frustreert dit proces.

Aan de andere kant van het spectrum staat Arnoud Boot, voorstander van herstructurering die gepaard moet gaan met grote fundamentele hervormingen. Niet alleen in Griekenland, maar ook in de Eurozone. Macro-economische onevenwichtigheden (zoals tekorten op de lopende rekening, grote kapitaalinstromen die assetbubbels tot gevolg hebben, etc.) moeten worden geadresseerd. Dit kan worden gedaan door vergaande Europese politieke en fiscale integratie (“fiscal power to Brussels”) of een Europees kader van regulatie die onevenwichtigheden tegen moet gaan. Dit zou bijvoorbeeld kunnen inhouden dat Europa meer inspraak krijgt op overheidsbeleid ten aanzien van de huizenmarkt (Europa zou overheden moeten kunnen dwingen zaken als hypotheekrenteaftrek etc. te beperken, of regulatie af te dwingen ten aanzien van tophypotheken; “Tophypotheken zijn een tikkende tijdbom”). Vergaande bevoegdheden voor Europa om in een vroeg stadium in te kunnen grijpen zouden de noodzaak voor fiscale integratie kunnen verminderen.

Het hele artikel kunt u lezen op money-for-nothing.nl

Tagged with: ,

Nout Wellink: vastgoed en koopwoningen zijn zwakke elementen in onze economie

commercieel vastgoed en de markt voor koopwoningen vormen ‘zwakke elementen in onze economie’. Dat zei scheidend president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink in een gesprek met televisieprogramma Buitenhof.

Tagged with: ,

’Maak huiseigenaren bewust van prijsrisico’

Huizenkopers moeten van het idee af dat het huis een kip is die alleen gouden eieren legt. Een financiële bijsluiter voor huizenkopers zou kunnen helpen, aldus een Utrechtse promovendus.

Martijn Dröes onderzocht in zijn proefschrift ‘House Price Uncertainty in the Dutch Owner-Occupied Housing Market’ het prijsrisico van het eigenwoningbezit in Nederland. Hij promoveerde op 30 mei aan de Universiteit Utrecht.

Risicovol
Nederland telt 7 miljoen huishoudens, waarvan er ongeveer 4 miljoen een koopwoning hebben. De recente daling van huizenprijzen maakt nog eens extra duidelijk hoe risicovol het bezitten van een huis kan zijn.

Financiële bijsluiter
Dröes: ‘Mensen moeten van het idee af dat het huis een kip is die alleen gouden eieren legt.’ Betere informatie over prijsrisico zou mensen beter bewust kunnen maken van het risico dat ze lopen. Dröes: ‘Je kunt bijvoorbeeld denken aan een wettelijk verplichte, financiële bijsluiter voor huizenkopers. Die zouden makelaars bij transacties standaard mee kunnen leveren om mensen te waarschuwen voor de financiële risico’s die zij lopen bij de aankoop van een huis. Zo wordt bij andere financiële producten, zoals beleggingen, al naar het risico verwezen dat men loopt middels een financiële bijsluiter. Dus waarom zou dit niet gelden bij de investering in een huis?’

bron: Het Verzekeringsblad

Tagged with:

Theodor Kockelkoren: “Hypotheek op de toekomst”

Het nieuwe aangescherpte toetskader voor hypotheken is nodig om grotere risico´s in de toekomst te voorkomen. Zowel grotere macro-economische risico’s als betalings- en restschuldrisico’s voor individuele huishoudens. Hiermee zijn de risico’s op de hypotheekmarkt niet verdwenen.

Dit is de boodschap in de speech die Theodor Kockelkoren hield tijdens het jaarlijkse congres van de Stichting Erkend Hypotheekadviseur (SEH) op 31 mei 2011.

Hieronder een deel van zijn toespraak:

Risico’s voor de Nederlandse economie
6. In veel westerse economieën fungeerde in de afgelopen decennia het huis als versneller voor economische groei. Hoe kon dat? Banken werden makkelijker in het verstrekken van hypotheken. Hierdoor konden huishoudens de prijsstijging van hun woning verzilveren. Dit geld consumeerden huishoudens, waardoor de economie harder kon groeien. Een vermogensversneller in feite.

7. Omgekeerd werkt dit proces helaas ook: Bij tegenwind dalen de huizenprijzen, de consumptie loopt extra terug, economie krimpt verder, banken worden nog strenger, wat de daling van de huizenprijzen verder stimuleert. De versneller werkt harder als consumenten eenvoudig toegang kunnen krijgen tot krediet. Als consumenten vooral hypotheken met variabele rente hebben werkt de versneller ook harder. In beide gevallen worden immers economische omstandigheden sneller doorvertaald naar geld in de hand van de consument.

8. In Nederland heeft bovengenoemde versneller de afgelopen twintig jaar hard gewerkt. De reële huisprijzen zijn sinds begin jaren negentig bijna verdubbeld. De nationale hypotheekschuld is verdrievoudigd en vergelijkbaar met de omvang van onze economie. Dat kon omdat banken steeds meer krediet zijn gaan verstrekken mede omdat ze de voorwaarden versoepeld hadden. Zo kunnen we sinds de jaren negentig op twee inkomens een hypotheek nemen. Mensen konden volop gebruik maken van de overwaarde in hun huis. Ook hebben steeds meer mensen een variabele rente genomen en zijn daarmee gevoeliger geworden voor de rentestand.

9. Dat Nederland optimaal heeft geprofiteerd is bijvoorbeeld af te lezen aan de verhouding tussen de omvang van de schuld en de aanschafwaarde van het huis. Deze lag ver onder de 100% begin jaren negentig, maar ligt inmiddels rond de 110%. We zijn dus nationaal flink “opgetopt”. De keerzijde is dat niet alleen huishoudens zelf, maar ook onze banken en onze economie gevoeliger zijn geworden voor negatieve ontwikkelingen op de huizenmarkt. Anders gezegd: we hebben een hypotheek op de toekomst genomen.

10. Is dit erg? Dat is lastig om nauwkeurig aan te geven. Verschillende onderzoeken van zowel de OECD als het IMF suggereren dat er lucht zit in de huizenprijs in Nederland. Of de prijsdalingen van de afgelopen paar jaar deze lucht eruit gehaald hebben is onzeker. Het IMF bijvoorbeeld rapporteerde in april 2008 een overwaardering van 30% van Nederlandse huizenprijzen. De IMF bleek gevoelig voor nogal wat forse reacties en rapporteerde in oktober 2008 een overwaardering van zo‟n 15%. De OECD becijferde de overwaardering in Nederland in december 2005 op zo‟n 20%.

Specifieke risico’s voor huishoudens: de beleggingshypotheek

22. Met name huishoudens die een hypotheek geheel of deels gekoppeld hebben aan een beleggingsverzekering kunnen een aanmerkelijk restschuldrisico lopen. De idee van deze zogenoemde beleggingshypotheken is dat de hypotheek aan het eind van de looptijd wordt afgelost door het opgebouwde vermogen via de beleggingen. Deze beleggingen zijn natuurlijk onzeker qua omvang. Het gevolg is dat er een aanzienlijke kans is dat een gezin de hypotheek niet geheel kan aflossen en met een restschuld blijft zitten. Een ruwe inschatting geeft aan dat er ruim 300 duizend van dergelijke hypotheken momenteel nog lopen.

23. In 2003 publiceerde de toen net opgerichte AFM een rapport over deze zogenoemde beleggingshypotheken en liet zien dat in typische gevallen de kans dat de hypotheek helemaal afgelost kan worden lager ligt dan 50%. De producten hadden een 10% kans dat klanten met een restschuld van omstreeks de helft van de hypotheek bleven zitten en er was een kans van 1 op 3 dat meer dan een kwart van de hypotheek niet afgelost kon worden. Deze berekeningen gingen uit van historisch langjarige gemiddelde rendementen. De afgelopen 10 jaar lagen de rendementen duidelijk lager. De kans op een aanzienlijke restschuld zal dus nog groter zijn.

Specifieke risico’s voor huishoudens: de ‘aflossingsvrije’ hypotheek

27. Een tweede belangrijke specifieke risico betreft de zogenoemde aflossingsvrije hypotheek. Bijna de helft van de hypotheken (bijna twee miljoen) is een aflossingsvrije hypotheek. Veel mensen houden zo hun maandlasten laag. De indruk is dat veel mensen geen maatregelen nemen om deze hypotheek af te lossen. Immers de term ´aflossingsvrij´ blijkt mensen in enige mate op het verkeerde been te zetten: Uit de consumentenmonitor van de AFM uit 2008 blijkt dat zo´n 40% van de mensen zich niet realiseert dat ze aan het eind van de looptijd een restschuld hebben.
Overigens zouden veel mensen beter vermogen kunnen opbouwen via een fiscaal vriendelijke spaarhypotheek dan zelf geld opzij leggen ter aflossing van hun aflossingsvrije hypotheek.

De volledige toespraak kunt u hier downloaden in PDF-formaat.

Tagged with: ,

Gemeenten leden in 2009 verlies op bouwgrond

De Nederlandse gemeenten hebben in 2009 een verlies van 414 miljoen euro op bouwgrond geleden. Ook bij de meeste andere beleidsterreinen was er sprake van tekorten. Dankzij de eenmalige opbrengst uit de verkoop van aandelen van Nuon en Essent werd 2009 toch positief afgesloten.

Lagere opbrengst uit verkopen grond

De bouwgrondexploitatie was jarenlang een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeenten. In 2009 werd de trend echter verstoord. Het gerealiseerde saldo van de lasten en baten op de bouwgrondexploitatie was negatief (-414 miljoen euro) en lag ruim 1 miljard euro lager dan in 2008. Dit kwam vooral doordat de opbrengsten uit verkopen van grond door de economische crisis flink lager uitvielen.

Door de tegenvallende opbrengsten stelden de gemeenten de verwachtingen naar beneden bij. In de begrotingen voor 2009 gingen de gemeenten er nog vanuit 543 miljoen euro aan de exploitatie van bouwgrond over te houden. Voor 2010 was dit 371 miljoen en voor 2011 zo’n 41 miljoen.

Baten en lasten bouwgrondexploitatie gemeenten

Tekorten vooral bij grote gemeenten

De gemeente Utrecht leed in 2009 met een negatief saldo van 62 miljoen euro het grootste verlies op bouwgrond, gevolgd door Den Haag (- 42 miljoen euro). Daarnaast waren ook in Arnhem, Breda en Rotterdam de verliezen groot.

Van de vier grote steden behaalde Amsterdam als enige een positief resultaat. Wel was het exploitatiesaldo er met 86 miljoen euro lager dan in 2008, toen de hoofdstad nog ruim een half miljard euro verdiende aan het bouwrijp maken, verkopen en verpachten van grond.

Saldo van baten en lasten bouwgrond

Lees verder op cbs.nl

Tagged with: ,

Stop betutteling van woningmarkt

Door: Peter van Rooy

De huidige kopersstaking op de huizenmarkt heeft naast financiële ook mentale oorzaken die wellicht zwaarder wegen dan de scherpere hypotheekeisen die Basel 3 banken oplegt.

Vanaf 1901 is onze woningmarkt verworden tot een woonsysteem. Overgereguleerd door inmiddels verstikkende overheden. Transparantie en een gezond spel tussen werkelijke vraag en aanbod zijn onmogelijk door overdrachtsbelasting, huurwaardeforfait, OZB, huurtoeslagen, koopsubsidies, hypotheekrenteaftrek, grondbedrijven en startersregelingen. Het rondpompen van geld houdt duizenden ambtenaren nodeloos van de straat, maakt onze woningen veel duurder dan in omringende landen en leidde tot suboptimale woonomstandigheden. Veelzeggend dat we nog steeds dromen bij woningen uit de jaren dertig, toen particulieren samen met architecten hun droom konden realiseren.

Lees verder op FD Selections

Tagged with:

Kees Oosterholt (VVD) saboteerde financiële Ombudsman

Kees Oosterholt Kifid VVDOmbudsman financiële dienstverlening Jan Wolter Wabeke is vorig jaar gefrustreerd opgestapt bij klachtenorgaan Kifid omdat hij werd tegengewerkt door het bestuur en de directie.

Lees verder op de site van Het Financieele Dagblad

Tagged with: ,

Record: 240.000+ woningen op Funda

Op Funda, de populairste woningmarktsite van Nederland, staan voor het eerst in de geschiedenis meer dan 240.000 huizen te koop. Zondag liep de teller op naar maar liefst 240.860 woningen.

Sinds half januari, ondanks dat het huidige kabinet VVD-CDA niets aan de hypotheekrenteaftrek wil doen en de Nederlandse economie weer aantrekt, stijgt de woningteller op Funda explosief. In vijf maanden tijd liep de teller in snel tempo op van 216.000 naar ruim 240.000 te koop staande woningen.

Het aantal is nu dubbel zo hoog als in 2007, ten tijde van het hoogtepunt van de vastgoedzeepbel, toen er nog slechts de helft van het aantal woningen te koop stond.

Fundateller grafiek

Record: 240.000+ woningen op Funda (Bron: Floris.nu)

bron: fok.nl

Tagged with:

Banken strenger voor hypotheken

Netto een derde van de banken geeft aan de acceptatiecriteria voor woninghypotheken te hebben verscherpt in het eerste kwartaal (grafiek 2). Ter toelichting op deze verscherping bij hypotheken antwoordt netto 60% van de banken meer risico’s te zien wat betreft de vooruitzichten op de woningmarkt.

De banken melden daarnaast hun voorwaarden voor de goedkeuring van hypothecaire leningen te hebben gewijzigd in de vorm van onder meer een lichte verhoging van de marges op risicovolle hypotheekleningen en iets zwaardere onderpandseisen in het eerste kwartaal. Verder vormden kredietvoorwaarden als Loan-to-Value ratio en de verhouding tussen inkomens en (woon)lasten van woningbezitters reden voor de banken om de teugels bij het verstrekken van nieuwe woninghypotheken wat aan te trekken.

acceptatiecriteria banken

Net als in de afgelopen drie jaar het geval was constateren de banken ook in de eerste drie maanden van dit jaar een afnemende vraag naar woninghypotheken. Netto een derde deel van de banken geeft dit aan. De meeste banken wijzen hierbij op de vooruitzichten op de woningmarkt en het consumentenvertrouwen.

Deze enquêtegegevens sluiten aan bij de sinds 2008 gehalveerde hypotheekgroei (maart 2011 3,3% ten opzichte van een jaar eerder), en vormen een weerspiegeling van de sterk afgekoelde huizenmarkt.

bron: De Nederlandsche Bank

Tagged with: , ,
Top