Hypotheekrenteaftrek in andere landen

Zweden

Zweden kende, net als Nederland tot voor kort, een onbeperkte hypotheekrenteaftrek. In 1985 kwam daar verandering in. De Zweden mochten hun hypotheekrente niet langer tegen het progressieve tarief van maximaal 80% aftrekken, maar nog slechts tegen een tarief van gemiddeld 50%. Dit werd in 1991 verder verlaagd naar een vast standaardtarief van 30%.

Deze maatregel viel samen met een periode waarin de Zweedse economie in een diepe crisis zat. Een periode waarin de consumptie sterk daalde en de werkgelegenheid instortte. Ook de woningmarkt kreeg rake klappen. Tussen 1991 en 1995 daalden de huizenprijzen met gemiddeld 26%, het aantal verkopen nam dramatisch af en de nieuwbouwproductie stokte.

Veel Zweedse eigenwoningbezitters konden hun maandelijkse woonlasten niet meer opbrengen en moesten de broekriem flink aanhalen. Of ze moesten noodgedwongen verkopen omdat hun huis dermate in waarde was gedaald, dat het niet meer voldoende waard was om als onderpand te dienen voor het hypotheekbedrag.

De regering probeerde met zoveel mogelijk fiscale ingrepen wanhopig de neergaande economie te redden en de hoge inflatie een halt toe te roepen. Dat bleek in eerste instantie slechts averechts te werken.

Na een paar broodmagere jaren trok de Zweedse woningmarkt weer aan. En omdat de economie ook verbeterde, krabbelden de eigenhuizenbezitters weer uit het dal. Zelfs méér dan dat: tegenwoordig liggen de huizenprijzen in Zweden soms wel 200% boven het niveau van 1991.

Engeland

Engeland startte in 1979 met de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Eerst werd het aftrekbare bedrag gemaximeerd. Zo werd vanaf 1983 renteaftrek slechts mogelijk over een schuld van maximaal 30.000 pond (destijds ruim 62.000 gulden ofwel ruim € 28.000,-). In 1990 koste een woning in Engeland gemiddeld 60.000 pond, waarvan de rente dus voor maximaal de helft aftrekbaar was.

Vijf jaar na het instellen van het plafond wordt het maximale tarief van de hypotheekrenteaftrek verlaagd van 60 naar 40%. In 1991 volgt een verlaging naar 25. Vervolgens werd de aftrek stap voor stap afgebouwd; in 2000 werd hij in zijn geheel afgeschaft.

De Engelse economie en woningmarkt ondervonden nauwelijks schade door het afschaffen van de aftrek. Dit kwam ook omdat eind jaren tachtig de economie in jubelstemming verkeerde. Het momentum was dus meer dan goed; het verlies aan renteaftrek werd tenietgedaan door de vanwege de goede economische omstandigheden sterk stijgende huizenprijzen.

Een ander doekje voor het bloeden was dat de hypotheekrente in die periode sterk daalde. Was de rente in 1990 nog 14,4%, in 2000 was deze meer dan gehalveerd en nog slechts 6,5%. Dat is voor de Britse huiseigenaar een enorm voordeel, omdat Britten gewend zijn hun hypotheek af te sluiten tegen een variabele rente. Zij voelden het voordeel van de lagere rente dus direct in hun portemonnee.

De conclusie: de ‘stapsgewijze’ aanpak van Engeland werkte beter dan het Zweedse grove geschut. Echter, de economische situatie hielp in Engeland enorm mee.

Denemarken

Ook in Denemarken viel de wijziging in de aftrek van de hypotheekrente samen met een recessie, met hoge inflatie en werkloosheid. De Deense regering hoopte met bezuinigingen en een belastingherziening het tij te keren. In 1987 verlaagte ze de renteaftrek van maximaal 70 naar 50%. Tegelijkertijd werden er strenge eisen gesteld aan de af te sluiten hypotheek; dat moest een ‘mixed loan’ zijn, een combinatie van een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek. Zo’n hypotheek moet binnen de looptijd in zijn geheel worden afgelost. Het gevolg: een extra verzwaring van de woonlasten.

De Deense regering besloot wel om tegelijkertijd de tarieven voor de inkomstenbelasting te verlagen.

Toch had de Deense woningmarkt, en vooral de Deense huizenbezitter, het er zwaar mee. In twee jaar tijd daalde het aantal huizenverkopen met een enorme 70%. Niemand verhuisde, iedereen wachtte tot de woningmarkt zich weer enigszins herstelde. Een geluk bij een ongeluk, want hierdoor daalden de huizenprijzen slechts weinig. Toch duurde het nog tot 1999 voordat de prijzen stegn tot boven het niveau van voor 1987. Pas toen halverwege de jaren negentig de rente daalde, begon de markt zich te herstellen. De Deense overheid greep de gelegenheid aan om de aftrek verder te beperken, tot 39 procent. Dit keer zonder problemen.

Noorwegen

In Noorwegen wist men zonder problemen in één keer de hypotheekrenteaftrek aanzienlijk te beperken. In 1992 kon de hypotheekrente nog maar voor 28% worden afgetrokken, tegen gemiddeld zo’n 40,5% in de jaren daarvoor. De Noren werden door hun overheid gecompenseerd middels het bevriezen van het eigenwoningforfait en het verlagen van de inkomstenbelasting. De hele operatie had geen negatieve gevolgen voor de woningmarkt. De koopkracht van de Noren verbeterde zelfs.

Dit succesverhaal kent wel een kanttekening. Door een hoge rentestand in de jaren vóór de wijziging, waren de huizenprijzen in vier jaar tijd met 37 procent gedaald. De Noren hadden de klap dus al gehad. Vijf jaar na de wijziging waren de huizenprijzen weer op het niveau van 1988.

Frankrijk

In Frankrijk speelt de eigen woning geen rol voor wat betreft de inkomstenbelasting. Er is dus geen hypotheekrenteaftrek, maar ook geen eigenwoningforfait.

Duitsland

Ook Duitsland kent geen hypotheekrenteaftrek. In plaats daarvan had Duitsland tot voor kort de ‘Eigenheimzulage’, ofwel de ‘eigenhuissubsidie’. Deze subsidie duurde 8 jaar en was bestemd mensen die voor de eerste keer een huis kochten. De regeling is per 1 januari 2006 vervallen, maar er geldt wel een overgangsregeling voor ‘bestaande gevallen’.

Duitsers kunnen nog wel van tevoren ‘sparen’ voor een voordelige lening, met het zogenaamde ‘Bausparen’. Dit werkt als volgt; mensen die een huis willen kopen, sparen eerst gedurende een aantal jaar een bedrag bij de ‘Bausparkasse’. Hier krijgen ze slechts een geringe rentevergoeding over uitgekeerd. Vervolgens kunnen ze – tegen een vaste lage rente – bij diezelfde Bausparkasse geld lenen voor de aankoop of bouw van een eigen woning.

Spanje

Spanje kent een beperkte hypotheekrenteaftrek. Spanjaarden mogen jaarlijks maximaal 20% van de door hen betaalde hypotheekrente en aflossing aftrekken van de inkomstenbelasting, tot een maximum bedrag van € 9.000,-. Daarnaast is er voor starters nog een extra fiscaal voordeel. Net als in Duitsland kunnen zij op een speciale spaarrekening sparen voor de aankoop van een huis. Het bedrag dat zij op die rekening storten is aftrekbaar voor de belasting, mits ze kunnen aantonen dat zij binnen vier jaar het geld besteden aan de aankoop van een huis. Bij verkoop van de woning heft de Spaanse fiscus overigens wel belasting over de waardevermeerdering van de woning.

Verenigde Staten

En dan, tot slot, de Verenigde Staten; daar is de hypotheekrente volledig aftrekbaar (tot 1 miljoen dollar). Het effect van deze aftrek echter een stuk kleiner dan bij ons, omdat de
belastingtarieven in de Verenigde Staten veel lager liggen.

bron:  Huisplan.com

Share Button