De Japanse Crisis

Economen hebben inflatie aanbevolen om de “Japanse ziekte” te helen, terwijl men waarschuwingen gaf m.b.t. de grote gevaren van deflatie.
Dit is de grootste onzin. Met uitzondering van oorlogen brengt een ongebreideld geld- en kredietbeleid van de centrale banken de wereld meer economische schade toe dan wat dan ook. Van Duitsland in de 20er jaren, China in de 40er jaren, verscheidene Latijns-Amerikaanse landen in de 80er jaren, tot Indonesië en Joegoslavië in de 90er jaren.

Het is precies vanwege dit beleid, dat Japan zich nu in het midden van een economische crisis bevindt. Omdat men de yen-geldhoeveelheid met 10,5% per jaar omhooggeschroefd heeft van 1986-1990 en de interbancaire rente van 6% tot 0,5% heeft verlaagd in 1991, heeft de Japanse Centrale Bank het land in feite een kunstmatige hoogconjunctuur gegeven. In plaats van deze kunstmatige hoogconjunctuur te laten corrigeren, hebben economen gevraagd om nog meer kredietexpansie, dus exact hetzelfde wat de problemen in eerste instantie hebben veroorzaakt. Het alternatief daarentegen – deflatie – werd gezien als zo’n groot gevaar dat zelfs voortgaande monetaire inflatie van de Japanse centrale bank als een geaccepteerde verdediging daartegen werd beoordeeld.

Er zijn 2 economische scholen die dit geloven.

Monetaristen vinden dat een onvoldoende elastische geldhoeveelheid bedrijfsactiviteiten vertragen. Economische groei vraagt om geld om dat te kunnen financieren, dus moet de geldhoeveelheid elk jaar worden uitgebreid ten aanzien van de gemiddelde groei. welke in principe geen gevolg zou moeten hebben voor het algemene prijsniveau. In een markteconomie, wat als monetaire standaard de goudstandaard heeft groeit in hun ogen de geldhoeveelheid niet snel genoeg en heeft dan deflatie als gevolg en omdat de kosten niet omlaag gaan, zou dit verliezen veroorzaken en de economische groei vertragen.

Het probleem met dit gezichtspunt is de fout om in te zien dat elke geldhoeveelheid voldoende is om de noodzakelijke commerciële transacties te kunnen uitvoeren in een markteconomie. Een grotere geldhoeveelheid betekent alleen dat alle commerciële transacties worden gemaakt in een omgeving met hogere prijzen voor goederen en productiefactoren. Wanneer de geldhoeveelheid lager is, dan gebeurt er hetzelfde maar dan in een omgeving met lagere prijzen voor dezelfde goederen en productiefactoren. In alle gevallen blijven de winsten hetzelfde.

Ondernemers verwachten lagere prijzen als de geldhoeveelheid “te langzaam” groeit, omgekeerd verwacht men hogere prijzen wanneer de geldhoeveelheid “te snel” groeit. In het laatste geval veroorzaakt de prijsinflatie geen excessieve winsten en in het eerste geval veroorzaakt prijsdeflatie geen onvoldoende winsten.

Bovendien leidt kapitaalaccumulatie tot economische groei. Wanneer het aanbod van kapitaalgoederen groeit dan gaan de prijzen daarvan omlaag en in het verlengde daarvan, zakken dan ook de productiekosten. Dus, lonen hoeven niet te zakken om winstgevendheid en werkgelegenheid in stand te houden. Dit punt wordt duidelijk gemaakt door de Amerikaanse economie van de jaren 80 in de 19e eeuw, toen zowel de prijzen van consumentengoederen als die van kapitaalgoederen omlaag gingen, omdat meer van beide werd geproduceerd. De lonen en winsten werden toen ook in stand gehouden. Een recenter voorbeeld is de ccomputerindustrie in de laatste twee decennia,

Wanneer prijsdeflatie gebeurt in een ongehinderde markteconomie betekent dit eenvoudig dat mensen daarvan de vruchten plukken, omdat hun geld in waarde stijgt (men kan meer producten aanschaffen voor hetzelfde geld).

Men kan het met Milton Friedman eens zijn als hij zegt dat een algemene prijsdeflatie onmogelijk is zolang centrale banken de geldhoeveelheid opschroeven. Maar als dit de monetaire oplossing was op de crisis, dan zou Japan niet meer lijden onder deze situatie, want de Japanse centrale bank heeft de hoeveelheid yen zo uitgebreid gedurende de 90er jaren, dat dit voldoende was om de prijzen praktisch op hetzelfde niveau te houden. Evenmin zou de kredietexpansie van de Federal Reserve (Amerikaanse centrale bank) in de jaren 20 de crisis van de 30er jaren hebben veroorzaakt, omdat de prijzen constant werden gehouden tijdens dezelfde 20er jaren.

John Maynard Keynes had een andere opinie over deflatie. Hij vond, dat de tekortkoming van de markteconomie voor onvoldoende elasticiteit van de geldhoeveelheid zorgde en daarbij de schaarste van kapitaalaccumulatie veroorzaakte. De centrale bank kon dit rectificeren d.m.v. kredietexpansie om de kapitaalaccumulatie te stimuleren. Dit was moeilijk onder de goudstandaard, want de handen waren daarbij gebonden en dit betekende dat de geldhoeveelheid niet “voldoende” kon worden uitgebreid. Daarom moest deze “barbaarse relikwie” (barbarous relic) worden uitgebannen, om zodoende alle beperkingen weg te nemen teneinde de kredietexpansie van centrale banken te kunnen faciliteren.

In tegenstelling tot wat Keynes beweerde, in plaats van kapitaalaccumulatie, zorgt kredietexpansie voor de creatie van een kunstmatige economische oplevings- en neergangsfase. Dit extra gecreëerd geld wordt gebruikt om bancaire waardepapieren aan te schaffen, welke hun kredietmassa verhoogt en de bankrente verlaagt. Ondernemers en consumenten lenen dit geld en geven het uit aan respectievelijk kapitaalprojecten en consumentengoederen. De prijzen van zowel de kapitaalgoederen als consumentenproducten stijgen, waardoor de productie meer winstgevend wordt en bewerkstelligt daarom een verschuiving van productieve factoren naar deze sectoren vanuit andere delen van de economie. Als dit voortvarend gebeurt, zoals dat door de Japanse centrale bank werd gedaan in de jaren 80, dan leidt deze kredietexpansie tot een zeepbel in vaste activa-prijzen (aandelen en onroerend goed).

De economische opleving eindigt wanneer de kredietexpansie van de centrale bank niet langer kunstmatige lagere rentestanden in stand kan houden.
Dit gebeurt normaliter wanneer de monetaire inflatie resulteert in een behoorlijk wijdverspreide prijsinflatie. Zodra mensen zich realiseren dat de koopkracht van het geld lager zal zijn in de toekomst, worden de rentestanden naar boven toe bijgesteld. Soms, zoals in Japan is gebeurd in 1989, beëindigt de centrale bank de monetaire inflatie. In elk geval zorgen deze hogere rentestanden voor de ineenstorting van de kapitaalwaarden van zowel aandelen als huizenprijzen.
Nadat de activa-prijzen in elkaar zijn gestort zorgt dit weer voor verliezen van producenten van kapitaalgoederen en consumentenproducten en moeten deze de productie noodgedwongen verminderen.

De werkelijke financiële correctie van de kunstmatige en onhoudbare inflatie van activaprijzen, veroorzaakt door de kredietexpansie van centrale banken gedurende een opleving, is een deflatie van diezelfde activaprijzen. Niet langer gehinderd door afwijkingen, tonen de prijzen nu de waninvesteringen en maakt het de overdracht en liquidatie van deze investeringen naar andere meer waardevolle sectoren weer winstgevend.
Conclusie: activaprijsdeflatie is de manier van de markteconomie om de functie te herstellen om effectief consumentenvoorkeuren tevreden te stellen.

Maar wat werkelijk Keynesianen beangstigt, is niet de deflatie van vaste activa maar de soortgenoot: kredietinkrimping.
Wanneer de centrale bank papiergeldinflatie veroorzaakt tijdens een economische
opleving dan breiden handelsbanken hun krediet en deposito uit. Bezittingen (activa) worden geherwaardeerd tegen de op topniveau geinflateerde prijzen om te dienen als onderpand t.o.v. deze leningen. Wanneer de activaprijzen ineenstorten en leners hun leningen niet meer terug kunnen betalen, wordt de nettowaarde van de banken zelf negatief. Deze banken trekken zich dan terug vanwege deze slechte leningen door hun kredietbeleid aan te passen (minder leningen). De klanten van deze banken realiseren zich dat de banken in moeilijkheden zitten en vragen daarom hun deposito terug, waardoor de situatie wordt verergerd d.m.v. de verkleining van de bankreserves en de banken verder onder financiële druk worden gezet.

Met de handelsbanken in moeilijkheden, zal elke reflatie (extra geld pompen in de economie) mislukken om voor verdere expansie te kunnen zorgen. Keynesianen zaten er compleet naast wanneer zij de onmacht van de Japanse centrale bank konden verhelpen door het herstarten van de kredietexpansie in de jaren 90. Maar het probleem is niet dat de rente laag is, want iedereen verwacht dat deze stijgt en daarom wordt contant geld vastgehouden. Handelsbanken weigeren om leningen aan te gaan, omdat zij nog steeds herstellen van de naweeën van de slechte leningen uit de jaren 80. Elke geldinjectie wordt als reserve daartegen vastgehouden.
Bedrijven weigeren om leningen af te sluiten, omdat zij nog steeds te lijden hebben van de hoge schulden, die zijn aangegaan in diezelfde 80er jaren, waarmee toen de productiecapaciteit was uitgebreid en de overcapaciteit die van deze waninvesteringen het gevolg is geweest.

Zelfs als het de Japanse centrale bank lukt om de geldhoeveelheid verder uit te breiden (reflatie) buiten het bankwezen om, d.m.v. schulden rechtstreeks op de markt aan te kopen, kan het toch niet de monetaire deflatie of kredietinkrimping tegenhouden. In plaats daarvan, begint de reflatie een aparte stroom van afwijkende prijzen en productie op gang te brengen. Neem als voorbeeld de yenhandel van 1995-1997, toen de Japanse handelsbanken de kredieten in Aziatische landen gingen uitbreiden, verergerde deze kredieten de waninvesteringen van hun economische oplevingen aanzienlijk. Zodra de financiële crises toesloegen in deze landen, resteerden bij Japanse bedrijven de overcapaciteit van hun Aziatische dochterondernemingen en zaten Japanse banken opgescheept met nog meer schulden.

Als eenmaal de waninvesteringen van de economische opleving zijn gemaakt moeten uiteindelijk de verliezen worden genomen door deze te liquideren.
Als de overheid niet intervenieert, zal deze liquidatie voorspoedig geschieden, zoals in de Amerikaanse recessie van begin 80er jaren. Maar als de overheid probeert de liquidatie te voorkomen d.m.v. reddingsoperaties, fiscale uitgaven, reflatie e.d. zoals Japan dat gedaan heeft in de 90er jaren en de VS in de 30er jaren, dan blijft de crisis bestaan. Als Japan de economie op lange termijn verwacht te herstellen, dan moet het per direct zijn monetaire inflatie en kredietexpansiebeleid afschaffen, al dan niet gerechtvaardigd op Keynesiaanse of monetaristische gronden.

Jeffrey Herbener is een Amerikaanse econoom van Grove City College in Pennsylvania en een prominent lid van de Oostenrijkse School voor Economie.

bron: Libertarian.nl

Tagged with:

Wat koop je in het buitenland voor 260000 Euro?

Huis in zweden - vraagprijs 256000 Euro

Huis in Zweden – vraagprijs 256000 Euro

Huis in Duitsland - vraagprijs 245000 Euro

Huis in Duitsland (Northrein Westfalen)- vraagprijs 245000 Euro

Huis in Nederland - vraagprijs 260000 Euro

Huis in Nederland (Amersfoort) – vraagprijs 260000 Euro

Verbouwplannen lijden niet onder kredietcrisis

De animo om te verbouwen neemt onder woningbezitters en huurders nauwelijks af ondanks de kredietcrisis en het wantrouwen op de woningmarkt. Dat blijkt uit de Verbouwindex van onderzoeksinstituut Bouwkennis.

Sinds oktober peilt Bouwkennis de bereidheid onder Nederlanders om te verbouwen. In oktober was tien procent van plan binnen een jaar een grote verbouwing uit te (laten) voeren. In februari was dat negen procent. Dat het aantal mensen met bouwplannen stabiel blijft, heeft volgens Bouwkennis te maken met de daling van het aantal woningverkopen. ‘Als mensen niet verhuizen, gaan zij verbouwen”, legt een woordvoerder uit.

Huurders verbouwen beduidend minder dan kopers, zij moeten voor een grote aanpassing altijd toestemming vragen aan de verhuurder. Dat de wens om te verbouwen gelijk blijft, betekent niet dat het aantal verbouwingen daadwerkelijk gelijk blijft. ‘De meeste grote verbouwingen moeten worden gefinancierd. We weten allemaal dat de banken minder gemakkelijk krediet verlenen, dus het kan best zijn dat veel mensen terugkomen van hun bouwplannen als zij bij de bank zijn geweest”, aldus de woordvoerder.

bron: de Stentor

Tagged with: ,

Royce Tostrams: “Maak geen schulden”

Beleggers kunnen hun geld het beste cash aanhouden. Geld op de spaarbank dus, of desnoods in staatsleningen, aldus technisch analist Tostrams. Daar krijg je weliswaar geen hoog rendement, aldus Tostrams, maar het is beter dan een negatief rendement.

zie ook: Elmer Hogervorst & Rick Versteeg: “Nederlandse huizenmarkt gaat rake klappen krijgen”

Tagged with: , , , ,

VVD: goedkope woningen tasten karakter Zeewolde aan

Eduard PlateIn antwoord op vragen van de VVD heeft B&W Zeewolde aangegeven tijdelijk meer nadruk te willen leggen op de bouw van goedkope woningen. Oorzaak is de recessie, die leidt tot minder vraag naar woningen. De VVD is het hier niet mee eens en vreest dat het karakter van Zeewolde hierdoor wordt aangetast.

VVD woordvoerder Eduard Plate: “Het is prima om extra woningen voor starters te bouwen. Maar het is een gemiste kans als we vooral voor aantallen gaan en minder naar kwaliteit kijken. Je wilt toch ook dat starters in Zeewolde blijven wonen.”

Zeewolde heeft een beleid dat als leidraad heeft 1/3 betaalbaar, 1/3 middenklasse en 1/3 duur. Over een nieuwe woonvisie wordt binnenkort gesproken in de raad.

Plate: “Zeewolde ligt schitterend midden in het land aan de Randmeren. Een gebied dat zich bij uitstek leent voor aantrekkelijk wonen en aantrekkelijk werken. Nabij de Randstad, maar ook nabij de Veluwse bossen en oude stadjes. Dat geeft veel meer mogelijkheden dan vluchten in goedkope woningen zoals het college nu doet. We moeten echt voor kwaliteit blijven gaan.”

De VVD kiest daarbij voor meer diversiteit en voor meer welstandsvrij bouwen.

“We zullen meer moeten inspelen op de vraag, en die wordt individueler. Mensen zoeken een speciale plek om te wonen. Als de woningvraag dan weer aantrekt, en er zijn voorzichtige signalen, sta je als Zeewolde veel sterker als je juist nu daar op inspeelt.””

Bron: VVD Zeewolde

Tagged with: ,

Oost-Groningen vraagt geld voor vlottrekken woningmarkt

De negen gemeenten in Oost-Groningen willen dat Den Haag minimaal 200 miljoen euro beschikbaar stelt voor het vlottrekken van de woningmarkt.

In het gebied kunnen meer dan duizend mensen hun huis, dat een waarde heeft van ongeveer een ton, aan de straatstenen niet kwijt. Daardoor is er geen doorstroming en komen nieuwbouwprojecten stil te liggen.

De gemeenten willen, met steun van het Rijk, de woningen zelf kopen en de woningmarkt zo weer vlottrekken.

mp3 Burgemeester Schollema van de gemeente Pekela…

bron: RTV Noord

Tagged with: ,

Duizenden woningen in kantoren

Enkele duizenden wooneenheden zijn te maken in uitgerangeerde kantoorgebouwen. Gedeputeerde Wouter de Jong ziet daarvoor serieuze kansen in oudere wijken van Utrechtse gemeenten.

Het ‘aanjaagteam woningbouw’, dat onder zijn verantwoordelijkheid valt, ondersteunt gemeenten zodra ze bouwprojecten niet van de grond krijgen. Onder meer probeert het in kantoren die leeg (komen te) staan, wooneenheden te maken. ,,In onze provincie is een overschot aan kantoren, en dat groeit dit jaar nog. Maar ook zijn er te weinig woningen. Als je dan de kantoorplannen ziet voor Leidsche Rijn en het stationsgebied in Utrecht, zeg ik: daar moeten we dus wat mee.’’

Van het ombouwen van oudere kantoren kunnen starters op de woningmarkt, jongeren én studenten profiteren, zegt De Jong. Onder die groepen bestaat een groot tekort aan woonruimte: ,,In de stad Utrecht en zijn randgemeenten bijvoorbeeld staan 15.000 studenten en jongeren op wachtlijsten. Over starters heb ik geen precieze cijfers, maar ik weet zeker dat als je voor hen 20.000 woningen bouwt, er nog een tekort is.’’

Oudere kantoren zijn vaak prima geschikt om er kleinere wooneenheden in te maken, zegt De Jong. Bij het vroegere Rabobank-kantoor in Houten-centrum gebeurt dat momenteel. Het oude belastingkantoor aan de Utrechtse Gerbrandystraat is, zoals De Jong het noemt, ‘volop in bewerking’.

Over het voormalige Postgirogebouw in Leusden is hij in gesprek met die gemeente: ,,Een vrij zware kantoorkolos, maar gelegen in een mooi park, nabij een woonbuurt.’’

Verder heeft hij diverse kantoorgebouwen in Nieuwegein op het oog: ,,Die gemeente doet graag aan jongerenhuisvesting. Het overleg over het ombouwen van kantoren begint te lopen.’’

Bovendien ziet De Jong mogelijkheden voor de kantorenstrook tussen Rijnsweerd en De Uithof in Utrecht: ,,Het oude lesgebouw van de lerarenopleiding daar bijvoorbeeld staat leeg. Vlak langs de snelweg, en misschien wat lastig bereikbaar, maar dat zijn voor de hand liggende bezwaren. Met wat creativiteit is altijd een oplossing te vinden. Je moet je kennis en expertise gebruiken om projecten aan te pakken. Typisch aanjaagwerk, dus.’’

bron: AD.nl

Tagged with:

Hoogleraar Arnoud Boot geeft zijn visie op de huizenmarkt

In het maandagavonddebat was een discussie met onder andere de historicus Eric Mecking, schrijver van het recent verschenen boek ‘Deflatie in aantocht“, hoogleraar financiële markten Arnoud Boot en technisch analist Royce Tostrams. Hoogleraar Arnoud Boot deed een aantal opvallende uitspraken.

Protectionisme zal er voor zorgen dat de huizenmarkt instort. Dhr. Boot vergelijkt het met een bankrun.

Arnout Boot: de huizenprijzen moeten omlaag

Arnout Boot: geen deflatie; vertrouw op de geldpers

Persoonlijk vind ik het geldpers verhaal ook een lachtertje. Albert Spits schreef hierover in 2003:

Als men de rente blijft verlagen zoals in Amerika en Japan is gebeurd, dan voorspel ik een enorme mondiale liquiditeitscrisis, waardoor de economische ellende niet meer te overzien is en de wereld in een grote crisis a la jaren 30 zal worden gedompeld. Ook moet men ophouden liquiditeit te blijven pompen in het financiële systeem – de onophoudelijke geldstroom vanuit de centrale bank richting bancaire sector – want dit zorgt enerzijds voor een verlenging en uitrekking van de crisissituatie en staat de broodnodige sanering van het financiële systeem in de weg en anderzijds is dit een nutteloze bezigheid, want de bereidheid om geld te lenen is tot nul gereduceerd zoals de Japanse ervaring ons sinds 1989 leert. Het is als het ware het toedienen van een bloedtransfusie op een lijk.

Of je het nu “een bloedtransfusie op een lijk”, “trekken aan een dood paard” of “duwen aan een touw” noemt maakt niet uit. De Oostenrijkse School heeft er al jaren geleden voor gewaarschuwd dat dit niet gaat werken. Verder is het natuurlijk ook zo dat de graaiers – onze elite – belang bij deflatie hebben.

Tagged with: , , ,

Tijdelijk verhuren van koophuis kent valkuilen

Even je woning verhuren omdat de verkoop maar niet wil lukken, heeft aanzienlijke risico’s.

bron: FD.nl

Tagged with: ,

Niets geleerd van Scandinavische crisis

Noorwegen Zweden FinlandNoorwegen, Zweden en Finland kregen begin jaren negentig elk te maken met een bankencrisis. De financiële instellingen waren in tijden van economische voorspoed te gul geweest met leningen. Toen het tij keerde hadden ze geen geld meer. De drie overheden grepen in, maar de Scandinavische lessen werden vergeten.

,,De financiële wereld is bijziend en ontkent problemen. De werknemers denken dat ze ontzettend intelligent zijn en risico’s prima kunnen managen. Maar ze vervallen altijd weer in hun oude gedragspatronen.”

Jaakko Kiander werkt bij het Arbeidsinstituut voor economisch onderzoek in de Helsinki. Hij bekijkt de mondiale financiële crisis met gemengde gevoelens. Finland kende in 1991-1993 een bancaire crisis die de staat dwong banken over te nemen. Het kostte de Finse belastingbetaler miljarden. Duizenden ondernemingen gingen over de kop.

Niemand zag de Finse crisis aankomen. De economie draaide goed.Toen begin 1991 de economische groei inzakte, de handel met de uiteenvallende Sovjet-Unie stopte en West-Europa in een recessie belandde, reageerden politici en bankiers pas laat. Ze beperkten hun leningen met een kwart. De prijs van onroerend goed daalde daarop met vijftig procent. Banken leden steeds grotere verliezen. Toen de economie ook kromp, de aandelenkoersen met 66 procent daalden en honderden bedrijven over de kop gingen, hadden de Finse banken geen geld meer.

De Finse overheid pompte miljarden in het bankwezen en nam de Skopbank (de grootste spaarbank) over. De crisis in Finland werd voorafgegaan door die in Noorwegen en gevolgd door die Zweden. In Noorwegen waren ongebreidelde economische groei en versoepeling van regels voor de banken, de basis voor een ruimhartig leenbeleid van de financiële instellingen. Een scherpe daling van de olieprijs deed Noorwegen in een recessie belanden. De banken kregen te maken met grote verliezen op hun leningen. In eerste instantie vingen zij die zelf op. Begin 1991 zette de overheid een garantiefonds op. Het bleek niet genoeg. Aan het eind van het jaar hadden de drie grootste banken van het land geen geld meer.

De excessen in Scandinavië waren gelijk aan de problemen nu. Alleen zijn de gekozen oplossingen anders. In ruil voor kapitaalinjecties en garanties van overheden, hebben aandeelhouders van banken de rekening niet gepresenteerd gekregen. Slechte leningen zijn niet apart gezet. In Noorwegen en Zweden heeft de staat het belastinggeld dat in de banksector werd gestoken met winst teruggekregen. In Finland betaalde de belastingbetaler de rekening. In de drie landen liep het reddingsproces jaren. In het geval-Zweden is het nog steeds niet afgerond. Falend toezicht werd in heel Scandinavië gerepareerd.

bron: Nederlands Dagblad

Tagged with: , , ,
Top