Onderzoek erfpacht bij woningbouw

De gemeente Doetinchem gaat onderzoeken of erfpacht een middel kan zijn bij woningbouw in Doetinchem. GroenLinks deed het voorstel dat de gemeenteraad in grote meerderheid heeft overgenomen.

Bij erfpacht blijft de gemeente of andere grondbezitter eigenaar van de bouwgrond. De huizenkoper hoeft alleen te betalen voor de woning die hij of zij bouwt. Daarnaast betaalt de huizenbezitter jaarlijks een pacht voor de grond waar zijn of haar huis op staat.

Volgens GroenLinks is erfpacht een stimulans voor met name starters om een huis te kopen. Omdat het een stimulans is zullen meer mensen gebruik maken van de regeling. Dat betekent dat er meer gebouwd kan worden en zo zullen meer bouwvakkers aan het werk blijven of geholpen worden, is de gedachte van GroenLinks.

Het college zal voor het eind van het jaar zijn bevindingen over erfpacht aan het papier toevertrouwen. Dan zal het college ook onderzocht hebben welke erfpachtconstructie voor zowel de gemeente als de erfpachter het beste is.

bron:  Gelderlander

Tagged with: ,

Nout Wellink verwacht dat de hypotheekrenteaftrek gewijzigd gaat worden

Nederland kruipt op dit moment weliswaar uit de economische recessie, maar er zijn nog tegenslagen te verwachten. Voorzitter van De Nederlandse Bank, Nout Wellink zei dit in Buitenhof. Hij waarschuwde dat de werkloosheid tot 2011 nog zal toenemen. En de pijn van het fors toegenomen begrotingstekort zal de Nederlandse bevolking in de toekomst zeker gaan voelen omdat er op een aantal terreinen bezuinigd moet gaan worden. Hij noemde volkshuisvesting expliciet.

In 2006 zij Wellink al dat de hypotheekrente-aftrek de markt verstoort. Aan het oorspronkelijke doel van de regeling, het stimuleren van het eigen huizenbezit, draagt de regeling al lang niet meer bij, stelt Wellink. “Waar het op neerkomt, is dat mensen die een huis bezitten aan elkaar de bonus van de hypotheekrenteaftrek doorschuiven. Voor hen is er geen probleem. Maar starters op de woningmarkt komen hier niet meer tussen, of zij moeten zich diep in de schulden steken om die bonus te betalen.”

Nout Wellink in Buitenhof

bron: Buitenhof, nu.nl

Tagged with: ,

Arbeidsmarktgevolgen crisis worden schromelijk onderschat

De gevolgen van de crisis lijken mee te vallen. Maar dat is slechts schijn, aldus de Amsterdamse econoom De Beer. Een toekomst waarin de werkloosheid structureel zal oplopen ligt meer voor de hand. Onorthodoxe maatregelen zijn nodig, zoals een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting, een ‘eenmalig pardon’ voor oudere werknemers om vervroegd uit te treden en een reële loondaling.

Crisis lijkt mee te vallen
Iedere maand brengen de laatste werkloosheidscijfers van het CBS een zucht van verlichting teweeg. We mogen dan de diepste economische recessie sinds mensenheugenis doormaken, tot nu toe valt daar eigenlijk weinig van te merken. Het beleid om de gevolgen van de crisis te verzachten lijkt daarmee opmerkelijk succesvol. Zo zitten er zo’n 30.000 werknemers in de deeltijd-WW, die anders wellicht ontslagen zouden zijn. Het feit dat de overheid niet plotseling op de bezuinigingsrem heeft getrapt, maar het begrotingstekort fors laat oplopen, scheelt ook duizenden banen. Verder hebben veel schoolverlaters besloten om nog een tijdje door te leren in plaats van zich bij het loket van het UWV Werkbedrijf te melden. Daarnaast blijft veel werkloosheid verborgen, doordat zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) die hun opdrachten zien teruglopen, zich niet onmiddellijk als werkloze melden – ze hebben immers toch geen recht op een werkloosheidsuitkering – maar simpelweg een terugval in hun inkomsten accepteren. Dat geldt mogelijk ook voor veel flexwerkers die vanwege hun korte en onregelmatige arbeidsverleden geen aanspraak maken op een WW-uitkering.

Niet meer dan een dip?
De meevallende werkloosheidscijfers hebben bij velen de indruk doen postvatten dat deze crisis toch niet veel anders is dan een gewone dip, zoals we die elk decennium wel een keer meemaken. Er is momenteel weinig te merken van een gevoel van urgentie. Tekenend daarvoor was dat de regering en de sociale partners het afgelopen half jaar méér oog hadden voor de mogelijkheden van mensen met een zwaar beroep om in 2026 tot 67 jaar door te werken dan voor de huidige arbeidsmarktproblematiek.

Ten onrechte. De werkloosheid zal het komende jaar sterk oplopen. Ga maar na. De economie krimpt dit jaar met bijna vijf procent, terwijl de werkgelegenheid nauwelijks daalt. Veel bedrijven draaien met hetzelfde personeelsbestand dus een aanzienlijk lagere omzet en teren fors in op hun reserves. Dat kun je misschien een jaartje volhouden, maar geen twee jaar. Als de economie komend jaar niet fors aantrekt, zullen veel bedrijven zich alsnog gedwongen zien massaal personeel te ontslaan. Te meer doordat in veel bedrijven de deeltijd-WW afloopt en de buffer van zzp’ers en flexwerkers inmiddels is verdwenen. Er zit dan niets anders op dan in het vaste personeel te snijden. Ook als de economie volgend jaar stabiel is of licht groeit, moeten we er serieus rekening mee houden dat honderdduizenden mensen hun baan zullen verliezen. De werkloosheid zal dan omhoog schieten naar acht procent of meer van de beroepsbevolking.

Maar, zo valt regelmatig te beluisteren, die werkloosheid zal van korte duur zijn. Door de vergrijzing en de krimp van de beroepsbevolking ontstaan er over een paar jaar juist tekorten aan arbeidskrachten. Als de economie aantrekt, zal de werkloosheid snel dalen en hebben we iedereen weer hard nodig. Reden te meer om iedereen die nu even aan de zijlijn staat, startklaar te houden om weer direct te kunnen invallen zodra de werkgelegenheid zich herstelt. Om twee redenen is deze verwachting veel te optimistisch.

Gevolgen crisis domineren gevolgen vergrijzing
In de eerste plaats valt het effect van de vergrijzing in het niet bij dat van de crisis. De beroepsbevolking zal de komende tien jaar met hooguit 20.000 personen per jaar krimpen. Het verlies aan banen als gevolg van de crisis bedraagt echter minimaal het tienvoudige hiervan. We hebben dus tien jaar krimp van de beroepsbevolking nodig om de gevolgen van de crisis te compenseren. Een fors economisch herstel kan deze periode weliswaar verkorten, maar uitgaande van het patroon van eerdere recessies zal het zeker een jaar of zes, zeven duren voor de werkloosheid weer naar het lage niveau van 2008 is teruggekeerd. We kunnen ons dus beter maar voorbereiden op een langdurige periode van hoge werkloosheid.

Arbeidsvraag past zich aan
In de tweede plaats is het ook op langere termijn zeer de vraag of we te maken zullen krijgen met structurele krapte op de arbeidsmarkt. Deze verwachting was vorig jaar voor de commissie-Bakker reden om te pleiten voor een forse verhoging van de arbeidsparticipatie om toekomstige tekorten aan arbeidskrachten te voorkomen. Een boodschap die veel beleidsmakers en politici met grote regelmaat herhalen. Zij gaan er echter ten onrechte van uit dat de vraag naar arbeid (het aantal banen) en het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Als dat waar zou zijn, zouden landen of regio’s met een krimpende beroepsbevolking een lagere werkloosheid hebben dan landen of regio’s met een groeiende beroepsbevolking. Dat blijkt echter niet het geval te zijn. Integendeel, er is eerder sprake van het omgekeerde. Daarvoor zijn twee verklaringen: een krimpende (beroeps)bevolking gaat doorgaans samen met een afname van de vraag naar goederen en diensten, simpelweg doordat er minder consumenten zijn. Bovendien trekken bedrijven naar die gebieden waar het meeste geschikte arbeidsaanbod is. De banen volgen dus de mensen. Er is daarom geen reden om te verwachten dat er na de crisis een periode van structurele krapte op de arbeidsmarkt zal volgen. En evenmin een periode waarin de werkloosheid tot het verleden zal behoren. Integendeel, het probleem van hardnekkige werkloosheid, dat zo typerend was voor de jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig, is weer helemaal terug en zal ons voorlopig ook niet meer verlaten.

Geen besef van urgentie
In dit licht bezien is het gebrek aan besef van urgentie bij de overheid en de sociale partners zorgelijk. Zij lijken op het konijn dat als aan de grond genageld in de koplampen van een aansnellende auto kijkt. Het ware te wensen dat zij hun meningsverschil over de AOW even vergeten om de koppen bij elkaar te steken en te bezien hoe een scherpe toename van de werkloosheid valt te voorkomen. Daarvoor zijn waarschijnlijk onorthodoxe maatregelen nodig, zoals een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting, een ‘eenmalig pardon’ voor oudere werknemers om vervroegd uit te treden en een reële loondaling. De uitkeringsinstanties – het UWV en de gemeentelijke sociale diensten – zullen scherpe prioriteiten moeten stellen omdat zij niet al hun cliënten een reëel perspectief op werk kunnen bieden. Anders dan Divosa, de vereniging van sociale diensten, in haar op 12 november gepubliceerde monitor bepleit, is het niet zinvol re-integratieactiviteiten in een periode van crisis te richten op de meest kwetsbare groepen, die ook in economisch gunstiger tijden al weinig kans maakten. Aan hen valt op dit moment weinig anders te bieden dan sociale bescherming – inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, vrijwilligerswerk. Het zal al moeilijk genoeg zijn om te voorkomen dat degenen die nu hun baan verliezen langdurig aan de kant
blijven staan.

In de jaren tachtig duurde het lang voordat de ernst van de crisis tot politici en sociale partners doordrong. Daardoor kwamen veel maatregelen te laat. We zullen een kwart eeuw later die fout toch niet herhalen?

* Dit is een verkorte versie van de lezing die de auteur op 12 november heeft gehouden voor het VNG-Divosa-congres ‘Meer dan ooit! Kansen verbinden’.

bron:   MeJudice

Tagged with: ,

Ruimere regeling voor starters in Assen

Schuldenmachine in AssenAls het aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen ligt wordt de starterslening met ingang van 1 januari 2010 verruimd door de maximale koopsom en het te lenen bedrag te verhogen. Bovendien kunnen ook mensen die nog niet in Assen wonen aanspraak maken op een starterslening als ze naar Assen willen verhuizen. Door zo meer mensen de kans te bieden een huis te kopen wil de gemeente de woningbouw in de stad stimuleren.

Mensen die voor het eerst een huis willen kopen en de financiering niet helemaal rond krijgen, kunnen via de gemeente Assen een starterslening aanvragen. Dit is een tweede hypothecaire lening die het verschil overbrugt tussen het maxiumumbedrag van de Nationale Hypotheek Garantie en de hypotheek.

De starterslening heeft een rentevaste periode van vijftien jaar en de looptijd is maximaal dertig jaar. In de eerste drie jaar hoeven starters geen rente en aflossing te betalen. Als het inkomen hierna onvoldoende is, kan de gemeente de termijn weer met drie jaar verlengen. Dit herhaalt zich driejaarlijks totdat de koper voldoende geld heeft om te kunnen betalen.

De starterslening is in 2007 ingevoerd en bedoeld voor mensen die voor het eerst een woning kopen. Tot nu toe hebben 11 mensen hiervan gebruik gemaakt. Zij hebben in totaal voor een bedrag van bijna 300.000 euro aan leningen gekregen.

Het voorstel is om de starterslening breder in te zetten. Voor koopsom en bijkomende kosten kunnen starters 200.000 euro lenen. Ook het maximumbedrag van de starterslening is met 40.000 een kwart hoger. Daarnaast geldt dat per 1 januari kopers ook de kosten voor woningverbetering van bestaande woningen en meerwerk in nieuwe woningen met de starterslening kunnen betalen. Tot slot kunnen ook mensen die zich van buiten Assen in de stad willen vestigen gebruik maken van de regeling.

bron: Drenthejournaal.nl

Tagged with: , ,

Miljoenen voor sloop in Noordoost-Groningen

Sloop van woningen in Deftzijl

Minister Eberhard van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie trekt 31 miljoen euro uit om onder meer de krimp van Noordoost-Groningen op te vangen.

Dat maakte hij zaterdag bekend op een bijeenkomst in Winschoten. De miljoenen zijn bedoeld om huizen op te kopen en vervolgens te slopen. Dat moet de woningmarkt weer vlot trekken.

In Noordoost-Groningen wonen steeds minder mensen. Veel mensen die hun huis te koop zetten, raken dit aan de straatstenen niet kwijt. Door de huizen op te kopen hoopt de minister twee vliegen in een klap te slaan: de eigenaar is van het huis af en leegstand en verloedering wordt voorkomen.

bron: RTV Noord

Tagged with:

Gemeente Bouwfonds garanderen 95% opbrengstwaarde eigen huis

Vanwege de druk op de woningmarkt komen Provincie Noord-Brabant en Bouwfonds Ontwikkeling met een uitzonderlijke stimulans. Bij aankoop van een nieuwbouwwoning van Bouwfonds in Noord-Brabant ontvangt de koper gegarandeerd een opbrengst van 95% van de taxatiewaarde van zijn huidige woning.

Het doel van de aktie is duidelijk: de nieuwbouwwoningmarkt weer in beweging krijgen. De Provincie garandeert met de recentelijk geïntroduceerde Brabantse Verkoopgarantie de bestaande woning in te kopen voor 90% van de taxatiewaarde. Geïnteresseerden kunnen zich hiervoor tot 28 februari 2010 aanmelden.

Noord-Brabant is hiermee de eerste provincie in Nederland die een dergelijke stimulans voor de woningmarkt heeft ontwikkeld. De verwachtingen zijn hooggespannen.

Bouwfonds heeft een belangrijke rol gespeeld bij het initiatief van de Brabantse Verkoopgarantie. De ontwikkelaar is namelijk van mening dat deze garantie een zeer zinvolle stap is om de ontstane problemen op de woningmarkt aan te pakken.

De 95% Garantieregeling is van toepassing op alle projecten en woningtypes van Bouwfonds Ontwikkeling in Noord-Brabant, die momenteel in verkoop zijn. Het gaat om appartementen, grondgebonden woningen en vrije kavels in Bergen op Zoom, Boxtel, Cuijck, Den Bosch, Erp, Etten-Leur, Geertruidenberg, Goirle, Halsteren, Nuenen, Oss, Roosendaal, Teteringen en Vught.

bron: Blik op Nieuws.nl

3,5 miljoen huishoudens lopen financiële risico’s

Lenen en consumeren

Een kwart van de Nederlanders spaart nooit en nog eens een kwart spaart alleen als er geld overblijft. De helft van de Nederlanders heeft onvoldoende geld achter de hand om tegenvallers te kunnen opvangen.

zie ook:  Hoe is de Nederlandse consumptie-economie onstaan?

Daarnaast maakt vier van de vijf Nederlanders geen overzicht van de toekomstige uitgaven en houdt een kwart van de Nederlanders nooit bij waar het geld blijft. Nog eens een kwart van de Nederlanders staat iedere maand rood en meer dan een derde heeft een (niet-hypothecaire) lening. Dit blijkt uit het Nibud-onderzoek Geldzaken in de Praktijk dat op donderdag 12 november wordt gepresenteerd tijdens het 30-jarig jubileumsymposium van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.

Het Nibud concludeert dat 3,5 miljoen huishoudens financiële risico’s lopen. Vooral onbezorgde, impulsieve mensen die op vermaak zijn gericht en carrièregerichte mensen die luxe en status belangrijk vinden, bevinden zich financieel gezien vaker in de gevarenzone.

Geen overzicht maakt financieel kwetsbaar
Nooit bijhouden waar het geld blijft, geen begroting maken en alleen sparen als er geld overblijft. Het Nibud is geschrokken van het hoge aantal mensen dat geen inzicht en overzicht heeft over zijn geld en daardoor financieel kwetsbaar is. Zo zegt 20% van de huishoudens geen geld achter de hand te hebben om een grote uitgave, zoals een wasmachine, direct te kunnen betalen.

Vergeleken met de bedragen die het Nibud adviseert achter de hand te hebben, blijkt de helft van de Nederlanders te weinig spaargeld te hebben. Vooral alleenstaanden en alleenstaande ouders hebben moeite met sparen.

Bijna 60% ervaart lening als last
Een kwart van de huishoudens staat maandelijks rood, vooral mensen tussen de 35 en 44 jaar hebben moeite hun inkomsten en uitgaven in balans te houden. Ook heeft meer dan een derde van de Nederlanders een lening. Tweederde van de leners had achteraf gezien liever minder geleend en 58% ervaart de lening als last. Vooral hoge bedragen worden als last ervaren. De meeste mensen lenen voor een auto, een verbouwing of een studie.

Goed omgaan met geld maakt gelukkig
Om financieel zelfredzaam te zijn is het belangrijk dat de inkomsten en uitgaven in balans zijn zodat er geen grote tekorten ontstaan. Bijna 4 op de 10 huishoudens heeft moeite met rondkomen. Mensen die moeite hebben met rondkomen hebben doorgaans weinig overzicht in hun inkomsten en uitgaven, controleren amper hun afschrijvingen en zijn slordig in het ordenen van belangrijke papieren.

Het onderzoek Geldzaken in de Praktijk toont duidelijk aan dat grip, inzicht en overzicht over de financiën belangrijk zijn om financieel zelfredzaam te zijn. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat mensen die goed omgaan met geld gelukkiger zijn dan mensen die dat niet doen.

Onbezorgde, impulsieve mensen en carrièregerichte individualisten
Het Nibud maakt zich het meest zorgen om twee type consumenten: de onbezorgde, impulsieve consument die vooral streeft naar een plezierig comfortabel leven en de carrièregerichte individualist die gericht is op status, risico en spanning. Zij zijn financieel kwetsbaar door hun overtuigingen en waarden ten aanzien van geld. De onbezorgde consument geeft makkelijk geld uit, heeft relatief veel schulden en betalingsachterstanden en weinig spaargeld. Hij heeft vaak een laag inkomen en heeft moeite met rondkomen.

De carrièregerichte individualist heeft ook moeite met rondkomen maar heeft een gemiddeld inkomen. Hij vindt luxe belangrijk en laat zich gemakkelijk verleiden bepaalde uitgaven te doen. Hij is consumptiegericht en is geneigd boven zijn stand te leven. Hij heeft vaker schulden en geen spaargeld

3,5 miljoen huishouden lopen financiële risico’s
Het hoge aantal huishoudens, 3,5 miljoen, dat het risico loopt om financiële tegenvallers niet te kunnen opvangen baart het Nibud zorgen. Zeker in deze economisch onzekere tijd, waarbij banen op de tocht staan, is de kans groot dat het aantal mensen met geldproblemen stijgt.

Naast de al bekende risicogroepen, zoals huishoudens met een laag inkomen, gaat het Nibud zich ook speciaal richten op de onbezorgde, impulsieve consument en de carrièregerichte individualist. Het instituut hoopt met andere partijen, zoals banken, beleidsmakers, scholen en overheden, veelal vertegenwoordigd in het platform CentiQ waartoe ook het Nibud behoort, een manier te vinden om bij deze groepen een bewustzijn te creëren voor de financiële risico’s die zij lopen.

Consumenten die vragen hebben over hun eigen financiën kunnen Nibud bellen met het gratis Nibud-nummer, 0800 — 221 21 21. Iedere werkdag zitten daar voorlichters klaar om mensen met hun geldvragen te helpen.

Achtergronden bij het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd met een digitale vragenlijst. De respondenten zijn afkomstig van het StemPunt-panel van het onderzoeksbureau Motivaction. In totaal hebben in mei 2009 1244 personen aan dit onderzoek deelgenomen.

Download het onderzoeksrapport ‘Geldzaken in de praktijk’ (pdf)

bron: Blik op Nieuws.nl

Tagged with: , ,

Verpakte leningen DSB afgewaardeerd

Kredietbeoordelaar Moody’s heeft zijn oordeel voor vijf paketten met daarin hypotheken en consumentenkredieten van de failliete DSB Bank verlaagd. Moody’s zei woensdag in een toelichting risico’s te zien dat de betalingen aan de investeerders in de paketten verstoord zal worden.

DSB is voorlopig nog verantwoordelijk voor de inning van rentebetalingen en aflossingen en moet de gelden doorsluizen aan de investeerders. Uiteindelijk zal deze taak worden overgenomen door andere partijen die daarvoor zijn gecontracteerd.

Zolang het echter nog niet zover is, ziet Moody’s risico’s voor investeerders. De kredietbeoordelaar noemde allereerst verlate betaling. Ook bestaat het gevaar dat voor investeerders belangrijke informatie over onder meer betalingsachterstanden niet tijdig wordt aangeleverd.

De investeringsvehikels van DSB hebben namen als Chapel en Monastery. In totaal gaat het om 1,9 miljard aan uitstaande leningen. De kredietbeoordeling ging van AAA, de hoogste beoordeling, twee stappen omlaag naar Aa2.

bron: AFN

Tagged with:

Hypotheekverstrekking in Duitsland en Nederland

Duitse banken verstrekken veel minder ruimhartig hypotheken dan Nederlandse banken, waardoor zowel de Duitse bank als de Duitse consument veel minder risico loopt dan de Nederlandse.

Eigen vermogen

Zo is het onmogelijk in Duitsland een hypotheek te krijgen als je niet over eigen vermogen beschikt; Duitse banken verstrekken gemiddeld tot 80 procent van de waarde van de woning, terwijl Nederlandse banken tot maximaal 125 procent verstrekken.

Aflossingsvrij

Ook het fenomeen ‘aflossingsvrij’ is ondenkbaar in Duitsland: na 30 jaar is de hypotheek volledig afgelost, terwijl het merendeel van de Nederlanders een substantieel deel aflossingsvrije hypotheek heeft en er aan het eind van de looptijd nog een forse schuld bestaat.

NOVA gaat met een fictief gezin met een modaal inkomen op pad in Nederland en Duitsland, op zoek naar een hypotheek. In Nederland kan het gezin zonder problemen een hypotheek krijgen. In Duitsland wordt het gezin naar huis gestuurd met de boodschap: gaat u eerst nog maar even sparen.

bron NOVA

Tagged with:

Nieuwe regels voor banken bijna klaar

Europese toezichthouders op banken zijn bijna klaar met het formuleren van nieuwe eisen die gaan gelden voor de financiële sector. Volgende maand wordt het pakket definitief vastgesteld.

Dat heeft Nout Wellink dinsdag gezegd tijdens een symposium met de titel ‘kansen na de crisis’. Wellink is voorzitter van het Bazel-Comité, een overlegorgaan van centrale banken dat de eisen formuleert.

”We weten redelijk wat we willen. Nu gaat het erom dat we de parameters bepalen bij het pakket dat we ontwikkelen. Het pakket wordt definitief vastgesteld in december”, aldus Wellink.

Kapitaal

De centrale banken gaan eisen dat banken voortaan meer kapitaal wegzetten als eigen vermogen om tegenvallers te kunnen opvangen. Wat de exacte eisen worden, is nog niet bekend.

Verder willen de toezichthouders dat de kwaliteit van het eigen vermogen goed is en dat de schulden van de bank niet te hoog worden.

Gefaseerd

Wellink zei dat de nieuwe regels voor banken gefaseerd zullen worden ingevoerd, zodat de banken er pas mee te maken krijgen als de crisis voorbij is.

De nieuwe eisen aan banken zijn het directe gevolg van de problemen waarin de financiële sector is beland en wat heeft geleid tot de financiële crisis en recessie.

Veilige banken

Wellink toonde zich geen voorstander van het creëren van ‘veilige banken’, ofwel banken die zich geheel en al richten op de nutsfunctie.

Hij is van mening dat er beste sprake mag zijn van complexe producten of een complex systeem, als dit dan wel goed bestuurd en gecontroleerd wordt.

bron: ANP

Tagged with:
Top