Apr 1

Volgens het CPB moet de overheid 29 miljard euro bezuinigen de komende jaren. Dat is veel te optimistisch. Politici moeten eerlijk zijn en  geen verstoppertje spelen met de kiezer.

Volgens het CPB zijn zo’n 29miljard aan bezuinigingen of lastenverzwaringen vereist om de overheidsfinanciën houdbaar te maken. Dat is gelijk aan meer dan zeven AOW-maatregelen.
Maar de CPB-cijfers onderschatten de werkelijke beleidsopgave. Het gaat eerder om ruim 50 miljard euro. Dat is ongeveer 8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en kan door de grote onzekerheid oplopen tot zo’n 65 miljard euro (10 procent bbp). Nederland staat daarom de komende jaren voor een ongekende opgave de overheidsfinanciën in het gareel te krijgen.

Structureel
Het CPB denkt dat het structurele begrotingssaldo de komende drie jaar daalt met 2procent van het bbp (14 miljard euro), van 5procent in 2010  naar 2,8 procent in 2013. Daardoor zal Nederland al in 2013 weer onder de 3-procent tekortnorm van het Groei- en Stabiliteitspact terecht komen. En dat zonder enige budgettaire inspanning te hoeven leveren, en de economie nauwelijks harder groeit dan de door het CPB geraamde  groei van 1,5 procent per jaar.

In deze cijfers zijn echter al harde ingrepen in het overheidsapparaat en de zorg opgenomen. Zo veronderstelt het CPB dat de reële uitgaven aan het openbaar bestuur in de periode tot 2015 met zo’n 10 procent dalen (6 à 7 miljard euro). Een dergelijke afname zal een enorme beleidsinspanning vergen van de rijksoverheid en vooral van de lokale overheden.

De zorgkosten exploderen al jaren door vergrijzing, betere behandelingen en  medicijnen. In de periode 2000-2015 groeien de zorgkosten 2,5 procent per jaar sneller dan het nationale inkomen. Als die kostenstijging in dat tempo doorzet, geven we in 2050 27procent van het nationale inkomen aan gezondheidszorg uit. De komende decennia is beheersing van de collectief gefinancierde zorguitgaven een van de allergrootste opgaven in de overheidsfinanciën.

Sneller stijgen

Het CPB veronderstelt in de berekeningen dat, als de zorguitgaven sneller stijgen dan de economische groei, deze meerkosten privaat worden gefinancierd. Daarom nemen de eigen bijdragen aan de gezondheidszorg in de volgende kabinetsperiode met vier miljard toe. Het CPB brengt terecht niet alle stijgingen van de zorgkosten automatisch in de uitgavenkaders. Maar wanneer zo’n sterke groei van de eigen bijdragen politiek onacceptabel wordt gevonden, en de hogere zorgkosten alsnog publiek gefinancierd worden, dan geeft de CPB-raming wederom een te optimistisch beeld van de overheidsfinanciën. Dat geldt zowel in de periode tot 2015 als daarna.

Als de kostenstijging in de collectief gefinancierde zorg na 2015 met 1procent sneller groeit dan het bbp, wat gezien de snelle groei tot aan 2015 nog bescheiden is, dan verslechtert de houdbaarheid van de overheidsfinanciën nog eens met ruim 2 procent van het bbp (14 miljard).

Alles bijeen ligt de beleidsopgave vermoedelijk eerder rond de 50 (8 procent bbp) dan de 29 miljard (4,5 procent bbp) die het CPB raamt.

Rijkelijk optimistisch
De CPB-cijfers onderschatten niet alleen de beleidsopgave, ze zijn ook rijkelijk optimistisch.

Lees verder op de website van de Volkskrant