Mar 10

Door: Tufkaj

Vandaag publiceerde Vereniging Eigen Huis (VEH) het onderzoek dat ze door RIGO heeft laten uitvoeren naar de samenhang tussen risico’s op gemeentelijke grondposities en de OZB. Baanbrekend en niet eerder vertoond, volgens de zegsman van RIGO. Strekking van het verhaal is dat gemeenten het schip in zijn gegaan door te speculeren met bouwgrond en nu de eigenwoningbezitter voor de brokken laten opdraaien middels de OZB. Als we de VEH moeten geloven, is dit niet eerlijk naar huizenbezitters en moeten de huurders bijdragen in de kosten.

Dat verhuurders de OZB gewoon doorrekenen in de huur en de huurder dus indirect ook meer OZB betaalt om de verliezen van vastgoedspeculanten te socialiseren negeert VEH dus. Dat ze stonden te dansen op tafel toen huurders de gaten in de rijksbegroting mochten dichten is men ook vergeten. Dat daargelaten, steun ik VEH wel in de oproep om bouwgrond reëel te (af)waarderen om nieuwbouw mogelijk te maken.

Het bevreemd me echter wel, die roep van de VEH om goedkopere grond. Huiseigenaren hebben immers gewoon belang bij dure grond aangezien dit hun bezit ook meer waard maakt. Niet voor niets draaide VEH als een blad aan een boom in hun mening omtrent startersleningen toen de huizenprijzen begonnen te dalen. Die startersleningen bestaan bij de gratie van gemeenten die vastgoed en grond duur willen houden. Kennelijk wil men grond goedkoop kopen en moet het daarna vooral zo snel mogelijk duur worden en blijven. Dat dit niet past binnen een eerlijk systeem van residuele grondwaarde bepaling wil er maar niet in bij de VEH.

Onderzoeksresultaten

In haar onderzoek heeft RIGO de gemeenten gerangschikt op basis van het risico dat zij lopen op grondposities. Uiteraard heb ik deze lijst gekoppeld met de gegevens van de SVn. Hieruit blijkt dat van de 100 gemeenten met het grootste risico er maar liefst 79 een starterslening bieden. Van de 100 gemeenten met het kleinste risico bieden er ‘slechts’ 60 een dergelijke subprime regeling. In een risicogemeente heb je dus 32% (19 procentpunt) meer kans op een starterslening, dan in een gemeente met een laag risicoprofiel.

Gemeenten die een starterslening bieden om ‘verliezen te beperken’ proberen dus niet alleen het verlies naar starters te schuiven, maar zullen starters in de toekomst óók meer OZB laten betalen. En dan hebben we het ook nog over een groep die democratisch waarschijnlijk geen enkele stem heeft gehad in de speculatie. Echter hebben starters geen vereniging met 690.000 leden die 25 euro per jaar betalen voor WC-eend onderzoekjes. Dus lees je daar morgen niet over in de krant.