Oct 7

In 2005 waren de huizenprijzen in evenwicht ten opzichte van huur en rentes. Er was geen bubble in de markt stelt Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering Maastricht University. Ondertusen zijn de koopprijzen 10% gedaald en de huren met 20% gestegen. Er is een gat van 30% tussen huur en koop; huren is te duur en kopen is relatief goedkoop. Nu geen verdere restricties op de “goedkope” woningmarkt.

lees ook: De vastgoedprofessor en zijn belangenconflicten | Follow the Money

Nederland is een gidsland qua hypotheekschuld

Werk van Piet uit de tijd dat hij zich nog niet bezighield met vastgoedfinanciering :

huizenprijzen afgelopen 300 jaar

Prijsontwikkeling van panden aan de Herengracht sinds 1650, gecorrigeerd voor inflatie

Meer Piet Eichholtz:

vastgoed deskundige Piet M.A. Eichholtz

Vastgoedhandelaar Piet Eichholtz wil verhoging Nationale Hypotheek Garantie

‘Afschaffen hypotheekrenteaftrek is immoreel’

Barst de huizenmarkt als een zeepbel uiteen?

Piet Eichholtz: ‘Huizenprijzen zullen niet kelderen’

Hoe onafhankelijk is hoogleraar vastgoedfinanciering Piet Eichholtz?

Hoogleraar: sloop van huizen nodig in Zuid-Limburg

Roer moet volledig om op woningmarkt

 

 

Nov 2

Auteur: Jesse Frederik
Piet Eichholtz onafhankelijk?
Piet Eichholtz is een veelgeraadpleegd professor vastgoedfinanciering aan de universiteit van Maastricht. De kwaliteitskranten, de Volkskrant, het Financieel Dagblad en het NRC Handelsblad gebruiken hem sinds 2006 tezamen 52 keer als bron. Eichholtz wordt vaak gepresenteerd als een onafhankelijke expert, maar is dat wel zo?

Sinds 2006 heeft Eichholtz een gesponsorde leerstoel van Fortis. Inmiddels is deze leerstoel ondergebracht bij ANB/AMRO. Bovendien heeft Eichholtz menig nevenfunctie in de vastgoedsector. Naast zijn werkzaamheden als hoogleraar is Eichholtz ook oprichter en mede-eigenaar van financieel adviesbureau Finance Ideas, werkt hij als adviseur bij Rabo bouwfonds en zit hij in de raad van advies van vastgoedbelegger Redevco en vastgoedontwikkelaar RO Groep. In het verleden was Eichholtz ondermeer ook werkzaam bij de NIBC bank en bij het ABP.

Eichholtz laat zich vaak positief uit over de vastgoedmarkt. Toch wordt Eichholtz in slechts één van de 52 artikelen waarin hij als bron wordt gebruikt geïdentificeerd als een hoogleraar die betaald wordt door Fortis/ABN. Dit enige artikel gaat dan ook over gesponsorde leerstoelen. In geen enkel artikel wordt het scala aan nevenfuncties van Eichholtz genoemd.

De Eichholtz lobby

In zijn mediacontacten neemt Eichholtz vaak een vastgoedvriendelijk standpunt in. Eind 2007 prees Eichholtz bijvoorbeeld de Amerikaanse aanbieders van Nederlandse ‘subprime’ hypotheken ELQ, dochter van Lehman Brothers, en Sparck, dochter van Citigroup. ‘Belachelijk dat grote banken mensen ‘met een vlekje’ nooit willen helpen,’ zei Eichholtz tegen het AD. Een jaar later zat Eichholtz voor een Kamercommissie, waar hij constateerde dat er in Nederland geen woningmarktcrisis zou plaatsvinden. “Nederland [heeft] geen subprime hypotheekmarkt,” constateerde Eichholtz. Ook geloofde hij dat de crisis, net als in 1998 toen het hedgefonds LTCM crashte, snel zou overwaaien.

Later speelde Eichholtz een rol bij de lobby voor maatregelen die de crisis op de woningmarkt een halt toe zouden moeten roepen. Eichholtz pleitte voor het verhogen van de nationale hypotheekgarantie (NHG) grens. Al in december 2008 was door de kamer een motie aangenomen over het verhogen van de NHG. Toenmalig minister Bos weigerde hier echter uitvoering aan te geven omdat hij de verhoging te riskant en bankvriendelijk achtte. In mei 2009 verschijnt een onderzoek van Eichholtz en promovendus Cosemans dat concludeert dat de verhoging van de NHG de woningmarkt zal helpen en de risico’s op verliezen voor de staat gering zijn. “De conclusie ondersteunt de lobby van de bouw- en woningmarkt van de afgelopen vijf maanden richting het kabinet,” schrijft het Financieel Dagblad in reactie op het onderzoek.

Lees verder Follow the Money
.
Oct 21

Piet Eichholtz, adviseur vastgoedfinanciering bij Finance Ideas, denkt dat de huizenprijzen nauwelijks zullen dalen.  Dit verwacht hij omdat het aantal huishoudens in Nederland blijft stijgen. Door de nieuwe financieringsregels kan er minder geleend worden maar de overdrachtsbelasting is verlaagd en de belastingvrije schenkingen voor starters zijn verruimd. Volgens Eichholtz kan de overheid overigens voorlopig beter niets doen; dan weet de woningmarkt waar het aan toe is. 

In het dagelijks leven adviseert Piet  toonaangevende institutionele vastgoedbeleggers omtrent hun (financierings)strategie en beleid. Daarnaast is hij als hoogleraar vastgoedfinanciering en vastgoedbeleggingen verbonden aan de Universiteit Maastricht.

Apr 28

Burgers zijn ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren aan de hypotheekrente-aftrek, laten we dat nú dan ook doen.

‘Geen uitstel’
Dat zegt Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedkunde aan de Universiteit van Maastricht in gesprek met RTL Z. Uitstel van handelen zorgt alleen maar voor onzekerheiden dat leidt ertoe dat mensen nóg minder doen”.

Meer Piet Eichholtz op huizenmarkt-zeepbel.nl

Geleidelijk
‘Er is geen politicus of partij-programma dat de hypotheekrenteaftrek in één keer wil afschaffen. Dan krijg je inderdaad een ineenstorting van de huizenprijzen”. ”Afschaffing moet dus geleidelijk gebeuren, dan voel je het prijseffect eigenlijk niet, dat wordt dan gecompenseerd door de jaarlijkse prijssijging in de woningmarkt”, aldus Eichholtz.

Bonanza op huizenmarkt voorbij
Volgens Eichholtz zullen de bomen op de huizenmarkt niet meer tot in de hemel groeien. ”20 jaar lang was er sprake van bonanza op de huizenmarkt, dat is een historische toevalligheid. Het is niet zo dat we erop mogen rekenen dat woningen altijd maar meer waard worden”. ”Op de lange termijn zijn huizenprijzen constant. De enige prijsstijging is die door inflatie”.

bron: RTL Z

May 11

Het verhogen van de Nationale Hypotheek Garantie heeft als effect dat er meer woningtransacties plaatsvinden. Dat is de conclusie van Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering aan de universiteit van Maastricht, die heeft onderzocht wat de gevolgen zijn van de verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie. Minister Bos weigerde eerder een verhoging van de NHG vanwege de extra dekkingskosten en twijfel over het nut van de maatregel.

Het waarborgfonds, dat wordt gevuld met premies van huizenkopers, omvat 0,5 miljard euro. Het staat garant voor bijna een miljoen hypotheken (tot 265.000 euro) met een gezamenlijke waarde van ongeveer 100 miljard euro.

Gemiddeld nemen huizenkopers tegenwoordig een schuld op hun rug van 282.000 euro. Terwijl de gemiddelde woningprijs 240.000 euro bedraagt.

Het is gevaarlijk als consumenten meer geld lenen dan hun woning waard is, vindt Hans Hoogervorst, baas van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Hij kondigde eerder deze week aan dat hij paal en perk wil stellen aan overkreditering. Vooral zijn idee om de waarde van het huis als maximum te hanteren voor de hypotheek, stuitte op fel verzet. ,,Wij hebben de hoogste hypotheekschuld ten opzichte van ons bruto nationaal product ter wereld,” zegt Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering aan de Universiteit Maastricht. ,,Het zou beter zijn als we niet zo’n hoge schuld hebben.”

Aan de andere kant, relativeert Eichholtz, hebben wij relatief weinig creditcardschulden, weinig persoonlijke leningen, goedgevulde spaarpotten en flinke pensioenspaarpotten in vergelijking met onze buurlanden. ,,De verhouding is dus redelijk gezond.”

Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer over de kredietcrisis( januari 2008) heeft Piet al bewezen dat zijn uitspraken een groot “de wens is de vader van de van de gedachte” gehalte te hebben.

De Nederlandse woningmarkt zal niet worden aangetast door de problemen op de Amerikaanse woningmarkt, verwacht hoogleraar Piet Eicholtz van de Universiteit Maastricht. De Nederlandse woningmarkt is ‘stabiel’ en heeft al ‘behoorlijke stresstests doorstaan’. Want, zo stelt hij: ‘De nominale hypotheekrentes zijn met 35% gestegen, en gecorrigeerd voor inflatie zijn de hypotheekrentes met zelfs 75% gestegen terwijl de huizenprijzen nog steeds zijn gestegen.’ Dat duidt op een sterke markt. (januari 2008)

bron: AD.nl, NOS.nl, accountant.nl

Feb 1

Omdat ik veel mailtjes krijg van boze huizenbezitters die het niet blij met de eenzijdige berichtgeving op huizenmarkt-zeepbel.nl heb ik besloten een artikel te plaatsen van Piet Eichholtz. Piet is Hoogleraar in Maastricht en vastgoedondernemer. Hij heeft er nog het volste vertrouwen in.

Piet Eichholtz

Heeft de Nederlandse woningmarkt met een zeepbel te maken en staat die op het punt van barsten? Volgens de Maastrichtse econoom Eichholtz is de gekte op huizenmarkt niet zo groot als uit de paniekverhalen in de media blijkt. Er is niet teveel of speculatief gebouwd, de kans dat de reële rente hard gaat stijgen is gering, de economische crisis gaat waarschijnlijk gepaard met een relatief lage werkloosheid en de demografie ziet er voor het land als geheel nog goed uit. De kans op een diepe en structurele crisis op de woningmarkt is dan ook klein.

Dat woonhuizen de afgelopen 20 jaar steeds duurder geworden zijn staat vast, maar dat betekent niet automatisch dat de woningmarkt nu in een zeepbel zit. Toch wordt die term nu steeds vaker gebruikt als de woningmarkt ter sprake komt. De discussie wordt bemoeilijkt doordat een goede definitie van het begrip zeepbel ontbreekt. In het algemeen wordt een zeepbel geassocieerd met speculatie en ‘the greater fool theory’ van Keynes: het maakt nu niet uit dat ik teveel betaal voor een woning, want over een tijdje komt er een nog grotere gek langs die hem voor nog meer van me koopt. Daar hadden we eind jaren ’90 wellicht last van, maar nu niet meer.

Wanneer sprake van zeepbel?
Om uit te maken of een woningmarkt te hoog, te laag, of precies goed is geprijsd moeten we zoeken naar houvast. Die kunnen we bijvoorbeeld krijgen door een vergelijking met het buitenland te maken: als de betaalbaarheid van Nederlandse woningen heel slecht is tegenover die in het buitenland, dan is er wellicht sprake van een zeepbel. De meest recente gegevens over betaalbaarheid van Europese woningen zijn van 2000 en daaruit blijkt dat Nederland toen een middenmoter was. Aangezien de grote prijsstijgingen bij ons toen al achter de rug waren en in een aantal andere EU landen nog moesten beginnen, zijn we in die ranglijst waarschijnlijk verder afgezakt. Dat wijst dus niet op een zeepbel.

Er is wat anders aan de hand
De hypotheekrente is sinds juni 2005 met ongeveer de helft gestegen en elke financieel econoom zal dan voorspellen dat de prijzen navenant moeten dalen. Dat ze dat niet gedaan hebben duidt op extreme spanning op de huizenmarkt, niet op een speculatieve bubbel. Mensen kunnen de beslissing om een (eerste) huis te kopen een tijdje uitstellen, maar uiteindelijk is er geen keus, zeker niet als de wachtlijsten voor een huurwoning steeds langer worden. We bouwen in Nederland gewoon stelselmatig te weinig.

Wegvallende vraag
In plaats van te spreken over een zeepbel is het nuttiger om te praten over de vraag of de prijzen spoedig in elkaar zullen storten. Iedere huizencrisis begint met een overschot aan woningen, hetzij doordat er teveel gebouwd is, hetzij doordat de vraag sterk wegzakt. De recente ontwikkelingen van hypotheekrente en woningprijzen onderstrepen dat er van het eerste geen sprake is, dus als de prijzen gaan zakken, dan zal een wegvallende vraag naar woningen daar de impuls voor moeten geven. Waar kan zo’n terugval uit voortkomen?

Stijgende rente?
Om te beginnen kan een terugvallende vraag voortkomen uit een snel stijgende reële rente. Dat was de hoofdoorzaak van de grote woningmarktcrisis in 1980-1982, toen de gemiddelde reële woningprijs in totaal bijna 50 procent daalde. Eind jaren zeventig was de inflatie een tijdlang hoger dan de rente, maar door de monetaire shocktherapie die op de tweede oliecrisis volgde, steeg de hypotheekrente in één jaar naar niveaus van bijna 15%, terwijl de inflatie snel zakte. In 1983 was die nog maar 2,5%. Kortom, geld was eerst gratis en werd in één keer heel duur. Dat had uiteraard grote consequenties voor de huizenprijzen. Zo’n scenario is op dit moment onwaarschijnlijk, want zoals gezegd hebben we de grote stijging van de reële hypotheekrente al achter de rug en heeft de markt die zonder prijsdalingen opgevangen. Voor de komende periode lijkt bovendien de kans groot dat de hypotheekrente gaat dalen, want de staatsobligatierente is veel lager dan de huidige hypotheekrente. Dat gat wordt vooral veroorzaakt door de buitensporig hoge rente opslag die banken elkaar berekenen. Als het onderlinge vertrouwen tussen de banken weer terugkomt, dan kunnen die opslagen gaan dalen, zodat de woningkoper kan gaan profiteren van de lage lange rente.

De crisis als hoofdoorzaak?
De tweede mogelijke bron van een krimpende vraag is de economische crisis, vooral als die gepaard gaat met een sterk oplopende werkloosheid. Dat we in een snel erger worden economische crisis zitten staat niet ter discussie, maar de grote vraag is wat er gaat gebeuren met de werkloosheid. In de vorige recessie, die van 2001-2003, is de werkloosheid niet boven de 7% uitgekomen. Bovendien was er vrijwel geen sprake van langdurige werkloosheid. In die omstandigheden kunnen huishoudens hun hypotheek gewoon blijven betalen, al moeten ze daarbij wellicht tijdelijk beroep doen op hun spaargeld. Dat is een heel andere situatie dan in de jaren tachtig, toen de werkloosheid hoog en structureel was. De vraag is dus of de huidige crisis wat dit betreft op die van de jaren tachtig gaat lijken, of juist op die van 2001-2003. Ik neig naar het laatste. In vroegere recessies zorgde banenverlies in combinatie met een groeiende beroepsbevolking voor een snel oplopende werkloosheid. Een belangrijke reden dat de werkloosheid de laatste keer zo laag bleef is dat de beroepsbevolking bijna niet meer groeit. Dat is nog steeds het geval, dus de kans is groot dat de werkloosheid ook dit keer relatief laag zal blijven en van korte duur zal zijn.

Bevolkingskrimp?
Een derde mogelijke oorzaak van een terugvallende vraag is demografische krimp (zie Eichholtz en Lindenthal, 2008). De gevolgen daarvan kunnen desastreus uitpakken, zoals de recente ervaringen in Oost Duitsland laten zien. In Berlijn, bijvoorbeeld, zijn de woningprijzen al sinds 1994 aan het zakken. In totaal is er daar nu al bijna 50% waarde verloren. Ook Nederland kent gebieden met demografische krimp en ook daar lijkt de neergang in de woningprijzen ingezet. Zuid Limburg en Noord Groningen zijn daarvan voorbeelden en de specifieke situatie aldaar vereist beleidsmatig maatwerk. Voor Nederland als geheel is er echter nog steeds sprake van demografische groei, niet zozeer van het aantal inwoners, maar wel van het aantal huishoudens. Er zijn nu circa 7,3 miljoen huishoudens en de verwachting is dat dit er tussen 2025 en 2030 iets meer dan 8 miljoen zullen zijn. Dat betekende een aanhoudende vraag naar woningen.

Sentiment van kopers en verkopers?

De laatste mogelijke oorzaak van inzakkende vraag is marktsentiment. Dit is zonder enige twijfel slecht te noemen. Het consumentenvertrouwen is in 2008 sterk gedaald en die daling begon al ver voordat de
officiële economische voorspellingen negatiever werden. Het sentiment lijkt zich sinds de herfst echter niet verder te verslechteren en stabiliseert zich rond de – 30. Dat is slecht, maar niet zo slecht als in 2003, toen het op -40 stond. Het negatieve sentiment heeft de laatste maanden vooral effect op de grote uitgaven. De autoverkopen stagneren en dat geldt ook voor de woningverkopen, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad. In het verleden was er een sterke samenhang tussen de werkloosheid en het consumentenvertrouwen, maar het lijkt er nu op dat het vertrouwen meer samenhangt met de vrees voor werkloosheid dan met de werkloosheid zelf, want die laatste begint pas nu op te lopen. De grote vraag is dan ook wat er met het consumentenvertrouwen (en de bestedingen) gaat gebeuren als de werkloosheid daadwerkelijk gaat toenemen. Dat is op dit moment de grootste onzekere factor onder de woningmarkt.

Conclusie
Kortom, van de vijf potentiële oorzaken van een woningmarktcrisis blijft alleen het marktsentiment als mogelijke boosdoener over. Er is in Nederland niet teveel of speculatief gebouwd, de kans dat de reële rente hard gaat stijgen is gering, de economische crisis gaat waarschijnlijk gepaard met een relatief lage werkloosheid en de demografie ziet er voor het land als geheel nog goed uit. De kans op een diepe en structurele crisis op de woningmarkt is dan ook klein.

zie ook: http://www.huizenmarkt-zeepbel.nl/vastgoed-deskundige-piet-ma-eichholtz/

bron: MeJudice

Nov 9

Piet EichholtzHet woningmarktbeleid moet drastisch op de schop. In plaats van de vraag moet het aanbod worden gestimuleerd, vindt hoogleraar vastgoedfinanciering Piet Eichholtz.

“Het beleid stimuleert de vraag, terwijl het aanbod rigide is. De prijzen gaan dus omhoog, waardoor alle financiële steun van de overheid uiteindelijk bij de eigenaren van woningen en grond terechtkomt”, onderwijst Eichholtz zijn gehoor van ontwikkelaars en bouwondernemers van de NVB.
Door die vraagstimulering is bovendien de woningmarkt scheefgegroeid. Nederland heeft momenteel 2,3 miljoen sociale huurwoningen. Maar liefst 1,7 miljoen bewoners van die woningen zitten in het segment midden- en hogere inkomens. De feitelijke doelgroep voor sociale woningen bestaat uit 1,3 miljoen huishoudens.
“Door de scheefwoners is er dus nog een tekort van 600.000 sociale woningen. Geen wonder dat de plaatselijke wethouder roept dat u voor de onderkant van de markt moet bouwen. Gevolg is dat we bezig zijn te bouwen voor de sloop over 20 tot 30 jaar”, aldus Eichholtz.
Het scheefwonen is volgens hem een gevolg van de goedbedoelde huurbescherming in ons land, die curieus genoeg niet de zwakkeren beschermt, maar juist de sterkeren. “Als die scheefwoners ervoor kiezen weinig aan wonen uit te geven omdat ze andere behoeften hebben, dan moeten ze dat zelf weten. Maar ze bezetten woningen die met maatschappelijk kapitaal zijn neergezet. Dan mag de overheid best ingrijpen”, vindt hij.

Inkomenstoets
De hoogleraar is er dan ook voorstander van dat regelmatig een inkomenstoets wordt uitgevoerd bij bewoners van sociale huurwoningen. Verdienen ze te veel, dan zullen ze eruit moeten. Dat bevordert de doorstroming en bovendien komen de woningen vrij voor mensen voor wie ze zijn bedoeld.
Eichholtz is er verder voorstander van het hele systeem van huursubsidies en hypotheekrenteaftrek op de schop te gooien. “Huren en kopen allebei subsidiëren is inkomenspolitiek. Dat kun je beter via de inkomstenbelasting doen.”
Om het aanbod te stimuleren zal de ruimtelijke ordening moeten worden aangepast, waardoor die minder beperkend is. Als voorbeeld neemt hij Belgiëwaar de ratio woongrond/landbouwgrond 12,8 is. In Nederland is die 9,5. “Als we naar het Belgische cijfer zouden gaan, betekent dat 31 procent meer woongrond in Nederland. Voordeel is ook nog dat de grondprijzen omlaag gaan”, aldus de hoogleraar.

bron: Cobouw

Oct 12

In Limburg zullen de huizenprijzen de komende jaren sterk dalen als er niets wordt gedaan. Huizensloop is een maatregel die helpt. Dat zegt hoogleraar Piet Eichholtz van de Universiteit Maastricht na een week van verontrustende berichten over de ontwikkelingen op de onroerend-goedmarkt.

Zo is de gemiddelde Nederlandse huizenprijs volgens de Nederlandse Verenging van Makelaars voor het eerst sinds 1990 gedaald. Landelijk ziet Eichholtz niet zoveel problemen met de prijs, maar in Limburg krimpt de bevolking en daarom zal de vraag naar huizen afnemen. Woningen moeten daarom volgens de hoogleraar massaal gesloopt worden om de prijzen stabiel te houden. Volgens Eichholtz zullen de prijzen vooral dalen in het Zuiden van Limburg.