Burgers zijn ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren aan de hypotheekrente-aftrek, laten we dat nú dan ook doen.
‘Geen uitstel’
Dat zegt Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedkunde aan de Universiteit van Maastricht in gesprek met RTL Z. Uitstel van handelen zorgt alleen maar voor onzekerheiden dat leidt ertoe dat mensen nóg minder doen”.
Geleidelijk
‘Er is geen politicus of partij-programma dat de hypotheekrenteaftrek in één keer wil afschaffen. Dan krijg je inderdaad een ineenstorting van de huizenprijzen”. ”Afschaffing moet dus geleidelijk gebeuren, dan voel je het prijseffect eigenlijk niet, dat wordt dan gecompenseerd door de jaarlijkse prijssijging in de woningmarkt”, aldus Eichholtz.
Bonanza op huizenmarkt voorbij
Volgens Eichholtz zullen de bomen op de huizenmarkt niet meer tot in de hemel groeien. ”20 jaar lang was er sprake van bonanza op de huizenmarkt, dat is een historische toevalligheid. Het is niet zo dat we erop mogen rekenen dat woningen altijd maar meer waard worden”. ”Op de lange termijn zijn huizenprijzen constant. De enige prijsstijging is die door inflatie”.
Het verhogen van de Nationale Hypotheek Garantie heeft als effect dat er meer woningtransacties plaatsvinden. Dat is de conclusie van Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering aan de universiteit van Maastricht, die heeft onderzocht wat de gevolgen zijn van de verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie. Minister Bos weigerde eerder een verhoging van de NHG vanwege de extra dekkingskosten en twijfel over het nut van de maatregel.
Het waarborgfonds, dat wordt gevuld met premies van huizenkopers, omvat 0,5 miljard euro. Het staat garant voor bijna een miljoen hypotheken (tot 265.000 euro) met een gezamenlijke waarde van ongeveer 100 miljard euro.
Gemiddeld nemen huizenkopers tegenwoordig een schuld op hun rug van 282.000 euro. Terwijl de gemiddelde woningprijs 240.000 euro bedraagt.
Het is gevaarlijk als consumenten meer geld lenen dan hun woning waard is, vindt Hans Hoogervorst, baas van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Hij kondigde eerder deze week aan dat hij paal en perk wil stellen aan overkreditering. Vooral zijn idee om de waarde van het huis als maximum te hanteren voor de hypotheek, stuitte op fel verzet. ,,Wij hebben de hoogste hypotheekschuld ten opzichte van ons bruto nationaal product ter wereld,” zegt Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering aan de Universiteit Maastricht. ,,Het zou beter zijn als we niet zo’n hoge schuld hebben.”
Aan de andere kant, relativeert Eichholtz, hebben wij relatief weinig creditcardschulden, weinig persoonlijke leningen, goedgevulde spaarpotten en flinke pensioenspaarpotten in vergelijking met onze buurlanden. ,,De verhouding is dus redelijk gezond.”
Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer over de kredietcrisis( januari 2008) heeft Piet al bewezen dat zijn uitspraken een groot “de wens is de vader van de van de gedachte” gehalte te hebben.
De Nederlandse woningmarkt zal niet worden aangetast door de problemen op de Amerikaanse woningmarkt, verwacht hoogleraar Piet Eicholtz van de Universiteit Maastricht. De Nederlandse woningmarkt is ‘stabiel’ en heeft al ‘behoorlijke stresstests doorstaan’. Want, zo stelt hij: ‘De nominale hypotheekrentes zijn met 35% gestegen, en gecorrigeerd voor inflatie zijn de hypotheekrentes met zelfs 75% gestegen terwijl de huizenprijzen nog steeds zijn gestegen.’ Dat duidt op een sterke markt. (januari 2008)
Omdat ik veel mailtjes krijg van boze huizenbezitters die het niet blij met de eenzijdige berichtgeving op huizenmarkt-zeepbel.nl heb ik besloten een artikel te plaatsen van Piet Eichholtz. Piet is Hoogleraar in Maastricht en vastgoedondernemer. Hij heeft er nog het volste vertrouwen in.
Heeft de Nederlandse woningmarkt met een zeepbel te maken en staat die op het punt van barsten? Volgens de Maastrichtse econoom Eichholtz is de gekte op huizenmarkt niet zo groot als uit de paniekverhalen in de media blijkt. Er is niet teveel of speculatief gebouwd, de kans dat de reële rente hard gaat stijgen is gering, de economische crisis gaat waarschijnlijk gepaard met een relatief lage werkloosheid en de demografie ziet er voor het land als geheel nog goed uit. De kans op een diepe en structurele crisis op de woningmarkt is dan ook klein.
Dat woonhuizen de afgelopen 20 jaar steeds duurder geworden zijn staat vast, maar dat betekent niet automatisch dat de woningmarkt nu in een zeepbel zit. Toch wordt die term nu steeds vaker gebruikt als de woningmarkt ter sprake komt. De discussie wordt bemoeilijkt doordat een goede definitie van het begrip zeepbel ontbreekt. In het algemeen wordt een zeepbel geassocieerd met speculatie en ‘the greater fool theory’ van Keynes: het maakt nu niet uit dat ik teveel betaal voor een woning, want over een tijdje komt er een nog grotere gek langs die hem voor nog meer van me koopt. Daar hadden we eind jaren ’90 wellicht last van, maar nu niet meer.
Wanneer sprake van zeepbel?
Om uit te maken of een woningmarkt te hoog, te laag, of precies goed is geprijsd moeten we zoeken naar houvast. Die kunnen we bijvoorbeeld krijgen door een vergelijking met het buitenland te maken: als de betaalbaarheid van Nederlandse woningen heel slecht is tegenover die in het buitenland, dan is er wellicht sprake van een zeepbel. De meest recente gegevens over betaalbaarheid van Europese woningen zijn van 2000 en daaruit blijkt dat Nederland toen een middenmoter was. Aangezien de grote prijsstijgingen bij ons toen al achter de rug waren en in een aantal andere EU landen nog moesten beginnen, zijn we in die ranglijst waarschijnlijk verder afgezakt. Dat wijst dus niet op een zeepbel.
Er is wat anders aan de hand
De hypotheekrente is sinds juni 2005 met ongeveer de helft gestegen en elke financieel econoom zal dan voorspellen dat de prijzen navenant moeten dalen. Dat ze dat niet gedaan hebben duidt op extreme spanning op de huizenmarkt, niet op een speculatieve bubbel. Mensen kunnen de beslissing om een (eerste) huis te kopen een tijdje uitstellen, maar uiteindelijk is er geen keus, zeker niet als de wachtlijsten voor een huurwoning steeds langer worden. We bouwen in Nederland gewoon stelselmatig te weinig.
Wegvallende vraag
In plaats van te spreken over een zeepbel is het nuttiger om te praten over de vraag of de prijzen spoedig in elkaar zullen storten. Iedere huizencrisis begint met een overschot aan woningen, hetzij doordat er teveel gebouwd is, hetzij doordat de vraag sterk wegzakt. De recente ontwikkelingen van hypotheekrente en woningprijzen onderstrepen dat er van het eerste geen sprake is, dus als de prijzen gaan zakken, dan zal een wegvallende vraag naar woningen daar de impuls voor moeten geven. Waar kan zo’n terugval uit voortkomen?
Stijgende rente?
Om te beginnen kan een terugvallende vraag voortkomen uit een snel stijgende reële rente. Dat was de hoofdoorzaak van de grote woningmarktcrisis in 1980-1982, toen de gemiddelde reële woningprijs in totaal bijna 50 procent daalde. Eind jaren zeventig was de inflatie een tijdlang hoger dan de rente, maar door de monetaire shocktherapie die op de tweede oliecrisis volgde, steeg de hypotheekrente in één jaar naar niveaus van bijna 15%, terwijl de inflatie snel zakte. In 1983 was die nog maar 2,5%. Kortom, geld was eerst gratis en werd in één keer heel duur. Dat had uiteraard grote consequenties voor de huizenprijzen. Zo’n scenario is op dit moment onwaarschijnlijk, want zoals gezegd hebben we de grote stijging van de reële hypotheekrente al achter de rug en heeft de markt die zonder prijsdalingen opgevangen. Voor de komende periode lijkt bovendien de kans groot dat de hypotheekrente gaat dalen, want de staatsobligatierente is veel lager dan de huidige hypotheekrente. Dat gat wordt vooral veroorzaakt door de buitensporig hoge rente opslag die banken elkaar berekenen. Als het onderlinge vertrouwen tussen de banken weer terugkomt, dan kunnen die opslagen gaan dalen, zodat de woningkoper kan gaan profiteren van de lage lange rente.
De crisis als hoofdoorzaak?
De tweede mogelijke bron van een krimpende vraag is de economische crisis, vooral als die gepaard gaat met een sterk oplopende werkloosheid. Dat we in een snel erger worden economische crisis zitten staat niet ter discussie, maar de grote vraag is wat er gaat gebeuren met de werkloosheid. In de vorige recessie, die van 2001-2003, is de werkloosheid niet boven de 7% uitgekomen. Bovendien was er vrijwel geen sprake van langdurige werkloosheid. In die omstandigheden kunnen huishoudens hun hypotheek gewoon blijven betalen, al moeten ze daarbij wellicht tijdelijk beroep doen op hun spaargeld. Dat is een heel andere situatie dan in de jaren tachtig, toen de werkloosheid hoog en structureel was. De vraag is dus of de huidige crisis wat dit betreft op die van de jaren tachtig gaat lijken, of juist op die van 2001-2003. Ik neig naar het laatste. In vroegere recessies zorgde banenverlies in combinatie met een groeiende beroepsbevolking voor een snel oplopende werkloosheid. Een belangrijke reden dat de werkloosheid de laatste keer zo laag bleef is dat de beroepsbevolking bijna niet meer groeit. Dat is nog steeds het geval, dus de kans is groot dat de werkloosheid ook dit keer relatief laag zal blijven en van korte duur zal zijn.
Bevolkingskrimp?
Een derde mogelijke oorzaak van een terugvallende vraag is demografische krimp (zie Eichholtz en Lindenthal, 2008). De gevolgen daarvan kunnen desastreus uitpakken, zoals de recente ervaringen in Oost Duitsland laten zien. In Berlijn, bijvoorbeeld, zijn de woningprijzen al sinds 1994 aan het zakken. In totaal is er daar nu al bijna 50% waarde verloren. Ook Nederland kent gebieden met demografische krimp en ook daar lijkt de neergang in de woningprijzen ingezet. Zuid Limburg en Noord Groningen zijn daarvan voorbeelden en de specifieke situatie aldaar vereist beleidsmatig maatwerk. Voor Nederland als geheel is er echter nog steeds sprake van demografische groei, niet zozeer van het aantal inwoners, maar wel van het aantal huishoudens. Er zijn nu circa 7,3 miljoen huishoudens en de verwachting is dat dit er tussen 2025 en 2030 iets meer dan 8 miljoen zullen zijn. Dat betekende een aanhoudende vraag naar woningen.
Sentiment van kopers en verkopers?
De laatste mogelijke oorzaak van inzakkende vraag is marktsentiment. Dit is zonder enige twijfel slecht te noemen. Het consumentenvertrouwen is in 2008 sterk gedaald en die daling begon al ver voordat de officiële economische voorspellingen negatiever werden. Het sentiment lijkt zich sinds de herfst echter niet verder te verslechteren en stabiliseert zich rond de – 30. Dat is slecht, maar niet zo slecht als in 2003, toen het op -40 stond. Het negatieve sentiment heeft de laatste maanden vooral effect op de grote uitgaven. De autoverkopen stagneren en dat geldt ook voor de woningverkopen, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad. In het verleden was er een sterke samenhang tussen de werkloosheid en het consumentenvertrouwen, maar het lijkt er nu op dat het vertrouwen meer samenhangt met de vrees voor werkloosheid dan met de werkloosheid zelf, want die laatste begint pas nu op te lopen. De grote vraag is dan ook wat er met het consumentenvertrouwen (en de bestedingen) gaat gebeuren als de werkloosheid daadwerkelijk gaat toenemen. Dat is op dit moment de grootste onzekere factor onder de woningmarkt.
Conclusie
Kortom, van de vijf potentiële oorzaken van een woningmarktcrisis blijft alleen het marktsentiment als mogelijke boosdoener over. Er is in Nederland niet teveel of speculatief gebouwd, de kans dat de reële rente hard gaat stijgen is gering, de economische crisis gaat waarschijnlijk gepaard met een relatief lage werkloosheid en de demografie ziet er voor het land als geheel nog goed uit. De kans op een diepe en structurele crisis op de woningmarkt is dan ook klein.
Het woningmarktbeleid moet drastisch op de schop. In plaats van de vraag moet het aanbod worden gestimuleerd, vindt hoogleraar vastgoedfinanciering Piet Eichholtz.
“Het beleid stimuleert de vraag, terwijl het aanbod rigide is. De prijzen gaan dus omhoog, waardoor alle financiële steun van de overheid uiteindelijk bij de eigenaren van woningen en grond terechtkomt”, onderwijst Eichholtz zijn gehoor van ontwikkelaars en bouwondernemers van de NVB.
Door die vraagstimulering is bovendien de woningmarkt scheefgegroeid. Nederland heeft momenteel 2,3 miljoen sociale huurwoningen. Maar liefst 1,7 miljoen bewoners van die woningen zitten in het segment midden- en hogere inkomens. De feitelijke doelgroep voor sociale woningen bestaat uit 1,3 miljoen huishoudens.
“Door de scheefwoners is er dus nog een tekort van 600.000 sociale woningen. Geen wonder dat de plaatselijke wethouder roept dat u voor de onderkant van de markt moet bouwen. Gevolg is dat we bezig zijn te bouwen voor de sloop over 20 tot 30 jaar”, aldus Eichholtz.
Het scheefwonen is volgens hem een gevolg van de goedbedoelde huurbescherming in ons land, die curieus genoeg niet de zwakkeren beschermt, maar juist de sterkeren. “Als die scheefwoners ervoor kiezen weinig aan wonen uit te geven omdat ze andere behoeften hebben, dan moeten ze dat zelf weten. Maar ze bezetten woningen die met maatschappelijk kapitaal zijn neergezet. Dan mag de overheid best ingrijpen”, vindt hij.
Inkomenstoets
De hoogleraar is er dan ook voorstander van dat regelmatig een inkomenstoets wordt uitgevoerd bij bewoners van sociale huurwoningen. Verdienen ze te veel, dan zullen ze eruit moeten. Dat bevordert de doorstroming en bovendien komen de woningen vrij voor mensen voor wie ze zijn bedoeld.
Eichholtz is er verder voorstander van het hele systeem van huursubsidies en hypotheekrenteaftrek op de schop te gooien. “Huren en kopen allebei subsidiëren is inkomenspolitiek. Dat kun je beter via de inkomstenbelasting doen.”
Om het aanbod te stimuleren zal de ruimtelijke ordening moeten worden aangepast, waardoor die minder beperkend is. Als voorbeeld neemt hij Belgiëwaar de ratio woongrond/landbouwgrond 12,8 is. In Nederland is die 9,5. “Als we naar het Belgische cijfer zouden gaan, betekent dat 31 procent meer woongrond in Nederland. Voordeel is ook nog dat de grondprijzen omlaag gaan”, aldus de hoogleraar.
In Limburg zullen de huizenprijzen de komende jaren sterk dalen als er niets wordt gedaan. Huizensloop is een maatregel die helpt. Dat zegt hoogleraar Piet Eichholtz van de Universiteit Maastricht na een week van verontrustende berichten over de ontwikkelingen op de onroerend-goedmarkt.
Zo is de gemiddelde Nederlandse huizenprijs volgens de Nederlandse Verenging van Makelaars voor het eerst sinds 1990 gedaald. Landelijk ziet Eichholtz niet zoveel problemen met de prijs, maar in Limburg krimpt de bevolking en daarom zal de vraag naar huizen afnemen. Woningen moeten daarom volgens de hoogleraar massaal gesloopt worden om de prijzen stabiel te houden. Volgens Eichholtz zullen de prijzen vooral dalen in het Zuiden van Limburg.
Welkom
Ik ben dit weblog begonnen om te waarschuwen voor de gevaren van onze kenniseconomie consumptie-economie (65% = consumptie). De schuldgraad van de Nederlandse huishoudens is enorm hoog geworden, zo hoog dat een groot aantal Nederlanders inmiddels slaaf van "de bank" is. Wil je als starter een huis gaan kopen, dan kun je beter wachten tot de huizenbubble is
leeggelopen.
hypotheekschuld Ned. in 1996: 138 miljard euro
hypotheekschuld Ned. in 2009: 609 miljard euro
De waarde die tegenover de schulden staat is een virtuele waarde, dat is een waarde die is ontstaan omdat centrale banken zoveel geld hebben gecreëerd en nieuwe kredieten en hypotheken zo makkelijk mogelijk maken. Als er een crisis in het kredietsysteem ontstaat zoals nu en krediet niet meer makkelijk beschikbaar is dan gaat die waarde die je met krediet moet financieren zoals onroerend goed erg dalen maar de schulden die zijn uitgegeven blijven staan. bron: Willem Middelkoop
Wat kan een daling veroorzaken?
Een scherpere correctie zou kunnen optreden door een snel afnemend consumentenvertrouwen, toenemende verwachtingen van prijsdalingen en een significante toename van de hypotheekrente bron: De Nederlandse Bank
Hypotheekschuld
De hypotheeklasten zijn zo enorm - in totaal 278 miljard euro (inmiddels al meer dan 600 miljard!), per inwoner veruit het hoogst ter wereld - moet nu côute que côute voorkomen worden dat de huizenprijs fors keldert. ,,Het is zonde dat de politiek halverwege de jaren negentig niet begonnen is met geleidelijke beperking van de renteaftrek. Dat had de oververhitte markt kunnen afkoelen.”
bron: prof.dr. Peter Boelhouwer
Afschaffing Hypotheekrenteaftrek
De argumenten voor afschaffing worden volgens Nout Wellink steeds 'dwingender', vooral omdat de aftrek de markt verstoort. Aan het oorspronkelijke doel van de regeling, het stimuleren van het eigen huizenbezit, draagt de regeling al lang niet meer bij, stelt Wellink. "Waar het op neerkomt, is dat mensen die een huis bezitten aan elkaar de bonus van de hypotheekrenteaftrek doorschuiven. Voor hen is er geen probleem. Maar starters op de woningmarkt komen hier niet meer tussen, of zij moeten zich diep in de schulden steken om die bonus te betalen."
bron: nu.nl (2006)
Wat zegt NIBC?
In een rapport uit september 2007 becijferden analisten van zakenbank NIB Capital (NIBC) dat de ‘luchtbel’ in de Nederlandse huizenprijzen groter is dan in de VS. Hierbij spelen de hoge schuldratio’s van ons land een belangrijke rol: zo is de uitstaande hypotheekschuld in verhouding tot het net national income in Nederland (120%) beduidend hoger dan in Amerika (nog geen 90%).Volgens NIBC zou dit gegeven als zodanig niet per definitie problematisch hoeven te zijn, als een flinke spaarpot tegenwicht bood aan de torenhoge schuld. Maar hoewel de spaartegoeden toenemen, is de schuldenlast in Nederland door de jaren heen steeds zwaarder geworden. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw bedroegen de schulden van de Nederlanders niet meer dan 80% van de uitstaande spaartegoeden. Ofwel, de Nederlanders spaarden meer dan dat ze leenden. Inmiddels zijn de schulden opgelopen tot 200% ten opzichte van de spaartegoeden
bron: Harm van Wijk
Nationale Hypotheek Garantie
In Nederland zijn veel hypotheken gefinancierd onder voorwaarden van de Nationale Hypotheek Garantie.Voor deze hypotheken lopen banken geen risico op een restschuld, omdat het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) garant staat voor aflossing van het hele leenbedrag. De onderzoekers van NIBC wijzen er op dat bij een daling van de huizenprijzen het vermogen van WEW al snel tekort kan schieten. Mocht deze situatie zich ooit voordoen dan kan WEW een beroep doen op renteloze leningen van de overheid. Benadrukt moet worden dat NHG-voorwaarden uitsluitend het risico op een restschuld van banken afdekt. Huishoudens profiteren van een rentekorting, maar zijn wel aansprakelijk als op enig moment sprake is van een restschuld.
bron: Rabobank
Het waarborgfonds, dat wordt gevuld met premies van huizenkopers, omvat ruim 400 miljoen euro. Het staat garant voor bijna een miljoen hypotheken (tot 265.000 euro) met een gezamenlijke waarde van ongeveer 97 miljard euro.
bron: NRC
The Economist (2003): house of cards
De prijzen van woonhuizen zakken de komende jaren dramatisch in de VS, Verenigd Koninkrijk, Spanje, Ierland, Australië en Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van de Economist.
Bubble
Het Engelse vakblad stelt dat de huizenmarkt in de zes genoemde landen een typisch geval van een bubble is. De huizen in ondermeer Nederland zijn serieus overgewaardeerd. Het magazine heeft een onderzoek gedaan dat begint in 1975. Vooral de al lange tijd historisch lage rente heeft de prijzen van huizen opgestuwd.
Slechte tijden: “verkoop uw huis”
Pam Woodall, de schrijver van het stuk, stelt: “Op enig moment in de komende jaren gaan de prijzen hard naar beneden. De consequenties voor het land en de economie zullen veel erger zijn dan de crisis op de aandelenbeurzen”.
Door de huidige lage rentestand, in Amerika staat de korte rente op 1,25 procent, kunnen de Centrale Banken de rente niet veel meer verder verlagen. De banken kunnen de huizenmarkt dus niet meer effectief stimuleren.
De Economist adviseert inwoners van de zes genoemde landen, waaronder dus Nederland, om hun huizen te verkopen en te gaan huren totdat de huizen in prijs zijn gezakt.
bron: Economist, House of cards, May 31st 2003,
Waar komt het geld voor uw hypotheek vandaan?
De bancaire sector is gemachtigd door de centrale bank om liquiditeit (geld) ter beschikking te stellen op het gebied van leningen en hypotheken. De uitgifte daarvan gebeurt door de diverse banken met ondersteuning van de centrale bank. Men zal zich afvragen waar deze liquiditeit vandaan komt. Die komt feitelijk uit het niets. Als een bank een lening of hypotheek beschikbaar stelt aan de lener, dan creëert deze bank geld uit het niets om deze te financieren. Wanneer de lening of de hypotheek geheel wordt terugbetaald, dan verdwijnt dit geld weer in het niets. De bank ontleent zijn bestaansrecht aan de rente, die men ontvangt, want van het geld uit het niets kan men niet bestaan omdat daarover weer rente moet worden betaald aan de centrale bank (interbancaire rente) - die ook wordt vastgesteld door de laatste. Het verschil in de rentes, die de bank aan de centrale bank moet betalen en de rente die men ontvangt betreft dus de ‘winst’ van de bank. Dit is bekend onder naam fiatgeld, want er staat geen enkele tegenwaarde ten opzichte van dit ‘geld’, het is in feite gebakken lucht.
bron: Albert Spits
Sparen Nederlanders nog wel?
Het gevolg van de Amerikaanse bestedingsdrift is dat de spaarquote van gezinnen in de VS al een aantal jaren rond nul ligt. In de jaren tachtig spaarden Amerikanen nog gemiddeld 8% van hun beschikbaar inkomen. Alom wordt die spaarquote van nul gezien als het beste bewijs van de slechte staat waarin Amerika verkeert. Ze besteden daar maar raak en dat moet wel fout aflopen. Maar voor we in Nederland met het opgeheven vingertje gaan zwaaien, is het wel goed dat mensen zich realiseren dat de spaarquote van Nederlandse gezinnen sinds 2003 ieder jaar negatief is geweest. Niet nul als in Amerika, maar negatief. In 1995 spaarden we nog 5%. Nu besteden we dus ons hele beschikbare inkomen en dan nog wat extra. We ontsparen. Maar de nationale spaarquote is toch positief? Ja, maar dat komt voor wat betreft de gezinnen omdat er voor ons gespaard wordt, via de pensioenfondsen. Nederlanders zijn gedwongen spaarders geworden. Dankzij ons kapitaaldekkingsstelsel kunnen werknemers zich permitteren hun hele inkomen uit te geven.
bron: Jaap van Duyn
De voortdurende injectie van additionele hoeveelheden geld op bepaalde plaatsen in het economische systeem, waar het een tijdelijke vraag creëert die verdwijnt wanneer de toename van de geldhoeveelheid ophoudt of vertraagt, leidt arbeid en andere productiemiddelen naar werkzaamheden die slechts voortgezet kunnen worden zolang als de toename van de geldhoeveelheid doorgaat in hetzelfde tempo of misschien zelfs slechts zolang als de toename van de geldhoeveelheid doorgaat in een steeds sneller tempo. bron:Friedrich A. Hayek
"If Americans ever allow banks to control the issue of their currency, first by inflation and then by deflation, the banks will deprive the people of all property until their children will wake up homeless." bron: Thomas Jefferson