Feb 27

De economische crisis raast over Nederland. In Oost-Europa is de situatie echter nóg alarmerender. Diverse economieën staan er op het punt van omvallen. Grote vraag is wie zij meesleuren in hun val.

Wat is er aan de hand?
Veel landen in Oost-Europa kampen op dit moment met niets minder dan een valutacrisis. Munten van landen als Oekraïne, Estland, Letland, Roemenië en Hongarije, maar ook van Tsjechië, Polen en Rusland bevinden zich in een vrije val. Zo daalde de Poolse zloty in de afgelopen maanden met een derde tegenover de euro.

Ook de beurskoersen in het voormalige Oostblok gingen in de achterliggende weken hard onderuit en terwijl de werkloosheid accelereert, zijn de vooruitzichten voor de economische ontwikkeling gitzwart. Letland verwacht voor dit jaar zelfs een ongekende krimp van 12 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De financiële paniek kostte de Letse regering al de kop.

Op dit moment kruipt vooral Oekraïne langs de rand van de afgrond. Kredietbeoordelings-bureau Standard & Poor’s acht de kredietwaardigheid van dat land inmiddels gelijk aan die van Pakistan. Deze slechte waardering maakt geld lenen even moeilijk als duur.

De problemen komen extra hard aan omdat zo’n zes maanden geleden nog werd gedacht dat veel landen in Oost-Europa de uit Amerika overgewaaide kredietcrisis makkelijk zouden kunnen doorstaan.

Dit lijkt vooral een Oost-Europees probleem?
Dat valt nog maar te bezien. Door de onstuimige groei van Oost-Europese economieën in de voorbije jaren ging een steeds groter deel van de westerse export die kant op. Nu de internationale koopkracht van Oost-Europeanen terugloopt door hun zwalkende munten hebben ze plotsklaps veel minder in het westen te besteden. Maar wat op korte termijn wellicht zorgwekkender is: Oost-Europese landen zouden wel eens westerse banken kunnen meesleuren in hun val.

Westerse banken?
De onstuimige groei in Oost-Europa van de afgelopen jaren was vooral te danken aan de instroom van vele honderden miljarden euro’s vanuit westerse banken. Veel Oost-Europeanen sloten hypotheken af in landen als Oostenrijk en Zweden omdat daar de rente fors lager was. Nu hun eigen munt keldert, zijn voor veel burgers de maandelijkse rente en aflossing niet meer op te brengen. Voor westerse banken, die al kampen met grote problemen door het verdampen van investeringen in Amerikaanse rommelhypotheken, kan dit de druppel zijn die de emmer doet overlopen.

Geldt dat ook voor Nederlandse banken?
Ook de Nederlandse financiële sector bezit belangen in Oost-Europa. Zo heeft ING geld uitstaan in Oekraïne en hypotheken in onder meer Polen en Roemenië. Ook verzekeraar Aegon heeft belangen in de regio, evenals Rabobank. In internationaal perspectief valt de Nederlandse blootstelling echter mee. Wat bepaald niet valt te zeggen van Oostenrijk. In totaal hebben banken daar zo’n 230 miljard euro uitstaan in Oost-Europese landen, wat overeenkomt met een waarde van 80 procent van het jaarlijkse Oostenrijkse nationaal inkomen. In totaal hebben banken uit de eurozone zo’n 1300 miljard euro uitstaan in Oost-Europa. Ook het Belgische KBC heeft er relatief veel belangen.
Klik hier!

En wat nu?
Het Oost-Europese financiële stelsel heeft, aldus berekeningen van de Wereldbank, dringend een impuls nodig van 120 miljard dollar om enigzins te herstellen. Geldelijke steun van West-Europese landen lijkt hiervoor noodzakelijk. Maar die landen staan hiervoor niet te springen nu ze door de crisis al moeite genoeg hebben om zelf de touwtjes aan elkaar te knopen.

Volgens Wereldbankpresident Zoellick staat door die impasse twintig jaar hervorming op het spel. „Het zou een tragedie zijn als Europa na de hereniging in 1989 nu weer uit elkaar viel.”

bron: Reformatorisch Dagblad