Apr 14

Uit onderzoek van Wijzer in geldzaken blijkt dat Nederlanders massaal in de ontkenningsfase blijven hangen. Waarschijnlijk komt dit doordat zij niet goed geïnformeerd zijn, maar ook het heilige geloof in het huizensprookje zou een reden kunnen zijn.

Luister ook naar de uitleg van Maartje Martens

Eén van de opvallende conclusies is dat de helft van de mensen met een 100% aflossingsvrije hypotheek niet verwacht dat de maandlasten stijgen na verhuizing, terwijl juist deze groep vaak te maken zal krijgen met hogere lasten. Dat is opvallend omdat deze woningkopers waarschijnlijk zullen moeten gaan aflossen op hun nieuwe hypotheek, ook als deze gelijk blijft of minder wordt. Een mogelijke verklaring is dat veel huizenbezitters de concrete effecten van de recente maatregelen op hun eigen financiën toch niet overzien.

ScreenShot028

  • Meer dan een kwart van de respondenten verwacht een restschuld over te houden bij de verkoop van het huidige huis.
  • 75% van degenen die niet verwachten een restschuld over te houden, verwacht overwaarde (derechter grafiek hieronder geeft de percentages weer, gepercenteerd over degenen die ‘nee’ én ‘weet niet’ antwoorden op de vraag of ze een restschuld verwachten).
  • Hoe recenter het huidige koophuis gekocht is, hoe hoger de verwachting van een restschuld:
  • Meer dan 10 jaar geleden gekocht: 14% verwacht een restschuld
  • 6 tot en met 10 jaar geleden gekocht: 37% verwacht een restschuld
  • Uiterlijk 5 jaar geleden gekocht: 39% verwacht een restschuld

ScreenShot029

  • Ruim de helft van de ondervraagde huizenbezitters heeft een aflossingsvrije hypotheek (54%).
  • Van de huizenbezitters met een aflossingsvrije hypotheek, heeft 32% ook een (bank-) spaarhypotheek, 8% een beleggingshypotheek en 4% een annuïteitenhypotheek. Voor hun geldt dat zij dus geen 100% aflossingsvrije hypotheek hebben. Bij 32% van degenen die een aflossingsvrije hypotheek hebben, is de hypotheek voor 100% aflossingsvrij.
  • Degenen die een restschuld verwachten, hebben vaker een (bank-)spaarhypotheek (59%) dan diegenen die geen restschuld verwachten of het niet weten (gemiddeld 39%). Van degenen die een restschuld verwachten, heeft 21% een volledig aflossingsvrije hypotheek.
  • Ruim 3 op de 5 (63%) van de huizenbezitters die een restschuld verwachten is van plan om eigen spaargeld in te brengen voor financiering van een nieuwe woning.

ScreenShot030

  • Ruim de helft van de respondenten heeft het voornemen een duurder huis dan het huidige huis te kopen.
  • Naarmate de leeftijd stijgt, neemt het voornemen voor het kopen van een duurder huis af (25-34 jaar:76%, 35-44 jaar: 55%, 45-54 jaar: 38%, 55-64 jaar: 28%, 65+: 18%).
  • Opvallend is dat van de huizenbezitters die een restschuld verwachten (28% van de ondervraagde huizenbezitters) 63% aangeeft een duurder huis te willen kopen. Dit is meer dan bij de huizenbezitters die geen restschuld verwachten; daarvan wil 51% duurder gaan wonen.
  • Een mogelijke verklaring is dat jongere huizenbezitters vaker een restschuld verwachten dan oudere huizenbezitters (25-34 jaar: 46%, 35-44 jaar: 33%, 45-54 jaar: 25%, 55-64 jaar: 7%, 65+: 0% verwacht een restschuld) en dat zij vaker de wens hebben groter (en dus duurder) te wonen.

2014-04-14 08_24_34-rapportage onderzoek hypotheken voorjaar 2014 (3).pdf - Adobe Reader

  • De helft van de potentiële huizenkopers heeft de wens om groter te wonen, één op de vijf wil juist kleiner wonen.
  • Hoe jonger, hoe vaker er de wens is om groter te wonen; 25-34 jaar: 77%, 35-44 jaar: 57%, 45-54 jaar: 32%, 55-64 jaar: 17%, 65+: 5%

bron: Wijzer in geldzaken

Mar 1

Duizenden huizenbezitters die gebukt gaan onder dubbele maandlasten, omdat zich geen koper meldt voor de oude woning, krijgen hulp van een stichting die huurders gaat opsporen om die tijdelijk onder te brengen in de leegstaande woningen.

Het gaat naar schatting om 2000 tot 3000 gezinnen die het water aan de lippen staat.

Banken gaan hun in betalingsnood verkerende klanten doorverwijzen naar de Stichting Tijdelijk Twee Woningen, die zij financieel ondersteunen.

“Het belang van de huizenbezitter staat voorop. Niemand is er gebaat bij dat deze mensen nog verder in de problemen komen en hun huis worden uitgezet. Met de stichting willen we een stukje pijn wegnemen bij de ‘dubbeleigenaren’. Daarnaast hopen we een bijdrage te leveren aan het op gang krijgen van de woningmarkt”, aldus Luke Liplijn, de voorzitter van de stichting.

De stichting grijpt de leegstandswet aan om een koopwoning tijdelijk te kunnen verhuren. Het huis kan dan minimaal een halfjaar tot maximaal twee jaar worden verhuurd, met een verlenging tot maximaal vijf jaar. In de tussentijd blijft het huis te koop staan. Omdat de leegstandswet een opzegtermijn van drie maanden hanteert, kan de huur betrekkelijk snel weer worden beëindigd.

Volgens Liplijn werpt dit echter geen barrière op. “De groep huurders waar wij ons op richten, is al flexibel. Denk daarbij aan studenten, mensen die in echtscheiding liggen of gescheiden zijn, forenzen, expats of verbouwers. Bovendien kan er met de huurder een afspraak worden gemaakt, zodat het ook hem uitkomt.” De stichting vermoedt dat er veel vraag bestaat naar tijdelijke en betaalbare huurhuizen.

bron: Telegraaf.nl

Apr 25

Een goed commentaar zet mensen aan het denken, vindt Kees de Kort. De 52- jarige econoom, werkzaam bij vermogensbeheerder AFS Capital Management in Amsterdam, heeft met zijn dagelijks commentaar op BNR Nieuwsradio een grote schare fans opgebouwd. Hij is dwars en knorrig, al noemt hij dat zelf realistisch. „Daar heb je Kees weer, zeiden ze als ik over de Amerikaanse huizenmarkt begon”, zegt hij. „Dat was nog geen jaar geleden, toen de AEX-index nog boven de 500 punten stond, en ik werd uitgelachen . ”

Wat is nu de grootste misvatting?
„Dat we over een jaar of wat weer kunnen overgaan tot de economische orde van de dag. Iedereen verwacht dat, als de financiële crisis is uitgeraasd, de banken op de oude voet verder gaan met kredietverlening. Dat is volgens mij een grote vergissing .”

Waarom?
„Wij danken de economische welvaart van de afgelopen vijftien jaar aan de enorme groei van de kredietverlening. De crisis van nu is het gevolg van een radicale verandering van de risicoperceptie van de banken met als gevolg: deleveraging: het afbouwen van schulden. Beleidsmakers proberen de crisis te bestrijden door die kredietmachine weer aan de praat te krijgen. Dat betekent het verder opbouwen van schulden. Dat zal niet lukken. Banken kijken nu heel anders aan tegen risico’s. Dat heeft gevolgen voor het niveau van de kredietverlening en dus voor de daarmee opgebouwde welvaart .”

Wat merkt de burger daarvan?
„Het wordtmoeilijk omkrediet te krijgen. Dat is nu al zichtbaar, op de huizenmarkt bijvoorbeeld. N RC Handelsblad concludeerde al in 2002 dat een gezinmet een gemiddeld inkomen alleen nog een huis kon kopen in Friesland en Groningen. Die stijging is deels te wijten aan groeiende kredietverlening. Het publiek wilde meer geld lenen, de banken hebben het geleverd en de toezichthouders hebben het goed gevonden. En wat zie je nu? Toezichthouders worden strenger, banken lenen minder snel en het publiek wordt voorzichtiger. Alleen weigert iedereen de laatste stap te zetten: hun huizenprijs verlagen. Al die Nederlandse huizenbezitters die zeggen dat ze hun huis niet kunnen verkopen, houden zichzelf voor de gek. Ze kunnen die huizen wel verkopen, maar niet tegen de prijs die ze er voor vragen. Ze willen de economische realiteit niet onder ogen zien.”

Kees de Kort
Drs. C.E. de Kort, beleggingsanalist/commentator

bron: nrc