Oct 18

Over de betekenis van de uitvoer voor onze economie bestaan veel misverstanden. Zo zei een minister in spe vorige week dat Nederland 70% van zijn inkomen verdient met de export. De betreffende minister zou nog wel Economische Zaken onder zijn hoede krijgen

Het is te hopen dat de minister, die inmiddels al op het bordes heeft gestaan, zich bij het inlezen in de voor hem nieuwe materie nog even laat bijpraten door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), om te horen hoe het echt zit.

Waar heeft de minister die 70% vandaan? Van iemand die voor hem heeft opgezocht hoeveel Nederland exporteert en die dat bedrag vervolgens heeft gedeeld door het bruto binnenlands product (bbp). Dat laatste is het bedrag dat we met zijn allen verdienen. De Nederlandse uitvoer bedroeg in 2009 € 396 miljard en het bbp was € 572 miljard groot. Het ene bedrag gedeeld door het andere geeft 69%. Dus verdienen we 70% van ons inkomen met de export.

Hier maakt de bron van de minister zijn eerste fout, al is het nog niet de ergste. Van de € 396 miljard aan uitvoer is niet minder dan € 158 miljard doorvoer, of ’wederuitvoer’, zoals het bij het CBS heet. Dit is wat ingevoerd wordt en even hard weer uitgevoerd wordt. De containers komen per zeeschip op de Maasvlakte aan, worden overgeladen op een binnenvaartschip en gaan door naar Duitsland. Daar verdienen we, afgezien van het verladen, niets aan.

Het deel van de uitvoer dat doorvoer is, wordt steeds groter, vorig jaar al 40%. De échte uitvoer van dingen die in Nederland gemaakt zijn, bedroeg vorig jaar niet € 396 miljard maar, na nog wat andere correcties, € 229 miljard. Dat is niet 69%, maar slechts 40% van het bbp.

Maar nu komt de echte denkfout van de bron van onze minister. Uitvoer is omzet. Het is het bedrag dat ontvangen wordt voor verkochte producten. Maar wat je omzet is bij lange na niet hetzelfde als wat je verdient.

Stel een ondernemer verkoopt voor € 100.000 in het buitenland. De kostprijs van wat hij verkoopt bedraagt € 90.000. Hij maakt dus € 10.000 winst. Dat is wat hij verdiend heeft aan de uitvoer. De kostprijs bestaat weer voor € 25.000 uit arbeidsloon en voor € 65.000 uit grondstoffen en materialen, die hij allemaal heeft ingevoerd. Er is door zijn werknemers dus ook nog eens € 25.000 aan inkomens ontvangen. In dit voorbeeld is op een uitvoerbedrag van € 100.000 dus maar € 35.000 verdiend.

Het is dus onjuist om te stellen dat we (na de correctie voor de doorvoer) 40% van ons inkomen met de uitvoer verdienen, en het is al helemaal fout om te zeggen dat het 70% is. Wat is het dan wel? Dat valt zo niet te zeggen, maar we weten wel in welke sectoren de meeste inkomens, dus lonen en winsten, verdiend worden.

In grotendeels binnenlandse sectoren als de zorg, de zakelijke dienstverlening, de bouw, de horeca, vervoer en communicatie en de overheid wordt 80% van ons inkomen verdiend. Blijft er voor de landbouw en de industrie, die veel maar niet alles exporteren, nog 20% over.

Omzet is dus niet hetzelfde als inkomen. Het is maar dat de minister van Economische Zaken en Landbouw het weet.

bron: De Telegraaf