Jan 20

In de makelaardij was het ooit je van het. Een keten van kantoren, ‘dicht op de klant’ en ‘zichtbaar in de regio’, zoals de makelaars zich graag aanprezen. De uitbundige huizenmarkt van het afgelopen decennium maakte de ketenvorming tot een geliefde bedrijfsstrategie. Maar juist bij makelaarsbedrijven met veel vestigingen vallen harde klappen, nu de huizenmarkt is stilgevallen.

Midden jaren negentig begon in de makelaardij een ‘filialisering’, zegt Freek Suurland, bestuurder van de Nederlandse vereniging van Makelaars (NVM) in Groningen. ‘Grote partijen kochten kleine makelaarskantoren op als filiaal. Die bedrijven voelen de crisis nu duidelijk zwaarder dan kleine, zelfstandige makelaarskantoren.’

Die grotere makelaars hebben ‘relatief hoge vaste lasten’, legt Ed van de Bijl uit, directeur van de Landelijke Makelaarsvereniging, zoals de kosten van huisvesting. ‘Juist bij de middelgrote kantoren zit de meeste pijn.’

Nevenvestigingen worden hier en daar gesloten, bevestigt woordvoerder Arjan Terpstra van makelaarsvereniging ERA. ‘Eerder moest men vanwege de werkdruk wel dichter bij de klant zitten. Nu het rustiger is, kan het ook prima vanuit de hoofdvestiging.’

Precieze cijfers over filiaalsluitingen houden de makelaarsverenigingen niet bij. Maar ook bij de NVM herkent men het beeld van afslankende ketenbedrijven. Voorzitter Ger Hukker. ‘Men let op de kosten. De concurrentie is groot.’

Bij Eggink Maalderink, een keten met zeven vestigingen in het oosten des lands, zagen ze de terugval tijdig aankomen, zegt directeur René Wenting. Het bedrijf heeft zich inmiddels teruggetrokken op drie vestigingen. De overige filialen zijn deels verhuurd, maar dienen nog wel als ‘vitrine’ voor het huizenaanbod.

‘Andere ketens doen hetzelfde’, zegt Wenting. ‘Of ze sluiten kantoren helemaal. Je ziet ook een stop op het aannemen van mensen. Dit alles in de wetenschap dat er in de makelaardij nu een sanering plaatsvindt.’

bron: de Volkskrant