Jun 5

Lenen doen we bijna allemaal. Of we nu een auto op afbetaling kopen of een krediet afsluiten voor een nieuwe keuken. De meeste mensen draaien er hun hand niet voor om. Zo heeft meer dan de helft van de Nederlanders een hypotheek, ter waarde van gemiddeld €231.000 euro. (2012)

Ook studenten lenen. Twee op de drie heeft een studieschuld, van gemiddeld €15.000 euro. Dat is voor studenten veel geld. Maar als je het afzet tegenover een gemiddelde hypotheek komt het in een ander daglicht te staan. Temeer omdat je een studielening naar draagkracht afbetaalt en hoger onderwijs een investering is die zichzelf ruimschoots terugbetaalt. Dat kun je van een auto, een keuken of een woning niet altijd zeggen. Als je hoger onderwijs hebt gevolgd verdien je gemiddeld ruim anderhalf keer zoveel als zonder bachelor- of masterdiploma.

Het leenbedrag wordt met de invoering van het studievoorschot hoger. Daar staat tegenover dat we de aflostermijn hebben verlengd van 15 naar 35 jaar. Hierdoor is het maandelijkse aflosbedrag veel lager dan nu het geval is. Onder het huidige stelsel betaal je hoogstens 12% van het bedrag dat je meer verdient dan bijstand ; straks wordt dat maximaal 4% van het bedrag dat je verdient boven het wettelijk minimumloon. Om het concreet te maken: stel, je verdient €30.000 en je hebt een schuld van €20.000. Dan betaal je nu €107 per maand af. Straks wordt dat €36.

Geen enkele reden dus om studenten angst aan te jagen. Terwijl dat wel gebeurt. Tegenstanders van het studievoorschot beweren dat studenten straks met een schuld van €30.000 worden opgezadeld. Dat is klinkklare onzin. Het CPB heeft het doorgerekend en komt uit op €6000 extra schuld voor studenten die al lenen en tussen de €6000 en €9000 voor studenten die nu nog niet lenen. (link)

Dezelfde bangmakerij zie je op het thema toegankelijkheid. Het CDA beweert met droge ogen dat ‘met name jongeren uit gezinnen met lage inkomens en mbo-studenten massaal zullen afzien van een studie in het hoger onderwijs’. Volgens de SP ‘ziet een groot deel van de jongeren af van een studie als de basisbeurs wordt omgezet in een lening en juist jongeren uit lagere inkomens zijn dan de eerste die afzien van een studie.’

Dat bekt allemaal wel lekker en je haalt er de krant mee maar het is volledig verzonnen. Wie er ook serieus onderzoek naar doet – of het nu SCP, CPB of CHEPS is – niemand voorspelt dat studenten zich massaal laten leiden door leenangst. Wel zijn er aanwijzingen dat er onder mbo’ ers een beperkte groep is die nog eens goed nadenkt of een vervolgstudie wel de juiste keuze is. Daar is niets mis mee, zolang het maar een bewuste keuze is. Sommige jongeren zijn op een gegeven moment gewoon even klaar met leren en willen aan het werk.

Ervaringen in het buitenland laten zien dat invoering van een leenstelsel – al dan niet sociaal – nergens ten koste gaat van de toegankelijkheid van het onderwijs. Overal zijn de studentenaantallen na invoering van een leenstelsel hoog gebleven. Dat zijn geen rekenmodellen, het is geen zeggedrag maar het zijn feitelijke ervaringen.

Ik begrijp best dat studenten tegen afschaffing van de basisbeurs zijn – ook zij behouden het liefst wat ze hebben – en ik begrijp ook best dat politieke partijen hun oren daarnaar laten hangen. Maar ik voer het debat wel graag op basis van feiten en serieuze berekeningen. Kom daarbij niet aan met spookverhalen en drogredeneringen.

We hebben de plannen voor het studievoorschot vorige week gepresenteerd. Studenten, scholieren en hun ouders zitten met vragen die we zo snel mogelijk proberen te beantwoorden. Zij zitten daarbij niet te wachten op ongefundeerde bangmakerij. Zij verdienen het om serieus genomen te worden.

bron: Spookverhalen en bangmakerij | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

Jun 26

hand op de knipNederlanders zijn lang niet zulke spaarders als weleens gedacht wordt. De Nederlandsche Bank schreef eerder dit  jaar:

“Nederland staat te boek als een land van spaarders. Door de verplichte pensioenvoorziening zijn er inderdaad hoge ‘collectieve besparingen’. Maar op vrijwillige basis zijn gezinnen al langere tijd verre van spaarzaam. Hun ‘vrije besparingen’ zijn sinds 2003 zelfs negatief; sinds dat jaar ligt het inkomen waar zij zelf over kunnen beschikken – dus na betaling van belastingen en pensioen- en andere premies – lager dan de consumptie. Zo beschouwd, houden gezinnen dus geenszins de hand op de knip”

lees ook: We houden de hand niet op de knip

Ondanks dalende huizenprijzen bleven Nederlandse gezinnen de overwaarde op hun huizen verzilveren om meer van hun inkomen te gebruiken voor consumptie. Dat feestje lijkt nu voorbij en dus begint de politiek te liegen over de spaarzame Nederlander. De  ´levensgenieters´ met de ´ik leef nu´dus ik wil ´leuke dingen doen´mentaliteit zullen binnenkort dus wel beginnen te huilen om schuldkwijtschelding. Met  ‘zonder ons kan de economie niet groeien´ als slap excuus.

Grafiek 1 - Individuele besparingen en spaartegoed_tcm46-284831

BNlnFLhCcAArYeo.png largebron: De Nederlandsche Bank

Nov 12

Lenen en consumeren

Een kwart van de Nederlanders spaart nooit en nog eens een kwart spaart alleen als er geld overblijft. De helft van de Nederlanders heeft onvoldoende geld achter de hand om tegenvallers te kunnen opvangen.

zie ook:  Hoe is de Nederlandse consumptie-economie onstaan?

Daarnaast maakt vier van de vijf Nederlanders geen overzicht van de toekomstige uitgaven en houdt een kwart van de Nederlanders nooit bij waar het geld blijft. Nog eens een kwart van de Nederlanders staat iedere maand rood en meer dan een derde heeft een (niet-hypothecaire) lening. Dit blijkt uit het Nibud-onderzoek Geldzaken in de Praktijk dat op donderdag 12 november wordt gepresenteerd tijdens het 30-jarig jubileumsymposium van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.

Het Nibud concludeert dat 3,5 miljoen huishoudens financiële risico’s lopen. Vooral onbezorgde, impulsieve mensen die op vermaak zijn gericht en carrièregerichte mensen die luxe en status belangrijk vinden, bevinden zich financieel gezien vaker in de gevarenzone.

Geen overzicht maakt financieel kwetsbaar
Nooit bijhouden waar het geld blijft, geen begroting maken en alleen sparen als er geld overblijft. Het Nibud is geschrokken van het hoge aantal mensen dat geen inzicht en overzicht heeft over zijn geld en daardoor financieel kwetsbaar is. Zo zegt 20% van de huishoudens geen geld achter de hand te hebben om een grote uitgave, zoals een wasmachine, direct te kunnen betalen.

Vergeleken met de bedragen die het Nibud adviseert achter de hand te hebben, blijkt de helft van de Nederlanders te weinig spaargeld te hebben. Vooral alleenstaanden en alleenstaande ouders hebben moeite met sparen.

Bijna 60% ervaart lening als last
Een kwart van de huishoudens staat maandelijks rood, vooral mensen tussen de 35 en 44 jaar hebben moeite hun inkomsten en uitgaven in balans te houden. Ook heeft meer dan een derde van de Nederlanders een lening. Tweederde van de leners had achteraf gezien liever minder geleend en 58% ervaart de lening als last. Vooral hoge bedragen worden als last ervaren. De meeste mensen lenen voor een auto, een verbouwing of een studie.

Goed omgaan met geld maakt gelukkig
Om financieel zelfredzaam te zijn is het belangrijk dat de inkomsten en uitgaven in balans zijn zodat er geen grote tekorten ontstaan. Bijna 4 op de 10 huishoudens heeft moeite met rondkomen. Mensen die moeite hebben met rondkomen hebben doorgaans weinig overzicht in hun inkomsten en uitgaven, controleren amper hun afschrijvingen en zijn slordig in het ordenen van belangrijke papieren.

Het onderzoek Geldzaken in de Praktijk toont duidelijk aan dat grip, inzicht en overzicht over de financiën belangrijk zijn om financieel zelfredzaam te zijn. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat mensen die goed omgaan met geld gelukkiger zijn dan mensen die dat niet doen.

Onbezorgde, impulsieve mensen en carrièregerichte individualisten
Het Nibud maakt zich het meest zorgen om twee type consumenten: de onbezorgde, impulsieve consument die vooral streeft naar een plezierig comfortabel leven en de carrièregerichte individualist die gericht is op status, risico en spanning. Zij zijn financieel kwetsbaar door hun overtuigingen en waarden ten aanzien van geld. De onbezorgde consument geeft makkelijk geld uit, heeft relatief veel schulden en betalingsachterstanden en weinig spaargeld. Hij heeft vaak een laag inkomen en heeft moeite met rondkomen.

De carrièregerichte individualist heeft ook moeite met rondkomen maar heeft een gemiddeld inkomen. Hij vindt luxe belangrijk en laat zich gemakkelijk verleiden bepaalde uitgaven te doen. Hij is consumptiegericht en is geneigd boven zijn stand te leven. Hij heeft vaker schulden en geen spaargeld

3,5 miljoen huishouden lopen financiële risico’s
Het hoge aantal huishoudens, 3,5 miljoen, dat het risico loopt om financiële tegenvallers niet te kunnen opvangen baart het Nibud zorgen. Zeker in deze economisch onzekere tijd, waarbij banen op de tocht staan, is de kans groot dat het aantal mensen met geldproblemen stijgt.

Naast de al bekende risicogroepen, zoals huishoudens met een laag inkomen, gaat het Nibud zich ook speciaal richten op de onbezorgde, impulsieve consument en de carrièregerichte individualist. Het instituut hoopt met andere partijen, zoals banken, beleidsmakers, scholen en overheden, veelal vertegenwoordigd in het platform CentiQ waartoe ook het Nibud behoort, een manier te vinden om bij deze groepen een bewustzijn te creëren voor de financiële risico’s die zij lopen.

Consumenten die vragen hebben over hun eigen financiën kunnen Nibud bellen met het gratis Nibud-nummer, 0800 — 221 21 21. Iedere werkdag zitten daar voorlichters klaar om mensen met hun geldvragen te helpen.

Achtergronden bij het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd met een digitale vragenlijst. De respondenten zijn afkomstig van het StemPunt-panel van het onderzoeksbureau Motivaction. In totaal hebben in mei 2009 1244 personen aan dit onderzoek deelgenomen.

Download het onderzoeksrapport ‘Geldzaken in de praktijk’ (pdf)

bron: Blik op Nieuws.nl