Aug 12

Ten tijde van een laagconjunctuur is er een groot risico op deflatie in een systeem met fractioneel reservebankieren. Deflatie wil dus zeggen dat de geldhoeveelheid afneemt.

Mensen worden voorzichtiger en gaan meer sparen en minder lenen. Bedrijven zien minder mogelijkheden voor investeringen en dus is er ook daar minder vraag naar leningen. Een andere oorzaak kan zijn dat bedrijven failliet gaan en dat deze kredieten dus verdwijnen. De geldhoeveelheid kan daardoor afnemen of ze gaat minder snel groeien. De neiging is in de laagconjunctuur daardoor om juist minder uit te geven dan het inkomen. Zowel de investeringen als de consumptie dalen. Dat betekent een lage vraag ten opzichte van de productie en dat zorgt voor lagere prijzen.

Doordat mensen gaan sparen in een fractioneel reservesysteem daalt de geldhoeveelheid en daardoor dalen de prijzen. Dit sparen kan ook in de vorm van het aflossen van leningen, voor economen komt dit op hetzelfde neer. Het gaat erom dat de bestedingen minder zijn dan de prijs van de totale productie. Omdat het even duurt voordat de prijzen zich aanpassen is er even te weinig koopkracht om de productie op te kopen. De prijsdalingen zijn dus een gezonde reactie op de ontstane situatie. Door de lagere prijzen wordt de prijs van de totale productie weer gelijk aan de bestedingen. Dan wordt alles weer verkocht en kan iedereen weer aan het werk.

Als de centrale bank zou stoppen met actief te interveniëren zou de rente oplopen. Daardoor zou de geldhoeveelheid afnemen. Er zouden faillissementen zijn en banken zouden een tijd lang voorzichtig zijn met uitlenen en zo zouden zij weer meer reserves opbouwen. Door de faillissementen verdwijnen de rotte appels uit de economie en kan het herstel weer inzetten. Verder zal dit aanpassingsproces zich uiten in veranderingen in de prijzen. Deze zaken hebben even tijd nodig en zal gepaard gaan met achteruitgang van koopkracht en werkloosheid.

De andere mogelijkheid is dat er hyperinflatie ontstaat. Men denkt vaak dat hyperinflatie een wat ergere vorm van inflatie is, maar hyperinflatie is een geval apart. Hyperinflatie ontstaat doordat de bevolking het vertrouwen in de munt verliest. Dat kan veroorzaakt worden door een toename van de geldhoeveelheid maar dat hoeft niet. Inflatie is een toename van de geldhoeveelheid en hyperinflatie is verlies van vertrouwen in de munt en deze twee zijn dus duidelijk verschillend van elkaar.

Wat zullen nu de gevolgen zijn voor de gewone man als deze scenario’s zich voordoen? De belangrijkste factoren zijn dan het pensioen en het eigen huis. En wellicht zijn er mensen die zich proberen in te dekken door te beleggen in goud. In een situatie van deflatie zoals Japan zou je denken dat je pensioen veilig is omdat je vermogen meer waard wordt door de deflatie. Maar deze deflatie gaat gepaard met zeer lage rentes en lage rendementen op investeringen. Dat betekent dat het rendement op je gespaarde vermogen dus ook laag is. Dat is nadelig als je vermogen op wil bouwen voor je oude dag. Ontstaat er hyperinflatie dan ben je uiteraard hele pensioen kwijt. Het is dan in één klap waardeloos geworden.

Als je een eigen huis hebt dan is deflatie ook niet positief. De waarde van je huis daalt en de waarde van de hypotheek blijft gelijk. Als de deflatie echt doorzet dan zal ook je salaris dalen en dat zal het lastiger maken om je hypotheek af te betalen. Gaan we uit van een Japans scenario dan gaat het zeker niet best met de economie en is het risico op werkloosheid ook groter en dat kan ook een afbreukrisico zijn voor het afbetalen van de hypotheek. Nu zul je misschien denken dat je in een situatie van hyperinflatie je huis miljarden waard zal worden. Dat is ook zo, maar daar heb je weinig aan, want al die miljarden zijn betekenisloos. Wel is het goed dat je een vaste waarde hebt waar je op terug kunt vallen. De chaos van de hyperinflatie kan echter gepaard gaan met de nodige politieke onrust. En dan het is maar de vraag of je je huis kunt behouden.

Het gehele artikel kunt u lezen op  devrijeeconomie.nl