Apr 9

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft bij zijn recente doorlichting van de Nederlandse economie voor de zoveelste keer gewezen op de gevaren van de hypotheekrenteaftrek. Deze maakt gezinnen en banken extra kwetsbaar bij de volgende economische terugslag.

Desgevraagd zei de IMF-vertegenwoordiger Nederland een 10 te geven voor de werkloosheidsontwikkeling, en een 2 voor het maar niets doen aan de renteaftrek.

De hypotheekrenteaftrek, in combinatie met het uiterst royale leengedrag van banken, heeft drie perverse effecten. Het eerste is dat we in Nederland een overgewaardeerde huizenmarkt hebben. Omdat huizen veel te duur zijn, wordt de toetreding tot de koopmarkt ernstig belemmerd, terwijl de hypotheekrenteaftrek het kopen van een eigen huis juist moest bevorderen. Dat is het tweede perverse effect. Het derde is dat nergens ter wereld gezinnen zulke hoge schulden hebben als in Nederland.

Vorige week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek de nieuwste cijfers bekend. Nederlandse gezinnen hadden eind 2010 voor € 769 miljard aan schulden uitstaan, waarvan € 658 miljard aan hypotheken. De schuldenlast van gezinnen is meer dan twee keer zo groot als de staatsschuld. Ook dat is waarschijnlijk uniek in de wereld. Tijdens de laatste verkiezingscampagne hoorde ik senator Hermans en premier Rutte bij herhaling roepen dat de Nederlandse staatsschuld iedere dag met € 100 miljoen steeg en dat daar nodig wat aan moest gebeuren. Dat was campagneretoriek, want het is helemaal niet waar. De staatsschuld steeg vorig jaar met € 63 miljoen per dag en dit jaar met minder. Het zijn enorme bedragen, maar wat dachten de heren van de gezinsschulden? Die stegen tot voor de crisis wél met meer dan € 100 miljoen per dag.

Het schuldenprobleem wordt nog groter als wordt bedacht dat de gezinsschulden geconcentreerd zijn bij de helft van de ruim zeven miljoen huishoudens die Nederland telt. Gezinnen die in een huurhuis wonen hebben geen of lage schulden. Sommige gezinnen met een koopwoning hebben geen hypotheek (meer). De schuldenberg van € 769 miljard rust dus op ongeveer drieënhalf miljoen gezinnen. Dat is een last van ruim twee ton per gezin.

Hoe kon het zo fout gaan? Banken hebben een heel belangrijk aandeel in de schuldenexplosie gehad. Vroeger was het normaal dat een gezin bij de aankoop van een eigen huis 30% eigen geld inbracht. Nu wordt in Nederland ruzie gezocht over de vraag of de verstrekking van een lening tot 112%, of toch maar tot 110% van de aankoopsom mag gaan. Daar hoef je buiten Nederland niet mee aan te komen. In Zweden is het maximum leenbedrag bepaald op 85%, in Duitsland en de VS is het 80%, in Canada 75%. In Italië kun je niet meer dan 50 à 60% van de koopsom lenen.

Gezinnen leenden, en banken leenden uit op een veronderstelling die onjuist bleek te zijn. Namelijk de veronderstelling dat huizen alleen maar meer waard konden worden. Oudere bankiers, die van voor de bonussen, wisten al dat dit niet klopte, want in 1985 was het gemiddelde huis 30% goedkoper dan in 1978. Jongere bankiers ontdekken nu ook dat huizen, net als aandelen, overgewaardeerd kunnen zijn. Met dank aan henzelf en de hypotheekrenteaftrek.

bron: Telegraaf