Oct 7

De huizenmarkt kampt volgens De Nederlandsche Bank nog steeds met kwetsbaarheden. De totale Nederlandse hypotheekschuld van huishoudens is met ruim 95 procent van het bbp nog steeds één van de hoogste ter wereld. Daarnaast stond aan het eind van het eerste kwartaal van 2015 nog 61 procent van de huizenbezitters tussen de 30 en 40 jaar onder water. De buffers van deze huishoudens zijn doorgaans onvoldoende om een restschuld weg te werken, wat hun financiële planning en eventuele verhuiswensen kan frustreren.

Mede dankzij de stijgende huizenprijzen is begin 2015 de onderwaterproblematiek enigszins afgenomen. Berekeningen van DNB laten echter zien dat ook bij stijgende huizenprijzen een deel van de hypothekenvoorraad nog geruime tijd onder water staat. Als de huizenprijzen de komende jaren met 2 à 3 procent per jaar blijven stijgen, dan zullen in 2020 nog steeds 250 tot 350 duizend van deze hypotheken onder water staan.

DNB wil ook dat de LTV-limiet na 2018 verder wordt verlaagd. Volgens DNB ontstaat door deze maatregelen een evenwichtiger vermogensopbouw bij de huishoudens. In het jongste Overzicht Financiële Stabiliteit constateert de toezichthouder dat met name het verplichte pensioensparen maakt dat Nederlanders veel sparen. Dit maakt dat het vrije vermogen waarover huishoudens kunnen beschikken relatief gering is, vooral bij jonge huishoudens. Verstorende fiscale prikkels moeten worden verminderd, zowel bij het lenen als bij het sparen. Te denken valt aan een verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek.

bron: dnb.nl