Sep 10

Er gaapt een gat van 6 miljard euro tussen de verwachte inkomsten en uitgaven van gemeenten in 2017. Anders dan de rijksoverheid moeten gemeenten echter een sluitende begroting maken. Dat betekent dat forse ingrepen onvermijdelijk zijn. Dit blijkt uit onderzoek dat COELO vandaag publiceert.

Lees ook: Apeldoorn wil 8 miljoen extra bezuinigen

Het financiële gat bestaat uit drie delen. Het eerste onderdeel is het verschil tussen de verwachte inkomsten en uitgaven op basis van bestaand beleid: 2,7 miljard euro op jaarbasis. Het tweede deel bestaat uit de kortingen op de taken in het sociale domein die binnenkort naar gemeenten worden gedecentraliseerd: 2,9 miljard euro. Het derde onderdeel is het gemeentelijke aandeel in de 6 miljard euro aan extra bezuinigingen van het kabinet: 0,5 miljard euro.

Lastenverhoging geen optie

Het kabinet dekt een aanzienlijk deel van zijn ombuigingen uit lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven. Gemeenten hebben die mogelijkheid niet. Hun belastinginkomsten zijn zo beperkt dat zelfs een verdubbeling geen soelaas zou bieden. Gemeenten moeten dus snijden in hun voorzieningen. Burgers gaan dit merken.

Begrip bij burgers alleen voor sommige bezuinigingen

Uit het COELO-onderzoek blijkt dat de meeste mensen bezuinigingen op bijvoorbeeld straatverlichting, buurtcentra en sportaccommodaties accepteren. Bezuinigingen in het sociale domein (thuiszorg, jeugdzorg, sociale werkvoorziening) wijzen burgers echter in meerderheid af. Maar juist daarin gaat veel geld om – veel meer dan in straatverlichting.

Lees ook: Gemeenten verliezen miljoenen op grond ,  VNG adviseert beëindiging NHG-overeenkomsten ,  Gemeenten

Belang van gemeenten

Gemeenten zijn belangrijke spelers binnen het Nederlandse overheidsbestel. Van alle overheidsbestedingen komt een kwart voor rekening van gemeenten.Gemeentelijke bestedingen zijn daarmee goed voor bijna tien procent van het bbp. Ook als sector in de economie tellen de gemeenten mee. Hun materiëlebestedingen bedragen 20 miljard euro per jaar. Bijna de helft hiervan bestaat uit investeringen. Van alle overheidsinvesteringen word t maar liefst 45 procent door gemeenten gedaan.

zie ook: Gemiddelde loonsom per fte (euro per jaar) en aandeel werknemers boven de 50

Gelukkig hebben we nog grote pensioenspaarpotten die de overheid en de banken kunnen leegroven…

bron: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden

Nov 16
vngRuim negen op de tien gemeenten verhogen in 2010 de tarieven voor de onroerendezaakbelasting (ozb). Huiseigenaren profiteren daarom niet van de lagere woz-waarden.

Een in opdracht van Binnenlands Bestuur gehouden enquête door de Nederlandse vereniging voor gemeentebelastingen (Nvvgb) onder haar 280 leden leert dat slechts een kleine minderheid de tarieven voor de onroerendezaakbelasting volgend jaar niet verhoogt – zelfs niet met de inflatiecorrectie.

De gemeenten die de tarieven verhogen, doen dat voornamelijk als gevolg van de dalende huizenprijzen (de waarden vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende zaken – woz). Door de ozb-tarieven te laten stijgen, compenseren ze als het ware de verliezen door de dalende woz-waarde. ‘Uiteindelijk zal de hoogte van de aanslag op macroniveau gelijk blijven’, vermoedt Nvvgb-voorzitter Walther Burg.

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn burgers veelal niet bekend met de wijze waarop de ozb-tarieven tot stand komen. ‘Men gaat ervan uit dat een stijgende woz-waarde automatisch leidt tot een hogere ozb-aanslag en andersom. Maar in de praktijk komt het erop neer dat de hoogte van de tarieven afhankelijk is van de gemeentelijke financiële begroting voor het komende jaar’, aldus de VNG.

‘De gebruikelijke praktijk van de afgelopen jaren is dat bij een stijgende woz-waarde de ozb-tarieven worden verlaagd. Maar bij een dalende wozwaarde stijgen de ozb-tarieven.’ De koepelorganisatie spreekt in dat verband van ‘communicerende vaten’.

Toeristenbelasting

Uit de enquête blijkt verder dat van de 75 respondenten de meeste gemeenten bij de raming van de ozb-inkomsten geen rekening houden met een eventuele afname van het zogeheten nominale accres in verband met de dalende nieuw- en verbouwactiviteiten als gevolg van de economische crisis. Ruim twee op de drie gemeenten neemt dat niet als uitgangspunt bij de vaststelling van de ozb-tarieven. Een meerderheid van de gemeenten blijkt volgend jaar ook de toeristen-, honden-, precario- en reclamebelasting te verhogen.

Van de gemeenten die toeristenbelasting heffen, geeft 60 procent aan, die tarieven te verhogen. Bij de honden- en precariobelasting ligt dat op 70 procent. In 63 procent van de gemeenten gaat de reclamebelasting omhoog. De verhoging van de tarieven vindt volgens Walther Burg over het algemeen plaats door de doorberekening van de inflatiecorrectie. ‘Waar de tarieven met meer dan de inflatie worden verhoogd, ligt dat in een bandbreedte tussen 1,25 en 7 procent’, zegt Burg.De meeste gemeenten gaan ervan uit dat er geen extra inkomensondersteunende maatregelen nodig zijn.

Ruim 80 procent van de gemeenten denkt te kunnen volstaan met reguliere instrumenten als kwijtschelding. Waar wel extra inkomensondersteunende maatregelen worden getroffen, liggen die in de sfeer van intensivering minimabeleid, uitgestelde betaling voor de bouwleges, invoering van kwijtschelding voor kleine zelfstandigen, maatregelen via schuldhulpverlening, intensivering van bestaande maatregelen en het extra onder de aandacht brengen ervan en automatische kwijtschelding voor uitkeringsgerechtigden en aow’ers gedurende vijf jaar.

bron: Binnenlands Bestuur