Jan 10

Aan de vooravond van de kredietcrisis, in de zomer van 2007, voorspelde de Britse woningkoepel NHF een ongekende stijging van de huizenprijzen.

Woningen zouden de komende jaren gemiddeld 40 procent stijgen. De speculatie op de woningmarkt nam aan de overkant van de Noordzee ongekende vormen aan, aangevuurd door de bloeiende economie onder premier Tony Blair.

Zover is het nooit gekomen. Integendeel, de huizenprijzen in Engeland zijn de laatste maanden keihard onderuit gegaan. Net als in de Verenigde Staten hebben de Britten hun papieren rijkdom door de gestegen huizenprijzen verzilverd door massaal tweede of zelfs derde hypotheken op te nemen.

Nu de overwaarde op de woning als sneeuw voor de zon verdampt, raken zij diep in de problemen.

Live now, pay later. Dat was jarenlang het credo van de Britten. Tekenend is dat de schuld van het gemiddelde Britse huishouden – hypotheek en consumptief krediet – zelfs hoger ligt dan in de Verenigde Staten, waar leven ‘op de pof’ tot hoogste kunst is verheven. De Britten leefden jarenlang op een roze wolk waarin vrijwel elke huizenbezitters zich rijk kon wanen.

Groot-Brittannië wordt extra hard geraakt door de kredietcrisis, doordat het land een financieel centrum van mondiaal formaat heeft; veel van de bankiers die het afgelopen jaar routinematig bonussen kregen, staan nu op straat. Dat verlies aan dikbetaalde werkgelegenheid zorgt voor oplopende werkloosheid in aanverwante sectoren. Dat zorgt voor een extra stevige knauw in het vertrouwen van de doorsnee Brit, wat zich vervolgens uit in onder meer lagere consumentenbestedingen.

bron: bndestem