Sep 4

Henk BrouwerIn januari 2003 waarschuwde H.J. Brouwer van De Nederlandsche Bank voor de gevolgen van de bubbel in het Nederlandse vastgoed, hij schrijft:

Nog niet zo lang geleden kende het optimisme over onze economie geen grenzen. Er leek een ‘nieuwe economie’ te zijn ontstaan waarin geen plaats meer was voor recessies. De werkloosheid was weggewerkt, terwijl aandelenkoersen en huizenprijzen tot in de hemel stegen. En dit alles bij een geringe inflatie en een lage rente. Vanuit het buitenland werd jaloers gekeken naar de Nederlandse economische prestaties. Onze problemen waren immers vooral luxe-problemen: er werd druk gediscussieerd over de besteding van financiële meevallers, en onze pensioenfondsen zagen zich geconfronteerd met uitpuilende buffers. En, last but not least, bezorgde de uitbundige huizenmarkt veel Nederlandse gezinnen een enorme vermogenswinst. Het kan verkeren! Onze economische vooruitzichten zijn in korte tijd drastisch verslechterd, de aandelenwinsten zijn verdampt, en ook op de onroerendgoedmarkt lijken de gouden tijden voorbij.

en verder:

Nu ging het twintig jaar geleden wel heel erg slecht: in 1982 kromp de economie zelfs met ruim een procent. Velen van u zullen hier slechte herinneringen aan hebben, want de vastgoedsector zat toen in de hoek waar de hardste klappen vielen.

Wisselwerking met de economie
Is er een verband tussen de hectiek op de woningmarkt en de economische ontwikkeling van de afgelopen jaren? Dit lijkt niet meer dan logisch. In de jaren negentig zijn de inkomens flink toegenomen, waardoor meer gezinnen zich een koopwoning konden veroorloven, en daarvoor ook meer konden betalen. Bovendien kwamen er steeds meer tweeverdieners, terwijl banken deze tweede inkomens zijn gaan meetellen bij de bepaling van de leencapaciteit. De huizenmarkt heeft op zijn beurt ook de economie gestimuleerd. Huishoudens die al een koopwoning hadden, konden immers de gestegen overwaarde van hun huis verzilveren door hun hypotheek over te sluiten. Hiermee beschikten ze over een flinke bron van extra bestedingen. Bestedingseffecten kunnen zich ook op indirecte wijze voordoen, dus zonder verhoging van de hypotheek. Huizenbezitters die de waarde van hun woning zien stijgen voelen zich immers rijker en passen hun consumptiepatroon hieraan aan.

Overwaardering huizenmarkt?
De invloed van de huizenmarkt op de economische groei is dus groot, wat natuurlijk direct de vraag oproept wat er zal gebeuren bij een sterke neerwaartse beweging van de huizenprijzen. Er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen dat de sterke stimulans voor de economie die we de afgelopen jaren hebben gezien ook in omgekeerde richting kan werken. Risico’s als gevolg van een omslag op de woningmarkt zijn onlosmakelijk verbonden met de vraag in hoeverre de huizenmarkt op dit moment zou zijn overgewaardeerd. De enorme prijsstijgingen van de afgelopen jaren suggereren op het eerste gezicht dat dit wel eens het geval zou kunnen zijn. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de huizenprijzen nu veel hoger dan tijdens de vorige hausse in de jaren zeventig. In 1978 werd toen een piek bereikt die in reële termen ruim 20 procent onder het huidige prijsniveau lag. Deze piek bleek bovendien onhoudbaar: tussen 1978 en 1983 ging maar liefst eenderde van de huizenprijzen af.

bron: De Nederlandsche Bank

Bij De Nederlandsche Bank is men er zich dus al jaren bewust dat dit dus wel eens heel erg fout zou kunnen gaan. Enkele maanden geleden noemde Nout Wellink de Nederlandse hypotheken zelfs ‘subprime’ en gaf hij aan hier al jaren voor te waarschuwen.

Waarom doet de politiek hier niets mee? Waar zijn ze bang voor?