Aug 14

De ECB heeft voor vele miljoenen aan Nederlandse rommelhypotheken opgekocht. Het gaat om NHG hypotheken van bankverzekeraar Delta Lloyd.

De Arena-securitisaties van Delta Lloyd zijn innovatief: ze dekken niet zoals gebruikelijk risico´s af met een renteswap, maar met een rentecap en andere voorwaarden.

Het Arena II-pakket van EUR787 miljoen aan hypotheken met Nationale Hypotheekgarantie werd in november voor 42% opgekocht door de Europese Centrale Bank (ECB), in het kader van diens monetaire verruimingsprogramma, meldde het Financieele Dagblad.

Waar zou de Nederlandse staat zijn zonder de ECB?

Lees ook: Karel Schiffer: 2 miljard staatssteun voor NHG

bron: wallstreetweb.nl

lenen om te sparen

A. prima dat u zich als Risk Officer van een grote verzekeraar in de strijd mengt 😉 U neemt natuurlijk wel enig risico…

Mar 30

DNB verwacht geen negatieve verrassingen meer bij de Nederlandse banken. Alle 60.000 vastgoedposities zijn doorgenomen en de nodige miljardenvoorzieningen zijn genomen. Maar vraagt Hans de Geus zich vertwijfeld af: wie koopt toch al dat leegstaande vastgoed, niemand toch?

bron: RTL Z

Jan 27

Banken in de eurozone zijn in het laatste kwartaal van 2010 strenger geworden met het verstrekken van hypotheken in vergelijking met het kwartaal ervoor. Een aantal banken verwacht in het lopende kwartaal nog hogere eisen te stellen. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek van de Europese Centrale Bank (ECB).

Van de 120 ondervraagde banken gaf 11 procent aan dat de hypotheekaanvragen kritischer beoordeeld werden dan een kwartaal eerder. In het derde kwartaal gaf geen enkele bank aan de regels te hebben aangescherpt.

De strengere blik is volgens de ECB vooral het gevolg van een hogere risicoperceptie ten aanzien van zowel de huizenmarkt als de ontwikkeling van de algemene economie. 4 procent van de banken denkt in het huidige kwartaal strenger te zijn dan in de laatste drie maanden van 2010.

bron: ANP

Aug 7

Jean Claude Trichet geeft in een exclusief interview met RTL Z tussen de regels door een advies aan VVD, CDA en PVV. Die partijen zouden er goed aan doen kritisch te kijken naar de hypotheekrenteaftrek. De drie partijen willen de aftrek juist ongemoeid laten.

,,In een klein land met weinig ruimte en veel mensen, moet je geen systeem hebben dat de prijzen nog verder opdrijft.”

bron:  RTL Z

Dec 27

Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft de zestien eurolanden opgeroepen om hun tekorten ‘uiterlijk in 2011’ terug te dringen. Hij deed zijn oproep zondag in een interview in de Duitse krant Bild am Sonntag.

,,Om het vertrouwen in de overheidsfinanciën te waarborgen, moeten tekorten uiterlijk 2011 en voor sommige landen al in 2010 worden teruggedrongen”, zei Trichet.

,,In Europa en de rest van de wereld moeten lessen worden getrokken uit de financiële crisis om het financiële systeem weerbaarder te maken”, voegde hij hieraan toe.

Stabiliteitspact

Griekenland, een van de eurolanden, kreeg de afgelopen weken lagere waarderingen van kredietbeoordelaars. Het land kampt met grote tekorten, die dit jaar waarschijnlijk oplopen tot 12,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

De landen met de euro hebben afgesproken om het begrotingstekort niet verder te laten oplopen dan 3 procent van het bruto nationaal product, in het zogenaamde Stabiliteitspact. Bijna alle eurolanden, waaronder Nederland, zijn deze grens inmiddels gepasseerd door de economische crisis.

bron: ANP

Sep 24
Centrale banken hebben de kredietcrisis mede mogelijk gemaakt. Dat schrijven onderzoekers van het Internationale Monetair Fonds (IMF) in een woensdag verschenen rapport. Ze stellen dat centrale banken veel meer moeten doen dan alleen maar de inflatie op een bepaald, laag niveau houden.
Monetary aggregate M3
De kredietcrisis en de wereldwijde onbalans hadden zich niet voorgedaan als centrale banken meer aandacht hadden besteed aan traditionele indicatoren zoals geldschepping en kredietgroei. (* M staat voor money supply en de 3 voor het tellen van zowel chartaal geld (munten en biljetten), giraal geld en depositos.)

De onderzoekers bekeken de zeepbellen die er de afgelopen veertig jaar op de huizen- en aandelenmarkten zijn geweest. Het klappen ervan leidt steeds tot crises, zoals de kredietcrisis. Centrale banken hebben echter niets gedaan om te voorkomen dat de zeepbellen ontstonden, omdat er geen inflatiedreiging was.

De Europese Centrale Bank (ECB) bijvoorbeeld, ziet prijsstabiliteit in de landen die de euro voeren als zijn enige doel. Om dat te bereiken probeert de ECB de inflatie ‘onder maar dicht bij’ 2 procent te houden, waarin de bank al jaren slaagt.

Inflation rate (HICP)

Maar in plaats van zich blind te staren op inflatiebeteugeling, hadden de monetaire autoriteiten volgens het IMF-onderzoek er juist tijdig voor moeten zorgen dat er niet zo veel geleend kon worden. De signalen dat een flinke groei van de kredietverlening tot economische problemen leidt, liggen volgens de onderzoekers voor het oprapen.

zie ook: ‘Banken zijn dieven’ | huizenmarkt-zeepbel.nl

De reactie van de centrale banken bij zulke signalen had moeten zijn dat ze de geldmarkt krapper maken. Door de rente te verhogen, wordt krediet duurder en het voor banken aantrekkelijker hun geld bij een centrale bank te stallen, waardoor de geldhoeveelheid afneemt.

zie ook: De vrije economie: IMF kritisch op centrale banken

De Nederlandse bankpresident Nout Wellink suggereerde eerder dat de ECB over een grotere vrijheid moet beschikken ‘om proactief op te treden tegen het ontstaan van financiële bubbels’.

bron: de Volkskrant

Dec 3

liquidity-trap.pngEen monetaire economie kan in de problemen komen door de Liquidity trap. Een Liquidity trap ontstaat als de herfinancieringsrente dichtbij de 0% beland is, hierdoor zijn de monetaire autoriteit niet langer in staat de economie te stimuleren met de klassieke monetaire beleidsinstrumenten. Voor een centrale bank is het normaal gesproken niet mogelijk nieuwe liquiditeit rechtstreeks in de economie brengen, hiervoor is men afhankelijk van de primaire en secundaire banken.

In een liquidity trap milieu, als banken niet bereid zijn tot het verstrekken van leningen, zit “het nieuwe geld” van de centrale bank gevangen achter onwillige kredietverstrekkers. Maar ook de consumenten, die al tot hun nek in de schulden zitten en er geen vertrouwen meer in hebben, willen geen nieuwe leningen meer. Hierdoor stijgt de kans op deflatie

Lex Hoogduin (Rabobank, DNB) geeft aan hoe hij het ziet, Keest de Kort ziet het heel anders…

Ook een derde van de Nederlanders staat rood of heeft een (doorlopend) krediet, hypotheekschulden niet meegerekend. Vooral rood staan op de bankrekening wordt gezien als oplossing voor momenten dat ‘aan het eind van het geld de maand nog niet op is’. De vette jaren zijn voorbij.

Nov 28

hyperinflatie alarm Dit heeft de Europese Centrale Bank (ECB) donderdag bekendgemaakt.In oktober steeg de geldhoeveelheid 8,7% ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. In september groeide de geldhoeveelheid eveneens met 8,7% op jaarbasis, zo blijkt uit herziene cijfers.

Geldgroei M3 (geld dat uit het niets is gecreëerd)

De ECB streeft naar een inflatie beneden de 2% voor de eurozone. De referentiewaarde voor de geldgroei is 4,5%.

bron: fd.nl

Aug 27

Logo ECBHet hoofddoel van het Eurosysteem is het handhaven van prijsstabiliteit in het eurogebied. Het garanderen van stabiele prijzen de belangrijkste bijdrage die door het monetaire beleid kan worden geleverd tot het bereiken van een gunstig economisch klimaat en een hoge participatiegraad. Zowel inflatie als deflatie kan een maatschappij grote economische en sociale schade berokkenen.

Inflatie kan worden gedefinieerd als een algemene of breed gefundeerde stijging van de prijzen van goederen en diensten over een langere periode die dientengevolge leidt tot een daling van de waarde van geld en derhalve de koopkracht ervan. Deflatie wordt vaak gedefinieerd als het tegenovergestelde van inflatie, namelijk als een situatie waarin het algehele prijspeil over een langere periode daalt. Als er geen inflatie of deflatie is, kunnen we zeggen dat er prijsstabiliteit is wanneer, gemiddeld, de prijzen noch stijgen noch dalen maar gedurende een zekere periode stabiel blijven. Als men bijvoorbeeld voor €100 hetzelfde mandje goederen kan kopen als, zeg, een of twee jaar geleden, dan kan dit een periode van absolute prijsstabiliteit worden genoemd. voor de economie. Inflatie kan worden gedefinieerd als een algemene of breed gefundeerde stijging van de prijzen van goederen en diensten over een langere periode die dientengevolge leidt tot een daling van de waarde van geld en derhalve de koopkracht ervan. Deflatie wordt vaak gedefinieerd als het tegenovergestelde van inflatie, namelijk als een situatie waarin het algehele prijspeil over een langere periode daalt. Als er geen inflatie of deflatie is, kunnen we zeggen dat er prijsstabiliteit is wanneer, gemiddeld, de prijzen noch stijgen noch dalen maar gedurende een zekere periode stabiel blijven. Als men bijvoorbeeld voor €100 hetzelfde mandje goederen kan kopen als, zeg, een of twee jaar geleden, dan kan dit een periode van absolute prijsstabiliteit worden genoemd.

Consumptieprijsindex

De meeste landen hanteren een eenvoudige benadering tot het meten van inflatie en maken gebruik van de zogenoemde “Consumptieprijsindex” (CPI). Voor dit doeleinde wordt het koopgedrag van consumenten geanalyseerd om te bepalen welke goederen en diensten consumenten gewoonlijk kopen en die daarom op enigerlei wijze als representatief kunnen worden beschouwd voor de gemiddelde consument in een economie. Vandaar dat zij niet alleen die zaken die consumenten vrijwel dagelijks aanschaffen omvatten (bijvoorbeeld brood en fruit), maar ook aankopen van duurzame goederen (bijvoorbeeld auto’s, PC’s, wasmachines, etc.) en frequente transacties (bijvoorbeeld huur). Het samenstellen van dit “boodschappenlijstje” van “artikelen” en deze vervolgens wegen naar hun belangrijkheid binnen het budget van de consumenten heeft geleid tot de creatie van wat bekend staat als het “marktmandje”. Elke maand controleert een groot aantal “prijsinspecteurs” de prijzen van deze artikelen in verschillende winkels. Daarna worden de kosten van dit mandje over een bepaalde periode vergeleken en wordt zo een reeks bepaald voor de prijsindex. Het inflatiecijfer op jaarbasis kan dan worden berekend door de verandering in de kosten van het marktmandje van vandaag uit te drukken als een percentage van de kosten van het identieke mandje in het voorafgaande jaar. De ontwikkelingen in het prijspeil zoals die in zo’n mandje tot uitdrukking komen weerspiegelen echter alleen de situatie van een “gemiddelde” of representatieve consument. Wanneer het koopgedrag van een individu aanzienlijk verschilt van het gemiddelde consumptiepatroon en dus van het marktmandje waarop de index is gebaseerd, kan deze persoon een verandering in de kosten van levensonderhoud ervaren die verschilt van die welke de index laat zien. Er zullen daarom altijd mensen blijven die een hogere “inflatie” ervaren op hun “individuele mandje” en enkelen die een lagere “individuele inflatie” bemerken. Met andere woorden, de inflatie zoals die wordt gemeten door de index is slechts een benadering van de gemiddelde situatie in de economie; deze inflatie is niet identiek aan de algehele prijsveranderingen die elke individuele consument meemaakt.

Geldgroei

Onder normale omstandigheden zouden aanzienlijke of langdurige verschillen tussen de geldgroei en de referentiewaarde aangeven dat zich risico‘s voordoen voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn. De referentiewaarde wordt afgeleid uit de verhouding tussen de geldgroei (ΔM), de infl atie (ΔP), de reële bbp-groei (ΔYR), en veranderingen in de omloopsnelheid (ΔV).Volgens deze identiteit, die bekend staat als de “kwantiteitsvergelijking”, is de mutatie in de geldhoeveelheid in een economie gelijk aan de mutatie in de nominale transacties (benaderd door de mutatie in het reële bbp plus de mutatie in het prijsniveau) minus de mutatie in de omloopsnelheid (zie ook Kader 4.3). Deze laatste kan gedefinieerd worden als de snelheid waarmee geld tussen verschillende houders circuleert en geeft dus aan hoeveel geld benodigd is om een bepaald niveau van nominale transacties mogelijk te maken.

HICP eurozone

ΔM = ΔYR + ΔP – ΔV De referentiewaarde belichaamt de definitie van prijsstabiliteit als een stijging van de HICP voor het eurogebied van minder dan 2% per jaar. Daarnaast is de referentiewaarde gebaseerd op aannames voor de middellange termijn ten aanzien van de mogelijke productiegroei en de trend van de omloopsnelheid van M3. In 1998 werd aangenomen dat de reële-bbp-groei voor het eurogebied op de middellange termijn 2–2½ % per jaar zou bedragen, een cijfer waarin ramingen van zowel internationale organisaties als de ECB tot uiting kwamen. Via diverse benaderingen werd de aanname omtrent de omloopsnelheid afgeleid, waarbij rekening gehouden werd met eenvoudige trends alsook de informatie die in complexere geldvraagmodellen besloten ligt. Tezamen wezen de uitkomsten van deze berekeningen op een daling van de omloopsnelheid van M3 van ½–1 % per jaar.

geldgroei cijfers

Op basis van deze aannames werd de referentiewaarde van de ECB in december 1998 door de Raad van Bestuur op 4½ % op jaarbasis gesteld, en deze bleef sindsdien ongewijzigd. De Raad van Bestuur controleert de validiteit van de voorwaarden en aannames die aan de referentiewaarde

ten grondslag liggen voortdurend en communiceert veranderingen in deze onderliggende aannames zodra deze noodzakelijk worden.

link: Geldgroei cijfers EU zone

 

Ron Paul voelt Ben Bernanke (FED) aan de tand..

Lijst van termen

Algemene Raad:
een van de besluitvormende organen van de Europese Centrale Bank (ECB). De Algemene Raad bestaat uit de President en de Vice-President van de ECB en de Presidenten van alle nationale centrale banken van de EU.

Consumptieprijsindex:
eens per maand samengesteld met behulp van een zogenoemd “boodschappenmandje”. Voor het eurogebied wordt de Geharmoniseerde Consumptieprijsindex (HICP) gebruikt. Deze index wordt samengesteld op basis van een in het gehele eurogebied geharmoniseerde statistische methodologie.

Deflatie:
een aanhoudende daling van het algemene prijspeil, d.w.z. van de consumptieprijsindex, gedurende een lange periode. Directie: een van de besluitvormende organen van de ECB. De Directie omvat de President, de Vice-President en vier leden, benoemd in onderlinge overeenstemming tussen de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten die de euro hebben ingevoerd. Eurogebied: het gebied dat de lidstaten van de Europese Unie omvat die de euro hebben ingevoerd als gemeenschappelijke munt. Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB): samengesteld uit de ECB en de nationale centrale banken van alle lidstaten van het eurogebied, ongeacht of zij de euro hebben ingevoerd of niet. Europese Centrale Bank (ECB): de ECB is opgericht op 1 juni 1998 en is gevestigd in Frankfurt am Main (Duitsland). Zij vormt het hart van het Eurosysteem. Eurosysteem: samengesteld uit de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van die lidstaten die de euro al hebben ingevoerd.

Inflatie:
een stijging van het algemene prijspeil, d.w.z. van de consumptieprijsindex, gedurende een lange periode. Monetaire basis
in het eurogebied bestaat deze uit geld (bankbiljetten en munten) in omloop, de door tegenpartijen van het Eurosysteem aangehouden reserves en het geld dat op de depositofaciliteit van het Eurosysteem is gestort. Deze posten vormen passiva op de balans van het Eurosysteem. Reserves kunnen verder worden uitgesplitst in vereiste en overreserves. In het systeem van reserveverplichtingen van het Eurosysteem zijn tegenpartijen verplicht vereiste reserves aan te houden bij de nationale centrale banken. Naast deze vereiste reserves houden kredietinstellingen doorgaans slechts een gering bedrag aan vrijwillige overreserves aan bij het Eurosysteem.

Monetairebeleidsstrategie:
de algemene benadering van de monetairebeleidsvoering. De monetairebeleidsstrategie van de ECB omvat een kwantitatieve defi nitie van het hoofddoel van prijsstabiliteit en een analytisch kader gebaseerd op twee pijlers – de economische analyse en de monetaire analyse. Bovendien omvat de strategie algemene beginselen voor het voeren van het monetaire beleid, zoals de middellangetermijnoriëntatie. De strategie vormt de basis voor de algehele beoordeling door de Raad van Bestuur van de risico‘s voor de prijsstabiliteit en voor zijn monetairebeleidsbeslissingen. Het biedt tevens een kader voor het toelichten van monetairebeleidsbeslissingen aan het publiek.

Prijsstabiliteit:
het handhaven van prijsstabiliteit is het hoofddoel van het Eurosysteem. De Raad van Bestuur van de ECB heeft prijsstabiliteit gedefi nieerd als een jaarlijkse stijging van de HICP voor het eurogebied van minder dan 2%. De Raad stelt zich tevens tot doel de infl atie op jaarbasis op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden.

Raad van Bestuur:
het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Europese Centrale Bank (ECB). De Raad van Bestuur omvat alle leden van de Directie en de Presidenten van de nationale centrale banken van de lidstaten die op de euro zijn overgegaan.

Rente:
het percentage extra geld dat je krijgt als je je geld uitleent aan iemand anders (of het op een bankrekening laat staan), of het percentage aan extra geld dat je moet betalen als je geld leent. Ruilhandel:
het onderling ruilen van goederen en diensten zonder daarvoor geld te gebruiken als ruilmiddel. Dit kan alleen als er een wederzijdse behoefte aan de verhandelde goederen of diensten bestaat.

Transmissiemechanisme van het monetaire beleid:
het proces waarbij monetairebeleidsbesluiten doorwerken in de economie in het algemeen en het prijsniveau in het bijzonder.

Nout Wellink:”Rente verhogen hebben we de vorige maand al gedaan”

 

Bronnen: ECB, RTL, Ron Paul

Aug 25

De Europese Centrale Bank (ECB) gaat de komende weken maatregelen nemen om de kredietverlening aan commerciële banken te beperken.

bron:fd.nl

  • Pagina 1 van 2
  • 1
  • 2
  • >