Oct 4

De Nederlandsche Bank heeft vandaag het rapport Overzicht Financiële Stabiliteit gepubliceerd. In dit Rapport waarschuwt DNB dat ruim 1 miljoen huishoudens met een hypotheek na 2030 in de problemen dreigen te komen.

Het gaat volgens de toezichthouder vooral om aflossingsvrije en beleggingshypotheken waarbij de eigenaren maar weinig op hebben afgelost of niet genoeg vermogen hebben opgebouwd om af te lossen aan het einde van de looptijd. Dat kan voor problemen zorgen, want het zogeheten doorrollen van de schuld kan een lastig karwei worden. Na dertig jaar hebben huiseigenaren namelijk geen recht meer op hypotheekrente aftrek, moeten ze verplicht aflossen en hebben ze minder inkomsten omdat ze gepensioneerd zijn.

Een aantal feiten uit het rapport:

  • Van de huizenbezitters jonger dan 40 jaar heeft nog altijd 46 procent een woning die minder waard is dan de dan de bijbehorende hypotheekschuld.
  • De totale Nederlandse hypotheekschuld van huishoudens (EUR 650 miljard) is met ruim 95 procent van het bbp nog steeds één van de hoogste ter wereld.
  • Van de totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens bestaat ongeveer 6 procent uit beleggingshypotheken en 25 procent uit leven- en spaarhypotheken.
  • Ongeveer 55 procent van de totale hypotheekschuld is aflossingsvrij.
  • Bezien vanuit de individuele lener, heeft bijna 27 procent van de woningbezitters een bijna volledig aflossingsvrije hypotheek, terwijl 21 procent bijna volledig aflost. De overige 52 procent van de woningbezitters heeft een hypotheek waarop deels wordt afgelost.

hypotheekschuld Nederland
DNB adviseert een volgend kabinet om een versnelde versobering van de hypotheekrenteaftrek en een verdere verlaging van de LTV-limiet door te voeren.

bron: DNB

Oct 7

De huizenmarkt kampt volgens De Nederlandsche Bank nog steeds met kwetsbaarheden. De totale Nederlandse hypotheekschuld van huishoudens is met ruim 95 procent van het bbp nog steeds één van de hoogste ter wereld. Daarnaast stond aan het eind van het eerste kwartaal van 2015 nog 61 procent van de huizenbezitters tussen de 30 en 40 jaar onder water. De buffers van deze huishoudens zijn doorgaans onvoldoende om een restschuld weg te werken, wat hun financiële planning en eventuele verhuiswensen kan frustreren.

Mede dankzij de stijgende huizenprijzen is begin 2015 de onderwaterproblematiek enigszins afgenomen. Berekeningen van DNB laten echter zien dat ook bij stijgende huizenprijzen een deel van de hypothekenvoorraad nog geruime tijd onder water staat. Als de huizenprijzen de komende jaren met 2 à 3 procent per jaar blijven stijgen, dan zullen in 2020 nog steeds 250 tot 350 duizend van deze hypotheken onder water staan.

DNB wil ook dat de LTV-limiet na 2018 verder wordt verlaagd. Volgens DNB ontstaat door deze maatregelen een evenwichtiger vermogensopbouw bij de huishoudens. In het jongste Overzicht Financiële Stabiliteit constateert de toezichthouder dat met name het verplichte pensioensparen maakt dat Nederlanders veel sparen. Dit maakt dat het vrije vermogen waarover huishoudens kunnen beschikken relatief gering is, vooral bij jonge huishoudens. Verstorende fiscale prikkels moeten worden verminderd, zowel bij het lenen als bij het sparen. Te denken valt aan een verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek.

bron: dnb.nl

Apr 10

De problemen op de Nederlandse huizenmarkt blijven een hardnekkig probleem. “Het balansherstel bij huishoudens gaat nog lang duren.” De grote hypothekenportefeuille een kwetsbaarheid van het Nederlandse financiële stelsel. Vooral het grote aantal onderwaterhypotheken vormt nog geruime tijd een latent risico voor banken en voor de overheid. Van de dertigers en veertigers met een hypotheek staat 40% onder water.

Het kredietrisico is het grootst bij huishoudens met een onderwaterhypotheek die een fors deel van hun inkomen kwijt zijn aan hypotheeklasten. Deze huishoudens hebben minder ruimte om een inkomensterugval of rentestijging op te vangen en komen daardoor naar verwachting eerder in betalingsproblemen. Doordat de hypotheek onder water staat, leidt (gedwongen) verkoop tot een restschuld en een mogelijk verlies voor de kredietverstrekker. De groep huishoudens die onderwater staat en daarnaast een loan-to-income (LTI) ratio heeft van vijf of hoger is goed voor ruim 6% van de hypotheken.

Nederlandse woningprijzen zijn sinds 2008 met ruim 21% gedaald. Hierdoor staat bijna 30% van de hypotheken onder water. Hiervan is sprake als de marktwaarde van de woning lager is dan de hypotheekschuld, waarbij wordt gecorrigeerd voor aan de hypotheek verpande spaartegoeden of vermogens.

DNB gaat er vanuit dat de prijzen van Nederlandse huizen structureel op een lager niveau blijven dan in 2007, voor de crisis. Dit komt door twee maatregelen die de structurele problemen op de Nederlandse huizenmarkt hebben aangepakt: mensen die een nieuwe hypotheek aangaan moeten binnen dertig jaar gaan aflossen, en banken mogen minder snel een hoog bedrag aan kopers lenen. Wanneer huizenprijzen constant blijven zal twee derde van de hypotheken die eind 2012 onder water stonden, dit over tien jaar nog steeds staan.

Vooral oudere huiseigenaren hebben het afgelopen jaar vrijwillig afgelost op hun hypotheek. Dat deden zij niet omdat ze onder water stonden, maar om een extra rentevoordeel te halen op hun hypotheekschuld. Jonge huishoudens, die wel met dit probleem kampen, hebben gewoonweg geen geld om extra af te lossen. Oudere huiseigenaren met voldoende spaargeld maken er juist meer gebruik van om een extra rentevoordeel te halen, wanneer hun hypotheekrente hoger is dan de spaarrente.

ScreenShot026 ScreenShot027ScreenShot024

bron: De Nederlandsche Bank

Mar 30

DNB verwacht geen negatieve verrassingen meer bij de Nederlandse banken. Alle 60.000 vastgoedposities zijn doorgenomen en de nodige miljardenvoorzieningen zijn genomen. Maar vraagt Hans de Geus zich vertwijfeld af: wie koopt toch al dat leegstaande vastgoed, niemand toch?

bron: RTL Z

Mar 14

Een snelle terugkeer naar de prijsniveaus op de woningmarkt voorafgaand aan de crisis is volgend De Nederlandsche Bank niet realistisch en ook niet wenselijk. Jongeren hoeven dus niet bang te zijn ‘de boot te missen’.

Volgens DNB zullen houdbare prijzen bij een teruglopende fiscale subsidiëring en een meer beheerste kredietverstrekking op een lager peil liggen.

ScreenShot005

Bron: DNB Jaarverslag

De NVM gaf al eerder aan dat de huizenprijzen pas na 2030 weer op het niveau van 2008 zullen belanden.

Dec 10

Gister verscheen een nieuwe uitgave van ‘Economische ontwikkelingen en vooruitzichten‘ van De Nederlanse Bank (DNB). Hierin stelt DNB dat de woningmarkt zich op een ‘kantelpunt’ bevindt. Het gedaalde reële beschikbare inkomen en een toenemende werkloosheid worden keurig ingepakt tussen twee alinea’s met lichtpuntjes. Hierbij wordt kort het mantra herhaald dat we sinds dit voorjaar van de banken, makelaars en veelgeïnterviewde woningmarkthoogleraren te horen krijgen: “de rente is laag, transacties nemen toe, betaalbaarheid gestegen en vertrouwen gegroeid“. Hoewel het enorm veel moeite kost wilde ik daar deze keer eens niet tegen in gaan.

Nee, deze keer leek me het wel leuk eens te kijken naar wat er zoal gezegd werd over de woningmarkt toen de huizen even ‘betaalbaar’ waren als nu. Daarvoor moeten we terug naar circa de tweede helft van 1999 tot en met 2000. Toen waren de huizenprijzen gecorrigeerd voor inflatie even hoog, gecorrigeerd voor besteedbaar inkomen ook en zelfs volgens de Rabobank betaalbaarheidsindex die rekening houdt met rente waren huizen toen even duur:

rabobetaalbaar

Optimisme verontrust DNB

Bij hetzelfde prijsniveau als nu laat de Nederlandse Bank in juni 2000 een waarschuwing uitgaan dat het vertrouwen in stijgende prijzen weleens ongegrond zou kunnen zijn:

Extra verontrust door een onderzoek onder huizenbezitters waaruit een enorm vertrouwen in verdergaande waardestijging blijkt, waarschuwt DNB voor mindere tijden.

DNB signaleert in haar kwartaalrapport dat de bedragen die voor woningen worden neergeteld, steeds verder los komen te staan van de onderliggende waarde. 

Bron: Trouw

Hier leren we dus dat bij het huidig prijsniveau een vertrouwen in waardestijging op de woningmarkt ‘verontrustend’ is, en de waarde van woningen los is komen te staan van de daadwerkelijke waarde.

Stop te hoge hypotheken

Dit sluit aan bij een conclusie die DNB eind jaren negentig al meermaals deed; dat er een luchtbel op de woningmarkt was. Januari 2000 stelt DNB nog eens:

Banken en hypotheekbemiddelaars zijn de afgelopen vijf jaar te gemakkelijk geweest met het geven van hoge hypotheken. De Nederlandsche Bank gaat daarom strenger toezicht houden op de verstrekking van huisleningen.

 De Nederlandsche Bank (DNB) stelt dat in een onderzoek naar de hypotheekmarkt tussen 1994 en 1999. Huizenkopers, banken en bemiddelaars nemen steeds grotere risico’s.

De hypothecaire schuld is in Nederland het snelste gestegen, vergeleken met andere Europese landen.

Bron: Trouw

Het CPB heeft het intussen moeilijk met het doen van ramingen. De consumptie is veel hoger dan uit besteedbaar inkomen in de modellen te verklaren valt. Overwaarde van woningen vloeit de samenleving in doordat overwaarde middels aanvullende hypotheken worden ‘verzilverd’:

De kracht van de Nederlandse economie blijft het CPB verrassen. Het is vooral de ongebreidelde kooplust van consumenten die de economen keer op keer op het verkeerde been zet. De uitgaven aan duurzame goederen als meubels en auto’s stijgt al een jaar tegen de 10 procent.

Een blik op de ontwikkeling van de hypotheken had het CPB veel gezichtsverlies kunnen besparen. Hypotheken hebben niet veel meer met de koop van een huis te maken. Het Centraal Bureau van de Statistiek constateert al langere tijd dat de ontwikkeling van het geleende bedrag in hypotheken de huizenverkopen ver overstijgt. Onderkoeld meldt het CBS ‘dat de opvatting wordt bevestigd dat hypotheken voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor de aankoop of verbouwing van woningen’.

Bron: Volkskrant

Dat is best cynisch, als je bedenkt dat het CPB de afgelopen jaren stelselmatig te gunstige schattingen afgeeft omdat ze geen rekening lijkt te houden met overtollige private schulden. De prijzen stijgen zo snel dat zelfs de VVD een beperking wil aan de hoogte van hypotheken. Dan moet je het echt wel heel bont maken hoor.

Economen: huizenprijzen gaan stevig dalen

Ook in deze periode waren Peter Boelhouwer en Paul de Vries al actief. Peter kennen we als meest geïnterviewde woningmarkthoogleraar en Paul werd later woningmarktrekenmeester bij de Rabobank. In een gezamenlijk onderzoek stellen zij dat het prijsniveau van 2000 niet houdbaar is. Dit niveau, vergelijkbaar met 2013, zou zelfs bij een dalende rente niet houdbaar zijn:

Die onvermijdelijke daling wordt dit jaar en volgend jaar nog tegengehouden door de forse eenmalige inkomensverbetering dankzij het nieuwe belastingplan. Bovendien hebben de sterke prijsstijgingen van de afgelopen jaren een psychologisch, prijsopdrijvend effect. Daardoor stijgen de prijzen volgens het model dit jaar nog steeds nog met zeven, volgend jaar met slechts één procent.

Na 2002 zullen de prijzen met maar liefst vier tot vijf procent per jaar gaan dalen. In 2010 zou de gemiddelde huizenprijs weer stabiliseren, op een niveau (282000 gulden) dat fors onder het huidige niveau ligt. Dat is, nog afgezien van de inflatie, een daling van meer dan tien procent.

Bron: Trouw

U leest het goed. De onbetwiste rekenmeesters van de Rabobank en TU Delft die nu al maanden aan het roeptoeteren zijn dat huizen nog nooit zo betaalbaar waren, huizenprijzen gecorrigeerd voor inflatie ‘geen echte fundamental‘ zijn,  en dus wel in waarde móeten stijgen, voorspelden toen zij nog enigszins de schijn van wetenschappelijke onafhankelijkheid konden ophouden een prijsdaling naar 128.000 euro in 2010. En dan vermoed ik dat ze nog niet eens hadden bedacht dat de besteedbare inkomens zouden dalen, zoals afgelopen jaren.

Faites vos jeux

Ik wil best de Nederlandse Bank, Rabobank en TU Delft geloven. Maar als de mening die zij hadden in 2000 zó uiteenloopt met die van nu, moet ik kiezen welke van beide ik moet geloven. Ik denk dat zij destijds een stuk vrijer waren in wat ze zeiden. Maar maak vooral je eigen keuze.

bron: Woningmarktcijfers

Dec 9

Alles wordt in de tweede helft van het komende jaar beter. Dit zegt men nu al 5 jaar. De Nederlandsche Bank heeft onlangs besloten er ook aan mee te gaan doen. Alle fundamentele factoren wijzen op lagere prijzen, maar toch verwacht DNB stabilisatie. Volgens de bank is de woningmarkt op een kantelpunt beland:

“Op grond van fundamentele factoren, zoals de daling van het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens, de toename van de werkloosheid en de aangescherpte hypotheekvoorwaarden, zou een beperkte verdere daling van de huizenprijs te verwachten zijn. Daar staat tegenover dat de woningmarkt voor potentiële kopers aantrekkelijker is geworden door de lage hypotheekrente en de verminderde onzekerheid over de hypotheekrenteaftrek en de financierbaarheid van restschulden”

Hans Stegeman (Rabobank) nuanceert het praatje van Job Swank (DNB)

huizenprijzen

werkloosheid

Nogal vreemd dus. Minder inkomen, hogere werkloosheid en de aangescherpte hypotheekvoorwaarden en toch gaat de mark herstellen:

” Daar staat tegenover dat de woningmarkt voor potentiële kopers aantrekkelijker is geworden door de lage hypotheekrente en de verminderde onzekerheid over de hypotheekrenteaftrek en de financierbaarheid van restschulden. Bovendien is er in potentie een inhaalvraag van starters op de woningmarkt.In de afgelopen jaren hebben beduidend minder personen voor het eerst een woning gekocht dan in de periode voor de kredietcrisis. In de raming wordt ervan uitgegaan at de komende kwartalen de bovengenoemde factoren elkaar grofweg in evenwicht houden, waardoor de markt voor bestaande koopwoningen stabiliseert.” 

De wanhoop straalt er vanaf. En dan ook nog met: “Hierbij is aangenomen dat de beschikbaarheid van hypothecair krediet voldoende zal zijn om de aantrekkende vraag naar hypotheken te accommoderen” komen. Net nu vandaag bekend werd gemaakt dat het NHI project grotendeels mislukt is.

bron: dnb.nl

verminderde onzekerheid over de hypotheekrenteaftrek

Dec 15

De maximale hypotheek die huizenkopers in Nederland kunnen afsluiten, moet verder omlaag. Dit zegt de president van De Nederlandsche Bank (DNB), Klaas Knot, in een interview met Vrij Nederland dat donderdag verschijnt.

Dit jaar is het te lenen bedrag ten opzichte van de woningwaarde al verlaagd naar 106 procent. Maar dit is nog steeds een ,,enorm hoge ratio” volgens Knot, die zich grote zorgen maakt over de hoge huizenschulden in ons land. ,,In het buitenland zijn percentages boven de 80 procent zeer ongebruikelijk.”

Knot: ,,Meer kunnen lenen dan het aankoopbedrag is een typisch Nederlands fenomeen, dus ik vind inderdaad dat de ratio van 106 procent verder naar beneden moet.”

Lees verder op Z24.nl

Dec 6

Hoewel gemiddeld genomen de prijs van Nederlandse huizen aanzienlijk hoger ligt dan de bijbehorende hypotheek, bestaan tussen huishoudens grote verschillen. Terwijl ouderen over een aanzienlijk netto vermogen beschikken, is de vermogenspositie van veel jonge huiseigenaren  is juist kwetsbaar. Zij hebben veelal een negatieve overwaarde én nog weinig gespaard.

zie ook: Stenen, spaargelden en hypotheekschulden – Follow the Money

De eigen woning is voor huishoudens de voornaamste bron van zowel vermogen als schulden. De schulden zijn recent verder gegroeid: medio 2011 besloeg de gezamenlijke hypotheekschuld EUR 644 mrd. Hier staat ruim EUR 1100 mrd aan woningwaarde tegenover. Gemiddeld genomen hebben woningbezitters daarmee een aanzienlijke overwaarde op de eigen woning: meer dan 40% van de huidige woningwaarde.

De daling van huizenprijzen in de afgelopen jaren maakt de verhouding tussen schuld en vermogen echter ongunstiger. Deze ontwikkeling raakt in beginsel alle woningbezitters op dezelfde manier: de prijs van de eigen woning daalt, waardoor de overwaarde afneemt. Verontrustend is dat tussen huishoudens grote verschillen in uitgangspositie bestaan. Vooral jongere huishoudens blijken over weinig overwaarde te beschikken, terwijl bij ouderen gemiddeld juist een aanzienlijke buffer bestaat (grafiek 1).

Overwaarde per leeftijdklasse

Deze verschillen zijn voor een belangrijk deel te verklaren door de ontwikkeling van de huizenprijzen in de afgelopen decennia. Vanaf 1984 tot 2008 zijn de huizenprijzen onafgebroken en sterk gestegen. Nederlanders die relatief lang geleden een huis hebben gekocht, hebben daardoor een flinke overwaarde op hun huis zien ontstaan.

Vanaf 2008 zijn de huizenprijzen juist gedaald, waardoor deze ontwikkeling is omgekeerd. Voor huishoudens die rond de top van de markt een huis hebben gekocht, is de hypotheekschuld daarom aanzienlijk hoger dan de huidige waarde van de bijbehorende woning. Dit effect wordt versterkt door de ongunstige uitgangspositie van veel Nederlanders bij het aangaan van een hypotheek. Doordat veelal een tophypotheek wordt afgesloten die hoger ligt dan de vrije verkoopwaarde van de woning, beginnen veel nieuwe huizenbezitters met negatieve overwaarde.

Opvallend is dat de groep huishoudens met een lage overwaarde ook over relatief weinig spaartegoed beschikt om de hypotheek mee af te lossen. De belangrijkste oorzaak hiervan is simpelweg dat zij relatief kort geleden een hypotheek zijn aangegaan en dus nog weinig tijd hebben gehad om vermogen op te bouwen. Deze dynamiek beperkt de ruimte om tegenvallers zoals werkloosheid op te vangen verder. Grafiek 2 illustreert dit door middel van een fictief maar realistisch voorbeeld. De grafiek toont de huidige overwaarde op de eigen woning en de daaraan gekoppelde spaartegoeden, afhankelijk van het jaar waarin de woning is gekocht en bijbehorende hypotheek is afgesloten. Hierbij wordt aangenomen dat de hypotheek bij afsluiting 112% van de woningwaarde bedraagt en aan het einde van de looptijd voor de helft wordt afgelost, terwijl de waarde van de woning zich in lijn met de nationale huizenprijsontwikkeling heeft ontwikkeld. Duidelijk zichtbaar is dat kopers die lang geleden een eigen woning hebben gekocht, een aanzienlijk netto vermogen hebben opgebouwd: zij beschikken zowel over spaartegoeden als over overwaarde. Tegelijkertijd hebben met name huishoudens die de afgelopen vijf jaar een huis hebben gekocht een negatief eigen vermogen. Deze huishoudens zijn daardoor kwetsbaar, aangezien ze achter kunnen blijven met een restschuld bij verkoop van de woning. Wanneer een betalingsachterstand op de hypotheek ontstaat en het huis gedwongen wordt verkocht neemt dit risico verder toe: in deze gevallen zal het huis immers minder opbrengen dan in de vrije verkoop.

Overwaarde en vermogensopbouw eigen woning

De daadwerkelijke kwetsbaarheid van recente huizenkopers kan in de praktijk nog groter blijken dan bovenstaande analyse aangeeft. In de periode tussen 1998 en 2007 bestond meer dan de helft van de nieuw afgesloten vermogensopbouwproducten voor hypotheken uit beleggingsproducten (noot 1). Het hierop behaalde rendement is uiteraard afhankelijk van het gekozen soort beleggingen. Gezien de ontwikkeling van de beurzen in het afgelopen decennium is het echter waarschijnlijk dat in een aanzienlijk aantal polissen minder vermogen is opgebouwd dan met een spaarproduct het geval zou zijn geweest.Daarnaast is het niet zeker dat elke huizenkoper streeft naar een aflossing van 50 procent van de hypotheek. Dit zal van geval tot geval verschillen, waarbij soms meer maar soms ook minder wordt gespaard. Anderzijds is in de bovenstaande analyse ook niet meegenomen dat huishoudens beschikken over financiële buffers die niet zijn gekoppeld aan de eigen woning, zoals beleggingen en vrij beschikbaar spaargeld. Dit zal het beeld echter niet veel veranderen: vooral ouderen hebben een dergelijke extra spaarpot terwijl juist jonge huishoudens beschikken over veel minder vrij beschikbaar vermogen.Noot: Hypotheekpolissen afgesloten bij levensverzekeraars. Bron: Verbond van verzekeraars (vanaf 2003) en CBS (1997-2002).

bron: De Nederlandsche Bank

Sep 4

Henk BrouwerIn januari 2003 waarschuwde H.J. Brouwer van De Nederlandsche Bank voor de gevolgen van de bubbel in het Nederlandse vastgoed, hij schrijft:

Nog niet zo lang geleden kende het optimisme over onze economie geen grenzen. Er leek een ‘nieuwe economie’ te zijn ontstaan waarin geen plaats meer was voor recessies. De werkloosheid was weggewerkt, terwijl aandelenkoersen en huizenprijzen tot in de hemel stegen. En dit alles bij een geringe inflatie en een lage rente. Vanuit het buitenland werd jaloers gekeken naar de Nederlandse economische prestaties. Onze problemen waren immers vooral luxe-problemen: er werd druk gediscussieerd over de besteding van financiële meevallers, en onze pensioenfondsen zagen zich geconfronteerd met uitpuilende buffers. En, last but not least, bezorgde de uitbundige huizenmarkt veel Nederlandse gezinnen een enorme vermogenswinst. Het kan verkeren! Onze economische vooruitzichten zijn in korte tijd drastisch verslechterd, de aandelenwinsten zijn verdampt, en ook op de onroerendgoedmarkt lijken de gouden tijden voorbij.

en verder:

Nu ging het twintig jaar geleden wel heel erg slecht: in 1982 kromp de economie zelfs met ruim een procent. Velen van u zullen hier slechte herinneringen aan hebben, want de vastgoedsector zat toen in de hoek waar de hardste klappen vielen.

Wisselwerking met de economie
Is er een verband tussen de hectiek op de woningmarkt en de economische ontwikkeling van de afgelopen jaren? Dit lijkt niet meer dan logisch. In de jaren negentig zijn de inkomens flink toegenomen, waardoor meer gezinnen zich een koopwoning konden veroorloven, en daarvoor ook meer konden betalen. Bovendien kwamen er steeds meer tweeverdieners, terwijl banken deze tweede inkomens zijn gaan meetellen bij de bepaling van de leencapaciteit. De huizenmarkt heeft op zijn beurt ook de economie gestimuleerd. Huishoudens die al een koopwoning hadden, konden immers de gestegen overwaarde van hun huis verzilveren door hun hypotheek over te sluiten. Hiermee beschikten ze over een flinke bron van extra bestedingen. Bestedingseffecten kunnen zich ook op indirecte wijze voordoen, dus zonder verhoging van de hypotheek. Huizenbezitters die de waarde van hun woning zien stijgen voelen zich immers rijker en passen hun consumptiepatroon hieraan aan.

Overwaardering huizenmarkt?
De invloed van de huizenmarkt op de economische groei is dus groot, wat natuurlijk direct de vraag oproept wat er zal gebeuren bij een sterke neerwaartse beweging van de huizenprijzen. Er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen dat de sterke stimulans voor de economie die we de afgelopen jaren hebben gezien ook in omgekeerde richting kan werken. Risico’s als gevolg van een omslag op de woningmarkt zijn onlosmakelijk verbonden met de vraag in hoeverre de huizenmarkt op dit moment zou zijn overgewaardeerd. De enorme prijsstijgingen van de afgelopen jaren suggereren op het eerste gezicht dat dit wel eens het geval zou kunnen zijn. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de huizenprijzen nu veel hoger dan tijdens de vorige hausse in de jaren zeventig. In 1978 werd toen een piek bereikt die in reële termen ruim 20 procent onder het huidige prijsniveau lag. Deze piek bleek bovendien onhoudbaar: tussen 1978 en 1983 ging maar liefst eenderde van de huizenprijzen af.

bron: De Nederlandsche Bank

Bij De Nederlandsche Bank is men er zich dus al jaren bewust dat dit dus wel eens heel erg fout zou kunnen gaan. Enkele maanden geleden noemde Nout Wellink de Nederlandse hypotheken zelfs ‘subprime’ en gaf hij aan hier al jaren voor te waarschuwen.

Waarom doet de politiek hier niets mee? Waar zijn ze bang voor?

  • Pagina 1 van 2
  • 1
  • 2
  • >