Jul 28

ruim een derde (36%) van de Britten is binnen elf dagen bankroet als hij vandaag zijn baan verliest. De gemiddelde Brit houdt het iets langer vol: 52 dagen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 2000 personen door de Yorkshire Building Society. Het is zorgwekkend nieuws in een land waar een recessie dreigt en de prijzen voor met name gas en licht spectaculair stijgen.

Het geeft ook aan hoe de Britten vaak de schone schijn weten op te houden, met een mooie auto op afbetaling en een goed huis met een enorme hypotheek. Met name de nu dalende huizenprijzen vormen een risico. Veel meer dan op het continent hebben de Britten van het goede leven geprofiteerd, speculerend op alsmaar stijgende huizenprijzen. Hypotheken van honderd procent waren tot voor kort niet ongewoon.

Degenen die gescheiden zijn lopen het meeste risico failliet te raken, gevolgd door parttime werkers en jongeren. Bijna niemand heeft zich tegen inkomensverlies verzekerd. Negen van de tien ondervraagden zeggen daar geen maatregelen voor te hebben getroffen. Vrouwen zijn over het algemeen sneller door hun spaargeld heen dan mannen.

Volgens Tanya Jackson van Yorkshire Buidling Society is er sprake „van een alarmerende situatie in het huidige economische klimaat.”

Te optimistisch

Bijna een vijfde van de ondervraagden verwacht dat de staat hen er in het geval van baanverlies wel weer bovenop zal helpen, maar denkt te optimistisch over de hoogte van een uitkering.

De gemiddelde Brit besteed per week £334 aan zaken als lokale belasting, eten en drinken en het aflossen van schulden. Een derde daarvan heeft slechts £500 achter de hand voor noodsituaties.

bron

Jun 30

Voor de gemiddelde huiseigenaar hoeft het geen groot probleem te zijn. Maar voor de Nederlandse economie als geheel kan een forse daling van de huizenprijs rampzalig uitpakken.

Natuurlijk, leuk is het niet als de waarde van je woning daalt, maar zolang je niet verkoopt merk je er weinig van. Het huurwaardeforfait en de onroerendezaakbelasting gaan zelfs omlaag. Totdat de belastingdienst het doorkrijgt en de belastingpercentages verhoogt, natuurlijk.

Voor starters op de huizenmarkt is een lagere huizenprijs een zegen. Zo kunnen zij eindelijk weer meedoen met het spel.

Mensen die hun huis verkopen voelen de lagere prijs wel in de portemonnee. Maar omdat veel van hen ook weer een ander huis kopen, vallen de financiële gevolgen per saldo toch mee.

luxe goederen

De meeste Nederlanders zullen individueel dus niet zoveel last hebben van lagere huizenprijzen. Maar voor alle Nederlanders samen kan het toch voor grote ellende zorgen. Dalende huizenprijzen zijn een macro-economische ramp.

Volgens modelsimulaties van het CPB kan een tien procent lagere huizenprijs zorgen voor een daling van de consumptie met 1,7 procent.

Nederlanders zijn de afgelopen tien jaar gewend geraakt om de overwaarde van de eigen woning bij de bank te verzilveren en vervolgens uit te geven. Vroeger werd de hogere waarde van het huis omgezet in bijvoorbeeld consumptiegoederen en vakanties. Sinds 2004 geldt de bijleenregeling en is alleen de rente voor leningen voor verbouwingen nog aftrekbaar.

De afgelopen jaren gaat de verzilverde overwaarde daarom vooral naar nieuwe badkamers (met jacuzzi en infrarood sauna), luxe keukens (met een ingebouwde espressomachine en minimaal twee stoomovens) en grote serres (met vloerverwarming en automatische zonwering).

Hoe dan ook, de Nederlandse woningbezitter is gewend geraakt zijn huis als pinautomaat te gebruiken. Hoe duurder de huizen, hoe hoger de consumptie.

Als de prijzen dalen, moeten we dus flink bezuinigen. Woningonderhoud moet weer uit het salaris worden betaald. Voor andere uitspattingen blijft minder geld over.

Hoe hard een afkoelende woningmarkt de economie kan raken, bleek aan het begin van deze eeuw. In 2000 steeg de gemiddelde huizenprijs nog met twintig procent. Een jaar later was dit tien procent. En in 2002 werden woningen “nog maar” vijf procent duurder.

Het gevolg was dat er ieder jaar een lager bedrag aan overwaarde viel te verzilveren en de consumptie instortte.

De Nederlandsche Bank becijferde dat de minder snel stijgende huizenprijs zowel in 2001 als 2002 zorgde voor een vol procent minder groei. Zonder de afkoelende woningmarkt was de recessie van begin deze eeuw veel minder diep en pijnlijk geweest.

En dat alleen door een wat minder enthousiast stijgende huizenprijs. Als de prijzen echt gaan dalen, kunnen de economische gevolgen nog veel heftiger zijn.