Jul 12

In mei 2008 zijn de prijzen van huizen gedaald met 2,5% (bron: cbs.nl). Nu zou je kunnen denken dat er nu sprake is van een correctie is op de huizenmarkt. Maar de huizenprijzen houden geen gelijke tred met de inkomensontwikkeling. Economen gaan ervan uit dat huizenprijzen op lange termijn de economische groei volgen. Is de groei van de huizenprijzen hoger dan de groei van het inkomen dan neemt het aandeel van de woonlasten in het inkomen toe. Omdat dit maar een beperkte tijd kan duren zullen op lange termijn de economische groei en de stijging van de huizenprijzen elkaar volgen.

Hieronder heb ik de cijfers van het CBS bij elkaar gezet. De economische groei en de stijging van de huizenprijzen staan in één grafiek. In 2006 en 2007 was de huizenmarkt erg rustig. Je ziet hier ook dat de economische groei en de huizenprijzen elkaar redelijk volgen. In de periode daarvoor is een lange periode geweest dat de huizenprijzen veel sterker groeiden dan de economie.

In de grafiek is goed te zien dat zowel de huizenprijzen als de economische groei dalen. Maar de economie krimpt veel harder dan de huizenprijzen. Het verschil neemt zelfs behoorlijk toe. Zie hieronder.

We zien een scherpe piek in het eerste kwartaal van dit jaar. Het verschil is daar zelfs 4%. Dit betekend dat de woonlasten dus nog steeds relatief aan het stijgen zijn. Dit is vreemd want de huizenmarkt zat in het centrum van de crisis. Je zou daarom verwachten dat de correctie op de huizenmarkt groter is dan de economische krimp.

Dus zelfs met een dalende huizenprijs is het nog mogelijk om meer lucht te blazen in de huizenbubbel. Voor starters die toch al relatief zwaar getroffen worden door de crisis blijft een woning dus voorlopig onbereikbaar.

bron: Marcel Meijer

Dec 30

Vroeger werd iedere periode van economische krimp een depressie genoemd. Na de ongekend zware depressie van de jaren dertig begon men het woord recessie te gebruiken voor de cyclische periodes waarin de economische activiteit afneemt.

De meest gangbare definitie voor een recessie is wanneer het bbp twee kwartalen op rij krimpt. Economen hebben bezwaren tegen deze definitie, allereerst omdat het andere variabelen als werkloosheid en consumentenvertrouwen negeert en ten tweede omdat nooit precies bepaald kan worden wanneer een recessie begint of eindigt.

Volgens het IMF is er sprake van een wereldwijde recessie als de wereldeconomie met minder dan 3% groeit. Voor een depressie bestaat geen algemeen geaccepteerde definitie. Sommigen spreken van een depressie als de economie in een bepaalde periode met meer dan 10% krimpt of als een recessie meer dan drie jaar duurt. In de VS daalde tijdens de De Grote Depressie het BBP met bijna 30% .

zware recessie