Apr 16

Op de site van De Groene Amsterdammer verscheen gisteren een mooi stuk van de hier welbekende Dirk Bezemer. Hij stelt hierin dat Nederland minder krediet nodig heeft en hoe men moet aankijken tegen de zelfverrijking van onze fantastische bankbestuurders.

Een korte samenvatting:

Omdat haperende banken zoveel schade aanrichten, moeten goed draaiende banken dus wel bijzonder waardevol zijn voor de economie. Dat lijkt logisch, maar is het niet. Ter vergelijking: omdat droogte zo schadelijk is, moet een overstroming wel bijzonder heilzaam zijn. Geld als water? Inderdaad, je kunt er ook te veel van hebben.

‘De financiële sector is hier al een kwart eeuw groter dan gemiddeld gesproken gezond is. De hoeveelheid uitstaande leningen is nu bijna tweeënhalf keer zo groot als onze economie. De helft daarvan is bankkrediet. Om even bij de metafoor te blijven: de bankier die ons toeroept dat we zonder hem financieel uit­drogen, heeft niet door dat het water ons tot de lippen staat.’

‘Hoe werkt dat dan, meer bank­krediet dus minder groei? Het antwoord is niet ingewikkeld: krediet is ook schuld. De vraag is of krediet zó wordt gebruikt dat er inkomen ­gegenereerd wordt. Daaruit kan de schuld dan worden afbetaald. Bij leningen aan bedrijven is dit vaak het geval; bij hypotheken aan huis­houdens niet. De schuld groeit er wel van, maar het toekomstig inkomen niet. In mijn onderzoek vind ik dat in de meeste westerse economieën de kredietverlening sterk verschoven is richting huishoudens.

Nederland loopt daarin voorop. Meer dan de helft van alle uitstaande leningen bestaat hier uit hypotheken aan huishoudens. Er is dus een duidelijke reden om je zorgen te maken over de rol van banken in Nederland. In één woord: schuld. En dan heb ik het niet over de overheidsschuld, waar ons kabinet zo druk mee is. Die is slechts zeventig procent van het bbp. Ik heb het over de schuld van de private sector, die 240 procent bedraagt. We staan daarin op eenzame hoogte. Maar hoe vaak hoort u Rutte of ­Dijsselbloem hierover?’

Lees het gehele artikel op de site van De Groene Amsterdammer