Sep 14

Nederland behoort tot de landen die het meeste risico lopen op een bankencrisis bij een snelle stijging van de rente, blijkt uit zondag gepubliceerde nieuwe cijfers van de Bank for International Settlements (BIS).

De schuldenlast van Nederlandse huishoudens is internationaal gezien erg hoog, maar door de zeer uitzonderlijk lage rente blijven hypotheken voor de meeste Nederlanders goed betaalbaar. Dat betekent dat Nederlandse banken ook weinig last hebben van betalingsproblemen, ondanks de grote hoeveelheden hypotheekschuld op hun balans.

Nederland is net als opkomende markten
Het is opmerkelijk dat Nederland terug te vinden is in hetzelfde rijtje als drie van de belangrijkste opkomende markten waar de snelle kredietgroei van de afgelopen jaren nu door beleggers wereldwijd als een groot risico wordt gezien.

Hogere ‘debt service ratio’s’ zijn overigens niet alleen gevaarlijk voor banken: ze hebben ook een drukkend effect op de economische groei, omdat huishoudens minder te besteden overhouden.

bron: RTL

Jun 1

Door: Peter de Klerk

Rutte II hervormt de woningmarkt, maar iedere woningmarktdeskundige weet dat de getroffen maatregelen verkeerd zijn en de economische crisis verdiept hebben. Het werkelijke doel van het kabinet is daarom ook niet het hervormen van de woningmarkt, maar het oplossen van de bankencrisis. Zo hebben het kabinet en de gedogende partijen de rekening voor het wanbeleid van de politiek en de banken bij de Nederlandse huurders en de werkloze bouwvakkers gelegd.

De (banken)crisis begon in 2008. De waarde van de woningen daalde. Hypotheken kwamen ‘onder water’, waarmee de balansen van de banken verder verslechterden. De markt voor en de nieuwbouw van koopwoningen stortten volledig in. Maar gelukkig had Nederland een sterke en gezonde huursector. Al meer dan honderd jaar was het zo dat in tijden van recessie de productie van huurwoningen werd opgevoerd. De bouw was altijd een probaat middel om een recessie te verkorten en minder diep te laten zijn. Rutte II heeft dit bewust niet gedaan. Integendeel, de verhuurders moesten 2 miljard euro extra belasting gaan betalen waardoor de productie van nieuwbouwhuurwoningen ook instortte.

De huurder (met een middeninkomen) werd bestempeld tot de grote profiteur, de zo verguisde ‘scheefwoner’, die misbruik maakt van rijksubsidies en voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. En alle media zijn dat verhaaltje nog gaan slikken ook. De werkelijkheid is zoveel anders. Sinds 1995 gaan er helemaal geen rijkssubsidies meer naar huurwoningen! Alleen de laagste inkomens kunnen een huurtoeslag ontvangen als hun inkomen ontoereikend is voor de huur. Daar is jaarlijks zo’n twee miljard euro mee gemoeid.

Ondanks die subsidie hebben de Nederlandse huurders (bron: EU-onderzoek, CBS en RIGO) de hoogste woonlasten van Europa. De gemiddelde huurder van een corporatiewoning is 38% van zijn inkomen aan woonlasten kwijt. De laagste inkomens zelfs 50%. Door de maatregelen van het kabinet – de verhuurdersheffing – stijgen die lasten nog verder. Zodoende betaalt iedere Nederlandse huurder ieder jaar weer twee maanden huur die door de verhuurder rechtstreeks wordt doorgesluisd naar de schatkist. Gevolg is dat vele Nederlandse huurders onder de armoedegrens leven en aangewezen zijn op voedselbanken. Tegelijk groeien de wachtlijsten voor huurwoningen. Maar wie kan zich nog een huurwoning veroorloven …?

De behandeling van eigenaren-bewoners staat daarmee in schril contrast. Jaarlijks gaat meer dan tien miljard euro als gevolg van de fiscale renteaftrek naar (vooral) midden en hoge inkomens voor soms dure huizen. Daar zitten de werkelijke ‘profiteurs’ en ‘scheefwoners’ (ikzelf ook). Natuurlijk is er als gevolg van de crisis ook armoede onder eigenaren-bewoners. Maar gemiddeld zit de Nederlandse eigenaar-bewoner op veel lagere woonlasten dan de huurder; en dat voor veel mooiere en grotere woningen. Natuurlijk, het kabinet heeft ook maatregelen getroffen om het gebruik van de fiscale renteaftrek te begrenzen. Mondjesmaat.

Het geheel overziende kun je maar tot één conclusie komen. Het kabinet wil de woningmarkt helemaal niet hervormen. Ze maken huren bewust onaantrekkelijker door het ongebreideld verhogen van de huren. Zodoende wil straks iedereen weer kopen. En laat dat nu precies de bedoeling zijn, want alleen dan gaan de woningprijzen weer snel omhoog en verbeteren de balansen van de banken. Zo wordt het broze herstel van de economie geschraagd. Heel logisch en waarschijnlijk ook effectief (alleen uitkijken dat er niet weer een vastgoedbubbel gaat ontstaan). Wel jammer dat huurders en werkeloze bouwvakkers zo de rekening betalen voor de fouten die door de banken en de politiek gemaakt zijn. Hoe legt de PvdA dit uit aan de weinige resterende kiezers …..? Samsom zei het pas al na de verloren gemeenteraadsverkiezingen: “Het herstel laat langer op zich wachten dan gedacht”.

bron: Corporatieforum

Oct 16

In het regeerakkoord staat geen woord over bankregulering. Aan de bedragen kan het niet liggen. Sinds 2008 is er 100 miljard euro bijgedrukt en gefourneerd aan banken en verzekeraars en werd er 200 miljard euro aan kredieten gegarandeerd.

Sindsdien is in de financiële sector in essentie niets ander gebeurd dan het veranderen van de boekhoudregels. Het regeerakkoord vraagt zich niet af of geld bijdrukken (door de Europese Centrale Bank (ECB), waarover straks meer) een goede maatregel is en al helemaal niet hoe het in de toekomst vermeden kan worden. Het bezuinigen van 18 miljard heeft geen enkele betekenis voor de oplossing van de bankencrisis.

Dikwijls wordt de overheid nagegeven een ineenstorting van de banken (en daarmee van de economie) te hebben voorkomen. Daar zit in zoverre iets in dat de overheid in 2008 voor de keus stond: óf banken failliet laten gaan óf geld bijdrukken. Geld bijdrukken klinkt wat kort door de bocht, en het zit ook net wat ingewikkelder. Niet de Nederlandse overheid drukt geld bij maar de ECB. De ECB leent dit aan banken tegen één procent rente. Banken lenen dit geld weer aan overheden tegen vier tot negen procent. De banken hebben hiermee, in de woorden van econoom Willem Buiter, een geldmachine cadeau gekregen.

Dat alle geld ontstaat door een gelijktijdige toename van de schulden geldt niet alleen voor de ECB. Het geldt ook voor gewone banken. Als een bank een hypotheek verstrekt, dan drukt het geld bij. Dat geld verlaat de bank als schuld. En als een krediet verstrekt wordt, dan gebeurt dat met bijgedrukt geld, waardoor de geldhoeveelheid groter wordt. De overheid stimuleert dit door hypotheekrenteaftrek en renteaftrek van winstbelasting.

Geldcreatie en schuldcreatie gaan hand in hand. De kredietcrisis is het gevolg van een explosie van schulden maar daarmee dus ook van de geldhoeveelheid. Hierdoor zijn de prijzen van goederen gestegen (inflatie), maar ook de prijzen van huizen en aandelen, die voor het overgrote deel met schuld worden gefinancierd. Die lijken dan veel waard, maar dat is deels verkapte inflatie. De gestegen huizen- en aandelenprijzen flatteerden zo de bankbalansen.

Over schuld moet ook rente betaald worden, waardoor de schuld toeneemt. Tegelijkertijd wordt de geldhoeveelheid niet groter, die blijft gelijk. De consequentie is dat de al het geld dat er is (de totale geldhoeveelheid) kleiner is dan het bedrag dat openstaat aan schulden. Het gevolg is dat er simpelweg niet genoeg geld is om alle schulden af te betalen. Meer geld bijdrukken is geen optie, want dat vergroot de schulden weer (en door de rente nog meer).

Faillissementen zijn in het geldsysteem ingebouwd. Een failliete bakker op de hoek is vaak een persoonlijke tragedie, maar uit maatschappelijk oogpunt niet zo erg. Echter, als er genoeg bakkers failliet gaan, dan gaan de banken ( bij wie de bakker een schuld heeft die hij niet kan afbetalen) failliet.

Banken zijn zeer wankel, omdat ze weinig eigen vermogen hebben. Enkele wanbetalingen is al genoeg om ze in de problemen te brengen. ING heeft bezittingen ter waarde van 1.200 miljard euro. Tegelijkertijd bracht het verlies op de zogenaamde Alt-A hypotheken (risicovolle hypotheken, waar de staat zich in 2008 garant voor heeft gesteld) van 10 miljard deze bank al in de problemen. Waarom? Omdat van die 1.200 miljard 35 miljard eigen vermogen is, en de rest geleend. Als drieënhalf van zulke hypotheekpakketten net zo in waarde dalen als de Alt-A hypotheken, kan ING al niet meer aan zijn verplichtingen voldoen. Dit alles overigens onder de veronderstelling dat die 1.200 miljard niet geflatteerd is.

Geld bijdrukken is een korte termijn-oplossing, het lost uiteindelijk niets op. Het verplaatst alleen schulden van de private sector naar de overheid. En omdat de geldhoeveelheid vergroot wordt, kan er (hyper)inflatie ontstaan.

Er zal een ander geldsysteem moeten komen, of in ieder geval zullen de schulden moeten worden verminderd. Concrete maatregelen zijn het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek (inmiddels een kostenpost van 15 miljard euro), het verhogen van kapitaaleisen voor banken waardoor ze minder kunnen lenen, het afschaffen van renteaftrek van de winstbelasting, het voorkomen dat private equity en hedge funds met geleend geld speculeren, het ontmoedigen van schuld gefinancierd beleggen door een BTW op financiële transacties (Tobintaks). Een andere goede maatregel zou zijn dat banken pas bonussen en dividend mogen uitkeren als alle schulden aan spaarders zijn afgelost (winstinhouding).

Het is de vraag of het overheden en toezichthouders lukt om de schuldenberg op ordentelijke wijze af te wikkelen. Er wordt nu iets aan bankregulering gedaan door het zogenaamde Basel 3-akkoord. Dat is op zichzelf positief, maar de maatregelen zijn uitgesteld tot 2019 en het werkelijke probleem (een gelijktijdige explosie in schulden, geldhoeveelheid en aandelen- en huizenprijzen) wordt er niet door opgelost. Juist van regeringspartijen die zich laten voorstaan op deugdelijk financieel beleid had véél meer mogen worden verwacht.

David Hollanders, econoom verbonden aan de Universiteit van Tilburg en Jasper Laros, politicoloog

bron: Trouw

Mar 1

Noorwegen Zweden FinlandNoorwegen, Zweden en Finland kregen begin jaren negentig elk te maken met een bankencrisis. De financiële instellingen waren in tijden van economische voorspoed te gul geweest met leningen. Toen het tij keerde hadden ze geen geld meer. De drie overheden grepen in, maar de Scandinavische lessen werden vergeten.

,,De financiële wereld is bijziend en ontkent problemen. De werknemers denken dat ze ontzettend intelligent zijn en risico’s prima kunnen managen. Maar ze vervallen altijd weer in hun oude gedragspatronen.”

Jaakko Kiander werkt bij het Arbeidsinstituut voor economisch onderzoek in de Helsinki. Hij bekijkt de mondiale financiële crisis met gemengde gevoelens. Finland kende in 1991-1993 een bancaire crisis die de staat dwong banken over te nemen. Het kostte de Finse belastingbetaler miljarden. Duizenden ondernemingen gingen over de kop.

Niemand zag de Finse crisis aankomen. De economie draaide goed.Toen begin 1991 de economische groei inzakte, de handel met de uiteenvallende Sovjet-Unie stopte en West-Europa in een recessie belandde, reageerden politici en bankiers pas laat. Ze beperkten hun leningen met een kwart. De prijs van onroerend goed daalde daarop met vijftig procent. Banken leden steeds grotere verliezen. Toen de economie ook kromp, de aandelenkoersen met 66 procent daalden en honderden bedrijven over de kop gingen, hadden de Finse banken geen geld meer.

De Finse overheid pompte miljarden in het bankwezen en nam de Skopbank (de grootste spaarbank) over. De crisis in Finland werd voorafgegaan door die in Noorwegen en gevolgd door die Zweden. In Noorwegen waren ongebreidelde economische groei en versoepeling van regels voor de banken, de basis voor een ruimhartig leenbeleid van de financiële instellingen. Een scherpe daling van de olieprijs deed Noorwegen in een recessie belanden. De banken kregen te maken met grote verliezen op hun leningen. In eerste instantie vingen zij die zelf op. Begin 1991 zette de overheid een garantiefonds op. Het bleek niet genoeg. Aan het eind van het jaar hadden de drie grootste banken van het land geen geld meer.

De excessen in Scandinavië waren gelijk aan de problemen nu. Alleen zijn de gekozen oplossingen anders. In ruil voor kapitaalinjecties en garanties van overheden, hebben aandeelhouders van banken de rekening niet gepresenteerd gekregen. Slechte leningen zijn niet apart gezet. In Noorwegen en Zweden heeft de staat het belastinggeld dat in de banksector werd gestoken met winst teruggekregen. In Finland betaalde de belastingbetaler de rekening. In de drie landen liep het reddingsproces jaren. In het geval-Zweden is het nog steeds niet afgerond. Falend toezicht werd in heel Scandinavië gerepareerd.

bron: Nederlands Dagblad