Jan 20

Financieel adviseurs die het niet zou nauw nemen met de regels kregen tot vorig jaar alleen een anonieme tik op de vingers. Die tijd is nu voorbij.

Financieel adviseurs die hun boekje te buiten gaan en een schorsing aan hun broek krijgen van de Stichting Deskundigheid, Screening en Integriteit (DSI), worden voortaan met naam en toenaam genoemd in het openbare register op de website van DSI.

Tot eind 2009 maakte DSI wel bekend dat er een schorsing was uitgesproken, maar daarbij werd nooit expliciet aangegeven om welke adviseur het ging. DSI toetst alle aangesloten adviseurs op integriteit. Beleggingsadviseur Geert Schaaij is het eerste ‘slachtoffer’ van de nieuwe werkwijze van de stichting. Achter zijn naam staat voor drie jaar de toevoeging ‘geschorst wegens tucht’. Met die vermelding wordt duidelijk dat DSI zijn verantwoordelijkheid richting consumenten serieus neemt. Bovendien geeft het meer inzicht in slecht gedrag in de financiële sector.

soort trekt soort

Het is voor consumenten nu vaak onduidelijk bij wie ze aan het goede adres zijn. Zo kan de financiële toezichthouder AFM alleen boetes opleggen aan ondernemingen en niet aan individuele adviseurs. Bovendien kunnen de betrokken adviseurs daarna gewoon op dezelfde voet doorgaan. De Consumentenbond pleit voor een systeem waarbij financieel adviseurs werken op basis van een persoonlijke vergunning, die bij overtreding van de regels tijdelijk of permanent ingetrokken kan worden.

bron: Geld en Recht

Aug 17

Een op de vier adviezen voor een hypotheek schiet tekort, zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Vooral bij het oversluiten van hypotheken gaan adviseurs de fout in. Bij advies over vermogensopbouw slaat bijna de helft de plank mis. Overkreditering komt in 25% van de gevallen voor.

De volgens het AFM meest gemaakte fouten staan hieronder toegelicht:

Bij ruim éénderde van de oversluitadviezen wordt geen kwantitatieve vergelijking gemaakt tussen de oude en de nieuwe hypotheek. Zonder die vergelijking is het onmogelijk om vast te stellen of oversluiten in het voordeel van de consument is. Dit kan met name dan schadelijk zijn als ook een bijbehorende polis overgesloten wordt. Gezien de kosten die daarmee in veel gevallen gemoeid zijn, valt zonder kwantitatieve vergelijking nog maar te bezien of het oversluiten van de polis zowel financieel als wat de overige doelstellingen van de consument betreft een passend advies oplevert.

Verder blijkt bij het adviseren over de aflossing (vermogensopbouw), dat in bijna de helft van de gevallen het advies niet passend is, waardoor de consument bijvoorbeeld meer risico neemt dan bij hem of haar past. In ruim driekwart van de gevallen wordt bij deze adviezen de juiste en relevante informatie verstrekt. Dit betreft voor een groot deel adviezen, waarbij de financiële dienstverlener de opbouw van het vermogen waarmee afgelost zal worden, plaats laat vinden door te beleggen.

Bij de adviezen waar de dekking van het overlijdensrisico is geadviseerd in combinatie met het opbouwen van doelvermogen in de vorm van een gemengde verzekering wordt in ruim de helft van de beoordeelde adviezen de financiële positie niet in kaart gebracht in het geval van overlijden van één van de aanvragers. De financiële dienstverlener heeft daardoor niet kunnen berekenen in hoeverre de financiële positie van de consument na overlijden van één van de aanvragers toereikend is.

Ten aanzien van de juiste behandeling van fiscaliteit zijn verbeteringen vooral mogelijk wat betreft de juiste verwerking van de maximale fiscale aftrek van 30 jaar (vanaf 2 001), de bijleenregeling en het niet aftrekbaar zijn van het consumptief te besteden deel van het hypothecair krediet.

De Wet op het financieel toezicht eist onder meer van de adviseur dat hij:

  • informatie inwint over de consument (het klantprofiel);
  • in zijn advies voor zover redelijkerwijs mogelijk rekening houdt met deze informatie (passend advies);
  • informatie verstrekt aan de consument over zijn dienstverlening en het geadviseerde product; en
  • het klantprofiel en de productgegevens vastlegt en tenminste een jaar bewaart.

De AFM schat dat maximaal een op de tien adviseurs met opzet de klant verkeerd adviseert om zelf provisie op te kunnen strijken.

AFM-bestuurder Theodor Kockelkoren in het televisieprogramma Rondom 10

 

bron: AFM

tussenpersonen en bonussen..