Dec 30

Herinner jij je de huizenprijsdip van begin jaren tachtig? Waarschijnlijk niet. Je moet minstens 45 jaar zijn om zelf te hebben ondervonden dat de woningprijzen vanaf 1978 zes jaar lang kelderden. De doorsnee woning verloor toen 35 procent waarde. Tot overmaat van ramp kampten we door de tweede oliecrisis met 25 procent inflatie per jaar. Wat een pech voor de woonstarter van 1978. In vier jaar tijd leed hij een reëel vermogensverlies van 55 procent. Dat was nog exclusief zijn betaalde koperskosten.

Maar anno 2007 lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De huizenprijzen stijgen immers alweer 22 jaar. Geen wonder dat jonge mensen, die nu starten op de woningmarkt, denken dat huizenprijzen per definitie stijgen. Dat is een mythe, blijkt uit historisch onderzoek van vastgoedhoogleraar Piet Eichholtz. Eichholtz verzamelde de koopprijzen van de panden op de Amsterdamse Herengracht van 1650 tot nu. Door deze prijzen te corrigeren voor inflatie construeerde hij de Herengracht-index. Bekijk je die index in een grafiek dan zie je geen continu stijgende lijn, maar een grillig berglandschap met hoge toppen en diepe dalen. En inderdaad: de huizenprijzen zijn nu historisch hoog, maar nog net iets hoger waren ze in 1736. Toen werd, omgerekend in euro’s van nu, ruim 2,6 miljoen euro voor een Herengrachtpand neergeteld.

huizenprijzen afgelopen 300 jaar

Prijsontwikkeling van panden aan de Herengracht sinds 1650, gecorrigeerd voor inflatie

Wat zegt dit de (aanstaande) huizenkopers van nu? Ik voorspel niks, maar mij vallen twee dingen op: Ten eerste staan onze huizenprijzen historisch gezien op een top. Ten tweede volgt na elke top een kleine of grote daling. Misschien gebeurt dat nu (nog) niet. Maar je moet niet denken dat een eigen woning je per definitie rijk maakt. Op de lange termijn houden huizenprijzen de inflatie bij, maar als je instapt op een top met een hoge hypotheek moet je bijna levenslang de hoofdprijs betalen voor een in waarde slinkend bezit.

bron: nrcnext.nl