Aug 12

Syp Wynia noemt Nederland na grondig onderzoek een lobbycratie. Volgens Wynia wordt Nederland door lobbyisten bestuurd. Eigenlijk gewoon een corrupte bende.

Aug 8

Afgelopen donderdag mochten Maartje Martens en Peter Boelhouwer hun woordje doen bij EenVandaag. Peter alleen op de radio en Maartje in de avonduitzending. Natuurlijk kwamen ze weer weer met een totaal verschillend verhaal. Het viel mij op dat Boelhouwer niet consequent is. Jarenlang schreeuwt hij dat een beperken van de leencapaciteit  direct zichtbaar wordt in de huizenprijzen. Nu is het niet meer dan een seizoensdingetje…

 Bouwlobbyist Peter Boelhouwer valt volledig door de mand

hypotheken juli 2015


Peter Boelhouwer Bouwend Nederland lobbyist

Meer Boelhouwer:

Waar is Peter Boelhouwer mee bezig?
Peter Boelhouwer is het schoothondje van de bouwondernemers

 

Meer Martens:
Martens vs. Boelhouwer – wel of geen huizenzeepbel?

Maartje Martens: “De doorstroommarkt is voorbij, daarom zullen de prijzen dalen”

Broos herstel van de woningmarkt

Beperking hypotheekrenteaftrek niet alleen goed voor de banken

Het Geluid van de Dag: leen gewoon geld

Hoeveel lucht zit er nog in de woningmarkt?

Horen, zien en spreken

Barst de huizenbubble?

Aug 6

Rabobank-econoom Pieter van Dalen (Nationaal Onderzoek) verwacht dat de huizenprijzen in 2016 tot 4,5% gaan stijgen. Deze loopjongen moet dit van zijn baas zeggen. Ook hij zal straks via de achterdeur afdruipen….

 

raboleugenaars

Jul 30

Volgens econoom Steve Keen zagen veel economen de financiële crisis van 2008 niet aankomen omdat ze onvoldoende – of zelfs helemaal geen – rekening hielden met de ontwikkeling van de private schulden. Zelfs centrale bankiers dachten dat ze de situatie onder controle hadden, omdat de werkloosheid laag was en de inflatie beperkt bleef. Ze spraken van de ‘Great Moderation’, een nieuw tijdperk van milde inflatie en een hoge werkgelegenheid…

Maar wat ze niet zagen was de ongekende groei van de private schulden, waardoor huishoudens zich een uitgavenpatroon konden aanhouden dat ver boven hun inkomen lag. Het is deze schijngroei in de economie die zorgde voor de enorme bubbel op de huizenmarkt en andere excessen in het financiële systeem. Zo steeg de private schuldquote in de VS van minder dan 120% in 1999 naar een recordniveau van 170% ten opzichte van het bbp in 2008.

Private schulden

Steve Keen verzamelde cijfers over de inflatie en de werkloosheid sinds de jaren ’80 en legde deze naast een model dat hij ontwikkelde om het Minsky moment te visualiseren. Hij voegde er de factor ‘schuld’ aan toe en bouwde een driedimensionaal model dat laat zien dat de economie plotseling kan omslaan van zeer stabiele groei en inflatie naar een plotselinge crash.

De afgelopen decennia zijn we er in de Westerse wereld in geslaagd de private schulden naar een historisch hoog niveau te brengen. Centrale banken proberen met een stimulerend beleid en een extreem lage rente opnieuw de schuldenberg te verhogen, zodat we de lasten nog iets verder voor ons uit schuiven. Maar volgens Steve Keen is het onvermijdelijk dat we in de toekomst een lange periode tegemoet gaan van een zeer zwakke economische groei, waarin de schuldniveaus teruggebracht worden naar meer houdbare proporties. De pijn van de schulddeflatie kan verzacht worden door de inflatie aan te jagen, zodat de schulden in reële termen sneller dalen.

Hieronder zie je het volledige college van econoom Steve Keen, de video duurt een klein half uur. Absoluut een aanrader wat ons betreft!

bron: marketupdate.nl

Jul 30

Han de Jong de Chief Economist van de  ABN AMRO Bank legt even uit waarom stijgende huizenprijzen niet goed zijn. Hij noemt het zelfs diefstal.  Ouderen zadelen jongeren op met onhoudbare schulden.

Eerder waarschuwde Han ook al voor het aangaan van hoge hypotheekschulden

Jul 20

In juni 2015 registreerde het Kadaster 15.147 verkochte woningen. Dit is een stijging van 33,7% ten opzichte van juni 2014 (11.328). Vergeleken met de voorgaande maand, mei 2015, is er sprake van een stijging van 18,1%. Het Kadaster registreerde toen 12.827 verkochte woningen.

Het Kadaster registreert de transacties van bestaande koopwoningen op het moment dat de notaris deze bij het Kadaster laat inschrijven. Dat is dus het moment van eigendomsoverdracht, de koper wordt eigenaar van de woning.

Woningtypen

Vergeleken met juni vorig jaar zien we een stijging van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen. Vrijstaande woningen stijgen het meest met 40%. De minste stijger ten opzichte van vorig jaar zijn hoekwoningen met 25,8%. Ten opzichte van de vorige maand, mei 2015, is de grootste stijging te zien bij de twee-onder-een-kap woningen: 19,8%. De minste stijging zien we bij de appartementen met 14,6%.

Provincies

Ten opzichte van juni 2014 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in alle provincies. De stijging is het grootst in Groningen met 44,3%. De laagste stijging zien we in Flevoland met 11,1%. Vergeleken met mei 2015 is Friesland met 34,9% de grootste stijger. Drenthe heeft met 1,8% de minste stijging.

Hypotheken

Het aantal geregistreerde hypotheken nam in juni 2015 met 26,7% toe ten opzichte van juni vorig jaar, van 17.204 naar 21.793. Vergeleken met mei 2015 (18.280) is er sprake van een stijging van 19,2%.

Executieveilingen

In juni 2015 vonden 177 executieveilingen plaats. Dit is een stijging van 5,4% ten opzichte van juni 2014 (168).

Alle cijfers vindt u in het Vastgoed Dashboard.

bron: Kadaster registreert in juni 2015 meer verkochte woningen

Jun 25

De Raad voor de leefomgeving kwam vandaag met een adviesrapport voor minister Blok. Hierin stonden een aantal interessante zaken. Ik pik de knelpunten op de huizenmarkt er even uit.

Nederland heeft een sterk gesegmenteerde woningmarkt. De markt is sterk gereguleerd en ondoorzichtig. Feitelijk zijn er gescheiden deelmarkten naar regio en eigendom. De markt valt uiteen in drie vrijwel los van elkaar staande segmenten: de sociale huursector, de vrije huursector en de koopsector. In elk segment gelden andere spelregels en de overstap van het ene naar het andere segment heeft grote
consequenties voor huishoudens (wachttijden, kosten,verlies van bepaalde rechten). Op deze gesegmenteerde markt leiden de gesignaleerde trends tot de volgende knelpunten:
  • Bewegen wordt ontmoedigd. De arrangementen van de instituten op de woningmarkt (corporaties, banken, ontwikkelaars, overheid) werken in veel gevallen ten gunste van de zittende partijen, de ‘insiders’, en ten nadele van de toetreders, de ‘outsiders’.
  • Betaalbaarheid van wonen staat onder druk: er is structurele onzekerheid over werk en inkomen en de huren stijgen.
  • In de gereguleerde huur sector hebben woningzoekenden te maken met lange wachtlijsten.
  • Hoge private schulden in het wonen belemmeren de flexibiliteit. Veel koopwoningen in Nederland zijn de laatste jaren in prijs gedaald. Het ‘onder water staan’ van woningen waar een hypotheekschuld op rust, belemmert de dynamiek op onder andere de arbeidsmarkt, in de zorg en het woon-werkverkeer.
  • Grondbeleid en grondwaarden belemmeren nieuwbouw. Doordat gemeenten en ontwikkelaars de grondopbrengsten van projecten al hebben ingeboekt zijn de prijzen gestegen. Ook blokkeren de ingeboekte opbrengsten de realisatie van betaalbare, renderende projecten omdat dan (boekhoudkundige) verliezen moeten worden genomen.
  • Er wordt te weinig (leegstaand) vastgoed getransformeerd door zowel economische als fysieke barrières. De technische eisen en de prijzen in verschillende vastgoedsegmenten als kantoren, scholen en woningen verschillen behoorlijk, waardoor veranderingen moeilijk gaan.

bron: Wonen in verandering, over flexiblisering en regionalisering in het woonbeleid | Raad voor de leefomgeving en infrastructuur

 

Jun 22

tarikWRR-lid professor Arnoud Boot hield enkele weken geleden een toespraak waarin hij het verhaal van NOS-overvaller Tarik Z. vertelde.  “Het financieel, monetair systeem dat we hebben is natuurlijk gewoon failliet”  aldus boot. Vinden jullie de boodschap van professor Boot ook een opmerkelijk verhaal Nederlandse Omroep Stichting?

Jun 7

Door: Ewald Engelen

Ewald-Engelen-close-3jun13-1-669x297We schrijven 20 januari 2000. In een brief aan de Tweede Kamer constateert DNB dat Nederland aankoerst op een huizenzeepbel van de buitencategorie. Met grote gevolgen voor de schuldpositie van huishoudens, de balansen van banken en de financiële stabiliteit van Nederland.

De cijfers liegen er niet om. Tussen 1994 en 1998 was de maximale leenruimte voor een tweeverdienersechtpaar met 86 procent gestegen, van 242.688 gulden in 1994 naar 451.332 gulden in 1998. Daarvan kon volgens DNB slechts een vijfde worden verklaard uit reële salarisstijgingen.

Ook al was er volgens DNB geen reden te vrezen voor een grote kladderedatsj, toch adviseerde de toezichthouder om het maximale leenplafond in de toekomst op 100 procent van de waarde van het onderpand te stellen. Uiteraard in overleg met de sector. Dit was immers het tijdperk-Wellink.

Hoe reageerde de verantwoordelijke minister, vvd-er Gerrit Zalm? Ik citeer: ‘Het rapport onderbouwt de tot dusver gevolgde beleidslijn, waarbij de transparantie van de markt voor hypothecaire kredietverlening voorop staat en het beleid meer in het bijzonder is gericht op het bevorderen van een goede en objectieve verschaffing van informatie bij het verstrekken van hypothecaire leningen.’ Oftewel geen zorgen: transparantie en marktwerking volstaan om de boel gezond te houden.

Om te vervolgen dat ‘het van belang is dat huizenkopers voldoende financieringsmogelijkheden houden’ en dat het dus geen pas geeft om een leningenplafond van 100 procent in te stellen en dat ‘het niet aan de overheid is om de keuze van de consument en de geldverstrekker te bepalen’, maar aan de markt. En dus gebeurde er niets.

Acht jaar later, zes maanden voor het bankroet van Lehman Brothers, zette het IMF in zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook Nederland in het rijtje van landen met de grootste ‘onverklaarbare’ overwaardering van huizen: ‘De landen die de grootste onverklaarbare huizenprijsstijgingen hebben doorgemaakt, zijn Ierland, Nederland en het VK – na tien jaar waren de huizenprijzen in deze landen 30 procent hoger dan volgens de “fundamentals” zou horen.’

In de dagen erna brak een stortvloed van kritiek los op de berekeningen van het IMF, met achter de schermen diplomatieke pressie op hoog niveau. 10 april, Wouter Bos in Het Financieele Dagblad: ‘IMF te negatief over Nederland’. Diezelfde dag in het NRC Handelsblad, Ger Hukker van de Nederlandse Vereniging van Makelaars: ‘IMF maakt grote fouten in de analyse’. 11 april, Rabo-econoom De Jong-Tennekes in het Nederlandsch Dagblad: ‘Het IMF slaat de plank volledig mis met zijn waarschuwing dat de kredietcrisis een bedreiging vormt voor de Nederlandse huizenmarkt’. Hukker opnieuw, nu in de Volkskrant: ‘Het is kwalijk dat het IMF zulk slecht onderzoek de wereld in slingert’, en: ‘Niks zeepbel, niks 30 procent te duur. Met de huizenmarkt in Nederland is niks mis.’

12 april, Volkskrant-columnist Frank Kalshoven: ‘Het IMF begrijpt de Nederlandse huizenmarkt niet’. 13 april, De Telegraaf: ‘Wellink witheet op IMF: van rapport over huizenmarkt klopt niets’. 15 april, Freek Hoek, PR-man van de Rabobank in Het Financieele Dagblad: ‘Het IMF schaadt Nederlandse banken’, ‘Het IMF zit ernaast. Maar beleggers schrikken hiervan’, aldus Hoek. ‘Dit kan zeker effect hebben op de renteopslag die we betalen. Of beleggers zeggen dat ze helemaal geen papier meer van Nederlandse banken kopen’.

19 april, het CPB in de Volkskrant: ‘geen lucht in prijs van huizen’, en: ‘De huizenprijzen zitten ongeveer op het niveau dat je zou mogen verwachten’. 21 april, het IMF trekt de waarschuwing schielijk in: ‘De exacte cijfers moeten met een korreltje zout genomen worden’, aldus een woordvoerder. In 2014 waren de huizenprijzen met 25 procent gedaald en zat het IMF er dus verrassend dichtbij.

Zes jaar na de crisis likt Nederland nog altijd de wonden van zijn geïmplodeerde huizenzeepbel. Van de 4,6 miljoen huishoudens met een hypothecaire schuld hikken er pakweg 1,5 miljoen tegen forse onderwaarde aan. Dat is een derde van alle huishoudens, meer dan de kwart die in de VS op het dieptepunt van de crisis onder water stond.

En waren het in de VS overwegend de laaggeschoolden aan de onderkant van de arbeidsmarkt die hun onroerend goed vermogen zagen verdampen, in Nederland zijn het vooral de 45-minners die onder water staan. Volgens DNB kijkt 60 procent van de leeftijdcohorten tussen de 25 en 45 jaar aan tegen onderwaarde, is tussen de 45 en 50 jaar het percentage met onderwaarde en overwaarde min of meer gelijk, terwijl iedereen boven de 50 forse tot zeer forse (meer dan een ton) overwaarde heeft.

Huizenzeepbellen zijn verschrikkelijk: ze hebben nieuwkomers op de huizenmarkt gedwongen zich tot hun oren in de schulden te steken, net op het moment dat ook de zorg voor kinderen en ouders op het gezinsbudget drukt. Ze hebben in Nederland tot scherp stijgende woonlasten geleid (na Griekenland en Denemarken met 30 procent van het besteedbaar inkomen de hoogste van Europa), ze hebben de omvang van de hypothekenportefeuille op de bancaire balansen verder opgestuwd, ze hebben kwetsbare huishoudens opgezadeld met een van de hoogste private schuldenlasten ter wereld en ze hebben huishoudens, banken en de Nederlandse economie op onverantwoorde wijze blootgesteld aan plotselinge disrupties in het interbancaire leenverkeer. Zo bleek na het bankroet van Lehman Brothers op 15 september 2008.

Van de vier Nederlandse grootbanken moesten er twee worden genationaliseerd, had er een forse kapitaalinjecties en staatsgaranties nodig en moest een handvol kleinere banken en verzekeringsmaatschappijen ofwel bij de overheid aankloppen ofwel bij grotere collega’s toevlucht zoeken. De directe schade voor de Nederlandse belastingbetaler bedroeg volgens de Rekenkamer 129 miljard euro, waarmee Nederland tot de zwaarst getroffen landen behoort. Om over de indirecte schade in de vorm van gemiste groei – in 2015 is de Nederlandse economie per hoofd van de bevolking nog altijd 5 procentpunt kleiner dan in 2008 – baanverlies, faillissementen, gestegen zelfmoorden en dalend kindertal maar te zwijgen.

En dus zou je verwachten dat de politieke elite alles op alles zet om huizenzeepbellen in de toekomst te voorkomen. Onder het motto: eens maar nooit weer. Inderdaad zijn de leenvoorwaarden verscherpt: er is een aflossingverplichting geïntroduceerd, de aftrekbaarheid is gelimiteerd en er is een lager leenplafond overeen gekomen. Maar de invoeringstermijn is lang en de maatregelen zijn onvoldoende om Nederland in de pas te laten lopen met meer restrictieve buitenlanden. Terwijl de Zweedse centrale bank een leenplafond van 50 procent overweegt, kan je in Nederland nog altijd een huis kopen zonder eigen geld.

Het komt door de schaamteloze lobby van een bancaire sector die niets heeft geleerd, niets is vergeten en die de Nederlandse economie zes jaar na de grootste crisis sinds de jaren dertig nog altijd in een wurggreep houdt. Neem het document dat de NVB op 26 mei 2014 het licht deed zien, getiteld ‘The Dutch housing market’. Het is de klunzige poging van de Nederlandse bankenlobbyist om het beeld dat in het buitenland bestaat van de Nederlandse huizenmarkt, namelijk dat Nederland zucht onder een huizenzeepbel van Ierse proporties en wereldkampioen hypotheekschulden is, bij te stellen.

In het document bestaat de NVB het niet alleen te ontkennen dat er iets mis is met de huizenmarkt, maar ook te beweren dat de oorzaak van de problemen niet bij de banken maar bij fiscus en huurders ligt: ‘In Nederland hebben fiscale aftrekposten een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van zowel de huizenmarkt als de hypotheekmarkt. De omvangrijke en strikt gereguleerde huurmarkt is ook een factor geweest.’

Of neem het aanstaande eerherstel van de verpakte hypotheek, een langgekoesterde wens van Nederlandse bankiers. Voor de crisis waren Nederlandse banken voor hun financiering zwaar afhankelijk geworden van deze markt. Pakweg een derde van alle Nederlandse hypotheken is als obligatie weggezet bij buitenlandse banken en pensioenfondsen.

Geen wonder dus dat de NVB in haar bijdragen aan de Bazelse consultatierondes voor nieuwe buffereisen (Bazel 3) er op bleef hameren dat de internationale toezichthouder bij haar regelgeving rekening moest houden met het ‘uitzonderlijk goede track record’ van Nederlandse securitisaties tijdens de crisis. En daarmee bedoelde de NVB de lage faillisementen: Nederlandse securitisaties zijn ‘prime’, niet ‘sub-prime’. En daarmee verzweeg de NVB gemakshalve de rol die securitisatie had gespeeld bij het opblazen van de Nederlandse huizenzeepbel.

Of zoals Rob Koning, directeur van de Dutch Securitisation Association – een inittiatief van het inmiddels verscheden Holland Financial Centre, opgericht in september 2013 om de reputatie van de verpakte hypotheek op te vijzelen – in een uitzending van Argos op 21 juni 2014 toegaf: ‘Wat wij hopen, is dat de economie weer gaat aantrekken, mensen weer huizen gaan kopen, dat de hypotheekschuld weer voorzichtig gaat toenemen. En dat moet gefinancierd worden en dat kan niet met een teruglopende securitisatiemarkt.’

Om eraan toe te voegen dat de huizenprijsdaling van de afgelopen zes jaar een afwijking was en terugkeer naar het prijsniveau (en schuldenpeil) van 2008 het streven moet zijn. Om dat mogelijk te maken heeft Koning de ECB, Bazel en DNB onophoudelijk bestookt: ‘Overal hebben we duidelijk gemaakt dat we hebben geleerd van de fouten van het verleden. We hebben in Nederland en andere Europese landen een securitisatieproduct dat degelijk in elkaar zit, dat veilig is, waarover heel duidelijke informatie wordt verstrekt. En passen jullie je regels hier nou eindelijk eens op aan.’ Terug naar 2008 – duidelijker kan het niet worden gezegd.

Het heeft alles te maken met de lucratieve geldmachine die het hypotheekbedrijf voor banken is. Ga maar na: volgens berekeningen van het Amsterdamse Centrum voor Recht en Economie bedraagt de bruto rentemarge op hypothecaire kredieten een slordige 3 procent. Op een hypotheekportefeuille van 650 miljard euro betekent dat een netto inkomstenstroom van bijna 20 miljard euro per jaar. Afgezet tegen operationele baten van 15 miljard euro, 7,3 miljard euro en 13 miljard euro in 2013 voor respectievelijk ING, ABN Amro en Rabobank betekent dit dat bijna 60 procent van de bancaire inkomsten afkomstig is van het hypotheekbedrijf. En zo goed als risicovrij: sinds 1993 valt een groeiend deel van de verstrekte hypotheken (driekwart in 2012) onder de Nationale Hypotheek Garantie en is het wanbetalingsrisico dus voor de staat. En als het echt mis gaat – zo heeft de crisis geleerd – zijn het de belastingbetalers die er voor opdraaien, niet de bankiers.

Voeg er nog wat advies- en bemiddelingskosten, kosten voor bankgaranties, bereidstellingsprovisie, rente en kosten eventuele overbruggingskredieten, bouwrentes en boeterentes, om maar te zwijgen van de commissies die securitisaties de bank opleveren aan toe en het is evident waarom banken niets liever deden (en doen) dan hypotheken slijten; waarom hypotheken de grootste post op de balansen van de Nederlandse grootbanken zijn: 209 miljard euro op een bancaire balans van 670 miljard euro bij Rabobank, 290 miljard euro (Nederlandse en buitenlandse hypotheken) op een balans van 880 miljard euro bij ING en 150 miljard euro op een balans van 372 miljard euro bij ABN Amro; waarom bankiers en (bank)economen ook na de crisis bij hoog en bij laag ontkennen dat Nederland een huizenzeepbel heeft gekend omdat de ‘fundamentals’ in orde zouden zijn en Nederland gevrijwaard is gebleven van Spaanse spookvilla’s en Ierse spookdorpen.

En waarom de hypotheekrenteaftrek nog altijd als voornaamste boosdoener wordt gezien en niet de soepele leenvoorwaarden van banken, terwijl deze fiscale faciliteit al sinds 1893 bestaat en ook andere landen die kennen, waardoor levensgroot vragen opdoemen als waarom hier en waarom nu?

bron: ewaldengelen.blogspot.nl

May 28

Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) adviseert aan volgende kabinetten om de Loan-to-Value (LTV)-limiet geleidelijk verder af te bouwen tot een niveau van 90% in 2028. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt zich al langer zorgen over de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens en is voorstander om de LTV-limiet na 2018 verder te verlagen.

In het FSC zitten vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank en de AFM. De AFM maakt zich sinds enige jaren sterk voor verantwoorde kredietverlening. Met een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet, conform het FSC advies, zal het restschuldrisico’s voor Nederlandse huishoudens verder worden beperkt.

Hoge schuldenlast Nederlandse huishoudens

Nederland doet het internationaal gezien slecht als we naar de gemiddelde schulden per huishouden kijken. Het grootste deel van deze schulden is gerelateerd aan hypotheken. De relatief hoge hypotheekschuld maakt Nederlandse huishoudens erg kwetsbaar voor sterke huizenprijsdalingen en financiële tegenslagen. Een terugval in het inkomen, bijvoorbeeld bij werkloosheid of scheiding, kan dan al snel leiden tot betalingsproblemen. Als die problemen structureel van aard zijn, dan is verkoop van de woning soms onvermijdelijk. Dit kan dan leiden tot een hoge restschuld die consumenten nog lang in hun greep kan houden.

De AFM maakt zich zorgen om de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens. Om huishoudens bij financiële tegenvallers meer weerbaar te maken is een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet noodzakelijk. Huishoudens zouden zodoende in 2028 een hypotheek moeten kunnen krijgen die maximaal 90% van de woningwaarde bedraagt.

Noodzaak verdere verlaging LTV-ratio

Nederland kent vergeleken met de ons omringende landen een hoge gemiddelde LTV-ratio. Dit terwijl de afgelopen jaren nog eens hebben aangetoond dat de huizenmarkt kwetsbaar is. In Nederland hebben momenteel bijna een miljoen huishoudens een hypotheek die hoger is dan de waarde van de woning. De regering heeft in de afgelopen jaren een aantal hervormingen doorgevoerd om de consumentenrisico’s op de hypotheekmarkt te verkleinen. De daarbij ingezette verlaging van de LTV-ratio naar 100% maakt huishoudens – met name starters – echter nog altijd kwetsbaar gedurende de eerste jaren van de hypotheek. In die periode is er namelijk nog weinig afgelost en is het risico op een restschuld bij een huisprijsdaling groot. Een lagere LTV limiet biedt betere bescherming tegen restschuldrisico’s.

Consumptief krediet als alternatieve financiering onwenselijk

Bij een verdere verlaging van de LTV-limiet is het onwenselijk dat huishoudens consumptief krediet als alternatief voor hypothecaire krediet voor de aanschaf van een woning gaan gebruiken. Wanneer de LTV-limiet na 2018 verder zou worden verlaagd dan is van belang dat de huidige lijn van de (VFN) gedragscode wordt gevolgd. De AFM zal hier via haar toezicht richting aan geven en op toezien.

Het Financieel Stabiliteitscomité

De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op dinsdag 12 mei 2015. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB en het ministerie van BZK hebben als externe deskundigen aan de beraadslagingen deelgenomen.

bron: AFM: verdere afbouw LTV-limiet naar 90% noodzakelijk | Mei | AFM