Jun 6

Ruim de helft van de hypotheken die onder water staan, heeft een Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Doordat de overheid een achtervangfunctie heeft bij NHG, staat de overheid daardoor indirect garant voor een meerderheid van de onderwaterhypotheken. Mocht NHG een tekort aan middelen krijgen, dan moet de overheid daarbij de financiele klappen opvangen. Dat meldt De Nederlandse Bank (DNB) in een Rapportage over Macro-economische risico’s die zij woensdag jl. publiceerde.

Lees ook: Risico’s in de Nederlandse hypotheken – portefeuille

Van een onderwaterhypotheek is sprake als de hypotheek die op een woning rust hoger is dan de waarde die de woning opbrengt bij verkoop. Als de eigenaar de woning – al dan niet noodgedwongen – moet verkopen, blijft dan een restschuld over. De Nationale Hypotheek Garantie geldt vaak als vangnet, mochten huizeneigenaren buiten de eigen schuld om in problemen komen. Raakt iemand bijvoorbeeld werkloos of arbeidsongeschikt en is de hypotheek door de inkomensdaling onbetaalbaar geworden, dan kan de huizeneigenaar onder voorwaarden de woning verkopen. Een eventuele restschuld neemt de NHG dan voor haar rekening. Momenteel staat bijna 30% van de hypotheken onder water. Bij de dertigers en veertigers staat zelfs 40% van de hypotheken onder water, doordat zij vaak op de top van de huizenmarkt een huis hebben gekocht en daardoor de daling van de huizenprijzen het hardst voelen.

Uit de rapportage blijkt dat het restschuldrisico vooral bij hypotheken met NHG voorkomt. Daardoor liggen de kredietrisico’s van onderwaterhypotheken meer bij de overheid dan bij de banken. Het NHG-aandeel bij onderwaterhypotheken is tweemaal zo hoog als bij andere hypotheken. Omdat de kredietrisico’s bij onderwaterhypotheken gemiddeld ook nog eens hoger zijn dan de kredietrisico’s bij hypotheken die niet onder water staan, ligt het grootste deel van de onderwaterrisico’s uiteindelijk bij de overheid:

Risicoklasse Percentage hypotheken met NHG
Lage LTV + lage LTI +/- 24%
Lage LTV + hoge LTI +/- 16%
Hoge LTV en lage LTI +/- 58%
Hoge LTV en hoge LTI +/- 42%

Hoge Loan-to-Value (LTV): hypotheek is meer dan 100% van de woningwaarde.
Hoge Loan-to-Income (LTI): hypotheek is meer dan 5 keer inkomen.

Daarnaast blijkt uit de rapportage dat het vooral bij onderwaterhypotheken lastig is om de situatie snel te verbeteren. Het afgelopen jaar is er flink extra afgelost op hypotheken. Zo is er in de eerste drie kwartalen van 2013 bijna € 7 miljard extra afgelost op hypotheken, ruim 1% van de totale hypotheekschuld. Maar deze aflossingen zijn vooral gedaan door ouderen die al een lage hypotheek hebben ten opzichte van de woningwaarde. Van de extra aflossingen vond minder dan 25% plaats op onderwaterhypotheken. Hieruit concludeert DNB dat huishoudens met een onderwaterhypotheek over minder middelen beschikken om extra af te lossen dan de huishoudens die al flinke overwaarde op de woning hebben.

Als de huizenprijzen niet stijgen, verwacht DNB dat twee derde van de woningen die eind 2012 onder water stond, over 10 jaar nog altijd onder water staan. Stijgen de huizenprijzen de komende 10 jaar met gemiddeld 2% per jaar, dan is over 10 jaar driekwart van de onderwaterhypotheken weer boven water.

Voor nieuwe hypotheken vanaf 2013 schat DNB de risico’s wat lager in. Dat komt door de verplichte annuitaire aflossing en de maximale hypotheek van momenteel 104% van de woningwaarde. Daardoor zijn de restschuldrisico’s kleiner geworden. Desondanks vermeldt DNB wederom in de rapportage dat deze 104% lening internationaal gezien nog steeds erg hoog is. De Nederlandse Bank pleit dan ook al enige tijd voor een verdere verlaging van de maximale hypotheek tot 80% a 90% van de woningwaarde.

bron: homefinance.nl

Jun 5

Lenen doen we bijna allemaal. Of we nu een auto op afbetaling kopen of een krediet afsluiten voor een nieuwe keuken. De meeste mensen draaien er hun hand niet voor om. Zo heeft meer dan de helft van de Nederlanders een hypotheek, ter waarde van gemiddeld €231.000 euro. (2012)

Ook studenten lenen. Twee op de drie heeft een studieschuld, van gemiddeld €15.000 euro. Dat is voor studenten veel geld. Maar als je het afzet tegenover een gemiddelde hypotheek komt het in een ander daglicht te staan. Temeer omdat je een studielening naar draagkracht afbetaalt en hoger onderwijs een investering is die zichzelf ruimschoots terugbetaalt. Dat kun je van een auto, een keuken of een woning niet altijd zeggen. Als je hoger onderwijs hebt gevolgd verdien je gemiddeld ruim anderhalf keer zoveel als zonder bachelor- of masterdiploma.

Het leenbedrag wordt met de invoering van het studievoorschot hoger. Daar staat tegenover dat we de aflostermijn hebben verlengd van 15 naar 35 jaar. Hierdoor is het maandelijkse aflosbedrag veel lager dan nu het geval is. Onder het huidige stelsel betaal je hoogstens 12% van het bedrag dat je meer verdient dan bijstand ; straks wordt dat maximaal 4% van het bedrag dat je verdient boven het wettelijk minimumloon. Om het concreet te maken: stel, je verdient €30.000 en je hebt een schuld van €20.000. Dan betaal je nu €107 per maand af. Straks wordt dat €36.

Geen enkele reden dus om studenten angst aan te jagen. Terwijl dat wel gebeurt. Tegenstanders van het studievoorschot beweren dat studenten straks met een schuld van €30.000 worden opgezadeld. Dat is klinkklare onzin. Het CPB heeft het doorgerekend en komt uit op €6000 extra schuld voor studenten die al lenen en tussen de €6000 en €9000 voor studenten die nu nog niet lenen. (link)

Dezelfde bangmakerij zie je op het thema toegankelijkheid. Het CDA beweert met droge ogen dat ‘met name jongeren uit gezinnen met lage inkomens en mbo-studenten massaal zullen afzien van een studie in het hoger onderwijs’. Volgens de SP ‘ziet een groot deel van de jongeren af van een studie als de basisbeurs wordt omgezet in een lening en juist jongeren uit lagere inkomens zijn dan de eerste die afzien van een studie.’

Dat bekt allemaal wel lekker en je haalt er de krant mee maar het is volledig verzonnen. Wie er ook serieus onderzoek naar doet – of het nu SCP, CPB of CHEPS is – niemand voorspelt dat studenten zich massaal laten leiden door leenangst. Wel zijn er aanwijzingen dat er onder mbo’ ers een beperkte groep is die nog eens goed nadenkt of een vervolgstudie wel de juiste keuze is. Daar is niets mis mee, zolang het maar een bewuste keuze is. Sommige jongeren zijn op een gegeven moment gewoon even klaar met leren en willen aan het werk.

Ervaringen in het buitenland laten zien dat invoering van een leenstelsel – al dan niet sociaal – nergens ten koste gaat van de toegankelijkheid van het onderwijs. Overal zijn de studentenaantallen na invoering van een leenstelsel hoog gebleven. Dat zijn geen rekenmodellen, het is geen zeggedrag maar het zijn feitelijke ervaringen.

Ik begrijp best dat studenten tegen afschaffing van de basisbeurs zijn – ook zij behouden het liefst wat ze hebben – en ik begrijp ook best dat politieke partijen hun oren daarnaar laten hangen. Maar ik voer het debat wel graag op basis van feiten en serieuze berekeningen. Kom daarbij niet aan met spookverhalen en drogredeneringen.

We hebben de plannen voor het studievoorschot vorige week gepresenteerd. Studenten, scholieren en hun ouders zitten met vragen die we zo snel mogelijk proberen te beantwoorden. Zij zitten daarbij niet te wachten op ongefundeerde bangmakerij. Zij verdienen het om serieus genomen te worden.

bron: Spookverhalen en bangmakerij | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

Jun 4

Jacques Monasch heeft altijd mooie gladde praatjes in de media, maar als het VAO Woningmarkt en Huursector wordt behandeld laat hij de huurders keihard vallen door helemaal helemaal niets te zeggen….

Jun 3

DNB wil lagere hypotheken ten opzichte van waarde huis

2014-06-02 17_00_03-untitled - csr2014_netherlands_nl.pdf

Jun 1

Door: Peter de Klerk

Rutte II hervormt de woningmarkt, maar iedere woningmarktdeskundige weet dat de getroffen maatregelen verkeerd zijn en de economische crisis verdiept hebben. Het werkelijke doel van het kabinet is daarom ook niet het hervormen van de woningmarkt, maar het oplossen van de bankencrisis. Zo hebben het kabinet en de gedogende partijen de rekening voor het wanbeleid van de politiek en de banken bij de Nederlandse huurders en de werkloze bouwvakkers gelegd.

De (banken)crisis begon in 2008. De waarde van de woningen daalde. Hypotheken kwamen ‘onder water’, waarmee de balansen van de banken verder verslechterden. De markt voor en de nieuwbouw van koopwoningen stortten volledig in. Maar gelukkig had Nederland een sterke en gezonde huursector. Al meer dan honderd jaar was het zo dat in tijden van recessie de productie van huurwoningen werd opgevoerd. De bouw was altijd een probaat middel om een recessie te verkorten en minder diep te laten zijn. Rutte II heeft dit bewust niet gedaan. Integendeel, de verhuurders moesten 2 miljard euro extra belasting gaan betalen waardoor de productie van nieuwbouwhuurwoningen ook instortte.

De huurder (met een middeninkomen) werd bestempeld tot de grote profiteur, de zo verguisde ‘scheefwoner’, die misbruik maakt van rijksubsidies en voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. En alle media zijn dat verhaaltje nog gaan slikken ook. De werkelijkheid is zoveel anders. Sinds 1995 gaan er helemaal geen rijkssubsidies meer naar huurwoningen! Alleen de laagste inkomens kunnen een huurtoeslag ontvangen als hun inkomen ontoereikend is voor de huur. Daar is jaarlijks zo’n twee miljard euro mee gemoeid.

Ondanks die subsidie hebben de Nederlandse huurders (bron: EU-onderzoek, CBS en RIGO) de hoogste woonlasten van Europa. De gemiddelde huurder van een corporatiewoning is 38% van zijn inkomen aan woonlasten kwijt. De laagste inkomens zelfs 50%. Door de maatregelen van het kabinet – de verhuurdersheffing – stijgen die lasten nog verder. Zodoende betaalt iedere Nederlandse huurder ieder jaar weer twee maanden huur die door de verhuurder rechtstreeks wordt doorgesluisd naar de schatkist. Gevolg is dat vele Nederlandse huurders onder de armoedegrens leven en aangewezen zijn op voedselbanken. Tegelijk groeien de wachtlijsten voor huurwoningen. Maar wie kan zich nog een huurwoning veroorloven …?

De behandeling van eigenaren-bewoners staat daarmee in schril contrast. Jaarlijks gaat meer dan tien miljard euro als gevolg van de fiscale renteaftrek naar (vooral) midden en hoge inkomens voor soms dure huizen. Daar zitten de werkelijke ‘profiteurs’ en ‘scheefwoners’ (ikzelf ook). Natuurlijk is er als gevolg van de crisis ook armoede onder eigenaren-bewoners. Maar gemiddeld zit de Nederlandse eigenaar-bewoner op veel lagere woonlasten dan de huurder; en dat voor veel mooiere en grotere woningen. Natuurlijk, het kabinet heeft ook maatregelen getroffen om het gebruik van de fiscale renteaftrek te begrenzen. Mondjesmaat.

Het geheel overziende kun je maar tot één conclusie komen. Het kabinet wil de woningmarkt helemaal niet hervormen. Ze maken huren bewust onaantrekkelijker door het ongebreideld verhogen van de huren. Zodoende wil straks iedereen weer kopen. En laat dat nu precies de bedoeling zijn, want alleen dan gaan de woningprijzen weer snel omhoog en verbeteren de balansen van de banken. Zo wordt het broze herstel van de economie geschraagd. Heel logisch en waarschijnlijk ook effectief (alleen uitkijken dat er niet weer een vastgoedbubbel gaat ontstaan). Wel jammer dat huurders en werkeloze bouwvakkers zo de rekening betalen voor de fouten die door de banken en de politiek gemaakt zijn. Hoe legt de PvdA dit uit aan de weinige resterende kiezers …..? Samsom zei het pas al na de verloren gemeenteraadsverkiezingen: “Het herstel laat langer op zich wachten dan gedacht”.

bron: Corporatieforum

May 29

Wordt het nieuwe leenstelsel de genadeklap voor de huizenzeepbel?

May 24

Het kadaster zette gister de nieuwste uitgave van ‘terzake‘ online. Hierin kun je ieder kwartaal lezen hoe de transactieaantallen per prijsklasse het voorgaande kwartaal zijn geweest. Hoewel dit misschien wel even veel zegt als het reguliere persbericht over de transactieaantallen iedere 21e van de maand krijgen de cijfers over het algemeen bijzonder weinig aandacht.

Lees verder bij Woningmarktcijfers

May 21

Gisteren vond in de Tweede Kamer het debat over de kabinetsvisie Nederlandse bankensector plaats. Hierin deed Tony van Dijck ‘een Boelhouwertje’. Het werd duidelijk dat Tony goed naar Peter Boelhouwer had geluisterd en kwam met hetzelfde populistische verhaal als onze ‘totaal onafhankelijke’ woningmarkt professor. Gewoon elke generatie meer laten lenen om het Ponzi scheme te voeden, geen gezeik iedereen rijk. Dijsselbloem deed het af als kletskoek waar niemand meer in gelooft.

Lees ook: Peter Boelhouwer:”De crisis op de woningmarkt hebben we zelf georganiseerd” en Peter Boelhouwer is het schoothondje van de bouwondernemers

Ook NVM lobbyist Daan Keij was teleurgesteld in Dijsselbloem, zijn VVD vriendinDeze video is openbaar. Aukje de Vries kreeg geen voet aan de grond.

May 21

Bestaande koopwoningen waren in april 0,1 procent duurder dan in april 2013. Dit is de eerste prijsstijging in 5 jaar. In maart waren de huizen nog 2,1 procent goedkoper dan een jaar eerder. De prijzen van bestaande koopwoningen liggen nu al een jaar op ongeveer hetzelfde niveau. Dit blijkt uit het onderzoek over de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster.

Hoewel de prijzen van huizen stabiliseren is het niveau nog steeds laag. In april 2014 was de prijsindex even hoog als in begin 2003. Ten opzichte van augustus 2008, toen de huizenprijzen een piek bereikten, bedraagt de prijsdaling 19,9 procent. De vraag naar bestaande koopwoningen trekt verder aan. In de eerste vier maanden van 2014 wisselden 39 743 woningen van eigenaar, ruim 34 procent meer dan een jaar eerder.

bron: CBS

May 15

Zelfs na een periode met prijsdalingen hebben Nederlandse woningbezitters een te rooskleurig beeld van de waarde van hun woning. Dit geldt ook voor eigenaren waarvan verwacht mag worden dat ze goed geïnformeerd zijn, zoals eigenaren met verhuisplannen.

Realistisch beeld is belangrijk

Voor eigenaren is het van belang een realistisch beeld te hebben van de waarde van de eigen woning. De woning vormt een belangrijk onderdeel van het huishoudvermogen en speelt een rol in consumptie-, spaar- en pensioenbeslissingen. Een verkeerde inschatting van de waarde leidt mogelijk tot minder passende financiële beslissingen.

Te rooskleurig beeld woningwaarde

Uit recent DNB-onderzoek blijkt echter dat Nederlanders vaak te optimistisch zijn over de waarde van hun woning. Zo is een groot deel van de woningeigenaren enkele jaren na het omslaan van de markt in 2008 nog van mening dat de waarde van de eigen woning niet is gedaald. Driekwart van de woningeigenaren schat de huidige woningwaarde te hoog in. De doorsnee woningeigenaar rapporteert een woningwaarde die over de periode 2003-2012 gemiddeld 13% hoger is dan de werkelijke waarde. De werkelijke waarde is berekend door de aanschafwaarde te combineren met de provinciale prijsontwikkeling. Bovendien is een substantieel deel van de woningeigenaren positiever over de toekomstige prijsontwikkeling van de eigen woning dan over de algemene woningprijsontwikkeling.

Het optimisme komt ook naar voren als eigenaren hun eigen woning vergelijken met andere woningen. Eind 2013 dacht 29% van de woningeigenaren dat de waarde van hun woning hoger was dan de waarde van de gemiddelde koopwoning in de straat (vs. 13% lager). Tevens dacht 31% van de woningeigenaren dat de staat van onderhoud beter was (vs. 5% slechter) en 17% dat de verkooptijd in geval van een verkoop korter zou zijn (vs. 8% langzamer).

Ook na omslag op de woningmarkt 

De overschatting van de woningwaarde is sterker als het goed gaat op de woningmarkt. Het optimisme neemt weliswaar af wanneer woningprijzen zich slechter ontwikkelen, maar het aanpassingsproces is langzaam. Zelfs jaren na het omslaan van de markt blijft een groot aandeel van de woningeigenaren te optimistisch. Dit terwijl de woningprijzen ten opzichte van de piek in de zomer van 2008 met circa 20 procent zijn gedaald. Deze prijsdaling volgde vertraagd en geleidelijk op een snelle en forse daling van het aantal woningtransacties. Het lagere aantal verkopen en de trage aanpassing naar een nieuw evenwicht wordt in verband gebracht met het lang vasthouden aan hoge vraagprijzen door verkopers. Het rooskleurige beeld van woningeigenaren is een van de mogelijke verklaringen voor de terughoudendheid om vraagprijzen te verlagen.

Verliesaversie en eigendomseffect als verklaring

De overschatting van de woningwaarde hangt significant samen met twee belangrijke psychologische processen die ook op andere terreinen zijn gevonden. Een eigendomseffect (duration-of-current-ownership effect) zorgt ervoor dat de overschatting van de woningwaarde toeneemt met de duur van het woningbezit. Naarmate een woning langer in bezit is, wordt het gevoel van eigendom sterker en is de woning volledig afgestemd op de voorkeuren en behoeften van de huidige bewoner.

Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat verliesaversie een belangrijke rol op de woningmarkt speelt. Met verliesaversie wordt bedoeld dat een verlies van een bepaalde omvang een groter effect heeft op het welbevinden van mensen dan een winst van dezelfde omvang. Het fenomeen verliesaversie is niet nieuw: van beleggers is bekend dat ze niet graag afstand doen van aandelen die in prijs zijn gedaald, omdat dit betekent dat zij het verlies onder ogen  moeten zien. Toegepast op de woningmarkt proberen eigenaren een verlies ten opzichte van een referentiepunt, bijvoorbeeld de aanschafprijs of de hoogte van de hypotheek, te vermijden. Het onderzoek laat zien dat met name woningeigenaren met een hoge hypotheekschuld ten opzichte van de waarde van de woning een te rooskleurig beeld van de woningwaarde hebben. Daarnaast blijkt uit een aanvullende enquête dat driekwart van de Nederlanders het belangrijk vindt om bij verkoop minimaal de originele aankoopprijs te krijgen. Een nog groter deel van het Nederlandse publiek vindt het belangrijk om geen restschuld over te houden.

bron DNB