De gigantische omvang van de Nederlandse private schulden

De hoeveelheid schulden in de wereld is historisch gezien uitzonderlijk hoog. Ook in Nederland is de schuldenomvang de afgelopen decennia sterk gestegen. De totale omvang van de private schuld (consumenten, bedrijven en andere niet-financiële instellingen) steeg volgens bis-statistieken van minder dan 40 procent van het bbp in 1960 naar meer dan 250 procent nu. Dit is ook internationaal gezien hoog (zie figuur 4.1).

De sterke stijging van de private schuld is niet aan één oorzaak toe te schrijven. De
wijze van geldschepping, waarbij banken bij het verstrekken van een lening geld
creëren, zorgt in combinatie met financiële liberalisatie en deregulering voor beperkte begrenzing van kredietverlening. Ook financiële innovaties zoals het securitiseren van leningen dragen hieraan bij. De renteaftrek voor bedrijfsleven en hypotheken zorgt ervoor dat financieren met schulden relatief goedkoper is dan financieren met eigen vermogen. Het verplichte sparen via pensioenfondsen zorgt dat veel vermogen niet direct beschikbaar is en starters op de huizenmarkt relatief hoge schulden moeten aangaan.
Voor de crisis werd de groei van leningen vooral als een positieve ontwikkeling gezien. In de economische wetenschap werd breed aangenomen dat een toename van kredietverlening (als percentage van het bbp) niet alleen positief gecorreleerd is met economische groei, maar deze zelfs in belangrijke mate veroorzaakt, hoewel het empirische bewijs hiervoor beperkt was. Daarnaast werd de stijging ook op niveau van individuen gezien als een positieve ontwikkeling. Er werd gesproken van democratisering van financiële dienstverlening. Toegang tot financiering was niet langer iets dat alleen was weggelegd voor het meest welvarende deel van de bevolking. Alle burgers zouden nu de kans hebben om zichzelf te ontwikkelen en hun toekomstige inkomens te vergroten.

Sinds de crisis is er veel meer aandacht voor de schaduwzijden van hoge private
schulden. Er is inmiddels sprake van een nieuwe consensus over het verband tussen
private schulden en economische groei: er kan ook sprake zijn van te veel schulden. Uit recent onderzoek blijkt dat de relatie tussen kredietverlening en economische groei een ‘omgekeerde U-vorm’ heeft. Een land dat financieel onderontwikkeld is, heeft baat bij een toename van kredietverlening. Bij financieel ontwikkelde landen gaat dit verband echter niet meer op: hier kan een toenemende kredietverlening boven een zekere grens juist de economische groei remmen. Waar die grens precies ligt valt niet makkelijk te zeggen. Wel concludeert de oeso (2015) dat de meeste oeso-landen – waaronder Nederland boven deze grens zitten en niet gebaat zijn bij een verdere stijging van private schulden.

Bij de vraag of hoge private schulden in Nederland een probleem zijn, wordt snel verwezen naar de hoge betalingsmoraal. Het klopt dat er door banken in Nederland relatief weinig verliezen worden geleden op leningen. Het gaat ons hier echter om de macro-economische effecten van hoge schulden. Een hoog schuldenniveau brengt allereerst stabiliteitsrisico’s met zich mee. Een crisis wordt vaak voorafgegaan door een sterke kredietgroei. Wanneer er een crisis is, zorgen deze hoge schulden er vervolgens ook voor dat het langer duurt om uit een crisis te geraken .

Daarnaast maken hoge schulden bestedingen volatieler. Uit een internationale vergelijking blijkt dat de volatiliteit van de Nederlandse consumptie van huishoudens hoog is ten opzichte van die in andere landen. Door hoge private schulden en vastzittend spaargeld (pensioenen) wordt de ruimte voor consumptie in Nederland sterk beïnvloed door de ontwikkeling van huizenprijzen en variaties in de rente. In principe werkt dit twee kanten op: bij opwaartse bewegingen voelen huizenbezitters zich rijker en gaan zij minder sparen en meer uitgeven; bij neerwaartse bewegingen werkt dit andersom. Hierdoor neemt het procyclische karakter van de economie toe. Per saldo lijkt het effect van deze volatiliteit echter negatief te zijn. Hetzelfde fenomeen doet zich voor in het bedrijfsleven. Wanneer schulden ten opzichte van het eigen vermogen groot zijn, zal ten tijde van conjuncturele neergang de continuïteit van een bedrijf eerder worden bedreigd, omdat op schuld altijd betaald moet worden, terwijl op eigen vermogen kan worden ingeteerd. Hoge schulden in de samenleving zijn dus nadelig voor economische ontwikkeling. Verschillende auteurs wijzen erop dat niet alleen gekeken moet worden naar de omvang, maar ook naar de allocatie van krediet.

afbouwen van schulden

Onze huidige hoge private schulden zijn vanuit het oogpunt van stabiliteit en evenwichtige economische groei zorgelijk. Het verminderen van de uitstaande schuld waardoor de hefboom daalt – in jargon: deleveragen – lijkt voor de hand te liggen. Dit is in het huidige financiële systeem echter verre van eenvoudig. In Nederland zijn de totale private schulden zowel absoluut als relatief hoger dan voor de crisis. In absolute termen zijn zij gestegen van €1.400 miljard euro in juni 2007, naar meer dan €2.000 miljard in 2017 (bis total credit statistics). Als percentage van bbp zijn de schulden in dezelfde tijd gestegen van rond de 230 procent naar rond de 280 procent (zie figuur 4.3). Ondanks de toegenomen bewustwording van de risico’s van zo’n hoge schuldenlast, zijn de private schulden dus niet lager dan voor de crisis.

bron: wrr.nl

Tagged with: ,

Topambtenaar: hypotheekrenteaftrek verder omlaag

Het kabinet moet plannen gaan maken om de hypotheekrenteaftrek nog verder te beperken. De hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, Maarten Camps, adviseert dat in zijn traditionele nieuwjaarsartikel in het economenblad ESB.

Volgens Camps zal verdere verlaging van de aftrek meer rust brengen op de onstuimige woningmarkt. In tijden van economische groei, zoals nu, raakt die markt al gauw oververhit. De renteaftrek heeft een prijsopdrijvend effect.

Door de aftrek te beperken kan de rente zijn dempende werk op de vraag beter doen, zo redeneert hij. Bovendien verkleint het de kans op ‘onderwaterhypotheken’, waarbij de lening groter is dan de waarde van de woning.

“De combinatie van hoogconjunctuur met de historisch lage rente maakt dit een logisch moment om door te pakken”, schrijft Camps. Rutte III heeft al afgesproken dat de aftrek vanaf volgend jaar versneld verlaagd wordt, naar 36,9 procent. Camps vindt dat een stap in de goede richting, maar pleit voor een nog verdere beperking. Een percentage noemt hij daarbij niet.

Actieplan voor onderwijs

In het algemeen vindt Camps dat het kabinetsbeleid te veel wordt bepaald door schommelingen in de economie. Er worden dan vaak maatregelen genomen die op korte termijn lucht geven, maar niet bijdragen aan een oplossing op de lange termijn. De overheid moet wat hem betreft sturender gaan optreden. Op de woningmarkt, maar ook in het onderwijs.

Camps pleit voor een breed en ambitieus actieplan voor het onderwijs. Het studieaanbod sluit steeds minder aan bij wat de economie vraagt en dat bedreigt onze productiviteit en daarmee onze welvaart.

De studentenstop (numerus fixus) bij technische studies moet worden afgeschaft en het lesprogramma moet beter worden aangepast aan de moderne tijd: “Zo is er momenteel nog weinig aandacht voor 21e-eeuwse vaardigheden zoals digitale geletterdheid en probleemoplossend vermogen.”

bron: NOS.nl

We staan op nul

De groei van de wereldeconomie neemt af, dat zien we iedere dag. Veel landen zijn niet goed voorbereid op een eventuele recessie, zei een topman van het IMF onlangs.

.LUISTER | We staan op nul

Er kan een tijd aankomen dat het echt slecht gaat. Dan kunnen we op traditionele wijze het begrotingstekort verhogen, de centrale banken kunnen de rente verlagen – maar die instrumenten zijn in feite opgebruikt. Wat doen we dan?



bron: bnr.nl

Wat gaan de huizenprijzen doen in 2019?

Wat verwacht u? Gaan we de zeepbel nog iets verder opblazen?

Wat gaan de huizenprijzen doen in 2019?

View Results

Loading ... Loading ...

FSC verkent beleidsopties om oververhitting op huizenmarkt tegen te gaan

Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) heeft in zijn vergadering van 1 november geconstateerd dat de spanningen op de Nederlandse huizenmarkt toenemen. Het FSC heeft beleidsopties verkend om tot een evenwichtige ontwikkeling op de huizenmarkt te komen, waarbij procyclische effecten worden voorkomen en oververhitting wordt tegengaan. Verder heeft het comité gesproken over actuele risico’s op financiële markten, Brexit en de leverage bij vermogensbeheerders.

Huizenmarkt

De lage rente en tekortschietend aanbod zorgen voor aanhoudende prijsstijgingen op de Nederlandse huizenmarkt, vooral in de vier grote steden. Het FSC constateert dat de huidige werking van de huizenmarkt procyclisch is.

Het FSC heeft een eerste verkennende bespreking gehouden naar beleidsopties om oververhitting op de huizenmarkt tegen te gaan. Het comité heeft onder andere gesproken over de LTV-limiet, de huidige loan-to-income (LTI)-systematiek, het inzetten van de contracyclische kapitaalbuffer en het opleggen van hogere risicogewichten voor hypotheken op bankbalansen. Ook de rol van huidige biedingspraktijken en de wijze waarop taxaties tot stand komen kunnen een prijsopdrijvend effect hebben. Het comité zal de beleidsopties tijdens de volgende vergadering verder verkennen en daarbij ook de subsidies op de huizenmarkt en de ontwikkeling van het aanbod betrekken.

Het FSC verwelkomt het initiatief ‘aflossingsblij‘ van de NVB en de bankensector om – in lijn met de aanbeveling van het FSC van vorig jaar – huishoudens actief aan te sporen om mogelijke risico’s ten aanzien van aflossingsvrije hypotheken te bezien en in overleg met de eigen bank tijdig maatregelen te nemen. Het FSC roept aanbieders van hypothecair krediet op om hun klanten met een (deels) aflossingsvrije hypotheek tijdig inzicht te geven in de persoonlijke financiële situatie en hen waar nodig aan te moedigen tot actie.

bron: dnb.nl

Tagged with: , ,

Waarom wil Mark Rutte zo graag hoge huizenprijzen?

Ja, waarom eigenlijk?

Tagged with: ,

Arnoud Boot: Het financiële systeem is onhoudbaar

Het financiële systeem is onhoudbaar, kapot of zelfs failliet stelt Boot. Daarbinnen is het geldstelsel dringend aan een aanpassing toe.

Problematiek rond de geldcreatie werd door de stichting ‘Ons Geld’ geagendeerd en werd door de Raad serieus genomen. Verder gaat dit gesprek over de invloed van FinTec en de opkomst en mogelijke gevaren van China. Arnoud Boot is hoogleraar Financiële Markten aan de UVA en is sinds 2013 raadslid van de WRR. Verder is hij voorzitter van de Bankraad een adviesorgaan van de Nederlandse Bank.

Bron: Cafe Weltschmerz

Tagged with: ,

Versnelde beperking hypotheekrenteaftrek

Vanaf 2019 wordt ook het maximumpercentage van de hypotheekrenteaftrek aangepast. Dat ligt volgend jaar nog op 49 procent, maar daalt dan in stappen van 3 procentpunt tot 37,05 procent in 2023.

Gevolg van deze aanpassingen is dat middeninkomens de beperking van de hypotheekrenteaftrek vooral in 2019 flink voelen. Voor een inkomen tussen de 20.000 euro en ongeveer 68.000 euro ligt het belastingpercentage volgend jaar op 38,1 procent. Dat is 2,75 procentpunt lager dan dit jaar. Dit betekent ook dat de hypotheekrente tegen maximaal 38,1 procent kan worden verrekend om het belastbare inkomen te verlagen.

Voor hogere inkomens is de overgang in 2019 minder radicaal: die zien het maximale aftrekpercentage dalen van 49,5 procent in 2018 naar 49 procent in 2019.

Hogere inkomens voelen de pijn van de lagere hypotheekrenteaftrek vanaf 2020: dan gaat het in stappen van 3 procentpunt per jaar omlaag, tot in 2023 het maximale aftrekpercentage van 37 procent wordt bereikt.

Lees het hele verhaal op businessinsider.nl

Tagged with:

AFM en DNB waarschuwen minister van Financiën voor te hoge hypotheken

AFM en DNB waarschuwen de minister van Financiën opnieuw voor te hoge hypotheken.

AFM en DNB achten een verruiming van de hypothecaire leennormen ongewenst. Vergroting van de leenruimte kan de verhouding tussen de hypotheekschuld en het inkomen, die in Nederland in vergelijking met andere landen nog steeds hoog is, verder doen toenemen. Deze hoge schuld maakt huishoudens kwetsbaar en versterkt de conjuncturele schommelingen. Met het oog op het risico van een toekomstige rentestijging of een huizenprijscorrectie is het van belang dat huishoudens beschikken over voldoende buffers. Hierdoor kunnen betaalrisico’s worden beperkt. Bovendien kenmerkt de situatie op de woningmarkt zich momenteel door forse prijsstijgingen en signalen van oververhitting in diverse regio’s. Het vergroten van de leenruimte van huishoudens versterkt deze ontwikkelingen en leidt tot verdere prijsstijgingen en daarmee tot een verslechtering van de betaalbaarheid.

AFM en DNB constateren dat de hypothecaire leenruimte bij onverkorte toepassing van de Nibud systematiek de komende jaren aanzienlijk zal worden verruimd. Vrijwel alle inkomensgroepen kunnen in 2019 meer lenen dan in 2018, zij het in de meeste gevallen beperkt. In de jaren daarna, wanneer de door het kabinet aangekondigde lastenverlichting wordt doorgevoerd, wordt een aanzienlijke verruiming van de leenruimte voorziet. De eerste ramingen van het Nibud wijzen erop dat de financieringspercentages in 2021, aan het eind van de de kabinetsperiode, voor de meeste inkomensgroepen substantieel toenemen ten opzichte van 2018. Dit vertaalt zich in sommige gevallen in een toename van de leenruimte van meer dan 10%. AFM en DNB achten deze verruiming onwenselijk en adviseren de extra bestedingsruimte die de komende jaren ontstaat te gebruiken om de buffers van huishoudens te vergroten in plaats van de leenruimte.

AFM en DNB stellen vast dat er ook volgend jaar aanvullende leenruimte beschikbaar is voor energiezuinige woningen en energiebesparende maatregelen. AFM en DNB onderschrijven de noodzaak van de verduurzaming van woningen , maar zijn daarbij van mening dat de ambities om de bebouwde omgeving versneld te verduurzamen niet ten koste mogen gaan van bescherming van consumenten tegen overkreditering. Op verduurzaming gerichte kredietverlening dient verantwoord en in het belang van de klant te zijn. Het is daarom cruciaal dat huishoudens die gebruik maken van de aanvullende leenruimte voor energiebesparende maatregelen ook daadwerkelijk op afzienbare termijn de veronderstelde besparing op hun energierekening realiseren. AFM en DNB constateren, mede naar aanleiding van de consultatie door het Nibud, dat dit echter allerminst zeker is. De voorgestelde wijziging om ook zonder het overleggen van een energieprestatiegarantie aanvullend te kunnen lenen, is dan ook een stap in de verkeerde richting. Het risico is groot dat gebruik van deze aanvullende leenruimte leidt tot overkreditering.

AFM en DNB hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk hun fundamentele zorgen geuit over verschillende elementen van de LTI-systematiek. Deze zorgen zijn tot op heden onvoldoende geadresseerd. Zo is in de systematiek sprake van lage en soms zelfs negatieve buffers voor bepaalde typen huishoudens. Dit is mede het gevolg van de keuze in de LTI-systematiek voor een standaardhuishoudtype met relatief lage uitgaven. Huishoudens die afwijken van dit huishoudtype, vooral huishoudens met meerdere kinderen, houden bij het afsluiten van een maximale hypotheek nauwelijks buffers over. AFM en DNB pleiten daarom nogmaals voor het gebruik van een meer representatief standaardhuishoudtype, met als doel dat alle huishoudtypen voldoende zijn beschermd tegen betaalrisico’ s. Daarnaast gaat de huidige systematiek volledig voorbij aan de negatieve gevolgen van een grotere leenruimte of hogere huishoudschulden voor de woningmarkt, de financiële stabiliteit en de reële economie. Wij doen daarom een dringend beroep op de Minister om op korte termijn een bredere evaluatie van de LTI-systematiek te agenderen. AFM en DNB zijn graag bereid om een bijdrage te leveren aan deze evaluatie.

bron: internetconsultatie.nl

Tagged with: , , , ,

ISO luidt noodklok: studieschuld maakt hypotheek kansloos

Studieschulden zijn van grote invloed op de hoogte van een hypotheek. Dat blijkt uit een inventarisatie van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) onder de vijf grootste hypotheekverstrekkers van Nederland.

Hoewel de regels zijn versoepeld sinds de invoering van het sociaal leenstelsel, is daar te weinig van te merken bij hypotheekverstrekkers. Zo blijkt uit de inventarisatie ook dat banken de hoogte van de hypotheek berekenen met de oorspronkelijke studieschuld in plaats van de werkelijke, overgebleven schuld. ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘’Aan de vooravond van het nieuwe collegejaar zal de minister open kaart moeten spelen met studenten. Lenen in het ‘sociale’ leenstelsel ontneemt starters de kans op een woning.’’

Resultaten

Bij een bruto-inkomen van 40.000 en een gemiddelde studieschuld van €21.000 wordt de maximaal af te sluiten hypotheek verlaagd met €42.274 (oude stelsel) of €25.418 (nieuwe stelsel). Dit forse verschil zorgt er in veel gevallen voor dat starters geen woning kunnen kopen, wat tevens zorgt voor opstopping in de studentenhuisvesting.  Daarnaast kan een studieschuld ondanks het extra aflossen van de schuld nog tientallen jaren meespelen bij het afsluiten van een hypotheek. Dit is in strijd met de motie die in 2015 in de Tweede Kamer werd aangenomen, waarin de minister werd opgeroepen om in de afspraken met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de berekening van de hoogte van de hypotheek af te laten hangen van de actuele schuld. ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘’Duizenden euro’s aan studieschuld aflossen loont niet. Afspraak is afspraak: de norm moet zijn dat hypotheekverstrekkers kijken naar de actuele schuld, niet de oorspronkelijke schuld.’’

Overheid tweeslachtig

Aan de ene kant verwijst het ‘sociaal leenstelsel’ volgens het ministerie van OCW naar de gunstige terugbetaalvoorwaarden. Ook is een studieschuld niet BKR-geregistreerd, omdat dit volgens Minister Bussemaker de ‘leenangst’ zou vergroten. Aan de andere kant blijkt dat gunstiger terugbetalen (35 jaar, lagere maandlasten) ervoor zorgt dat studenten langer geen (volwaardige) hypotheek kunnen krijgen én blijkt dat de overheid de hypotheekaanvrager wijst op zijn wettelijke plicht om zijn of haar studieschuld wél te noemen bij de aanvraag van een hypotheek. ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘’Studenten wordt verteld ‘gunstig’ te kunnen lenen, maar lopen bij het kopen van een huis tegen een immense muur aan.’

DUO weigert studenten voor te lichten

Ondanks dat het leenstelselakkoord uit 2014 benadrukt dat studenten bewust moeten worden gemaakt van hun eigen leengedrag en de consequenties daarvan, blijkt uit de inventarisatie dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) studenten op hun website niks uitlegt over de consequenties van lenen. De woordvoerder van de DUO zei in onderzoeksprogramma Trees van de AVRO dat voorlichten van consequenties ‘’niet aan ons is’’. ISO-voorzitter Tom van den Brink: ‘’Als je 200,- euro leent van een vriend, dan bespreek je toch ook voorwaarden en consequenties? DUO faalt in het vervullen van haar basistaak, als zij de consequenties van lenen verzwijgt.’’

bron: iso.nl

Tagged with: , ,
Top