Deflatie, de nieuwe werkelijkheid

Deflatie, de nieuwe werkelijkheid

Door Albert Spits Publicatiedatum: 05-05-2003

Er valt tegenwoordig vaak het woord ‘deflatie’. Wat betekent deflatie? Volgens de definitie is dit het tegengestelde van inflatie, dat wil zeggen: bij inflatie gaan de prijzen van goederen t.a.v. geld omhoog, dus alles wordt duurder. Bij deflatie is dit het tegenovergestelde en gaan de prijzen van goederen t.a.v. geld omlaag, alles wordt dus goedkoper. Zoals elke economische student leert wordt inflatie veroorzaakt door een verhoging van de hoeveelheid geld in de economie, waarvoor tegenwoordig de centrale bank primair verantwoordelijk is. Maar wat veroorzaakt deflatie?

Er zijn in feite twee soorten deflatie:

Er is deflatie veroorzaakt door marktwerking, wat betekent dat de hoeveelheidproductie van goederen toeneemt en de vraag achterblijft, waardoor er een prijsdaling ontstaat van deze goederen. We hebben dat kunnen zien over de laatste twee decennia in de computer- en software-industrie. De hoeveelheid computers en software breidden zich enorm uit in die periode, waardoor de prijzen aanzienlijk daalden. Zo ook met enig ander product. Dit kunnen we samenvatten onder de noemer vrije-marktconcurrentie en is een zeer gezonde ontwikkeling, waardoor bedrijven komen en gaan. Josef Schumpeter noemde dit al ‘creatieve vernietiging’. In de jaren 90 van de 19e eeuw bestond er ook al een dergelijke deflatie, maar dan op elk productieniveau, alhoewel de economische groei niet werd aangetast, omdat toen nog de traditionele goudstandaard van kracht was, wat resulteerde in een stabiele geldhoeveelheid.

Helaas bestaat er nog een ander soort en dat heeft een geheel andere oorzaak. Er bestaat ook een deflatie als de economie ongezonde trekken begint te vertonen, wanneer de productie afneemt terwijl ook de prijzen zakken. In tegenstelling tot de normale deflatoire toestand heeft dit soort deflatie wel degelijk een sinistere oorsprong. Deze deflatie is veroorzaakt door de voorafgaande periode, toen de geldhoeveelheid aanzienlijk werd uitgebreid waardoor alle facetten van het economische leven tot een zeepbel uitgroeiden. We kunnen dit bijvoorbeeld zien in de enorme groei in de aandelenmarkt, de huizenmarkt, de goederenmarkt, de obligatiemarkt etc. De oorsprong van deze groei is de enorme liquiditeit, die beschikbaar werd gesteld door de bancaire sector met actieve hulp en medeweten van de centrale bank. De bancaire sector is gemachtigd door de centrale bank om liquiditeit (geld) ter beschikking te stellen op het gebied van leningen en hypotheken. De uitgifte daarvan gebeurt door de diverse banken met ondersteuning van de centrale bank.

Men zal zich afvragen waar deze liquiditeit vandaan komt. Die komt feitelijk uit het niets. Als een bank een lening of hypotheek beschikbaar stelt aan de lener, dan creëert deze bank geld uit het niets om deze te financieren. Wanneer de lening of de hypotheek geheel wordt terugbetaald, dan verdwijnt dit geld weer in het niets. De bank ontleent zijn bestaansrecht aan de rente, die men ontvangt, want van het geld uit het niets kan men niet bestaan omdat daarover weer rente moet worden betaald aan de centrale bank (interbancaire rente) – die ook wordt vastgesteld door de laatste. Het verschil in de rentes, die de bank aan de centrale bank moet betalen en de rente die men ontvangt betreft dus de ‘winst’ van de bank. Dit is bekend onder naam fiatgeld, want er staat geen enkele tegenwaarde ten opzichte van dit ‘geld’, het is in feite gebakken lucht.

Er bestaat ook een andere mogelijkheid om geld uit te lenen en dat is via deposito (spaarrekeningen), die de bank ontvangt van de lener, dientengevolge de bank dit weer kan uitlenen door middel van leningen of hypotheken, maar ook hier is er een gigantische adder onder het gras, want de bank leent dit niet een keer uit, maar een meervoud daarvan. In het geval van Nederland is dit doorgaans zes maal. Dit staat bekend als fractioneel bankieren, oftewel er is maar een klein deel gedekt door echte waarde (deposito) en het meeste van dit ‘geld’ is ook gebakken lucht.

U begrijpt, dat dit voor enorme problemen kan zorgen, als

a. de lening of hypotheek wordt terugbetaald, of
b. als de lener of hypotheekgever failliet gaat en niet wordt terugbetaald.

In beide gevallen verdwijnt de lening en hypotheek in het niets, omdat deze liquiditeit geen enkele waarde vertegenwoordigt, zodoende verdwijnt dit geld voorgoed uit de economie, dus de liquiditeit in de economie gaat omlaag als er geen andere leners zijn om deze leningen weer aan te gaan.

Een goed voorbeeld om dit te verduidelijken is, als iemand een auto verhuurt aan een klant, waarvoor de autoverhuurder een vergoeding ontvangt (de huurprijs). Als de klant na een periode de auto terugbrengt kan deze zelfde auto weer worden verhuurd aan een ander, dus heeft de autoverhuurder iets van waarde uitgeleend (verhuurd) en ontvangt deze waarde weer terug. Dit betekent dat deze waarde niet verloren is gegaan, want de waarde (auto) bestaat nog steeds en kan opnieuw worden gebruikt door de autoverhuurder of de klant.

In de tijd van de traditionele goudstandaard, tot aan 1914, vertegenwoordigde de liquiditeit echte waarde, dat wil zeggen goud en zilver, zowel ten aanzien van deposito (spaarrekeningen) als in het dagelijks leven (gouden tientjes, zilveren guldens, dubbeltjes en kwartjes). Wanneer een lening werd afbetaald kon dit geld weer worden gebruikt voor andere financieringsdoeleinden en bleef het in de economie bestaan.

In het geval van fiat- en fractioneel geld daarentegen staat weinig tot geen waarde. Zoals eerder gezegd; als een lening of hypotheek wordt terugbetaald dan verdwijnt het geld voorgoed uit de economie. Dit verklaart dan ook de liquiditeitscrisis, die ontstaat na een periode van een uitbundig fiat- en fractioneelgeldbeleid. Als door welke reden dan ook de financiële zeepbel uit elkaar spat (bijv. aandelenmarkt, onroerendgoedmarkt e.d.), kunnen de leningen en hypotheken niet meer worden terugbetaald. De bancaire sector verzeilt dan in een bankcrisis, waardoor:

a. de liquiditeit verdwijnt;

b. de rente niet meer wordt betaald;
c. de waarden van de beleende onderpanden (aandelen, onroerend goed etc.) afgenomen zijn en deze de leningen of hypotheken niet meer kunnen dekken, omdat:

1. de waarde is weggevaagd of drastisch verminderd en
2. deze zich in een dergelijke periode op een duidelijke en gruwelijke aanbodsmarkt zullen bevinden, waardoor deze moeilijker, zoniet onmogelijk te verkopen zijn.

Tijdens de crisis van de jaren 30 hebben zich deze problemen voorgedaan als gevolg van de enorme geldhoeveelheidexpansie van de jaren 20. Veel banken en financiële instellingen gingen
‘bankroet’, omdat men niet meer aan de verplichtingen jegens de depositohouders en de centrale banken kon voldoen. Het geld was er eenvoudigweg niet meer. De exact zelfde situatie speelt zich nu opnieuw af vanwege de enorme geldhoeveelheidexpansie die zich heeft voorgedaan in de Verenigde Staten en Europa tijdens de jaren 90, die men de ‘nieuwe economie’ noemde, omdat er geen recessies meer zouden zijn en men een permanent plateau van economische voorspoed zou meemaken. Dit heeft wereldwijd tot enorme financiële excessen geleid, waardoor de aandelenmarkt en de onroerend goedsector tot ongekende hoogte zijn gestegen. Alles werd met geleend (lees fiat- en fractioneel) geld gefinancierd tot aan overnames en fusies van bedrijven aan toe. Al deze schulden moeten worden afbetaald, maar dit kan alleen in een situatie met stijgende prijzen waardoor de waarde van de schulden afneemt. Vanuit deze optiek wordt deflatie als een enorme bedreiging ervaren, omdat dan de schulden in waarde zullen stijgen en de verkopen in waarde dalen, wat funest is voor zowel bedrijven, banken als leners.

Daarom zullen de centrale banken zich gaan bezighouden met het enorm oppompen van de geldhoeveelheid om desnoods geforceerd de liquiditeit in de economie te verhogen. Dit Keynesiaanse gedachtegoed is nog steeds in zwang bij deze groep, omdat dit voor hen nog het enige houvast biedt om deze crisis het hoofd te bieden. We hebben al aan Japan kunnen zien dat dit een nutteloze ingreep is, want tijdens de liquiditeitscrisis en de deflatoire situatie is geen enkele lener meer bereid om zichzelf nog meer in de schuld te steken, terwijl geen enkele bank bereid zal zijn verdere leningen of hypotheken te verstrekken als men weet dat deze nauwelijks of niet kan worden terugbetaald in de toekomst.

De enige oplossing voor deze aanhoudende crisis is een directe sanering van de kapitaalmarkt, waardoor de deflatoire crisis op een natuurlijke manier kan uitwoeden. Dit houdt in dat er een halt moet worden toegeroepen aan de desastreuze renteverlagingen, waardoor depositohouders, pensioen- en beleggingsfondsen gedwongen zijn om andere investeringen op te zoeken in de hoop de lagere rendementen op te krikken d.m.v. beleggingen in op dit moment extreem riskante instrumenten zoals aandelen, bedrijfsobligaties en onroerend goed. Als de rentestand wordt aangepast aan de vraag, dan is er geen enkele reden om uit te gaan van een redelijk rendement voor investeerders en wordt de opbouw van vaste onderliggende waarden verzekerd. Als men de rente blijft verlagen zoals in Amerika en Japan is gebeurd, dan voorspel ik een enorme mondiale liquiditeitscrisis, waardoor de economische ellende niet meer te overzien is en de wereld in een grote crisis a la jaren 30 zal worden gedompeld. Ook moet men ophouden liquiditeit te blijven pompen in het financiële systeem – de onophoudelijke geldstroom vanuit de centrale bank richting bancaire sector – want dit zorgt enerzijds voor een verlenging en uitrekking van de crisissituatie en staat de broodnodige sanering van het financiële systeem in de weg en anderzijds is dit een nutteloze bezigheid, want de bereidheid om geld te lenen is tot nul gereduceerd zoals de Japanse ervaring ons sinds 1989 leert. Het is als het ware het toedienen van een bloedtransfusie op een lijk.

Afgaande op de geluiden binnen de diverse overheden en centrale banken vrees ik echter dat we nu aan het begin staan van een tweede grote crisis, die de crisis van de jaren 30 in ieder geval zal evenaren en vrijwel zeker zal overtreffen. De verwachting is dat deze zeker tot 2012-2015 zal voortduren. Dat betekent in reële termen het volgende:

1. een verdere inzakking van de aandelenmarkt (een AEX van 70);
2. een instorting van de onroerend-goedmarkt (tot ca. 30% van de oorspronkelijke waarde);
3. een hoge werkloosheid (voor Nederland meer dan 1 miljoen werklozen);
4. faillissementen (ca. 20% van Nederlandse huishoudens komt in zware financiële problemen);
5. bedrijvigheid neemt af (ca. 30% van bedrijven gaat failliet);
6. het Bruto Binnenlands Product neemt zienderogen af (meer dan 25%);
7. de export en wereldhandel zal stagneren of afnemen.

Het is ook mijn voorspelling dat na deze huidige crisis de traditionele goudstandaard weer zal worden ingevoerd, onder enorme druk van de mensen zelf, waartegen de overheden niet langer bestand zullen zijn.

Bronnen:

Essays:

  • Hayek on Industrial Fluctuations; Robert Garrison, 1 mei 2003, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • Destroying an economy to save it; Sean Corrigan, 24 april 2003, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • Does a falling money stock cause economic depression; Frank Shostak, 18 april 2003, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • Sound money and the business cycle; John P. Cochran, 24 maart 2003, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • Explaining Japan’s recession; Benjamin Powell, 3 december 2002, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • Salvation by printing press; William L. Anderson, 8 november 2002, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • Is the gold standard history?; Llewellyn H. Rockwell Jr.; 27 september 2002, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL. USA
  • The perils of deflation; Hans F. Sennholz, 3 april 2003, Sennholz.com
  • Deep in debt, deep in danger; Hans F. Sennholz, 23 april 2002, Sennholz.com
  • The long wave analyst, Vol. V, Issue I; Ian Gordon, januari 2003
  • Blind Faith; Eric J. Fry, 2 mei 2003, Apogee Research, Financial Sense Online
  • Mogamba Guru; Richard Daughty, 28 april 2003, Investment Rarities Inc.
  • Exploiting the delusions of Money; Ed Burgos, 22 april 2003, The Goldenbar Report, Financial Sense Online
  • Weapons of monetary destruction; Ned W. Schmidt, 22 april 2003, Financial Sense Online
  • Japanitis;
    Jeroen de Boer, 26 april 2003, Elsevier Magazine
  • D-woord; Paul van Engen, 25 april 2003, Beleggers Belangen
  • In drie jaar 8 mld. aan pensioen verdampt; Menno Tamminga, 17 februari 2003, NRC Handelsblad
  • Gaten in de pensioendeken; Adriaan Hiele, 9 november 2002, NRC Handelsblad
  • Deflatiespookpijn; Adriaan Hiele, 25 januari 2002, NRC Handelsblad
  • Langer werken en harder sparen; Maarten Schinkel, 21 december 2002, NRC Handelsblad
  • Ingrepen bij pensioenfondsen geëist; Red., 25 september 2002, Het Financieele Dagblad
  • Tot je nek in de hypotheekschuld; Jochen van Barschot, 6 juli 2002, NRC Handelsblad

Literatuur:

  • Human Action, A Treatise on Economics; Ludwig von Mises, 1949, Ludwig von Mises Institute, Auburn Al USA
  • On the Manipulation of Money and Credit, Ludwig von Mises, 1923-1946, Free Market Books, Dobbs Ferry NY USA
  • America’s Great Depression, Murray Rothbart, 1963, Ludwig von Mises Institute, Auburn Al USA
  • The Creature from Jekyll Island, G. Edward Griffin, 1998, American Media, Westlake Village CA USA
  • Capitalism, Socialism and Democracy, Joseph. A. Schumpeter, 1942, (1975 ed.) Harper NY USA
  • The Misesian case against Keynes, Hans-Hermann Hoppe, 1992, Praeger New York NY USA
Share Button