Oct 11

George van Houts was weer eens op tv. Elke keer met hetzelfde verhaal:  ‘Als banken geld creëren, staat daar altijd een schuld tegenover. Aan dat door en door rotte systeem moet iets gebeuren.’ In linkse kringen ligt de oplossing dan natuurlijk al snel bij de overheid. George gaf overigens wel toe dat hij zelf ook dik in de woekerpolissen zit.

‘Een veelvoorkomende misvatting is dat banken simpelweg tussenpersonen zijn die geld uitlenen dat spaarders bij de hen hebben gestald.’ Maar de realiteit is dat banken geen spaargeld uitlenen, maar simpelweg nieuw geld uit het niets creëren wanneer zij bijvoorbeeld een hypotheek verstrekken.

Ik ben van mening dat dit geen probleem hoeft te zijn. De geldgroei in Nederland loopt voornamelijk via hypotheken. Dat banken zoveel nieuw geld konden scheppen is dus voornamelijk de schuld van de politiek die telkens de hypotheekregels versoepelde. Natuurlijk speelt de lage rente ook een rol.

heermaDe verstandige acties van voormalig staatssecretaris Enneüs Heerma (CDA) bijvoorbeeld. Hij besloot in 1993 dat het inkomen van de vrouw volledig mocht worden meegeteld bij de berekening van de maximale hypotheekgarantie.

kredietheer

Zie de ‘tijdgeest pagina’ van woningmarktcijfers.staanhier.nl

Lex hoogduin geeft in de onderstaande video aan hoe de enorme geldgroei is ontstaan. De problemen mede zijn mede veroorzaakt doordat de huizenprijzen niet werden meegenomen in de CPI. Misschien kan George er nog wat van leren..

Oct 7

De huizenmarkt kampt volgens De Nederlandsche Bank nog steeds met kwetsbaarheden. De totale Nederlandse hypotheekschuld van huishoudens is met ruim 95 procent van het bbp nog steeds één van de hoogste ter wereld. Daarnaast stond aan het eind van het eerste kwartaal van 2015 nog 61 procent van de huizenbezitters tussen de 30 en 40 jaar onder water. De buffers van deze huishoudens zijn doorgaans onvoldoende om een restschuld weg te werken, wat hun financiële planning en eventuele verhuiswensen kan frustreren.

Mede dankzij de stijgende huizenprijzen is begin 2015 de onderwaterproblematiek enigszins afgenomen. Berekeningen van DNB laten echter zien dat ook bij stijgende huizenprijzen een deel van de hypothekenvoorraad nog geruime tijd onder water staat. Als de huizenprijzen de komende jaren met 2 à 3 procent per jaar blijven stijgen, dan zullen in 2020 nog steeds 250 tot 350 duizend van deze hypotheken onder water staan.

DNB wil ook dat de LTV-limiet na 2018 verder wordt verlaagd. Volgens DNB ontstaat door deze maatregelen een evenwichtiger vermogensopbouw bij de huishoudens. In het jongste Overzicht Financiële Stabiliteit constateert de toezichthouder dat met name het verplichte pensioensparen maakt dat Nederlanders veel sparen. Dit maakt dat het vrije vermogen waarover huishoudens kunnen beschikken relatief gering is, vooral bij jonge huishoudens. Verstorende fiscale prikkels moeten worden verminderd, zowel bij het lenen als bij het sparen. Te denken valt aan een verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek.

bron: dnb.nl

Aug 8

Afgelopen donderdag mochten Maartje Martens en Peter Boelhouwer hun woordje doen bij EenVandaag. Peter alleen op de radio en Maartje in de avonduitzending. Natuurlijk kwamen ze weer weer met een totaal verschillend verhaal. Het viel mij op dat Boelhouwer niet consequent is. Jarenlang schreeuwt hij dat een beperken van de leencapaciteit  direct zichtbaar wordt in de huizenprijzen. Nu is het niet meer dan een seizoensdingetje…

 Bouwlobbyist Peter Boelhouwer valt volledig door de mand

hypotheken juli 2015


Peter Boelhouwer Bouwend Nederland lobbyist

Meer Boelhouwer:

Waar is Peter Boelhouwer mee bezig?
Peter Boelhouwer is het schoothondje van de bouwondernemers

 

Meer Martens:
Martens vs. Boelhouwer – wel of geen huizenzeepbel?

Maartje Martens: “De doorstroommarkt is voorbij, daarom zullen de prijzen dalen”

Broos herstel van de woningmarkt

Beperking hypotheekrenteaftrek niet alleen goed voor de banken

Het Geluid van de Dag: leen gewoon geld

Hoeveel lucht zit er nog in de woningmarkt?

Horen, zien en spreken

Barst de huizenbubble?

Jul 20

In juni 2015 registreerde het Kadaster 15.147 verkochte woningen. Dit is een stijging van 33,7% ten opzichte van juni 2014 (11.328). Vergeleken met de voorgaande maand, mei 2015, is er sprake van een stijging van 18,1%. Het Kadaster registreerde toen 12.827 verkochte woningen.

Het Kadaster registreert de transacties van bestaande koopwoningen op het moment dat de notaris deze bij het Kadaster laat inschrijven. Dat is dus het moment van eigendomsoverdracht, de koper wordt eigenaar van de woning.

Woningtypen

Vergeleken met juni vorig jaar zien we een stijging van het aantal geregistreerde verkochte woningen bij alle woningtypen. Vrijstaande woningen stijgen het meest met 40%. De minste stijger ten opzichte van vorig jaar zijn hoekwoningen met 25,8%. Ten opzichte van de vorige maand, mei 2015, is de grootste stijging te zien bij de twee-onder-een-kap woningen: 19,8%. De minste stijging zien we bij de appartementen met 14,6%.

Provincies

Ten opzichte van juni 2014 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in alle provincies. De stijging is het grootst in Groningen met 44,3%. De laagste stijging zien we in Flevoland met 11,1%. Vergeleken met mei 2015 is Friesland met 34,9% de grootste stijger. Drenthe heeft met 1,8% de minste stijging.

Hypotheken

Het aantal geregistreerde hypotheken nam in juni 2015 met 26,7% toe ten opzichte van juni vorig jaar, van 17.204 naar 21.793. Vergeleken met mei 2015 (18.280) is er sprake van een stijging van 19,2%.

Executieveilingen

In juni 2015 vonden 177 executieveilingen plaats. Dit is een stijging van 5,4% ten opzichte van juni 2014 (168).

Alle cijfers vindt u in het Vastgoed Dashboard.

bron: Kadaster registreert in juni 2015 meer verkochte woningen

Jun 7

Door: Ewald Engelen

Ewald-Engelen-close-3jun13-1-669x297We schrijven 20 januari 2000. In een brief aan de Tweede Kamer constateert DNB dat Nederland aankoerst op een huizenzeepbel van de buitencategorie. Met grote gevolgen voor de schuldpositie van huishoudens, de balansen van banken en de financiële stabiliteit van Nederland.

De cijfers liegen er niet om. Tussen 1994 en 1998 was de maximale leenruimte voor een tweeverdienersechtpaar met 86 procent gestegen, van 242.688 gulden in 1994 naar 451.332 gulden in 1998. Daarvan kon volgens DNB slechts een vijfde worden verklaard uit reële salarisstijgingen.

Ook al was er volgens DNB geen reden te vrezen voor een grote kladderedatsj, toch adviseerde de toezichthouder om het maximale leenplafond in de toekomst op 100 procent van de waarde van het onderpand te stellen. Uiteraard in overleg met de sector. Dit was immers het tijdperk-Wellink.

Hoe reageerde de verantwoordelijke minister, vvd-er Gerrit Zalm? Ik citeer: ‘Het rapport onderbouwt de tot dusver gevolgde beleidslijn, waarbij de transparantie van de markt voor hypothecaire kredietverlening voorop staat en het beleid meer in het bijzonder is gericht op het bevorderen van een goede en objectieve verschaffing van informatie bij het verstrekken van hypothecaire leningen.’ Oftewel geen zorgen: transparantie en marktwerking volstaan om de boel gezond te houden.

Om te vervolgen dat ‘het van belang is dat huizenkopers voldoende financieringsmogelijkheden houden’ en dat het dus geen pas geeft om een leningenplafond van 100 procent in te stellen en dat ‘het niet aan de overheid is om de keuze van de consument en de geldverstrekker te bepalen’, maar aan de markt. En dus gebeurde er niets.

Acht jaar later, zes maanden voor het bankroet van Lehman Brothers, zette het IMF in zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook Nederland in het rijtje van landen met de grootste ‘onverklaarbare’ overwaardering van huizen: ‘De landen die de grootste onverklaarbare huizenprijsstijgingen hebben doorgemaakt, zijn Ierland, Nederland en het VK – na tien jaar waren de huizenprijzen in deze landen 30 procent hoger dan volgens de “fundamentals” zou horen.’

In de dagen erna brak een stortvloed van kritiek los op de berekeningen van het IMF, met achter de schermen diplomatieke pressie op hoog niveau. 10 april, Wouter Bos in Het Financieele Dagblad: ‘IMF te negatief over Nederland’. Diezelfde dag in het NRC Handelsblad, Ger Hukker van de Nederlandse Vereniging van Makelaars: ‘IMF maakt grote fouten in de analyse’. 11 april, Rabo-econoom De Jong-Tennekes in het Nederlandsch Dagblad: ‘Het IMF slaat de plank volledig mis met zijn waarschuwing dat de kredietcrisis een bedreiging vormt voor de Nederlandse huizenmarkt’. Hukker opnieuw, nu in de Volkskrant: ‘Het is kwalijk dat het IMF zulk slecht onderzoek de wereld in slingert’, en: ‘Niks zeepbel, niks 30 procent te duur. Met de huizenmarkt in Nederland is niks mis.’

12 april, Volkskrant-columnist Frank Kalshoven: ‘Het IMF begrijpt de Nederlandse huizenmarkt niet’. 13 april, De Telegraaf: ‘Wellink witheet op IMF: van rapport over huizenmarkt klopt niets’. 15 april, Freek Hoek, PR-man van de Rabobank in Het Financieele Dagblad: ‘Het IMF schaadt Nederlandse banken’, ‘Het IMF zit ernaast. Maar beleggers schrikken hiervan’, aldus Hoek. ‘Dit kan zeker effect hebben op de renteopslag die we betalen. Of beleggers zeggen dat ze helemaal geen papier meer van Nederlandse banken kopen’.

19 april, het CPB in de Volkskrant: ‘geen lucht in prijs van huizen’, en: ‘De huizenprijzen zitten ongeveer op het niveau dat je zou mogen verwachten’. 21 april, het IMF trekt de waarschuwing schielijk in: ‘De exacte cijfers moeten met een korreltje zout genomen worden’, aldus een woordvoerder. In 2014 waren de huizenprijzen met 25 procent gedaald en zat het IMF er dus verrassend dichtbij.

Zes jaar na de crisis likt Nederland nog altijd de wonden van zijn geïmplodeerde huizenzeepbel. Van de 4,6 miljoen huishoudens met een hypothecaire schuld hikken er pakweg 1,5 miljoen tegen forse onderwaarde aan. Dat is een derde van alle huishoudens, meer dan de kwart die in de VS op het dieptepunt van de crisis onder water stond.

En waren het in de VS overwegend de laaggeschoolden aan de onderkant van de arbeidsmarkt die hun onroerend goed vermogen zagen verdampen, in Nederland zijn het vooral de 45-minners die onder water staan. Volgens DNB kijkt 60 procent van de leeftijdcohorten tussen de 25 en 45 jaar aan tegen onderwaarde, is tussen de 45 en 50 jaar het percentage met onderwaarde en overwaarde min of meer gelijk, terwijl iedereen boven de 50 forse tot zeer forse (meer dan een ton) overwaarde heeft.

Huizenzeepbellen zijn verschrikkelijk: ze hebben nieuwkomers op de huizenmarkt gedwongen zich tot hun oren in de schulden te steken, net op het moment dat ook de zorg voor kinderen en ouders op het gezinsbudget drukt. Ze hebben in Nederland tot scherp stijgende woonlasten geleid (na Griekenland en Denemarken met 30 procent van het besteedbaar inkomen de hoogste van Europa), ze hebben de omvang van de hypothekenportefeuille op de bancaire balansen verder opgestuwd, ze hebben kwetsbare huishoudens opgezadeld met een van de hoogste private schuldenlasten ter wereld en ze hebben huishoudens, banken en de Nederlandse economie op onverantwoorde wijze blootgesteld aan plotselinge disrupties in het interbancaire leenverkeer. Zo bleek na het bankroet van Lehman Brothers op 15 september 2008.

Van de vier Nederlandse grootbanken moesten er twee worden genationaliseerd, had er een forse kapitaalinjecties en staatsgaranties nodig en moest een handvol kleinere banken en verzekeringsmaatschappijen ofwel bij de overheid aankloppen ofwel bij grotere collega’s toevlucht zoeken. De directe schade voor de Nederlandse belastingbetaler bedroeg volgens de Rekenkamer 129 miljard euro, waarmee Nederland tot de zwaarst getroffen landen behoort. Om over de indirecte schade in de vorm van gemiste groei – in 2015 is de Nederlandse economie per hoofd van de bevolking nog altijd 5 procentpunt kleiner dan in 2008 – baanverlies, faillissementen, gestegen zelfmoorden en dalend kindertal maar te zwijgen.

En dus zou je verwachten dat de politieke elite alles op alles zet om huizenzeepbellen in de toekomst te voorkomen. Onder het motto: eens maar nooit weer. Inderdaad zijn de leenvoorwaarden verscherpt: er is een aflossingverplichting geïntroduceerd, de aftrekbaarheid is gelimiteerd en er is een lager leenplafond overeen gekomen. Maar de invoeringstermijn is lang en de maatregelen zijn onvoldoende om Nederland in de pas te laten lopen met meer restrictieve buitenlanden. Terwijl de Zweedse centrale bank een leenplafond van 50 procent overweegt, kan je in Nederland nog altijd een huis kopen zonder eigen geld.

Het komt door de schaamteloze lobby van een bancaire sector die niets heeft geleerd, niets is vergeten en die de Nederlandse economie zes jaar na de grootste crisis sinds de jaren dertig nog altijd in een wurggreep houdt. Neem het document dat de NVB op 26 mei 2014 het licht deed zien, getiteld ‘The Dutch housing market’. Het is de klunzige poging van de Nederlandse bankenlobbyist om het beeld dat in het buitenland bestaat van de Nederlandse huizenmarkt, namelijk dat Nederland zucht onder een huizenzeepbel van Ierse proporties en wereldkampioen hypotheekschulden is, bij te stellen.

In het document bestaat de NVB het niet alleen te ontkennen dat er iets mis is met de huizenmarkt, maar ook te beweren dat de oorzaak van de problemen niet bij de banken maar bij fiscus en huurders ligt: ‘In Nederland hebben fiscale aftrekposten een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van zowel de huizenmarkt als de hypotheekmarkt. De omvangrijke en strikt gereguleerde huurmarkt is ook een factor geweest.’

Of neem het aanstaande eerherstel van de verpakte hypotheek, een langgekoesterde wens van Nederlandse bankiers. Voor de crisis waren Nederlandse banken voor hun financiering zwaar afhankelijk geworden van deze markt. Pakweg een derde van alle Nederlandse hypotheken is als obligatie weggezet bij buitenlandse banken en pensioenfondsen.

Geen wonder dus dat de NVB in haar bijdragen aan de Bazelse consultatierondes voor nieuwe buffereisen (Bazel 3) er op bleef hameren dat de internationale toezichthouder bij haar regelgeving rekening moest houden met het ‘uitzonderlijk goede track record’ van Nederlandse securitisaties tijdens de crisis. En daarmee bedoelde de NVB de lage faillisementen: Nederlandse securitisaties zijn ‘prime’, niet ‘sub-prime’. En daarmee verzweeg de NVB gemakshalve de rol die securitisatie had gespeeld bij het opblazen van de Nederlandse huizenzeepbel.

Of zoals Rob Koning, directeur van de Dutch Securitisation Association – een inittiatief van het inmiddels verscheden Holland Financial Centre, opgericht in september 2013 om de reputatie van de verpakte hypotheek op te vijzelen – in een uitzending van Argos op 21 juni 2014 toegaf: ‘Wat wij hopen, is dat de economie weer gaat aantrekken, mensen weer huizen gaan kopen, dat de hypotheekschuld weer voorzichtig gaat toenemen. En dat moet gefinancierd worden en dat kan niet met een teruglopende securitisatiemarkt.’

Om eraan toe te voegen dat de huizenprijsdaling van de afgelopen zes jaar een afwijking was en terugkeer naar het prijsniveau (en schuldenpeil) van 2008 het streven moet zijn. Om dat mogelijk te maken heeft Koning de ECB, Bazel en DNB onophoudelijk bestookt: ‘Overal hebben we duidelijk gemaakt dat we hebben geleerd van de fouten van het verleden. We hebben in Nederland en andere Europese landen een securitisatieproduct dat degelijk in elkaar zit, dat veilig is, waarover heel duidelijke informatie wordt verstrekt. En passen jullie je regels hier nou eindelijk eens op aan.’ Terug naar 2008 – duidelijker kan het niet worden gezegd.

Het heeft alles te maken met de lucratieve geldmachine die het hypotheekbedrijf voor banken is. Ga maar na: volgens berekeningen van het Amsterdamse Centrum voor Recht en Economie bedraagt de bruto rentemarge op hypothecaire kredieten een slordige 3 procent. Op een hypotheekportefeuille van 650 miljard euro betekent dat een netto inkomstenstroom van bijna 20 miljard euro per jaar. Afgezet tegen operationele baten van 15 miljard euro, 7,3 miljard euro en 13 miljard euro in 2013 voor respectievelijk ING, ABN Amro en Rabobank betekent dit dat bijna 60 procent van de bancaire inkomsten afkomstig is van het hypotheekbedrijf. En zo goed als risicovrij: sinds 1993 valt een groeiend deel van de verstrekte hypotheken (driekwart in 2012) onder de Nationale Hypotheek Garantie en is het wanbetalingsrisico dus voor de staat. En als het echt mis gaat – zo heeft de crisis geleerd – zijn het de belastingbetalers die er voor opdraaien, niet de bankiers.

Voeg er nog wat advies- en bemiddelingskosten, kosten voor bankgaranties, bereidstellingsprovisie, rente en kosten eventuele overbruggingskredieten, bouwrentes en boeterentes, om maar te zwijgen van de commissies die securitisaties de bank opleveren aan toe en het is evident waarom banken niets liever deden (en doen) dan hypotheken slijten; waarom hypotheken de grootste post op de balansen van de Nederlandse grootbanken zijn: 209 miljard euro op een bancaire balans van 670 miljard euro bij Rabobank, 290 miljard euro (Nederlandse en buitenlandse hypotheken) op een balans van 880 miljard euro bij ING en 150 miljard euro op een balans van 372 miljard euro bij ABN Amro; waarom bankiers en (bank)economen ook na de crisis bij hoog en bij laag ontkennen dat Nederland een huizenzeepbel heeft gekend omdat de ‘fundamentals’ in orde zouden zijn en Nederland gevrijwaard is gebleven van Spaanse spookvilla’s en Ierse spookdorpen.

En waarom de hypotheekrenteaftrek nog altijd als voornaamste boosdoener wordt gezien en niet de soepele leenvoorwaarden van banken, terwijl deze fiscale faciliteit al sinds 1893 bestaat en ook andere landen die kennen, waardoor levensgroot vragen opdoemen als waarom hier en waarom nu?

bron: ewaldengelen.blogspot.nl

May 28

Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) adviseert aan volgende kabinetten om de Loan-to-Value (LTV)-limiet geleidelijk verder af te bouwen tot een niveau van 90% in 2028. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt zich al langer zorgen over de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens en is voorstander om de LTV-limiet na 2018 verder te verlagen.

In het FSC zitten vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, de Nederlandsche Bank en de AFM. De AFM maakt zich sinds enige jaren sterk voor verantwoorde kredietverlening. Met een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet, conform het FSC advies, zal het restschuldrisico’s voor Nederlandse huishoudens verder worden beperkt.

Hoge schuldenlast Nederlandse huishoudens

Nederland doet het internationaal gezien slecht als we naar de gemiddelde schulden per huishouden kijken. Het grootste deel van deze schulden is gerelateerd aan hypotheken. De relatief hoge hypotheekschuld maakt Nederlandse huishoudens erg kwetsbaar voor sterke huizenprijsdalingen en financiële tegenslagen. Een terugval in het inkomen, bijvoorbeeld bij werkloosheid of scheiding, kan dan al snel leiden tot betalingsproblemen. Als die problemen structureel van aard zijn, dan is verkoop van de woning soms onvermijdelijk. Dit kan dan leiden tot een hoge restschuld die consumenten nog lang in hun greep kan houden.

De AFM maakt zich zorgen om de risico’s van de schuldenproblematiek voor Nederlandse huishoudens. Om huishoudens bij financiële tegenvallers meer weerbaar te maken is een verdere stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet noodzakelijk. Huishoudens zouden zodoende in 2028 een hypotheek moeten kunnen krijgen die maximaal 90% van de woningwaarde bedraagt.

Noodzaak verdere verlaging LTV-ratio

Nederland kent vergeleken met de ons omringende landen een hoge gemiddelde LTV-ratio. Dit terwijl de afgelopen jaren nog eens hebben aangetoond dat de huizenmarkt kwetsbaar is. In Nederland hebben momenteel bijna een miljoen huishoudens een hypotheek die hoger is dan de waarde van de woning. De regering heeft in de afgelopen jaren een aantal hervormingen doorgevoerd om de consumentenrisico’s op de hypotheekmarkt te verkleinen. De daarbij ingezette verlaging van de LTV-ratio naar 100% maakt huishoudens – met name starters – echter nog altijd kwetsbaar gedurende de eerste jaren van de hypotheek. In die periode is er namelijk nog weinig afgelost en is het risico op een restschuld bij een huisprijsdaling groot. Een lagere LTV limiet biedt betere bescherming tegen restschuldrisico’s.

Consumptief krediet als alternatieve financiering onwenselijk

Bij een verdere verlaging van de LTV-limiet is het onwenselijk dat huishoudens consumptief krediet als alternatief voor hypothecaire krediet voor de aanschaf van een woning gaan gebruiken. Wanneer de LTV-limiet na 2018 verder zou worden verlaagd dan is van belang dat de huidige lijn van de (VFN) gedragscode wordt gevolgd. De AFM zal hier via haar toezicht richting aan geven en op toezien.

Het Financieel Stabiliteitscomité

De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op dinsdag 12 mei 2015. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB en het ministerie van BZK hebben als externe deskundigen aan de beraadslagingen deelgenomen.

bron: AFM: verdere afbouw LTV-limiet naar 90% noodzakelijk | Mei | AFM

Apr 25

Toeval of niet, opeens komen van verschillende kanten, Rabo econoom Van Dalen en Amsterdam School of Real Estate (ASRE), geluiden dat de loan-to-value (LTV) ratio van hypotheken niet veel lager moet worden dan het nu is. Beide bijdragen zijn te vinden als blog op de NVM website. Kennelijk gesterkt door deze berichten stuurden de makelaars zelf een brandbrief naar de regering over deze kwestie. “Het loopt de spuigaten uit wat betreft de verzwaringen van de hypotheeknormen voor woningconsumenten. Het cumulatieve effect van deze  maatregelen heeft niet alleen een negatief effect op prijzen en transacties, maar zorgt ook voor onrust.”

Inderdaad zullen woningprijzen naar alle waarschijnlijkheid dalen als de LTV ratio omlaag gaat. De rente kan nauwelijks verder naar beneden, waardoor het effect van lagere leenquotes snel voelbaar zal zijn. Makelaars vrezen dat woningprijsdalingen hun verkoopcijfers beïnvloeden, terwijl banken bang zijn dat de nominale tegenwaarde van hun tophypotheken afneemt. Het ASRE onderzoek spreekt daarnaast van welvaartsverlies omdat lagere LTV ratio’s koopstarters dwingen om meer eigen geld mee te nemen bij de aankoop van hun woning. Daarvoor zullen ze enige tijd moeten sparen vanuit een al dan niet zelfstandige huurwoning. Dit ‘gedwongen’ sparen legt, volgens ASRE, beperkingen op aan het consumptiepatroon van deze vaak jonge huishoudens hetgeen leidt tot welvaartsverlies. Deze redenering impliceert dat woningaankoop zonder eigen geld, dus met een tophypotheek, wel ruimte biedt voor welvaart. Staat welvaart dan gelijk aan schuld? Lijkt me niet want zodra je een handtekening zet onder koop- en tophypotheekakte heb je getekend voor meer schuld dan het huis waard is, ofwel een negatief vermogen. In andere landen heten dergelijke hypotheken overigens subprime. Het duurt tenminste vijf jaar voordat je weer een beetje boven water staat, tenminste als alles goed gaat qua aflossing en marktprijsontwikkeling. De aflossing van starterleningen duurt bijvoorbeeld langer en ook waar woningprijzen dalen blijft het vermogen op het huis langer negatief. Mogelijk beleven woningeigenaren met tophypotheken wel een zekere ‘welvaart’ qua consumptiepatroon, zoals het ASRE onderzoek het verwoordt, maar dat geldt vooralsnog niet voor het reëel vermogen.

Het onderscheid tussen consumptieve bestedingen en vermogen wordt pas actueel wanneer er ongunstige veranderingen plaatsvinden in het inkomen en/of de bestedingslasten van de woningeigenaar. Maar volgens Rabo-econoom Van Dalen zijn er ook dan geen onoverkomelijke problemen, omdat de Nederlandse huiseigenaar internationaal gezien uitzonderlijk trouw is met het aflossen van leningen. Dit argument wordt door Nederlandse banken en DNB regelmatig gebruikt, vooral richting toezichthouders als de ECB. Betrouwbare schuldenaren zijn belangrijk voor onze grootbanken aangezien de helft van hun portefeuilles uit hypotheken bestaat, waarvan bovendien een belangrijk deel doorverkocht moet worden aan investeerders in mortgage backed securities. Maar de Nederlandse betalingsmoraal verhult dat juist hoge hypotheekschulden een rem vormen op welvaartsgroei van zowel woningeigenaren als onze nationale economie.

Zeer lezenswaardig is in dit verband het McKinsey rapport Debt and (not much) deleveraging. Volgens dit onderzoek draagt de Nederlandse betalingsmoraal namelijk niet bij aan de broodnodige vermindering van de schuldenlast. Van een afbouw van particuliere schuld was na 2008 bijvoorbeeld wel sprake in de VS waar de zogenaamde non-recourse hypotheken gangbaar zijn. Dit zijn hypotheken waarbij de schuld alleen maar verhaald wordt op het vastgoed. Banken kunnen de schuldnemers niet dwingen om hun verlies te compenseren met spaartegoeden of ander vermogen van de hypotheekgever. “While nonrecourse loans have resulted in a wave of painful foreclosures for borrowers and losses for lenders, they enable rapid resolution of debt for borrowers who can no longer afford to service their debt.” (p 37) In piekjaar 2010 werd in de VS 9% van alle hypotheken per executie ontbonden. Dit was voor de crisis minder dan 1%. Executoire woningverkoop droeg in belangrijke mate bij aan de snelle afname van hypotheekschuld in de VS sinds de crisis en aan het beginnend herstel van de woningmarkt waarvan langzamerhand sprake lijkt te zijn.

Nederland kent (net als de meeste landen) de zogenaamde recourse leningen die banken in staat stellen om naast het huis zowel het vermogen als toekomstige inkomsten van de hypotheekgever toe te eigenen. Om dat te voorkomen zullen hypotheekgevers veel langer er alles aan doen om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Het gevolg is dat woningeigenaren die in financiële nood verkeren andere uitgaven drastisch zullen inperken, hetgeen bijdraagt aan het verder verdiepen en verlengen van de recessie. Inmiddels zijn bijna 113.000 consumenten in de problemen met hypotheekbetaling, een verdrievoudiging ten opzichte van 2008. En dit betreft alleen de huishoudens met een officiële registratie bij de BKR, het topje van de ijsberg.

Volgens het McKinsey rapport is de kans groot dat juist hoge hypotheekschulden van huishoudens opnieuw een crisis gaan veroorzaken. Hoge private schulden zorgen er verder voor dat de recessie die er op volgt dieper is en langer duurt omdat huishoudens die tot hun nek in de schuld zitten geen toegang meer hebben tot nieuwe kredieten, moeite hebben met het terugbetalen van hun lening en zich gedwongen zien om hun consumptieve uitgaven te verminderen. Bovendien kijken velen tegen een negatieve woningwaarde aan ten opzichte van hun hypotheek. Huishoudens met hoge schulden zijn kwetsbaarder bij veranderingen in inkomen of werkloosheid en bij stijgende kosten voor bijvoorbeeld zorg, belastingen, wonen, pensioenopbouw en, niet te vergeten, rente. Zeven landen worden in het rapport met name genoemd. Het zijn landen waar de hoge hypotheekschuld van huishoudens momenteel om eerder genoemde redenen mogelijk als ‘unsustainable’, onhoudbaar wordt bestempeld. Bovenaan die lijst staat Nederland. Merk op dat de woningprijsdaling van de afgelopen periode (in exhibit 21, hieronder) als een positieve ontwikkeling wordt gezien. De nu voorzichtig stijgende woningprijzen maken het particuliere schuldprobleem In Nederland weer minder houdbaar. Toch een heel ander beeld dan Rabo en ASRE ons willen vertellen.
household-debt-600

Kicking the can noemen we beleid dat de problemen voor zich uitschuift. En dat is precies wat er gebeurt als de voorstellen om de LTV ratio’s voor koopstarters onverminderd hoog te houden, in beleid worden omgezet. Op de korte termijn worden met deze maatregel huizenprijzen gestut, maar op de lange termijn ondergraaft het handhaven van onze internationaal reeds uitzonderlijk hoge hypotheekschuld herstel van zowel de koopwoningmarkt als van de Nederlandse economie.

Wat dan wel? Alles op alles zetten om op grote schaal een gevarieerd aanbod aan huurwoningen te bouwen voor jonge huishoudens in het goedkope en middensegment. Daar ligt de reële woningvraag. De bouw van voldoende huurwoningen biedt een kans om een einde te maken aan het belasten van steeds weer een nieuwe lichting jonge huishoudens met torenhoge hypotheekschulden. De promotie van nieuwbouw in de huursector komt uiteindelijk ook de koopsector ten goede omdat het onderdak biedt aan potentiële huizenkopers die eerst willen sparen. De ironie is dat er geld genoeg is, beleggers staan te springen om mee te doen.

Maartje Martens_april 2015

bron: housinganalysis.nl

Apr 25

Tiel, 24 april 2015 – In totaal zijn er nu 112.800 mensen die moeite hebben om hun hypotheeklasten te betalen. Ten opzichte van een jaar geleden zijn er ruim 12.000 mensen met een dergelijk betalingsprobleem bijgekomen. Dit blijkt uit de BKR Hypotheekbarometer van april 2015.

Eerste kwartaal bemoedigend

De cijfers over het eerste kwartaal van 2015 zijn echter bemoedigend volgens BKR. De stijging van het aantal mensen met een betalingsprobleem op de hypotheek nam in het eerste kwartaal van dit jaar toe met ruim 1.500 personen. In vergelijking met het eerste kwartaal van 2014 is dit een beperkte stijging. Toen kwamen er nog bijna 5.800 mensen in de problemen.

“Ondanks de bemoedigende cijfers over het eerste kwartaal moeten we ons blijven realiseren dat 113.000 consumenten een enorm financieel probleem hebben”, aldus Peter van den Bosch, algemeen directeur BKR. “Dat zijn, ter vergelijking, bijna alle inwoners van een stad als Dordrecht.”

500_bkrhypotheekbarometerapril20151bron: BKR

 

Apr 14

Leuk filmpje over de Australische huizenzeepbel. Natuurlijk begint de hoofdeconoom van de grootste hypotheekbank over ‘fundamentals’ en ontkent keihard dat de huizenmarkt een zeepbel is. Hij kan zo bij de Rabobank aan de slag.

Mar 11

Door: Ron Buiting

Het aanbod van betaalbare huurwoningen is gering. Ontwikkelaars en gemeenten zien meer heil in koopwoningen. Maar het grote probleem van de woningmarkt zijn de hypotheekschulden.

Goed nieuws: investeerders willen dit jaar een recordbedrag van 5,5 miljard in de Nederlandse vrijehuursector stoppen. De ontbrekende schakel in onze woningmarkt gaat worden opgevuld. Maar een deel van dit geld blijft werkloos liggen doordat er onvoldoende aanbod voor huurwoningen is door de aantrekkende koopwoningmarkt.

Als reactie klinkt de oproep aan gemeenten om grondprijzen te verlagen. Het is een zoveelste illustratie van een achterhoedegevecht; niet de ontbrekende beleggershuurwoningen, maar de enorme schuldenbergen zijn het grote probleem van het niet goed functioneren van onze woningmarkt. Zonder een bredere schuldenaanpak komt de vrijesectorhuur én de woningmarkt als geheel niet uit het slop. Tijd om te stoppen met eenzijdige verwijten en te starten met een sectorbrede aanpak van de schulden.

Lees verder bij Cobouw.nl