Jun 6

Ruim de helft van de hypotheken die onder water staan, heeft een Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Doordat de overheid een achtervangfunctie heeft bij NHG, staat de overheid daardoor indirect garant voor een meerderheid van de onderwaterhypotheken. Mocht NHG een tekort aan middelen krijgen, dan moet de overheid daarbij de financiele klappen opvangen. Dat meldt De Nederlandse Bank (DNB) in een Rapportage over Macro-economische risico’s die zij woensdag jl. publiceerde.

Lees ook: Risico’s in de Nederlandse hypotheken – portefeuille

Van een onderwaterhypotheek is sprake als de hypotheek die op een woning rust hoger is dan de waarde die de woning opbrengt bij verkoop. Als de eigenaar de woning – al dan niet noodgedwongen – moet verkopen, blijft dan een restschuld over. De Nationale Hypotheek Garantie geldt vaak als vangnet, mochten huizeneigenaren buiten de eigen schuld om in problemen komen. Raakt iemand bijvoorbeeld werkloos of arbeidsongeschikt en is de hypotheek door de inkomensdaling onbetaalbaar geworden, dan kan de huizeneigenaar onder voorwaarden de woning verkopen. Een eventuele restschuld neemt de NHG dan voor haar rekening. Momenteel staat bijna 30% van de hypotheken onder water. Bij de dertigers en veertigers staat zelfs 40% van de hypotheken onder water, doordat zij vaak op de top van de huizenmarkt een huis hebben gekocht en daardoor de daling van de huizenprijzen het hardst voelen.

Uit de rapportage blijkt dat het restschuldrisico vooral bij hypotheken met NHG voorkomt. Daardoor liggen de kredietrisico’s van onderwaterhypotheken meer bij de overheid dan bij de banken. Het NHG-aandeel bij onderwaterhypotheken is tweemaal zo hoog als bij andere hypotheken. Omdat de kredietrisico’s bij onderwaterhypotheken gemiddeld ook nog eens hoger zijn dan de kredietrisico’s bij hypotheken die niet onder water staan, ligt het grootste deel van de onderwaterrisico’s uiteindelijk bij de overheid:

Risicoklasse Percentage hypotheken met NHG
Lage LTV + lage LTI +/- 24%
Lage LTV + hoge LTI +/- 16%
Hoge LTV en lage LTI +/- 58%
Hoge LTV en hoge LTI +/- 42%

Hoge Loan-to-Value (LTV): hypotheek is meer dan 100% van de woningwaarde.
Hoge Loan-to-Income (LTI): hypotheek is meer dan 5 keer inkomen.

Daarnaast blijkt uit de rapportage dat het vooral bij onderwaterhypotheken lastig is om de situatie snel te verbeteren. Het afgelopen jaar is er flink extra afgelost op hypotheken. Zo is er in de eerste drie kwartalen van 2013 bijna € 7 miljard extra afgelost op hypotheken, ruim 1% van de totale hypotheekschuld. Maar deze aflossingen zijn vooral gedaan door ouderen die al een lage hypotheek hebben ten opzichte van de woningwaarde. Van de extra aflossingen vond minder dan 25% plaats op onderwaterhypotheken. Hieruit concludeert DNB dat huishoudens met een onderwaterhypotheek over minder middelen beschikken om extra af te lossen dan de huishoudens die al flinke overwaarde op de woning hebben.

Als de huizenprijzen niet stijgen, verwacht DNB dat twee derde van de woningen die eind 2012 onder water stond, over 10 jaar nog altijd onder water staan. Stijgen de huizenprijzen de komende 10 jaar met gemiddeld 2% per jaar, dan is over 10 jaar driekwart van de onderwaterhypotheken weer boven water.

Voor nieuwe hypotheken vanaf 2013 schat DNB de risico’s wat lager in. Dat komt door de verplichte annuitaire aflossing en de maximale hypotheek van momenteel 104% van de woningwaarde. Daardoor zijn de restschuldrisico’s kleiner geworden. Desondanks vermeldt DNB wederom in de rapportage dat deze 104% lening internationaal gezien nog steeds erg hoog is. De Nederlandse Bank pleit dan ook al enige tijd voor een verdere verlaging van de maximale hypotheek tot 80% a 90% van de woningwaarde.

bron: homefinance.nl

Jun 4

Jacques Monasch heeft altijd mooie gladde praatjes in de media, maar als het VAO Woningmarkt en Huursector wordt behandeld laat hij de huurders keihard vallen door helemaal helemaal niets te zeggen….

May 24

Het kadaster zette gister de nieuwste uitgave van ‘terzake‘ online. Hierin kun je ieder kwartaal lezen hoe de transactieaantallen per prijsklasse het voorgaande kwartaal zijn geweest. Hoewel dit misschien wel even veel zegt als het reguliere persbericht over de transactieaantallen iedere 21e van de maand krijgen de cijfers over het algemeen bijzonder weinig aandacht.

Lees verder bij Woningmarktcijfers

May 21

Gisteren vond in de Tweede Kamer het debat over de kabinetsvisie Nederlandse bankensector plaats. Hierin deed Tony van Dijck ‘een Boelhouwertje’. Het werd duidelijk dat Tony goed naar Peter Boelhouwer had geluisterd en kwam met hetzelfde populistische verhaal als onze ‘totaal onafhankelijke’ woningmarkt professor. Gewoon elke generatie meer laten lenen om het Ponzi scheme te voeden, geen gezeik iedereen rijk. Dijsselbloem deed het af als kletskoek waar niemand meer in gelooft.

Lees ook: Peter Boelhouwer:”De crisis op de woningmarkt hebben we zelf georganiseerd” en Peter Boelhouwer is het schoothondje van de bouwondernemers

Ook NVM lobbyist Daan Keij was teleurgesteld in Dijsselbloem, zijn VVD vriendinDeze video is openbaar. Aukje de Vries kreeg geen voet aan de grond.

May 21

Bestaande koopwoningen waren in april 0,1 procent duurder dan in april 2013. Dit is de eerste prijsstijging in 5 jaar. In maart waren de huizen nog 2,1 procent goedkoper dan een jaar eerder. De prijzen van bestaande koopwoningen liggen nu al een jaar op ongeveer hetzelfde niveau. Dit blijkt uit het onderzoek over de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster.

Hoewel de prijzen van huizen stabiliseren is het niveau nog steeds laag. In april 2014 was de prijsindex even hoog als in begin 2003. Ten opzichte van augustus 2008, toen de huizenprijzen een piek bereikten, bedraagt de prijsdaling 19,9 procent. De vraag naar bestaande koopwoningen trekt verder aan. In de eerste vier maanden van 2014 wisselden 39 743 woningen van eigenaar, ruim 34 procent meer dan een jaar eerder.

bron: CBS

May 1

Hollandse zaken Presentatie: Cees GrimbergenHoe houd je je staande als de jaren durende geldzorgen ver boven je hoofd groeien? Zouden banken en andere schuldeisers meer aan hun zorgplicht moeten voldoen en coulanter moeten zijn?

Ruim honderdduizend huishoudens hebben een forse betalingsachterstand op hun hypotheek, zo blijkt uit cijfers van het Bureau Krediet Registratie.
Dat betekent veel stress, gekmakende stress. Schuldeisers die in de rij staan. Hoge boetes omdat schulden niet op tijd worden afgelost, waardoor de schuld nog groter wordt. Daar gaat dan de boeterente van rond de 12 procent overheen. En als het ‘onder water staande’ huis uiteindelijk gedwongen verkocht of geveild is, resteert een schuld van vele tonnen. Huisartsen zien het aantal mensen met psychische nood door geldzorgen verdubbelen.

Hoe houd je je staande als de jaren durende geldzorgen ver boven je hoofd groeien? Zouden banken en andere schuldeisers meer aan hun zorgplicht moeten voldoen en coulanter moeten zijn?

holzak

bron: Hollandse zaken

zie ook:

Apr 16

In een kamerbrief heeft Stef Blok laten weten van plan te zijn tijdelijke huurcontracten mogelijk maken. Hiermee moet het gesubsidieerde woningbestand meer ten goede komen aan groepen voor wie het bestemd was. In eerste instantie gaat het vooral om jongeren maar in de brief wordt een heel scala aan doelgroepen genoemd. Met een tijdelijk contract zouden studenten, promovendi, starters, gescheiden mensen, ex gedetineerden, verpleegsters, brandweermannen, grote gezinnen, overlastgevers en kenniswerkers aan een huis geholpen kunnen worden.

Dit lijkt mij pas het begin, want zodra er steeds meer stukjes van het huizenbestand zijn gereserveerd staan er vast clubjes mensen op die buiten de boot vallen omdat er een steeds kleiner aantal huizen voor hen over blijft.

Na de inkomensafhankelijke huurverhoging en de mogelijkheid om zonder huurbescherming woningen te verhuren onder de leegstandswet, is dit de volgende inperking van rechten van huurders waarmee Blok tegemoet komt aan de wensen van verhuurders die hun bezit zonder huurbescherming willen kunnen verhuren en die de huur graag ophogen zodra een zittende huurder zijn woning verlaat.

Als de zeepbel knapt komen de kunstgrepen

Bron: Telegraaf (1957)

Bron: Telegraaf (1957)

Het is een bekend beeld, dat de woningmarkt als politieke speelbal wordt gebruikt in tijden van tegenspoed op de (koop)woningmarkt die zo eens in de dertig jaar de kop op steekt in ons land. Zo laat in 1957 minister Hofstra aan de kamer weten dat we boven onze stand hebben geleefd en het begrotingstekort teruggedrongen moet worden.

Wat volgt is een huurverhoging van 25% waarmee de regering extra geld ophaalt en waarmee de markt voor institutionele beleggers weer aantrekkelijker moet worden. Deze verhoging herstelt marktevenwicht en is ‘niet uit medelijden met huiseigenaren, hoezeer dat medelijden ook op zijn plaats is’.

Kort daarvoor werd in 1956 de gemeentegarantie bedacht, een voorloper van de NHG die een duwtje in de rug van de vastgelopen woningmarkt moest geven. Met deze gartantie ontstaat in de jaren zeventig een flinke zeepbel als banken zich weinig belemmerd voelen om exotische leenvormen te bedenken. Nadat deze zeepbel uiteen spat, stelt staatssecretaris Brokx een huurbelasting voor, tegelijk met het oprekken van de maximumlening onder gemeentegarantie en het oprekken van de inkomensgrens om in aanmerking te komen voor premiekoopwoningen.

De huurbelasting komt er niet omdat er zowel 1980 als in 1984 geen politieke meerderheid voor het plan is. Ook coalitiegenoot VVD is dan tegen de huurbelasting. Wel worden tijdelijke huurcontracten mogelijk gemaakt onder de leegstandswet en wordt een (mislukt) proefballonnetje opgelaten om de in 1979 ingevoerde huurbescherming voor kamerhuurders weer af te schaffen, omwille van ‘de doorstroming’ en de woningnood onder jongeren.

… en het afbouwen van kunstgrepen doet pijn

Omdat de economie het zwaar heeft, maakt Den Haag in de tussentijd wel plannen om huursubsidie en het budget voor premiekoopwoningen terug te schroeven.

Bron: Het vrije volk, 1983

Bron: Het vrije volk, 1983

Vooral het terugschroeven van de kooppremie stuit op groot verzet van de vastgoedlobby. In de voorgestelde aanpassing zou de premie niet langer in het eerste jaar heel erg hoog zijn om in tien jaar steeds minder te worden, maar gelijker over de looptijd worden uitgesmeerd. Bovendien zou voortaan het tweede inkomen meetellen bij de berekening of je zo’n premie eigenlijk wel nodig had.

Neprom en bouwfonds reageren op deze beperking van de subsidies door te stellen dat duizenden woningen onverkoopbaar worden en de bouwproductie volledig zal instorten. Een week voor behandeling van het wetsvoorstel in de tweede kamer verspreidt men het gerucht dat gemeenten een sterilisatieverklaring vragen van vrouwen, voordat ze het tweede inkomen meetellen bij de berekening van een maximale hypotheek. Jonge stellen zouden dus buiten de boot vallen bij de kooppremie en gedwongen zijn te gaan huren of de vrouw te laten steriliseren om voor een hypotheek in aanmerking te komen.

De grote maatschappelijke verontwaardiging over dit gerucht wordt de kop ingedrukt door bij de behandeling van het voorstel in de tweede kamer te stellen dat men boter op het hoofd heeft gehad door gezinnen niet te compenseren voor inkomensverlies na de komst van een kind. Er wordt een hertoets afgesproken na enkele jaren, waarbij een stel alsnog premie ontvangt indien de vrouw blijkt te zijn gestopt met werken.

Enkele jaren later ontstaat dezelfde discussie opnieuw. Heerma wil bezuinigen op premiekoop en wil geen premie meer verstrekken aan tweeverdieners. Als wederom het argument klinkt dat deze stellen zonder premie geen hypotheek kunnen krijgen omdat banken niet met twee inkomens rekenen, brengt Heerma in fasen het tweede inkomen onder de gemeentegarantie.

Hoewel officiëel nog steeds geldt dat tweeverdieners zowel buiten de boot vallen voor koopsubsidie als een hypotheek op twee inkomens, begint ABP wel érg snel na verschijnen van een rapport waarin wordt gepleit het tweede inkomen mee te tellen met tweeverdienershypotheken. Als Heerma uiteindelijk in 1993 bekend maakt deze hypotheken te gaan garanderen is de oorspronkelijke aanleiding vergeten en zegt hij slechts de ontwikkelingen op de markt te volgen. Aan de vooravond van een prijsexplosie op de woningmarkt laat mede-initiatiefnemer en belanghebbende Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) weten dat het allemaal reuze zal meevallen met de prijsstijgingen.

Wat begon met het vlottrekken van de woningmarkt in de jaren vijftig was een katalysator voor de zeepbel in de jaren zeventig. Wat begon met de afbouw van koopsubsidies eindigde met een garantie die de volgende zeepbel tot gevolg had. Een garantie die bovendien volkomen onhoudbaar blijkt nu deze zeepbel geknapt is.

Stop nu eens met symptoombestrijding

Wat door de decennia heen opvalt is hoe betrekkelijk garanties en subsidies zijn. Zodra de economische voorspoed over is, zijn het vooral huurders en jongeren die in hoog tempo rechten moeten inleveren. Veel kunstgrepen om de huizenprijzen op de been te helpen hebben jaren later een desastreuze uitwerking in een aantrekkende markt. Het uitfaseren van regelingen en subsidies heeft soms bizarre en ongewenste neveneffecten.

Wat ook opvalt is dat al decennia lang ‘doorstroming’ als doel wordt gedefinieerd zodra de koopwoningmarkt stil valt. Nooit wordt gekwantificeerd welke mate van ‘doorstroming’ wenselijk is en nooit wordt de discussie gevoerd of ‘doorstroming’ wel de goede maatstaf is. Echter wordt er consequent een hele reeks aan inkomenspolitieke maatregelen verbonden aan de doorstroming op de woningmarkt.

Als doorstroming het criterium zou zijn, zou een minister met ballen al lang een wet hebben bedacht waar in staat dat we allemaal iedere vijf jaar moeten verhuizen. Ik denk alleen dat die wet geen kans van slagen heeft omdat dat helemaal niet is wat we willen. Ik denk dat we een woningmarkt willen waar je makkelijk een huis kunt vinden, daar desgewenst kunt blijven, of ook weer weg kunt. Die situatie gaat niet ontstaan zolang de woningmarkt in de greep is van inkomenspolitiek en verzonnen ‘grenzen’. Het verzinnen van nieuwe grenzen in de vorm van toelatingscriteria voor bepaalde huizen (leeftijd, beroep, gescheiden ja/nee) is voor mij dan ook fundamenteel de verkeerde weg, ongeacht of het nu positieve effecten zou kunnen sorteren.

Misschien kunnen we ons uit deze crisis rommelen. Maar over vijftien jaar dient de volgende woningmarktcrisis zich aan en dan zijn onze kinderen aan de beurt. Als we niet fundamenteel anders gaan denken over de politiek die we voeren op de woningmarkt blijven de maatregelen die we nemen nagalmen en resoneren. Nu de woningmarkt het zwaar heeft, heeft het de volledige politieke aandacht. Deze aandacht moet echter niet gericht zijn op het weer laten stijgen van prijzen, maar op het voorkomen van de volgende zeepbel en het wegnemen van zoveel mogelijk grenzen en inkomenspolitiek op de woningmarkt.

bron: Woningmarktcijfers

Apr 16

Vandaag kwam minister Blok (Wonen en Rijksdienst) met antwoorden op de vragen van het Kamerlid Paulus Jansen (SP) over de veranderde regels van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Volgens Blok zijn zijn de leennormen voor beheersituaties op initiatief van het WEW (NHG) aangepast. Volgens Schiffer komt de nieuwe NHG regeling op uitdrukkelijk verzoek van het ministerie van Financiën en het ministerie voor Wonen en Rijksdienst.

lees ook: Karel Schiffer: 2 miljard staatssteun voor NHG

Vraag 3
Is de minister actief betrokken geweest bij de wijziging van de NHG-voorwaarden? Zo ja, op welke manier blijkt dat?

Antwoord 3
Op initiatief van het WEW zijn de leennormen voor beheersituaties in samenwerking met het Nibud en in overleg met de geldverstrekkers aangepast voor situaties waarbij gedwongen verkoop als gevolg van (zeer) persoonlijke omstandigheden zoals een echtscheiding speelt. Vervolgens heb ik hier goedkeuring aan verleend. De leennormen houden in tegenstelling tot de acceptatiecriteria van nieuwe hypotheken, rekening met de werkelijke inkomsten en hypotheeklasten van de betreffende persoon.. Zo kan bepaald worden of de hypotheeklasten betaalbaar zijn voor betrokkene en de bestaande lening kan worden voortgezet. Hierdoor is het vaker mogelijk de woning te behouden.

 

2014-04-16 19_17_53-Twitter _ JarcodeSwart_ Nieuwe #NHG regeling komt op ...

 

Wie liegt hier? Waarschijnlijk komen we er nooit achter want Schiffer heeft besloten het zinkende schip per 1 mei 2014 te verlaten.

bron: rijksoverheid.nl

2014-04-16 20_46_47-edward feitsma (@edwardfeitsma1) op Twitter

Feitsma zit erg dicht bij het vuur en is vrij duidelijk….

Apr 14

Uit onderzoek van Wijzer in geldzaken blijkt dat Nederlanders massaal in de ontkenningsfase blijven hangen. Waarschijnlijk komt dit doordat zij niet goed geïnformeerd zijn, maar ook het heilige geloof in het huizensprookje zou een reden kunnen zijn.

Luister ook naar de uitleg van Maartje Martens

Eén van de opvallende conclusies is dat de helft van de mensen met een 100% aflossingsvrije hypotheek niet verwacht dat de maandlasten stijgen na verhuizing, terwijl juist deze groep vaak te maken zal krijgen met hogere lasten. Dat is opvallend omdat deze woningkopers waarschijnlijk zullen moeten gaan aflossen op hun nieuwe hypotheek, ook als deze gelijk blijft of minder wordt. Een mogelijke verklaring is dat veel huizenbezitters de concrete effecten van de recente maatregelen op hun eigen financiën toch niet overzien.

ScreenShot028

  • Meer dan een kwart van de respondenten verwacht een restschuld over te houden bij de verkoop van het huidige huis.
  • 75% van degenen die niet verwachten een restschuld over te houden, verwacht overwaarde (derechter grafiek hieronder geeft de percentages weer, gepercenteerd over degenen die ‘nee’ én ‘weet niet’ antwoorden op de vraag of ze een restschuld verwachten).
  • Hoe recenter het huidige koophuis gekocht is, hoe hoger de verwachting van een restschuld:
  • Meer dan 10 jaar geleden gekocht: 14% verwacht een restschuld
  • 6 tot en met 10 jaar geleden gekocht: 37% verwacht een restschuld
  • Uiterlijk 5 jaar geleden gekocht: 39% verwacht een restschuld

ScreenShot029

  • Ruim de helft van de ondervraagde huizenbezitters heeft een aflossingsvrije hypotheek (54%).
  • Van de huizenbezitters met een aflossingsvrije hypotheek, heeft 32% ook een (bank-) spaarhypotheek, 8% een beleggingshypotheek en 4% een annuïteitenhypotheek. Voor hun geldt dat zij dus geen 100% aflossingsvrije hypotheek hebben. Bij 32% van degenen die een aflossingsvrije hypotheek hebben, is de hypotheek voor 100% aflossingsvrij.
  • Degenen die een restschuld verwachten, hebben vaker een (bank-)spaarhypotheek (59%) dan diegenen die geen restschuld verwachten of het niet weten (gemiddeld 39%). Van degenen die een restschuld verwachten, heeft 21% een volledig aflossingsvrije hypotheek.
  • Ruim 3 op de 5 (63%) van de huizenbezitters die een restschuld verwachten is van plan om eigen spaargeld in te brengen voor financiering van een nieuwe woning.

ScreenShot030

  • Ruim de helft van de respondenten heeft het voornemen een duurder huis dan het huidige huis te kopen.
  • Naarmate de leeftijd stijgt, neemt het voornemen voor het kopen van een duurder huis af (25-34 jaar:76%, 35-44 jaar: 55%, 45-54 jaar: 38%, 55-64 jaar: 28%, 65+: 18%).
  • Opvallend is dat van de huizenbezitters die een restschuld verwachten (28% van de ondervraagde huizenbezitters) 63% aangeeft een duurder huis te willen kopen. Dit is meer dan bij de huizenbezitters die geen restschuld verwachten; daarvan wil 51% duurder gaan wonen.
  • Een mogelijke verklaring is dat jongere huizenbezitters vaker een restschuld verwachten dan oudere huizenbezitters (25-34 jaar: 46%, 35-44 jaar: 33%, 45-54 jaar: 25%, 55-64 jaar: 7%, 65+: 0% verwacht een restschuld) en dat zij vaker de wens hebben groter (en dus duurder) te wonen.

2014-04-14 08_24_34-rapportage onderzoek hypotheken voorjaar 2014 (3).pdf - Adobe Reader

  • De helft van de potentiële huizenkopers heeft de wens om groter te wonen, één op de vijf wil juist kleiner wonen.
  • Hoe jonger, hoe vaker er de wens is om groter te wonen; 25-34 jaar: 77%, 35-44 jaar: 57%, 45-54 jaar: 32%, 55-64 jaar: 17%, 65+: 5%

bron: Wijzer in geldzaken

Apr 10

De problemen op de Nederlandse huizenmarkt blijven een hardnekkig probleem. “Het balansherstel bij huishoudens gaat nog lang duren.” De grote hypothekenportefeuille een kwetsbaarheid van het Nederlandse financiële stelsel. Vooral het grote aantal onderwaterhypotheken vormt nog geruime tijd een latent risico voor banken en voor de overheid. Van de dertigers en veertigers met een hypotheek staat 40% onder water.

Het kredietrisico is het grootst bij huishoudens met een onderwaterhypotheek die een fors deel van hun inkomen kwijt zijn aan hypotheeklasten. Deze huishoudens hebben minder ruimte om een inkomensterugval of rentestijging op te vangen en komen daardoor naar verwachting eerder in betalingsproblemen. Doordat de hypotheek onder water staat, leidt (gedwongen) verkoop tot een restschuld en een mogelijk verlies voor de kredietverstrekker. De groep huishoudens die onderwater staat en daarnaast een loan-to-income (LTI) ratio heeft van vijf of hoger is goed voor ruim 6% van de hypotheken.

Nederlandse woningprijzen zijn sinds 2008 met ruim 21% gedaald. Hierdoor staat bijna 30% van de hypotheken onder water. Hiervan is sprake als de marktwaarde van de woning lager is dan de hypotheekschuld, waarbij wordt gecorrigeerd voor aan de hypotheek verpande spaartegoeden of vermogens.

DNB gaat er vanuit dat de prijzen van Nederlandse huizen structureel op een lager niveau blijven dan in 2007, voor de crisis. Dit komt door twee maatregelen die de structurele problemen op de Nederlandse huizenmarkt hebben aangepakt: mensen die een nieuwe hypotheek aangaan moeten binnen dertig jaar gaan aflossen, en banken mogen minder snel een hoog bedrag aan kopers lenen. Wanneer huizenprijzen constant blijven zal twee derde van de hypotheken die eind 2012 onder water stonden, dit over tien jaar nog steeds staan.

Vooral oudere huiseigenaren hebben het afgelopen jaar vrijwillig afgelost op hun hypotheek. Dat deden zij niet omdat ze onder water stonden, maar om een extra rentevoordeel te halen op hun hypotheekschuld. Jonge huishoudens, die wel met dit probleem kampen, hebben gewoonweg geen geld om extra af te lossen. Oudere huiseigenaren met voldoende spaargeld maken er juist meer gebruik van om een extra rentevoordeel te halen, wanneer hun hypotheekrente hoger is dan de spaarrente.

ScreenShot026 ScreenShot027ScreenShot024

bron: De Nederlandsche Bank