Aug 28

Moeten we vrezen voor barre economische tijden? Het lijkt een onheilspellende periode: Tientallen miljarden naar Griekenland, paniek op de beurzen, stijgende werkloosheid, steeds meer leegstaande winkels en almaar dalende huizenprijzen.

En dan zijn er ook de bezuinigingen à 18 miljard. En dat nog geen drie jaar na de vorige crisis. Hoe moeten gewone burgers al deze ontwikkelingen beoordelen? Wordt de crisis ons aangepraat door sombere economen en journalisten die hen napraten? Of is er wel degelijk sprake van een dreigende recessie? Kijkend naar de huizenmarkt, meer mensen met twee huizen, en dus twee hypotheken, en dalende prijzen – zijn de voortekenen niet gunstig. De tijd dat de bomen tot in de hemel groeien, lijkt definitief voorbij. In Hollandse Zaken een stevige live-discussie over de stagnerende huizenmarkt, over pijn in de portemonnee en vertrouwen in de economie. Presentatie: Cees Grimbergen.

Aug 27

Huiseigenaren met een hypotheek houden onvoldoende rekening met minder pensioen. Na hun pensionering dreigen zij in de financiële problemen te komen omdat zij hun hypotheekverplichting niet meer kunnen betalen.

Consumentenorganisaties en hypotheekdeskundigen trekken hierover aan de bel.

Het pensioeninkomen van de Nederlandse huishoudens wordt almaar kariger, terwijl de hypotheeklast na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd veelal nog doorloopt. Hierdoor komt een grote groep op zijn oude dag in de financiële problemen en moet wellicht noodgedwongen het huis verkopen.

Lees verder op de site van De Telegraaf

Aug 26

De betalingsachterstanden op Nederlandse hypotheken zonder Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zijn opgelopen. Dat blijkt uit een overzicht van kredietbeoordelaar Moody’s, schrijft Het Financieele Dagblad.

In juni had 0,9 procent van hypotheken zonder (NHG) een betalingsachterstand van zestig of meer dagen. In juni 2010 gold dat nog voor 0,7 procent van deze woningkredieten. Moody’s volgt alleen hypotheken die zijn gesecuritiseerd, ofwel verpakt en doorverkocht aan beleggers. Het ligt echter voor de hand dat de wanbetalingen op niet-gesecuritiseerde hypotheken eveneens zijn toegenomen.

bron: Vastgoedmarkt.nl

Aug 23

Het hervormingsplan voor de woningmarkt van de Rabobank kende een valse start. Volgens Piet Moerland krijgt het plan echter een tweede kans.

olitiek en collega-banken reageerden in eerste instantie sceptisch op het plan van de Rabobank. Topman Piet Moerland van de coöperatieve bank zegt nu dat er binnen afzienbare tijd toch spijkers met koppen worden geslagen. Binnen de Nederlandse Vereniging van Banken en met belanghebbenden wordt druk gesproken over het plan, dat onder andere voorziet in het schrappen van de aflossingsvrije hypotheek.

Lees woensdag het interview met Moerland in het FD

Bron: Het Financieele Dagblad

Aug 22

Verkochte bestaande koopwoningen waren in juli gemiddeld 2,3 procent goedkoper dan in juli 2010. De prijsdaling is daarmee iets groter dan voorgaande maanden. Dit blijkt uit de cijfers van het CBS en het Kadaster.

Alle woningtypen waren in juli goedkoper dan een jaar eerder. Twee-onder-een-kapwoningen daalden met 2,7 procent het meest in prijs, tussenwoningen met 2,1 procent het minst.

In nagenoeg alle provincies waren de prijzen lager, het grootst was de afname in Groningen met 4,9 procent. Alleen in Zeeland waren de prijzen hoger (0,8 procent).

Ten opzichte van juni 2011 stegen de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen met 0,2 procent. In de helft van de provincies stegen de prijzen met maximaal +1,0 procent, in de andere helft daalden ze met maximaal -1,1 procent.

In juli wisselden circa 10,5 duizend bestaande koopwoningen van eigenaar. Daarmee was het aantal verkopen bijna 15 procent lager dan een jaar eerder. In de eerste zeven maanden van 2011 zijn er ruim 68 duizend woningen verkocht. Dit is bijna 5 procent minder dan in dezelfde periode in 2010.

bron: CBS

Aug 20
Het is verstandig om je hypotheek snel af te lossen, ook al beweren banken en hypotheekadviseurs vaak het tegendeel, zo schreef de Volkskrant woensdag. “Nederlanders gebruiken hun spaargeld niet om hun hypotheekschuld (deels) af te lossen omdat banken en hypotheekadviseurs hun dat met klem afraden.”

De meeste consumenten vinden financiële zaken ingewikkeld en varen daarom blind op het advies van hun adviseur, stelt de krant. “Maar hij wordt betaald door de bank, die er belang bij heeft dat u zo min mogelijk aflost.” Daarnaast wordt gewezen op de boetes voor vroegtijdig aflossen; zonder tussentijdse aflossing ontvangen banken veel meer rente.

Het argument dat aflossen ten koste gaat van de renteaftrek is niet geldig, aldus de Volkskrant. “Als u niet aflost, betaalt u uiteindelijk veel meer rente.” Vanwege de lage rente is maandelijks geld inleggen op een spaarrekening evenmin gunstig. De angst voor de bijleenregeling is verder ongegrond omdat sowieso aan te raden is om de overwaarde in een nieuw huis te steken. “Hoe minder u tussentijds aflost, hoe meer rente (weggegooid geld) u over de hele looptijd van de hypotheek kwijt bent.”

bron:  AssurantieMagazine

Aug 19

Openheid in de financiële sector over de verdiensten is nog ver te zoeken. Slechts 154 van de 1400 benaderde hypotheekadviseurs werkten mee aan een onderzoek van de Consumentenbond naar de kosten voor advies en bemiddeling bij hypotheken en oudedagsvoorzieningen. De Consumentenbond roept de sector op niet langer zijn kop in het zand te steken en nu eindelijk open te zijn over de kwaliteit én de prijs van hun adviezen. Daar hebben consumenten wettelijk recht op.

Hypotheekadviseurs stellen dat een goed advies maatwerk is, waarbij de kwaliteit voorop zou moeten staan en niet de prijs. De Consumentenbond onderschrijft dit uitgangspunt. Toch hebben consumenten behoefte aan inzicht in de kosten zeker met allerhande nieuwe en directe vormen van betaling die er zijn en gaan komen. Iedereen wilt toch van te voren weten wat een advies ongeveer gaat kosten?

Lees verder op de site van de Consumentenbond

Aug 19

Het herstel van de woningmarkt is nog niet in zicht. De huizenprijzen zullen in 2011 naar verwachting met 2 procent dalen en in 2012 nogmaals met 2,5 procent. Dat schrijven economen van de Rabobank in het vandaag verschenen Kwartaalbericht Woningmarkt.

 

maximale hypotheek

Latent aanbod huizen

Lees verder op de site van de NVM   (De NVM heeft het artikel snel verwijderd! Klik hier een screendump )

Aug 17

De gebeurtenissen van de afgelopen jaren hebben nogmaals aangetoond hoe belangrijk de ontwikkelingen op de woningmarkten zijn voor de economie in haar geheel en voor de financiële stabiliteit.

Vanaf het midden van de jaren negentig droegen dynamische woningmarkten in de meeste geavanceerde economieën opvallend bij tot de instandhouding van een stevige economische groei. Lage rentes, financiële innovaties, soepele kredietvoorwaarden, een gestage groei van het beschikbaar inkomen en demografische factoren stimuleerden de vraag naar woningen en zorgden ervoor dat de woningprijzen en de investeringen in woongebouwen fors toenamen. Vermogenseffecten en – althans in sommige landen – praktijken zoals overwaardeverzilvering (mortgage equity withdrawal) maakten dat de particulieren hun consumptieve uitgaven opvoerden. Tegelijkertijd klom echter ook de schuldgraad van de huishoudens in bepaalde landen tot ongekende hoogten, wat ze uiterst kwetsbaar maakte voor negatieve schokken.

Nederland

In Nederland trokken de vastgoedprijzen in eerste instantie vanaf de tweede helft van de jaren negentig snel aan ; tijdens het decennium 2000 stegen ze vervolgens meer gematigd. De ontwikkelingen op de vastgoedmarkt gingen tijdens de eerste periode gepaard met een sterke werkgelegenheidscreatie en een forse toename van het beschikbaar inkomen van de huishoudens. Gedurende de hele periode werd de stijging van de vastgoedprijzen tevens in de hand gewerkt door de toenemende concurrentie tussen de aanbieders van hypothecaire kredieten en door de ontwikkelingen op de hypotheekmarkt

 Risico’s

Ten eerste is er de normalisering van de rentetarieven. Zoals reeds vermeld, waren tijdens het afgelopen decennium de rentetarieven zeer laag als gevolg van verschillende factoren, bijvoorbeeld een zeer accommoderend monetair beleid en het spaaroverschot afkomstig uit de opkomende landen in Azië en uit de olie-exporterende landen. Die beweging ging gepaard met een toename van de schuldenlast van de niet-financiële private sector, met name de huishoudens, en een accumulatie van macro-economische evenwichtsverstoringen in tal van economieën.

De tweede risicofactor heeft betrekking op de potentiële groei van het bbp die lager zou kunnen uitvallen dan tijdens het voorgaande decennium. Een vertraging van de potentiële groei zal op haar beurt aanleiding geven tot een minder snelle stijging van het beschikbaar inkomen van de huishoudens en de vraag naar woningen drukken.

De financiële crisis heeft ten slotte geleid tot een snelle stijging van de publieke schuldenlast in de meeste geavanceerde economieën. De houdbaarheid van de overheidsfinanciën vergt een snelle correctie van de begrotingstekorten. Deze kan leiden tot een economische vertraging op korte termijn en kan wellicht het beschikbaar inkomen van de huishoudens drukken.

Conclusie

De laatste hausseperiode van de woningprijzen, die in de meeste geavanceerde landen omstreeks medio jaren negentig aanving, onderscheidt zich van vroegere opwaartse fases door haar uitzonderlijke duur, omvang en mate van synchronisatie. Lage rentes, financiële innovaties, soepele kredietvoorwaarden en demografische factoren voedden de vraag naar woningen en leidden tot een forse toename van de woningprijzen en van de investeringen in woongebouwen. De woningprijzen namen het sterkst toe in het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Ierland en Frankrijk. Ze stegen ook aanzienlijk, zij het in mindere mate, in België, Finland, de Verenigde Staten en Nederland. In Spanje en Ierland gaf dit verloop bovendien een krachtige impuls aan de vraag naar nieuwe woningen en aan de bedrijvigheid in de bouwsector, waarvan het aandeel in de totale toegevoegde waarde buitengewone proporties aannam. Tegelijkertijd steeg echter ook de schuldgraad van de huishoudens tot ongekende hoogten, wat hen uiterst kwetsbaar maakte voor negatieve schokken

bron  Nationale Bank van Belgie

Aug 16

Vereniging Eigen Huis heeft kritiek op de ‘woonquote’ die door de overheid wordt vastgesteld. In werkelijkheid is de eigenwoningbezitter gemiddeld een veel groter deel van het inkomen kwijt aan wonen dan waar de rijksoverheid haar beleid op baseert, stelt de vereniging. Niet 26,3% maar 38,6% van het inkomen gaat op aan wonen. De kosten voor onderhoud en verbetering van de woning zijn ten onrechte ‘vergeten’.

Welk deel van het netto-inkomen gaat op aan wonen, voor zowel huurders als kopers? Dit zijn de zogenoemde woonquotes. Denk hierbij aan de huur- en hypotheeklasten, energiekosten en andere vaste lasten. De rijksoverheid stemt haar beleid mede af op die woonquotes en bepaalt aan de hand hiervan of er bijvoorbeeld lastenverhoging of lastenverlaging moet plaatsvinden. Dit terwijl het cijfer voor kopers volgens Vereniging Eigen Huis niet klopt. Volgens overheidsonderzoek zouden mensen met een koopwoning gemiddeld 26,3% van het inkomen besteden aan wonen; bij huurders zou 36,6% van het inkomen opgaan aan wonen. Bob Maas, woningmarktspecialist van Vereniging Eigen Huis: “Bij eigenwoningbezitters zijn de kosten voor onderhoud en verbetering van de woning hierin ten onrechte ‘vergeten’. Simpelweg omdat daar geen duidelijke cijfers over zijn. Nu wij dit wel hebben onderzocht, kunnen we de cijfers hierop aanpassen.” Door de gemiddelde kosten voor onderhoud en verbetering in de afgelopen 12 maanden op te tellen bij de zogenaamde woonquote, kom je uit op de echte woonquote voor kopers: 38,6% in plaats van 26,3%.

Overigens is het ook voor (toekomstige) eigenwoningbezitters van belang te weten hoeveel ze aan wonen uitgeven. En hoeveel geld moeten ze reserveren specifiek voor onderhoud en verbetering van de eigen woning? Vereniging Eigen Huis heeft dit laatste onderzocht over de afgelopen 12 maanden.

Bron: Vereniging Eigen Huis

Aug 15

Het Kadaster turfde in juli dit jaar een stijging van de woningverkopen ten opzichte van juni. Maar ten opzichte van juli vorig jaar lag het aantal transacties nog flink lager.

De door makelaars gesignaleerde aantrekkende activiteit op de woningmarkt komt ook naar voren uit de woningmarktcijfers van het kadaster over het aantal daadwerkelijk verkochte woningen. Dat lag in juli 9,3 procent hoger dan in juni. Ten opzichte van juli vorig jaar was sprake van een daling met 14,8 procent. De opleving van de vraag is dus betrekkelijk.

Nadat in juni ruim 9500 woningen van eigenaar wisselden, nam het aantal bij het Kadaster geregistreerde woningen in juli bijna 10.500 verkochte woningen. In juli vorig jaar waren dat er een kleine 2000 meer. De cijfers over de prijsontwikkeling in juli zijn volgende week beschikbaar. Tot en met juni dit jaar was de trend dat de prijzen omlaag gingen.

Referentieperiode

Bij procentuele prijsontwikkelingen is de referentieperiode van groot belang. Zo spelen bij maand-op-maand en kwartaal op kwartaal cijfers seizoenseffecten een belangrijke rol. Bovendien zijn er bij een kortere periode minder waarnemingen en dat heeft mogelijk gevolgen voor de betrouwbaarheid van de cijfers. Om seizoensinvloeden te voorkomen en voldoende waarnemingen te betrekken in de analyse kan het best worden uitgegaan van jaar-op-jaar cijfers.

bron: Meten en weten op de woningmarkt (Rabobank)

Als je juli met juni vergelijkt is het verschil namelijk altijd positief, juli is simpelweg een betere maand dan juni. Ik heb onderstaand even de procentuele verandering juni-juli voor de afgelopen 11 jaar van de site van het cbs geplukt, zoals je ziet is het aantal verkopen in juli nooit lager dan het aantal verkopen in de voorafgaande maand. 10 % is zelfs een relatief kleine stijging.. ( forum.fok.nl)

2000 juli 17,5
2001 juli 15,1
2002 juli 24,1
2003 juli 21,3
2004 juli 8,5
2005 juli 9,9
2006 juli 1,8
2007 juli 5,0
2008 juli 12,3
2009 juli 33,4
2010 juli 12,0

bron: CBS

 

Aug 13

Langs iedere snelweg zie je ze in overvloed: borden met “TE HUUR KANTOORRUIMTE”.

Inmiddels staat zo’n 7 miljoen vierkante meter leeg in Nederland; een vijfde van de totale oppervlakte aan kantoorruimte. Het zijn vooral bestaande kantoren. Er kwam maar tienduizend vierkante meter nieuwe kantoorruimte bij.

Leegstand

Op enkele bedrijfsterreinen loopt de leegstand al op tot ruim boven de 30 procent, zoals in delen van Amsterdam Zuidoost. Projectontwikkelaars, gemeenten en gebruikers gaan, ondanks de gigantische hoeveelheid aan leegstaande gebouwen, vrolijk door met het neerzetten van nieuwe kantoorkolossen. Daarmee veroordelen ze soms nog piepjonge ‘oude’ panden tot leegstand.

Lucratief

Het is voor projectontwikkelaars, gemeenten en gebruikers gekgenoeg lucratiever om een nieuw kantoorgebouw te bouwen, dan in het eigen kantoor te blijven zitten. Dit komt door regels die de – bizarre – uitwerking hebben dat speculeren en een pand leeg laten staan, aantrekkelijker kan zijn dan iets met een pand te doen. Hierdoor ontstaan hele spookbuurten van lege kantoorpanden die zeer waarschijnlijk nooit meer behuisd zullen worden.

Neerwaartse spiraal

Wat moet er met deze panden gebeuren? Een nieuwe huurder zal moeilijk te vinden zijn. Transformatie in bijvoorbeeld woningen is maar in sommige gevallen mogelijk. In sommige gebieden lijkt de neerwaartse spiraal richting verpaupering onomkeerbaar.

Zeepbel

De crisis op de vastgoedmarkt is nauw verweven met die op de financiële markten. Beide markten waren ervan overtuigd dat ze eindeloos geld konden verdienen met geld. Gevreesd wordt voor het uit elkaar spatten van een nieuwe zeepbel; de vastgoed-zeepbel.

Vragen en/of opmerkingen? Mail de makers Hein Hansen (Hein.Hansen@Nieuwsuur.nl) en/of Eveline Rethmeier (Eveline.Rethmeier@Nieuwsuur.nl) of volg Eveline op Twitter.

bron: Nieuwsuur

httpv://www.youtube.com/watch?v=Lh7TXwNKuEk

Aug 12

Ten tijde van een laagconjunctuur is er een groot risico op deflatie in een systeem met fractioneel reservebankieren. Deflatie wil dus zeggen dat de geldhoeveelheid afneemt.

Mensen worden voorzichtiger en gaan meer sparen en minder lenen. Bedrijven zien minder mogelijkheden voor investeringen en dus is er ook daar minder vraag naar leningen. Een andere oorzaak kan zijn dat bedrijven failliet gaan en dat deze kredieten dus verdwijnen. De geldhoeveelheid kan daardoor afnemen of ze gaat minder snel groeien. De neiging is in de laagconjunctuur daardoor om juist minder uit te geven dan het inkomen. Zowel de investeringen als de consumptie dalen. Dat betekent een lage vraag ten opzichte van de productie en dat zorgt voor lagere prijzen.

Doordat mensen gaan sparen in een fractioneel reservesysteem daalt de geldhoeveelheid en daardoor dalen de prijzen. Dit sparen kan ook in de vorm van het aflossen van leningen, voor economen komt dit op hetzelfde neer. Het gaat erom dat de bestedingen minder zijn dan de prijs van de totale productie. Omdat het even duurt voordat de prijzen zich aanpassen is er even te weinig koopkracht om de productie op te kopen. De prijsdalingen zijn dus een gezonde reactie op de ontstane situatie. Door de lagere prijzen wordt de prijs van de totale productie weer gelijk aan de bestedingen. Dan wordt alles weer verkocht en kan iedereen weer aan het werk.

Als de centrale bank zou stoppen met actief te interveniëren zou de rente oplopen. Daardoor zou de geldhoeveelheid afnemen. Er zouden faillissementen zijn en banken zouden een tijd lang voorzichtig zijn met uitlenen en zo zouden zij weer meer reserves opbouwen. Door de faillissementen verdwijnen de rotte appels uit de economie en kan het herstel weer inzetten. Verder zal dit aanpassingsproces zich uiten in veranderingen in de prijzen. Deze zaken hebben even tijd nodig en zal gepaard gaan met achteruitgang van koopkracht en werkloosheid.

De andere mogelijkheid is dat er hyperinflatie ontstaat. Men denkt vaak dat hyperinflatie een wat ergere vorm van inflatie is, maar hyperinflatie is een geval apart. Hyperinflatie ontstaat doordat de bevolking het vertrouwen in de munt verliest. Dat kan veroorzaakt worden door een toename van de geldhoeveelheid maar dat hoeft niet. Inflatie is een toename van de geldhoeveelheid en hyperinflatie is verlies van vertrouwen in de munt en deze twee zijn dus duidelijk verschillend van elkaar.

Wat zullen nu de gevolgen zijn voor de gewone man als deze scenario’s zich voordoen? De belangrijkste factoren zijn dan het pensioen en het eigen huis. En wellicht zijn er mensen die zich proberen in te dekken door te beleggen in goud. In een situatie van deflatie zoals Japan zou je denken dat je pensioen veilig is omdat je vermogen meer waard wordt door de deflatie. Maar deze deflatie gaat gepaard met zeer lage rentes en lage rendementen op investeringen. Dat betekent dat het rendement op je gespaarde vermogen dus ook laag is. Dat is nadelig als je vermogen op wil bouwen voor je oude dag. Ontstaat er hyperinflatie dan ben je uiteraard hele pensioen kwijt. Het is dan in één klap waardeloos geworden.

Als je een eigen huis hebt dan is deflatie ook niet positief. De waarde van je huis daalt en de waarde van de hypotheek blijft gelijk. Als de deflatie echt doorzet dan zal ook je salaris dalen en dat zal het lastiger maken om je hypotheek af te betalen. Gaan we uit van een Japans scenario dan gaat het zeker niet best met de economie en is het risico op werkloosheid ook groter en dat kan ook een afbreukrisico zijn voor het afbetalen van de hypotheek. Nu zul je misschien denken dat je in een situatie van hyperinflatie je huis miljarden waard zal worden. Dat is ook zo, maar daar heb je weinig aan, want al die miljarden zijn betekenisloos. Wel is het goed dat je een vaste waarde hebt waar je op terug kunt vallen. De chaos van de hyperinflatie kan echter gepaard gaan met de nodige politieke onrust. En dan het is maar de vraag of je je huis kunt behouden.

Het gehele artikel kunt u lezen op  devrijeeconomie.nl

Aug 11

Twee derde van de starters op de woningmarkt sluit een hypotheek af gebaseerd op twee inkomens. Daardoor zijn zij gevoeliger voor onvoorziene omstandigheden als scheiding en werkloosheid. Startende huizenkopers hebben zich wel goed voorbereid op deze risico’s. Dat blijkt uit onderzoek van TNS Nipo.

De meeste starters voeren drie gesprekken waarin informatie wordt opgevraagd over bijvoorbeeld rente, hypotheekvorm en aflossingsmogelijkheden. De helft van de beginnende huizenkopers oriënteert zich in dat gesprek op de risico’s van een hypotheek. Slechts 17 procent van de mensen die hun hypotheek oversluiten en 28 procent van de doorstromers naar een volgende koopwoning informeert hier ook naar.

Is de handtekening gezet, dan blijkt tachtig procent van de starters de risico’s van het overlijden van de partner met een verzekering te hebben afgedekt. Negentig procent spaart daarnaast binnen de hypotheek.

De gemiddelde koopprijs van een starterswoning is tweehonderdduizend euro. De kopers hebben dan meestal een tophypotheek afgesloten, waarbij de waarde van het huis lager is dan het hypotheekbedrag, dat gemiddeld 205 duizend euro bedraagt. Het overige geld steken ze in verbouwingen.

Lees verder op Nieuws.nl

Aug 9

Een eventuele afwaardering van de kredietwaardigheid van de Nederlandse overheid zou breed voelbaar zijn in de financiële sector. De huidige AAA-status van de Staat is de basis voor de rating voor tal van andere instellingen, blijkt uit recente ratingrapporten.

Maandag hintte minister Jan Kees de Jager op de mogelijkheid dat de overgebleven eurolanden met een toprating, waar Nederland toe behoort, worden afgewaardeerd als ze te veel geld steken in het overeind houden van de koersen van staatsobligaties uit Zuid-Europa. Een woordvoerder van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s wil geen commentaar geven op de vraag op welk punt de AAA-ratings van de eurolanden in gevaar komen.

Gevolgen reiken verder

Het verlies van de toprating kan niet alleen gevolgen hebben voor de rente die de overheid moet betalen voor zijn eigen schuldpapier. Ook het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (dat voor € 85 mrd leningen aan woningcorporaties garandeert), het Waarborgfonds Eigen Woningen (de organisatie achter de hypotheekgarantie die borg staat voor € 132 mrd aan hypotheken), de Bank Nederlandse Gemeenten en de Waterschapsbank worden dan meteen afgewaardeerd. Hun AAA-rating hangt rechtstreeks af van het kredietoordeel van het Rijk, aldus de ratingrapporten.

Dat zou betekenen dat woningcorporaties en lagere overheden duurder uit zijn met leningen, omdat de instellingen waar ze winkelen minder vertrouwen genieten.

Hypotheken met NHG

Ook hypotheken met Nationale Hypotheekgarantie kunnen duurder worden, want dankzij de AAA-status kunnen banken dergelijke hypotheken nu goedkoop financieren. Ze worden in pakketjes die ook een toprating hebben doorverkocht aan beleggers. Dat zou moeilijker worden.

De reeds uitstaande hypotheekpakketten met NHG zouden ook geraakt kunnen worden. Huidige beleggers daarin voelen dat.

Lees verder op de site van Het Financieele Dagblad

« Previous Entries