Nov 20

De prijzen van verkochte bestaande koopwoningen waren in oktober gemiddeld 5,2 procent lager dan in oktober 2008. De prijsdaling is een fractie kleiner dan in september. Toen waren de huizen 5,3 procent goedkoper dan een jaar eerder. Tot september werd de prijsdaling dit jaar gestaag groter, maar de laatste twee maanden zijn de prijzen aan het stabiliseren. Dit blijkt uit de ontwikkeling van de prijsindex bestaande koopwoningen van het CBS en het Kadaster.

Alle typen bestaande koopwoningen waren goedkoper dan in oktober 2008. De prijsdaling van tussenwoningen was met 4,4 procent voor de vijfde maand op rij het kleinst. De vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen daalden beiden met 5,9 procent het meest in prijs.

In alle provincies waren de prijzen lager dan een jaar eerder. De grootste daling deed zich voor in Groningen, waar koopwoningen 8,1 procent goedkoper waren. In Overijssel was de prijsdaling met 2,3 procent het kleinst.

Vergeleken met september 2009 waren de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen een fractie hoger. De prijzen in Gelderland, Overijssel, Noord-Holland en Utrecht lagen hoger dan een maand eerder. In de overige provincies waren de woningen goedkoper.

Bijna 11,4 duizend bestaande woningen wisselden in oktober van eigenaar. Dat is 31 procent minder dan in oktober 2008. Van alle woningtypen was het aantal verkopen fors lager dan een jaar eerder. Het aantal verkopen van vrijstaande woningen daalde met 38 procent het sterkst, van appartementen met 27 procent het minst.

huizenprijzen oktober

bron: CBS

Nov 20

Een kwart van bemiddelaars in hypotheken en levensverzekeringen dreigt te verdwijnen.

De komende jaren zal ongeveer een kwart van de bestaande tussenpersonen in hypotheken en levensverzekeringen verdwijnen. Door nieuwe strenge provisieregels, de recessie en een slechte bedrijfsvoering komen steeds meer intermediairs in nood. Dit blijkt uit een rondgang in de sector.

Er zijn in Nederland circa 10.000 kantoren van tussenpersonen ingeschreven. Deze variëren in omvang van eenpitters tot kantoren met honderden werknemers. Uit de top 100 van grootste kantoren zijn dit jaar al tien bedrijven weggevallen door faillissement.

Oplopende kosten

‘De inkomsten van de tussenpersoon vallen sterk terug, terwijl de kosten oplopen. Daardoor komt mogelijk een kwart van de bedrijven in gevaar’, zegt Matthijs Mons, partner van het onderzoeksbureau IG&H. Volgens Coen Mom, directievoorzitter van Unirobe Meeùs Groep, wordt nu ‘het kaf van het koren gescheiden’.

Tim Schoonbergen, directeur van het intermediairscollectief DAK, ziet eveneens een sanering in de sector. ‘Tegelijk zie je hbo’ers en academici toetreden. Zij dragen niet de erfenis van de ruimhartige provisies uit het verleden.’

Dit jaar zijn al ruim honderd intermediairs failliet gegaan, het hoogste aantal ooit. Hieronder bevinden zich ook enkele grote bedrijven, zoals OBP (40 werknemers) en Vitaela (130 medewerkers), gespecialiseerd in uitvaartverzekeringen.

Strenge regels

Alles wat slecht kan gaan, komt dit jaar voor de intermediairs samen. De markt voor hypotheken is in mineur en het imago van financiële producten is negatief. De schandalen rond de aandelenlease, woekerpolissen en het bankroet van DSB zijn daaraan debet.

Daarnaast zijn dit jaar strenge provisie- en transparantieregels van kracht geworden. Deze maken een einde aan een bijna vanzelfsprekende en vaste inkomensstroom van verzekeraars richting intermediairs. Mons: ‘De bonusprovisie mag niet meer. Daar komt bij dat de provisies die nog wel zijn toegestaan meer over de tijd gespreid worden uitbetaald.’

Bovendien neemt het risico toe dat er provisie terug moet worden betaald aan verzekeraars. Volgend jaar gaan verzekeraars hun klanten actief wijzen op het feit dat zij hun verzekering kunnen opzeggen. Bij tussentijdse opzegging moeten intermediairs provisies deels terug betalen.

Onvoldoende reserves

Dat trekt een zware wissel op intermediairs. Zij hebben vaak onvoldoende reserves aangelegd. OBP is ten onder gegaan doordat Reaal bijna een miljoen euro aan afsluitprovisie terugeiste.

De ingrijpende veranderingen hebben ook hun weerslag op de waarde van de bedrijven. Intermediairs die hun bedrijf willen verkopen – vaak is het een pensioenvoorziening – stuiten op gewijzigde waarderingsregels.

‘Bij overnames zijn niet provisie-inkomsten maar het rendement leidend geworden. Financiers zijn kritischer geworden’, zegt Wim Oeben, bedrijfstaxateur bij Dullemond Bedrijfsadvies.

Ook de samenstelling van de portefeuille weegt zwaarder dan eerder. Als er veel woekerpolissen in zitten, wordt de waarde volgens Oeben een stuk minder. ‘Het is een kopersmarkt geworden. In vergelijking met acht jaar geleden is de prijs van intermediaire bedrijven met 30 tot 40% gedaald.’

bron: Het Financieele Dagblad

Nov 19

Subsidie op schuld verdwijntDe regeling voor hypotheekrenteaftrek gaat binnen enkele jaren op de helling. Dat voorziet minister Bos (Financiën). Volgens de PvdA-bewindsman draait een volgend kabinet de bestaande regeling de nek om

Mijn voorspelling is dat het huidige systeem van hypotheekrenteaftrek het volgende kabinet niet zal overleven”, zo zei Bos gisteren op de Universiteit van Amsterdam, waar hij sprak in zijn hoedanigheid van minister.

Hoewel verkiezingen in uiterlijk 2011 zullen uitmaken of de PvdA überhaupt in een volgend kabinet plaats mag nemen, zijn de uitlatingen saillant aangezien dit kabinet studeert op miljardenbezuinigingen om het huishoudboekje van het rijk weer op orde te brengen.

zie ook:  YouTube  – hypotheekrenteaftrek

Door de economische crisis moet een tekort van jaarlijks circa 35 miljard euro worden weggewerkt. Ambtelijke werkgroepen zoeken daarom voor het kabinet naar forse kostenbesparingen. De hypotheekrenteaftrek wordt ook onder de loep genomen, zei het kabinet eerder al.

Bos benadrukt dat een ingreep in de aftrek alleen geleidelijk kan verlopen omdat de huizenmarkt anders in ’chaos’ wordt gestort. „We moeten wel uitkijken, het moet zorgvuldig gebeuren omdat de woningmarkt zeer snel reageert op wat mensen verwachten dat er met hun huis en hun vermogen gebeurt”, aldus Bos. Dat geldt volgens hem ook voor de gelijktijdige ingrepen in de huursubsidie.

Het beperken van de fiscale aftrek voor woningen is een lang gekoesterde wens van zijn PvdA. In het laatste verkiezingsprogramma uit 2006 staat dat de maximale aftrek moet worden teruggebracht van 52 naar 42 procent.

Geschokt

Bij de VVD is geschokt gereageerd op de uitspraken van Bos. „Een compleet fout signaal”, reageert VVD-Kamerlid Remkes. „Over afschaffen van zo’n belangrijke maatregel voor mensen begin je niet midden in de crisis en zeker niet nu de huizenmarkt instabiel is. Een grote fout.”

bron:   Telegraaf.nl

Nov 18

Banken verwachten dat de woningmarkt in 2010 aantrekt.

De huizenprijzen zullen weer stijgen en het aantal afgesloten hypotheken neemt weer toe, verwachten ABN Amro en Nederlands grootste hypotheekverstrekker Rabobank.

zie ook: Huiseigenaren massaal in problemen

Martijn de Jong TennekesMisschien valt het aantal transacties nog bescheiden uit, maar dat komt doordat we van heel ver komen”, zegt

woningmarkteconoom Martijn de Jong-Tennekes van de Rabobank. Hij verwacht dat de prijzen in de loop van 2010 omhoog gaan. Hij baseert zich op een prijsanalyse die hij heeft uitgevoerd van organisaties die huizenprijzen publiceren, zoals makelaarsvereniging NVM en het Kadaster.

zie ook: Vrees je ontslag? Dan koop je nu niet

Hij wordt bijgestaan door hoofdeconoom Han de Jong van ABN Amro. Volgens De Jong is de economische recessie zwaar overschat. “De productie daalde veel harder dan de consumptie. Daardoor hebben bedrijven ingeteerd op hun voorraden.” De bankeconoom meent dat bedrijven weer meer moeten produceren, wat positief is voor de werkgelegenheid en dus ook voor de woning- en hypotheekmarkt.

zie ook: ING Economisch Bureau: Wachten met uitgeven

Hoewel ABN Amro en Rabobank geen exacte cijfers noemen, zijn de bankeconomen beduidend positiever dan onafhankelijke woningmarktdeskundigen. Johan Conijn, hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, verwacht dat de huizenprijs en de hypotheekmarkt op korte termijn aantrekt. “Op de langere termijn verwacht ik echter een afkalvende groei. “

bron: PZC

Nov 17

 

NHG Logo

 

Het tarief voor de Nationale Hypotheek Garantie gaat per 1 januari 2010 fiks omhoog. Een huizenkoper betaalt dan 0,55 procent van de koopprijs als borgtochtprovisie, in plaats van 0,45 procent. Oftewel een verhoging van ruim 22 procent.

De borgtochtprovisie is het bedrag dat de huizenkoper betaalt aan het Waarborgfonds Eigen Woning (WEW). Reden van de verhoging is dat het WEW verwacht dat er door het economisch slechte tij meer aanspraken gedaan zullen worden op het fonds.

Het tarief is nu nog 0,45 procent. Wie na 1 januari bijvoorbeeld een huis koopt van 300.000 euro is met het nieuwe percentage dus 300 euro meer kwijt.

Gebruik NHG
Wie een huis koopt met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) betaalt een borgtochtprovisie aan WEW. Dat geld wordt gebruikt om de eventuele restschuld bij de bank af te betalen in het geval van gedwongen verkoop. In ruil voor deze zekerheid krijgt de huizenkoper een lagere hypotheekrente.

In juli 2009 werd de NHG-garantie tijdelijk opgerekt van 265.000 euro naar 350.000 euro. Deze verhoging blijft ook in 2010 van kracht.

bron: Z24.nl

Nov 16
vngRuim negen op de tien gemeenten verhogen in 2010 de tarieven voor de onroerendezaakbelasting (ozb). Huiseigenaren profiteren daarom niet van de lagere woz-waarden.

Een in opdracht van Binnenlands Bestuur gehouden enquête door de Nederlandse vereniging voor gemeentebelastingen (Nvvgb) onder haar 280 leden leert dat slechts een kleine minderheid de tarieven voor de onroerendezaakbelasting volgend jaar niet verhoogt – zelfs niet met de inflatiecorrectie.

De gemeenten die de tarieven verhogen, doen dat voornamelijk als gevolg van de dalende huizenprijzen (de waarden vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende zaken – woz). Door de ozb-tarieven te laten stijgen, compenseren ze als het ware de verliezen door de dalende woz-waarde. ‘Uiteindelijk zal de hoogte van de aanslag op macroniveau gelijk blijven’, vermoedt Nvvgb-voorzitter Walther Burg.

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn burgers veelal niet bekend met de wijze waarop de ozb-tarieven tot stand komen. ‘Men gaat ervan uit dat een stijgende woz-waarde automatisch leidt tot een hogere ozb-aanslag en andersom. Maar in de praktijk komt het erop neer dat de hoogte van de tarieven afhankelijk is van de gemeentelijke financiële begroting voor het komende jaar’, aldus de VNG.

‘De gebruikelijke praktijk van de afgelopen jaren is dat bij een stijgende woz-waarde de ozb-tarieven worden verlaagd. Maar bij een dalende wozwaarde stijgen de ozb-tarieven.’ De koepelorganisatie spreekt in dat verband van ‘communicerende vaten’.

Toeristenbelasting

Uit de enquête blijkt verder dat van de 75 respondenten de meeste gemeenten bij de raming van de ozb-inkomsten geen rekening houden met een eventuele afname van het zogeheten nominale accres in verband met de dalende nieuw- en verbouwactiviteiten als gevolg van de economische crisis. Ruim twee op de drie gemeenten neemt dat niet als uitgangspunt bij de vaststelling van de ozb-tarieven. Een meerderheid van de gemeenten blijkt volgend jaar ook de toeristen-, honden-, precario- en reclamebelasting te verhogen.

Van de gemeenten die toeristenbelasting heffen, geeft 60 procent aan, die tarieven te verhogen. Bij de honden- en precariobelasting ligt dat op 70 procent. In 63 procent van de gemeenten gaat de reclamebelasting omhoog. De verhoging van de tarieven vindt volgens Walther Burg over het algemeen plaats door de doorberekening van de inflatiecorrectie. ‘Waar de tarieven met meer dan de inflatie worden verhoogd, ligt dat in een bandbreedte tussen 1,25 en 7 procent’, zegt Burg.De meeste gemeenten gaan ervan uit dat er geen extra inkomensondersteunende maatregelen nodig zijn.

Ruim 80 procent van de gemeenten denkt te kunnen volstaan met reguliere instrumenten als kwijtschelding. Waar wel extra inkomensondersteunende maatregelen worden getroffen, liggen die in de sfeer van intensivering minimabeleid, uitgestelde betaling voor de bouwleges, invoering van kwijtschelding voor kleine zelfstandigen, maatregelen via schuldhulpverlening, intensivering van bestaande maatregelen en het extra onder de aandacht brengen ervan en automatische kwijtschelding voor uitkeringsgerechtigden en aow’ers gedurende vijf jaar.

bron: Binnenlands Bestuur

Nov 16

veghelDe strijd van de VVD tegen hogere prijzen voor bouwgrond heeft tijdens de gemeenteraadsvergadering over de programmabegroting afgelopen donderdag niets opgeleverd. De politieke partij diende een amendement in, maar kreeg alleen de SP mee. Dit betekent dat in 2010 de grondprijs voor zowel de woningbouw als voor industrieterreinen met zes procent stijgt.

Bräuner, fractievoorzitter VVD, vindt een dergelijke verhoging onverantwoord in het huidige economische klimaat. “De hele bouwsector ligt op zijn gat en de vooruitzichten zijn slecht”, benadrukt Bräuner. “De gemeente kan de crisis niet oplossen, maar de stijging van grondprijzen hebben we wel in eigen hand. Een verhoging zal betekenen dat verkoop van grond en daarmee de bouw van woningen en industrie verder zal stagneren. Wat ook weer gevolgen heeft voor de werkgelegenheid.”

zie ook: Regio Veghel loopt in Brabant voorop qua groei van werkloosheid

Frans Zegers - CDA VeghelOerlemans van SP vindt de hogere grondprijzen ook niet aan te raden. “Er moeten betaalbare woningen in Veghel komen voor starters en voor de 26.000 mensen die in Veghel werken. Woningen voor maximaal 150.000 euro in plaats van 240.000. Verhoging van de grondprijzen helpt hier niet aan mee.”
Toch denkt de rest van de partijen er anders over. CDA-fractievoorzitter Zegers vindt hogere prijzen wel terecht. “Grond wordt nu eenmaal steeds schaarser.” Na stemming in de raad wordt besloten het amendement van de VVD af te wijzen en dus de verhoging van grondprijzen met zes procent door te laten gaan.

bron:  Kliknieuws.nl

Nov 16

De gemeente Doetinchem gaat onderzoeken of erfpacht een middel kan zijn bij woningbouw in Doetinchem. GroenLinks deed het voorstel dat de gemeenteraad in grote meerderheid heeft overgenomen.

Bij erfpacht blijft de gemeente of andere grondbezitter eigenaar van de bouwgrond. De huizenkoper hoeft alleen te betalen voor de woning die hij of zij bouwt. Daarnaast betaalt de huizenbezitter jaarlijks een pacht voor de grond waar zijn of haar huis op staat.

Volgens GroenLinks is erfpacht een stimulans voor met name starters om een huis te kopen. Omdat het een stimulans is zullen meer mensen gebruik maken van de regeling. Dat betekent dat er meer gebouwd kan worden en zo zullen meer bouwvakkers aan het werk blijven of geholpen worden, is de gedachte van GroenLinks.

Het college zal voor het eind van het jaar zijn bevindingen over erfpacht aan het papier toevertrouwen. Dan zal het college ook onderzocht hebben welke erfpachtconstructie voor zowel de gemeente als de erfpachter het beste is.

bron:  Gelderlander

Nov 15

Nederland kruipt op dit moment weliswaar uit de economische recessie, maar er zijn nog tegenslagen te verwachten. Voorzitter van De Nederlandse Bank, Nout Wellink zei dit in Buitenhof. Hij waarschuwde dat de werkloosheid tot 2011 nog zal toenemen. En de pijn van het fors toegenomen begrotingstekort zal de Nederlandse bevolking in de toekomst zeker gaan voelen omdat er op een aantal terreinen bezuinigd moet gaan worden. Hij noemde volkshuisvesting expliciet.

In 2006 zij Wellink al dat de hypotheekrente-aftrek de markt verstoort. Aan het oorspronkelijke doel van de regeling, het stimuleren van het eigen huizenbezit, draagt de regeling al lang niet meer bij, stelt Wellink. “Waar het op neerkomt, is dat mensen die een huis bezitten aan elkaar de bonus van de hypotheekrenteaftrek doorschuiven. Voor hen is er geen probleem. Maar starters op de woningmarkt komen hier niet meer tussen, of zij moeten zich diep in de schulden steken om die bonus te betalen.”

Nout Wellink in Buitenhof

bron: Buitenhof, nu.nl

Nov 15

De gevolgen van de crisis lijken mee te vallen. Maar dat is slechts schijn, aldus de Amsterdamse econoom De Beer. Een toekomst waarin de werkloosheid structureel zal oplopen ligt meer voor de hand. Onorthodoxe maatregelen zijn nodig, zoals een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting, een ‘eenmalig pardon’ voor oudere werknemers om vervroegd uit te treden en een reële loondaling.

Crisis lijkt mee te vallen
Iedere maand brengen de laatste werkloosheidscijfers van het CBS een zucht van verlichting teweeg. We mogen dan de diepste economische recessie sinds mensenheugenis doormaken, tot nu toe valt daar eigenlijk weinig van te merken. Het beleid om de gevolgen van de crisis te verzachten lijkt daarmee opmerkelijk succesvol. Zo zitten er zo’n 30.000 werknemers in de deeltijd-WW, die anders wellicht ontslagen zouden zijn. Het feit dat de overheid niet plotseling op de bezuinigingsrem heeft getrapt, maar het begrotingstekort fors laat oplopen, scheelt ook duizenden banen. Verder hebben veel schoolverlaters besloten om nog een tijdje door te leren in plaats van zich bij het loket van het UWV Werkbedrijf te melden. Daarnaast blijft veel werkloosheid verborgen, doordat zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) die hun opdrachten zien teruglopen, zich niet onmiddellijk als werkloze melden – ze hebben immers toch geen recht op een werkloosheidsuitkering – maar simpelweg een terugval in hun inkomsten accepteren. Dat geldt mogelijk ook voor veel flexwerkers die vanwege hun korte en onregelmatige arbeidsverleden geen aanspraak maken op een WW-uitkering.

Niet meer dan een dip?
De meevallende werkloosheidscijfers hebben bij velen de indruk doen postvatten dat deze crisis toch niet veel anders is dan een gewone dip, zoals we die elk decennium wel een keer meemaken. Er is momenteel weinig te merken van een gevoel van urgentie. Tekenend daarvoor was dat de regering en de sociale partners het afgelopen half jaar méér oog hadden voor de mogelijkheden van mensen met een zwaar beroep om in 2026 tot 67 jaar door te werken dan voor de huidige arbeidsmarktproblematiek.

Ten onrechte. De werkloosheid zal het komende jaar sterk oplopen. Ga maar na. De economie krimpt dit jaar met bijna vijf procent, terwijl de werkgelegenheid nauwelijks daalt. Veel bedrijven draaien met hetzelfde personeelsbestand dus een aanzienlijk lagere omzet en teren fors in op hun reserves. Dat kun je misschien een jaartje volhouden, maar geen twee jaar. Als de economie komend jaar niet fors aantrekt, zullen veel bedrijven zich alsnog gedwongen zien massaal personeel te ontslaan. Te meer doordat in veel bedrijven de deeltijd-WW afloopt en de buffer van zzp’ers en flexwerkers inmiddels is verdwenen. Er zit dan niets anders op dan in het vaste personeel te snijden. Ook als de economie volgend jaar stabiel is of licht groeit, moeten we er serieus rekening mee houden dat honderdduizenden mensen hun baan zullen verliezen. De werkloosheid zal dan omhoog schieten naar acht procent of meer van de beroepsbevolking.

Maar, zo valt regelmatig te beluisteren, die werkloosheid zal van korte duur zijn. Door de vergrijzing en de krimp van de beroepsbevolking ontstaan er over een paar jaar juist tekorten aan arbeidskrachten. Als de economie aantrekt, zal de werkloosheid snel dalen en hebben we iedereen weer hard nodig. Reden te meer om iedereen die nu even aan de zijlijn staat, startklaar te houden om weer direct te kunnen invallen zodra de werkgelegenheid zich herstelt. Om twee redenen is deze verwachting veel te optimistisch.

Gevolgen crisis domineren gevolgen vergrijzing
In de eerste plaats valt het effect van de vergrijzing in het niet bij dat van de crisis. De beroepsbevolking zal de komende tien jaar met hooguit 20.000 personen per jaar krimpen. Het verlies aan banen als gevolg van de crisis bedraagt echter minimaal het tienvoudige hiervan. We hebben dus tien jaar krimp van de beroepsbevolking nodig om de gevolgen van de crisis te compenseren. Een fors economisch herstel kan deze periode weliswaar verkorten, maar uitgaande van het patroon van eerdere recessies zal het zeker een jaar of zes, zeven duren voor de werkloosheid weer naar het lage niveau van 2008 is teruggekeerd. We kunnen ons dus beter maar voorbereiden op een langdurige periode van hoge werkloosheid.

Arbeidsvraag past zich aan
In de tweede plaats is het ook op langere termijn zeer de vraag of we te maken zullen krijgen met structurele krapte op de arbeidsmarkt. Deze verwachting was vorig jaar voor de commissie-Bakker reden om te pleiten voor een forse verhoging van de arbeidsparticipatie om toekomstige tekorten aan arbeidskrachten te voorkomen. Een boodschap die veel beleidsmakers en politici met grote regelmaat herhalen. Zij gaan er echter ten onrechte van uit dat de vraag naar arbeid (het aantal banen) en het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Als dat waar zou zijn, zouden landen of regio’s met een krimpende beroepsbevolking een lagere werkloosheid hebben dan landen of regio’s met een groeiende beroepsbevolking. Dat blijkt echter niet het geval te zijn. Integendeel, er is eerder sprake van het omgekeerde. Daarvoor zijn twee verklaringen: een krimpende (beroeps)bevolking gaat doorgaans samen met een afname van de vraag naar goederen en diensten, simpelweg doordat er minder consumenten zijn. Bovendien trekken bedrijven naar die gebieden waar het meeste geschikte arbeidsaanbod is. De banen volgen dus de mensen. Er is daarom geen reden om te verwachten dat er na de crisis een periode van structurele krapte op de arbeidsmarkt zal volgen. En evenmin een periode waarin de werkloosheid tot het verleden zal behoren. Integendeel, het probleem van hardnekkige werkloosheid, dat zo typerend was voor de jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig, is weer helemaal terug en zal ons voorlopig ook niet meer verlaten.

Geen besef van urgentie
In dit licht bezien is het gebrek aan besef van urgentie bij de overheid en de sociale partners zorgelijk. Zij lijken op het konijn dat als aan de grond genageld in de koplampen van een aansnellende auto kijkt. Het ware te wensen dat zij hun meningsverschil over de AOW even vergeten om de koppen bij elkaar te steken en te bezien hoe een scherpe toename van de werkloosheid valt te voorkomen. Daarvoor zijn waarschijnlijk onorthodoxe maatregelen nodig, zoals een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting, een ‘eenmalig pardon’ voor oudere werknemers om vervroegd uit te treden en een reële loondaling. De uitkeringsinstanties – het UWV en de gemeentelijke sociale diensten – zullen scherpe prioriteiten moeten stellen omdat zij niet al hun cliënten een reëel perspectief op werk kunnen bieden. Anders dan Divosa, de vereniging van sociale diensten, in haar op 12 november gepubliceerde monitor bepleit, is het niet zinvol re-integratieactiviteiten in een periode van crisis te richten op de meest kwetsbare groepen, die ook in economisch gunstiger tijden al weinig kans maakten. Aan hen valt op dit moment weinig anders te bieden dan sociale bescherming – inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, vrijwilligerswerk. Het zal al moeilijk genoeg zijn om te voorkomen dat degenen die nu hun baan verliezen langdurig aan de kant blijven staan.

In de jaren tachtig duurde het lang voordat de ernst van de crisis tot politici en sociale partners doordrong. Daardoor kwamen veel maatregelen te laat. We zullen een kwart eeuw later die fout toch niet herhalen?

* Dit is een verkorte versie van de lezing die de auteur op 12 november heeft gehouden voor het VNG-Divosa-congres ‘Meer dan ooit! Kansen verbinden’.

bron:   MeJudice

Nov 15

Schuldenmachine in AssenAls het aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen ligt wordt de starterslening met ingang van 1 januari 2010 verruimd door de maximale koopsom en het te lenen bedrag te verhogen. Bovendien kunnen ook mensen die nog niet in Assen wonen aanspraak maken op een starterslening als ze naar Assen willen verhuizen. Door zo meer mensen de kans te bieden een huis te kopen wil de gemeente de woningbouw in de stad stimuleren.

Mensen die voor het eerst een huis willen kopen en de financiering niet helemaal rond krijgen, kunnen via de gemeente Assen een starterslening aanvragen. Dit is een tweede hypothecaire lening die het verschil overbrugt tussen het maxiumumbedrag van de Nationale Hypotheek Garantie en de hypotheek.

De starterslening heeft een rentevaste periode van vijftien jaar en de looptijd is maximaal dertig jaar. In de eerste drie jaar hoeven starters geen rente en aflossing te betalen. Als het inkomen hierna onvoldoende is, kan de gemeente de termijn weer met drie jaar verlengen. Dit herhaalt zich driejaarlijks totdat de koper voldoende geld heeft om te kunnen betalen.

De starterslening is in 2007 ingevoerd en bedoeld voor mensen die voor het eerst een woning kopen. Tot nu toe hebben 11 mensen hiervan gebruik gemaakt. Zij hebben in totaal voor een bedrag van bijna 300.000 euro aan leningen gekregen.

Het voorstel is om de starterslening breder in te zetten. Voor koopsom en bijkomende kosten kunnen starters 200.000 euro lenen. Ook het maximumbedrag van de starterslening is met 40.000 een kwart hoger. Daarnaast geldt dat per 1 januari kopers ook de kosten voor woningverbetering van bestaande woningen en meerwerk in nieuwe woningen met de starterslening kunnen betalen. Tot slot kunnen ook mensen die zich van buiten Assen in de stad willen vestigen gebruik maken van de regeling.

bron: Drenthejournaal.nl

Nov 15

Sloop van woningen in Deftzijl

Minister Eberhard van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie trekt 31 miljoen euro uit om onder meer de krimp van Noordoost-Groningen op te vangen.

Dat maakte hij zaterdag bekend op een bijeenkomst in Winschoten. De miljoenen zijn bedoeld om huizen op te kopen en vervolgens te slopen. Dat moet de woningmarkt weer vlot trekken.

In Noordoost-Groningen wonen steeds minder mensen. Veel mensen die hun huis te koop zetten, raken dit aan de straatstenen niet kwijt. Door de huizen op te kopen hoopt de minister twee vliegen in een klap te slaan: de eigenaar is van het huis af en leegstand en verloedering wordt voorkomen.

bron: RTV Noord

Nov 14

Vanwege de druk op de woningmarkt komen Provincie Noord-Brabant en Bouwfonds Ontwikkeling met een uitzonderlijke stimulans. Bij aankoop van een nieuwbouwwoning van Bouwfonds in Noord-Brabant ontvangt de koper gegarandeerd een opbrengst van 95% van de taxatiewaarde van zijn huidige woning.

Het doel van de aktie is duidelijk: de nieuwbouwwoningmarkt weer in beweging krijgen. De Provincie garandeert met de recentelijk geïntroduceerde Brabantse Verkoopgarantie de bestaande woning in te kopen voor 90% van de taxatiewaarde. Geïnteresseerden kunnen zich hiervoor tot 28 februari 2010 aanmelden.

Noord-Brabant is hiermee de eerste provincie in Nederland die een dergelijke stimulans voor de woningmarkt heeft ontwikkeld. De verwachtingen zijn hooggespannen.

Bouwfonds heeft een belangrijke rol gespeeld bij het initiatief van de Brabantse Verkoopgarantie. De ontwikkelaar is namelijk van mening dat deze garantie een zeer zinvolle stap is om de ontstane problemen op de woningmarkt aan te pakken.

De 95% Garantieregeling is van toepassing op alle projecten en woningtypes van Bouwfonds Ontwikkeling in Noord-Brabant, die momenteel in verkoop zijn. Het gaat om appartementen, grondgebonden woningen en vrije kavels in Bergen op Zoom, Boxtel, Cuijck, Den Bosch, Erp, Etten-Leur, Geertruidenberg, Goirle, Halsteren, Nuenen, Oss, Roosendaal, Teteringen en Vught.

bron: Blik op Nieuws.nl

Nov 12

Lenen en consumeren

Een kwart van de Nederlanders spaart nooit en nog eens een kwart spaart alleen als er geld overblijft. De helft van de Nederlanders heeft onvoldoende geld achter de hand om tegenvallers te kunnen opvangen.

zie ook:  Hoe is de Nederlandse consumptie-economie onstaan?

Daarnaast maakt vier van de vijf Nederlanders geen overzicht van de toekomstige uitgaven en houdt een kwart van de Nederlanders nooit bij waar het geld blijft. Nog eens een kwart van de Nederlanders staat iedere maand rood en meer dan een derde heeft een (niet-hypothecaire) lening. Dit blijkt uit het Nibud-onderzoek Geldzaken in de Praktijk dat op donderdag 12 november wordt gepresenteerd tijdens het 30-jarig jubileumsymposium van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.

Het Nibud concludeert dat 3,5 miljoen huishoudens financiële risico’s lopen. Vooral onbezorgde, impulsieve mensen die op vermaak zijn gericht en carrièregerichte mensen die luxe en status belangrijk vinden, bevinden zich financieel gezien vaker in de gevarenzone.

Geen overzicht maakt financieel kwetsbaar
Nooit bijhouden waar het geld blijft, geen begroting maken en alleen sparen als er geld overblijft. Het Nibud is geschrokken van het hoge aantal mensen dat geen inzicht en overzicht heeft over zijn geld en daardoor financieel kwetsbaar is. Zo zegt 20% van de huishoudens geen geld achter de hand te hebben om een grote uitgave, zoals een wasmachine, direct te kunnen betalen.

Vergeleken met de bedragen die het Nibud adviseert achter de hand te hebben, blijkt de helft van de Nederlanders te weinig spaargeld te hebben. Vooral alleenstaanden en alleenstaande ouders hebben moeite met sparen.

Bijna 60% ervaart lening als last
Een kwart van de huishoudens staat maandelijks rood, vooral mensen tussen de 35 en 44 jaar hebben moeite hun inkomsten en uitgaven in balans te houden. Ook heeft meer dan een derde van de Nederlanders een lening. Tweederde van de leners had achteraf gezien liever minder geleend en 58% ervaart de lening als last. Vooral hoge bedragen worden als last ervaren. De meeste mensen lenen voor een auto, een verbouwing of een studie.

Goed omgaan met geld maakt gelukkig
Om financieel zelfredzaam te zijn is het belangrijk dat de inkomsten en uitgaven in balans zijn zodat er geen grote tekorten ontstaan. Bijna 4 op de 10 huishoudens heeft moeite met rondkomen. Mensen die moeite hebben met rondkomen hebben doorgaans weinig overzicht in hun inkomsten en uitgaven, controleren amper hun afschrijvingen en zijn slordig in het ordenen van belangrijke papieren.

Het onderzoek Geldzaken in de Praktijk toont duidelijk aan dat grip, inzicht en overzicht over de financiën belangrijk zijn om financieel zelfredzaam te zijn. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat mensen die goed omgaan met geld gelukkiger zijn dan mensen die dat niet doen.

Onbezorgde, impulsieve mensen en carrièregerichte individualisten
Het Nibud maakt zich het meest zorgen om twee type consumenten: de onbezorgde, impulsieve consument die vooral streeft naar een plezierig comfortabel leven en de carrièregerichte individualist die gericht is op status, risico en spanning. Zij zijn financieel kwetsbaar door hun overtuigingen en waarden ten aanzien van geld. De onbezorgde consument geeft makkelijk geld uit, heeft relatief veel schulden en betalingsachterstanden en weinig spaargeld. Hij heeft vaak een laag inkomen en heeft moeite met rondkomen.

De carrièregerichte individualist heeft ook moeite met rondkomen maar heeft een gemiddeld inkomen. Hij vindt luxe belangrijk en laat zich gemakkelijk verleiden bepaalde uitgaven te doen. Hij is consumptiegericht en is geneigd boven zijn stand te leven. Hij heeft vaker schulden en geen spaargeld

3,5 miljoen huishouden lopen financiële risico’s
Het hoge aantal huishoudens, 3,5 miljoen, dat het risico loopt om financiële tegenvallers niet te kunnen opvangen baart het Nibud zorgen. Zeker in deze economisch onzekere tijd, waarbij banen op de tocht staan, is de kans groot dat het aantal mensen met geldproblemen stijgt.

Naast de al bekende risicogroepen, zoals huishoudens met een laag inkomen, gaat het Nibud zich ook speciaal richten op de onbezorgde, impulsieve consument en de carrièregerichte individualist. Het instituut hoopt met andere partijen, zoals banken, beleidsmakers, scholen en overheden, veelal vertegenwoordigd in het platform CentiQ waartoe ook het Nibud behoort, een manier te vinden om bij deze groepen een bewustzijn te creëren voor de financiële risico’s die zij lopen.

Consumenten die vragen hebben over hun eigen financiën kunnen Nibud bellen met het gratis Nibud-nummer, 0800 — 221 21 21. Iedere werkdag zitten daar voorlichters klaar om mensen met hun geldvragen te helpen.

Achtergronden bij het onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd met een digitale vragenlijst. De respondenten zijn afkomstig van het StemPunt-panel van het onderzoeksbureau Motivaction. In totaal hebben in mei 2009 1244 personen aan dit onderzoek deelgenomen.

Download het onderzoeksrapport ‘Geldzaken in de praktijk’ (pdf)

bron: Blik op Nieuws.nl

Nov 12

Kredietbeoordelaar Moody’s heeft zijn oordeel voor vijf paketten met daarin hypotheken en consumentenkredieten van de failliete DSB Bank verlaagd. Moody’s zei woensdag in een toelichting risico’s te zien dat de betalingen aan de investeerders in de paketten verstoord zal worden.

DSB is voorlopig nog verantwoordelijk voor de inning van rentebetalingen en aflossingen en moet de gelden doorsluizen aan de investeerders. Uiteindelijk zal deze taak worden overgenomen door andere partijen die daarvoor zijn gecontracteerd.

Zolang het echter nog niet zover is, ziet Moody’s risico’s voor investeerders. De kredietbeoordelaar noemde allereerst verlate betaling. Ook bestaat het gevaar dat voor investeerders belangrijke informatie over onder meer betalingsachterstanden niet tijdig wordt aangeleverd.

De investeringsvehikels van DSB hebben namen als Chapel en Monastery. In totaal gaat het om 1,9 miljard aan uitstaande leningen. De kredietbeoordeling ging van AAA, de hoogste beoordeling, twee stappen omlaag naar Aa2.

bron: AFN

« Previous Entries Next Entries »