
Hieronder een artikel uit het NRC Handelsblad van 8 juli 2002.
Gestegen huizenprijzen, een vriendelijk fiscaal regime voor woningbezitters en soepele voorwaarden bij banken hebben er de afgelopen jaren toe geleid dat Nederlanders zich steeds dieper in de hypotheekschulden steken. Met name jonge huizenbezitters zijn kwetsbaar.
Het nieuwe huis is pas vijf jaar oud, maar toch wilde Jeroen van Bilsen uit Helmond een nieuwe keuken, een andere badkamer en een nieuwe laminaatvloer. Ook de muren moesten flink onder handen genomen worden. ,,Smaken verschillen natuurlijk, maar de muren waren in alle kleuren van de regenboog geschilderd, een deel was niet gestuct en de keuken was wel heel primitief.”
Van Bilsen (31), marketeer bij een IT-bedrijf, is starter op de woningmarkt. Hij kocht onlangs met zijn partner voor 215.000 euro zijn eerste huis. Hij nam een fors hogere hypotheek om behalve de notaris en de overdrachtsbelasting ook de verbouwing te financieren. In totaal leende Van Bilsen 260.000 euro. ,,Dat kon omdat de geldverstrekker bereid was maximaal 125 procent van de waarde ná de verbouwing te financieren.”
Daarmee zat hij ook wel zo’n beetje aan zijn maximum. Om de maandlasten te drukken, leende hij ongeveer een derde aflossingsvrij. De rest zit in een beleggingshypotheek. Van Bilsen en zijn vriendin zijn beiden ongeveer een derde van hun inkomen kwijt aan de hypotheek. ,,Dat is een hoop geld”, geeft hij toe, ,,maar we hoeven er niet krom voor te liggen. Bovendien staan we aan het begin van onze loopbaan, dus we verwachten dat we wel meer gaan verdienen.”
Van Bilsen staat model voor de woonconsument zoals die naar voren komt uit de onlangs verschenen studie van De Nederlandsche Bank over de vermogensaanwas bij particulieren. Nederlanders kopen steeds vaker een huis, ze sluiten daarvoor steeds hogere hypotheken af en ze nemen daarbij steeds meer risico. Het Bureau Krediet Registratie meldde gisteren dat het aantal mensen met een betalingsachterstand op hun hypotheek ,,schrikbarend” stijgt.
Iets meer dan de helft van alle huishoudens heeft een eigen huis. Zo’n driekwart van alle afgesloten hypotheken is een ‘tophypotheek’, waarbij het geleende bedrag hoger is dan de aankoopprijs van de woning. Van de 300 miljard euro aan uitstaande hypotheken is minder dan een tiende gefinancierd met een traditionele lineaire of annuïteitenhypotheek. In fiscaal aantrekkelijkere hypotheekvormen als de spaar- en beleggingshypotheek zit resp. 33 en 20 procent van de nationale hypotheekschuld. Veertig procent bestaat zelfs uit aflossingsvrije hypotheken, waarbij de schuld aan het einde van de looptijd nog net zo hoog is als aan het begin. Zij gaan ervan uit dat de waarde van het huis minimaal gelijk blijft en in het beste geval stijgt, zodat bij verkoop in elk geval de hypotheek afbetaald kan worden. Wanneer zij hun huis echter tegen een lagere prijs moeten verkopen, door onvoorziene omstandigheden of omdat de huizenprijzen zijn gedaald, blijven zij met een restschuld zitten.
In het slechtste geval kom je nooit meer van zo’n schuld af, zegt een makelaar die liever niet met zijn naam in de krant wil. ,,Vorig jaar had ik nog te maken met een jong stel dat samen een huis van zo’n 650.000 euro kocht. Kort daarna werd hij verliefd op een ander en moest het huis verkocht worden. Nu zitten ze allebei diep in de schulden.” Ook mensen die een groter huis kopen zodra ze kinderen krijgen, overschatten vaak hun financiële mogelijkheden. ,,Ze staan er niet bij stil dat kinderen veel geld kosten, vooral als ze ouder worden.” Banken zijn volgens hem veel te soepel met hoge hypotheken. ,,Mensen krijgen soms hypotheken van zes keer hun jaarinkomen, of ze gebruiken het volledige inkomen van één van beide partners voor de hypotheek. Dat is absoluut onverantwoord. Vier keer het jaarinkomen is echt maximaal.”
Volgens directeur Anton van den Bol van Hypotheekvisie, een keten van hypotheekadviseurs (,,Wij ‘verplaatsen’ jaarlijks zo’n drie miljard gulden”) valt het best mee met die te hoge hypotheken. ,,Het gaat vooral om iemands risicoperceptie. Hoe comfortabel voelt hij zich bij een bepaalde hypotheek?” Hoe hoog een hypotheek kan zijn, hangt volgens Van den Bol van veel factoren af. ,,Een hoge aflossingsvrije hypotheek hoeft geen bezwaar te zijn. Bij iemand met een goede opleiding en een huis op een mooie lokatie kan dat best. Je moet kijken naar het toekomstperspectief van zo iemand. Hoe ziet zijn carrièreverloop eruit? Ligt er nog een grote erfenis in het verschiet?”
Van den Bol ziet weinig in een ouderwetse annuïteitenhypotheek, die in dertig jaar het huis afbetaalt. ,,Met zo’n hypotheek leef je arm en sterf je rijk. Dat is net zoiets als blind de hypotheek nemen met de laagste rente. Dat vind ik klanten lokken met spiegeltjes en kraaltjes.” Van den Bol ziet geen bezwaar in verstrengeling van zaken als hypotheek, beleggingen en pensioenopbouw. ,,Die kunnen elkaar heel goed aanvullen. Je kunt bijvoorbeeld best je hypothecaire lening en een spaar- of beleggingspot voor later scheiden. Dan kun je altijd nog zien of je dat geld gebruikt om de hypotheek af te lossen, of als aanvulling op je pensioen.”
Mede door dit soort hybride hypotheekvormen worden huishoudens steeds afhankelijker van ontwikkelingen op de woningmarkt en het klimaat op de beurs. Wie niet over reserves beschikt, is met zijn hoge hypotheekschuld al snel financieel kwetsbaar, constateert De Nederlandsche Bank. Dit geldt met name voor jonge huizenbezitters.
Deels is dat ook de schuld van de overheid, die het kopen van een eigen huis fiscaal aantrekkelijk heeft gemaakt. Geldverstrekkers hebben hieraan bijgedragen door de voorwaarden voor hypotheken te versoepelen en de maximale bedragen te verhogen. Ook de door de gestegen huizenprijzen ontstane mogelijkheid om een hypotheek te nemen op de overwaarde van je huis heeft ervoor gezorgd dat men zich dieper in de schulden steekt.
Sinds medio jaren negentig heeft ruim een derde van de woningbezitters een deel van de overwaarde van hun huis verzilverd en gebruikt voor verbouwingen, vakanties, auto’s en wasmachines. Eén op de zeven huishoudens maakte de volledige overwaarde te gelde. In totaal incasseerden zij zo’n 33 miljard euro. Met name in 1999 en 2000 is hier veel gebruik van gemaakt, omdat het nieuwe belastingstelsel de mogelijkheden hiertoe fors beperkte. Sindsdien kun je nog wel een hypotheek nemen op de overwaarde, maar is de rente alleen aftrekbaar als het geld in het huis wordt geïnvesteerd.
Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) wijst consumenten op het risico van een te hoge hypotheek. ,,Voor je een hypotheek neemt, moet je beoordelen hoeveel lasten je kunt dragen. Het is niet de bedoeling dat je, na aftrek van de hypotheeklasten, een inkomen op bijstandsniveau overhoudt”, zegt Hanke Boer van het NIBUD. ,,Veel mensen kijken vooral hoeveel ze maximaal kunnen lenen. Maar ze moeten juist kijken hoeveel ze maximaal kunnen betalen zonder in problemen te komen.” Volgens haar staan maar weinig mensen stil bij de vraag of ze de lasten nog kunnen opbrengen als ze werkloos of arbeidsongeschikt worden. ,,Vaak gaat het zo dat als mensen een huis hebben gezien dat ze graag willen hebben, ze alles in het werk stellen om de financiering rond te krijgen. Ze vragen zich te weinig af of die wel past binnen hun budget.”
Floris Groot Bramel (28) zou kunnen doorgaan voor zo’n jonge, kwetsbare huizenbezitter. Zelf ziet hij dat anders. ,,Ik ben jong, alleenstaand en mijn inkomen gaat de komende jaren nog wel stijgen.” Groot Bramel, consulent Werk en Inkomen, kocht onlangs voor 135.000 euro in Almere zijn derde eigen huis. Hij leende 150.000 euro, voor tweederde een spaarhypotheek, de rest aflossingsvrij. ,,Met die combinatie kon ik maximaal lenen”, aldus Groot Bramel, die bijna de helft van zijn inkomen kwijt is aan zijn hypotheek. ,,Ik durf het risico wel aan. Ik heb liever een mooi huis dan een grote auto.” Volgens Groot Bramel had hij ook weinig andere keus. ,,Voor huren ben je ook minimaal 500 euro per maand kwijt. Nu betaal ik wel wat meer, maar bouw ik ook iets op.”
bron: NRC Handelsblad (8 Juli 2002)