Aug 31

In Nederland is het geleende hypotheekbedrag erg hoog in relatie tot het inkomen van de huizenkoper (’Loan to Income Ratio’). Hierdoor kunnen klanten bij een stijgende rente eerder in de financiële problemen komen omdat zij een groot deel van hun inkomen aan rentelasten moeten besteden.

In de laatste verslagen van De Nederlandese Bank heb ik hierover weer wat opvallende uitspraken gevonden:

Hoewel Nederland de grootste hypotheekschuldquote in de EU kent (ruim boven 100% BBP) en bijna één op de vijf huishoudens met een hypotheek een relatief zware hypotheeklast draagt (meer dan 30% van het netto inkomen), de directe kredietrisico’s beperkt zijn.

bron: Overzicht Financiële Stabiliteit in Nederland – maart 2008

Over de Amerikaanse hypotheekmarkt schrijft met dit:

Voor het gemiddelde Amerikaanse huishouden geldt dat de woonlasten in het afgelopen decennium sterk zijn gestegen, tot bijna 14 procent van het beschikbare inkomen. Deze stijging weerspiegelt een forse toename van de hypotheekschuld. Voor subprime huishoudens liggen de woonlasten soms boven de 40 procent van het beschikbare inkomen, zonder dat daar spaargelden tegenover staan.

bron: DNB kwartaalbericht – maart 2008

Ik vind dit nogal tegenstrijdig. Dit heeft niets met de hypotheekrenteaftrek, schaarste, of rentevast periodes te maken… Waarom zijn hier de risico’s hier dan zo beperkt en heet dit in de VS subprime?

Renteperiode woninghypotheken

european-mortage-penetration-GDP-2005

In Spanje, UK, Denemarken, Ierland dalen de huizenprijzen het snelst… Waarom?

 

zie ook: Subprime-problemen ook in Nederland

Aug 29

Jan-Willem Tusveld heeft afgelopen week HuizenZoeker.nl gelanceerd. HuizenZoeker is een overkoepelende zoekmachine, waarop het gehele huizenaanbod van de grote huizensites doorzocht kan worden.

De nieuwe metazoekmachine doorzoekt niet de websites van de individuele makelaars, maar verzamelt het woningaanbod van de verschillende huizensites (Funda, Huislijn, Dimo, Vbo, Era, Remax, Makelaarsland, LMV, Garantiemakelaars) en combineert dit tot een totaaloverzicht.

HuizenZoeker houdt van iedere woning een prijshistorie bij. Elke wijziging van de vraagprijs, vanaf het moment dat de woning op één van de huizensites te koop wordt aangeboden, wordt geregistreerd en weergegeven. Gebruikers van HuizenZoeker kunnen een gratis account aanmaken waarmee ze zoekopdrachten en woningen kunnen opslaan. Bij nieuw woningaanbod of (prijs)wijzigingen van een woning wordt de gebruiker automatisch per e–mail op de hoogte gesteld. Ook kan het adres van een droomhuis opgegeven worden, waarna de gebruiker een e-mail ontvangt zodra dit huis te koop wordt aangeboden.

Bij de ontwikkeling van HuizenZoeker is rekening gehouden met de aanbevelingen uit een onlangs verschenen onderzoek van de Vereniging Eigen Huis over de bestaande huizensites. “Een huizensite moet niet alleen een compleet en actueel aanbod laten zien, maar ook goede zoekmogelijkheden bieden en de site moet vooral snel zijn”, aldus de Vereniging Eigen Huis. Het woningaanbod op HuizenZoeker wordt dagelijks ververst. De consument kan na een zoekopdracht de resultaten gemakkelijk filteren op verschillende eigenschappen, zoals: wijk, aantal kamers en woonoppervlakte.

Het bedrijf wil geld verdienen met het plaatsen van advertenties en het genereren van leads voor hypotheekverstrekkers.

huizenzoeker.nl -huizen metazoekmachine

Aug 29

Naast huishoudens hebben ook banken een groot belang in de huizenmarkt. Woninghypotheken beslaan meer dan 20% van hun geconsolideerde balans.

In essentie bestaan er vier factoren die de kwetsbaarheid van het bankwezen voor huizenprijsontwikkelingen bepalen.

  1. het wanbetalingrisico op hypotheken
  2. de ‘loan to value’-ratio
  3. de mate waarin banken eventuele verliezen op hun hypotheekportefeuille zonder problemen kunnen opvangen
  4. In hoeverre banken voor hun inkomsten afhankelijk zijn van de hypothecaire kredietverlening

De eerste is het wanbetalingrisico op hypotheken. Dit risico is met name afhankelijk van de verhouding tussen het besteedbare inkomen van huishoudens en de financieringslasten van de hypotheek. Des te hoger de financieringslasten ten opzichte van het inkomen, des te groter is het wanbetalingrisico bij werkloosheid of het wegvallen van een tweede inkomen.

Een tweede factor is de eerder genoemde ‘loan to value’-ratio, die de onderpandwaarde van een lening bepaalt alsook de hoeveelheid kapitaal die banken moeten aanhouden tegenover hun leningenportefeuille. Ontwikkelingen in de ‘loan to value’-ratio hebben de kwetsbaarheid van het bankwezen voor forse dalingen in de huizenprijzen vergroot. Zo is de ‘loan to value’- ratio op nieuwe hypotheken in de loop der tijd flink toegenomen. Daarbij komt dat tegenwoordig vaker wordt gekozen voor een hypotheekvorm waarvan de financiële risico’s voor huishoudens – en dus ook banken – gedurende de gehele looptijd hoog blijven. Zo hebben huishoudens die 20 jaar geleden een woning kochten, in meer dan de helft van de gevallen een lineaire-, annuïteiten- of spaarhypotheek. Naarmate de resterende looptijd bij deze hypotheekvormen verstrijkt, wordt het financiële risico geleidelijk kleiner, door periodieke afbetalingen. Huishoudens die in 2001 en 2002 een woning kochten daarentegen, hebben in meer dan 80% van de gevallen een aflossingsvrije hypotheek (waarbij de hypotheekschuld gedurende de gehele looptijd onverminderd hoog blijft), of een leven/beleggingshypotheek (waarbij in aandelen wordt belegd, zodat de uiteindelijke aflossing onzeker is).

Een derde factor is de mate waarin banken eventuele verliezen op hun hypotheekportefeuille zonder problemen kunnen opvangen. Omdat de solvabiliteit van het Nederlandse bankwezen zich, dankzij een daarop gericht beleid van de banken, al jaren ruimschoots boven het vereiste Bazelse minimum bevindt, beschikken banken over buffers waarmee zij onverwachte verliezen kunnen opvangen.

Tot slot is relevant in hoeverre banken voor hun inkomsten afhankelijk zijn van de hypothecaire kredietverlening. Hier spelen twee ontwikkelingen. Enerzijds zijn sinds het begin van de jaren negentig de niet-rentebaten voor banken relatief belangrijker geworden, al is hier recent enige kentering in waar te nemen. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat binnen de rentebaten een groter aandeel afkomstig is van hypotheken. Het aandeel van de hypothecaire kredietverlening in de totale bancaire kredietverlening is in het afgelopen decennium immers toegenomen terwijl de hypotheekrente minder sterk is gedaald dan de rente op overige kredietvormen. Per saldo lijkt de afhankelijkheid van inkomsten uit de hypothecaire kredietverlening de laatste jaren ietwat te zijn toegenomen. Al met al zijn de financiële risico’s voor gezinnen en banken door de afkoeling van de huizenmarkt toegenomen. Daarbij speelt dat ‘loan to value’-ontwikkelingen en de keuze van hypotheekvorm de kwetsbaarheid in de loop der tijd hebben vergroot.

bron:dnb.nl

Aug 28

Rabobank houdt rekening met een daling van de huizenprijzen. Dit zegt Rabo-bestuursvoorzitter Bert Heemskerk in een toelichting op de halfjaarcijfers. ‘Je kunt niet uitsluiten dat we de komende jaren een heel lichte correctie krijgen.’

Heemskerk benadrukt dat er geen reden is zwaar pessimistisch te zijn. ‘Er is in Nederland weinig speculatie geweest en ook hebben veel mensen gekozen voor een lange rentevaste periode.’

Rabobank is veruit de grootste speler op de hypotheekmarkt met een aandeel van 30%. Bij de economische neergang in 2002 voorspelde de bank als een van de weinige met succes dat er geen prijsdaling zou komen. Nu is de bank veel voorzichtiger vanwege de oplopende rente.

Rabo stelde onlangs al in een rapport de verwachtingen over de huizenprijzen naar beneden bij. Daarbij ging de bank uit van een gemiddelde stijging dit en volgend jaar met 2,5% tegen 3% in een eerder rapport. In de VS, Engeland, Ierland en Denemarken zijn de huizenprijzen het afgelopen jaar gedaald. In Nederland was er een stijging van 2,4%.

De vastgoeddochter van Rabobank lijdt onder de marktverslechtering. Over de eerste zes maanden werden 3384 woningen verkocht, tegen 5677 een jaar eerder.

bron FD.nl

Zo ziet u maar weer dat het bij de Rabobank allemaal erg dynamisch is. Binnen een paar maanden tijd van 3% naar 2,5% naar een een heel lichte daling… Lekker geloofwaardig allemaal.

Adviezen en verwachtingen zijn altijd OpMaat bij de Rabobank;-).

Aug 27

Logo ECBHet hoofddoel van het Eurosysteem is het handhaven van prijsstabiliteit in het eurogebied. Het garanderen van stabiele prijzen de belangrijkste bijdrage die door het monetaire beleid kan worden geleverd tot het bereiken van een gunstig economisch klimaat en een hoge participatiegraad. Zowel inflatie als deflatie kan een maatschappij grote economische en sociale schade berokkenen.

Inflatie kan worden gedefinieerd als een algemene of breed gefundeerde stijging van de prijzen van goederen en diensten over een langere periode die dientengevolge leidt tot een daling van de waarde van geld en derhalve de koopkracht ervan. Deflatie wordt vaak gedefinieerd als het tegenovergestelde van inflatie, namelijk als een situatie waarin het algehele prijspeil over een langere periode daalt. Als er geen inflatie of deflatie is, kunnen we zeggen dat er prijsstabiliteit is wanneer, gemiddeld, de prijzen noch stijgen noch dalen maar gedurende een zekere periode stabiel blijven. Als men bijvoorbeeld voor €100 hetzelfde mandje goederen kan kopen als, zeg, een of twee jaar geleden, dan kan dit een periode van absolute prijsstabiliteit worden genoemd. voor de economie. Inflatie kan worden gedefinieerd als een algemene of breed gefundeerde stijging van de prijzen van goederen en diensten over een langere periode die dientengevolge leidt tot een daling van de waarde van geld en derhalve de koopkracht ervan. Deflatie wordt vaak gedefinieerd als het tegenovergestelde van inflatie, namelijk als een situatie waarin het algehele prijspeil over een langere periode daalt. Als er geen inflatie of deflatie is, kunnen we zeggen dat er prijsstabiliteit is wanneer, gemiddeld, de prijzen noch stijgen noch dalen maar gedurende een zekere periode stabiel blijven. Als men bijvoorbeeld voor €100 hetzelfde mandje goederen kan kopen als, zeg, een of twee jaar geleden, dan kan dit een periode van absolute prijsstabiliteit worden genoemd.

Consumptieprijsindex

De meeste landen hanteren een eenvoudige benadering tot het meten van inflatie en maken gebruik van de zogenoemde “Consumptieprijsindex” (CPI). Voor dit doeleinde wordt het koopgedrag van consumenten geanalyseerd om te bepalen welke goederen en diensten consumenten gewoonlijk kopen en die daarom op enigerlei wijze als representatief kunnen worden beschouwd voor de gemiddelde consument in een economie. Vandaar dat zij niet alleen die zaken die consumenten vrijwel dagelijks aanschaffen omvatten (bijvoorbeeld brood en fruit), maar ook aankopen van duurzame goederen (bijvoorbeeld auto’s, PC’s, wasmachines, etc.) en frequente transacties (bijvoorbeeld huur). Het samenstellen van dit “boodschappenlijstje” van “artikelen” en deze vervolgens wegen naar hun belangrijkheid binnen het budget van de consumenten heeft geleid tot de creatie van wat bekend staat als het “marktmandje”. Elke maand controleert een groot aantal “prijsinspecteurs” de prijzen van deze artikelen in verschillende winkels. Daarna worden de kosten van dit mandje over een bepaalde periode vergeleken en wordt zo een reeks bepaald voor de prijsindex. Het inflatiecijfer op jaarbasis kan dan worden berekend door de verandering in de kosten van het marktmandje van vandaag uit te drukken als een percentage van de kosten van het identieke mandje in het voorafgaande jaar. De ontwikkelingen in het prijspeil zoals die in zo’n mandje tot uitdrukking komen weerspiegelen echter alleen de situatie van een “gemiddelde” of representatieve consument. Wanneer het koopgedrag van een individu aanzienlijk verschilt van het gemiddelde consumptiepatroon en dus van het marktmandje waarop de index is gebaseerd, kan deze persoon een verandering in de kosten van levensonderhoud ervaren die verschilt van die welke de index laat zien. Er zullen daarom altijd mensen blijven die een hogere “inflatie” ervaren op hun “individuele mandje” en enkelen die een lagere “individuele inflatie” bemerken. Met andere woorden, de inflatie zoals die wordt gemeten door de index is slechts een benadering van de gemiddelde situatie in de economie; deze inflatie is niet identiek aan de algehele prijsveranderingen die elke individuele consument meemaakt.

Geldgroei

Onder normale omstandigheden zouden aanzienlijke of langdurige verschillen tussen de geldgroei en de referentiewaarde aangeven dat zich risico‘s voordoen voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn. De referentiewaarde wordt afgeleid uit de verhouding tussen de geldgroei (ΔM), de infl atie (ΔP), de reële bbp-groei (ΔYR), en veranderingen in de omloopsnelheid (ΔV).Volgens deze identiteit, die bekend staat als de “kwantiteitsvergelijking”, is de mutatie in de geldhoeveelheid in een economie gelijk aan de mutatie in de nominale transacties (benaderd door de mutatie in het reële bbp plus de mutatie in het prijsniveau) minus de mutatie in de omloopsnelheid (zie ook Kader 4.3). Deze laatste kan gedefinieerd worden als de snelheid waarmee geld tussen verschillende houders circuleert en geeft dus aan hoeveel geld benodigd is om een bepaald niveau van nominale transacties mogelijk te maken.

HICP eurozone

ΔM = ΔYR + ΔP – ΔV De referentiewaarde belichaamt de definitie van prijsstabiliteit als een stijging van de HICP voor het eurogebied van minder dan 2% per jaar. Daarnaast is de referentiewaarde gebaseerd op aannames voor de middellange termijn ten aanzien van de mogelijke productiegroei en de trend van de omloopsnelheid van M3. In 1998 werd aangenomen dat de reële-bbp-groei voor het eurogebied op de middellange termijn 2–2½ % per jaar zou bedragen, een cijfer waarin ramingen van zowel internationale organisaties als de ECB tot uiting kwamen. Via diverse benaderingen werd de aanname omtrent de omloopsnelheid afgeleid, waarbij rekening gehouden werd met eenvoudige trends alsook de informatie die in complexere geldvraagmodellen besloten ligt. Tezamen wezen de uitkomsten van deze berekeningen op een daling van de omloopsnelheid van M3 van ½–1 % per jaar.

geldgroei cijfers

Op basis van deze aannames werd de referentiewaarde van de ECB in december 1998 door de Raad van Bestuur op 4½ % op jaarbasis gesteld, en deze bleef sindsdien ongewijzigd. De Raad van Bestuur controleert de validiteit van de voorwaarden en aannames die aan de referentiewaarde ten grondslag liggen voortdurend en communiceert veranderingen in deze onderliggende aannames zodra deze noodzakelijk worden.

link: Geldgroei cijfers EU zone

 

Ron Paul voelt Ben Bernanke (FED) aan de tand..

Lijst van termen

Algemene Raad:
een van de besluitvormende organen van de Europese Centrale Bank (ECB). De Algemene Raad bestaat uit de President en de Vice-President van de ECB en de Presidenten van alle nationale centrale banken van de EU.

Consumptieprijsindex:
eens per maand samengesteld met behulp van een zogenoemd “boodschappenmandje”. Voor het eurogebied wordt de Geharmoniseerde Consumptieprijsindex (HICP) gebruikt. Deze index wordt samengesteld op basis van een in het gehele eurogebied geharmoniseerde statistische methodologie.

Deflatie:
een aanhoudende daling van het algemene prijspeil, d.w.z. van de consumptieprijsindex, gedurende een lange periode. Directie: een van de besluitvormende organen van de ECB. De Directie omvat de President, de Vice-President en vier leden, benoemd in onderlinge overeenstemming tussen de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten die de euro hebben ingevoerd. Eurogebied: het gebied dat de lidstaten van de Europese Unie omvat die de euro hebben ingevoerd als gemeenschappelijke munt. Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB): samengesteld uit de ECB en de nationale centrale banken van alle lidstaten van het eurogebied, ongeacht of zij de euro hebben ingevoerd of niet. Europese Centrale Bank (ECB): de ECB is opgericht op 1 juni 1998 en is gevestigd in Frankfurt am Main (Duitsland). Zij vormt het hart van het Eurosysteem. Eurosysteem: samengesteld uit de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van die lidstaten die de euro al hebben ingevoerd.

Inflatie:
een stijging van het algemene prijspeil, d.w.z. van de consumptieprijsindex, gedurende een lange periode. Monetaire basis
in het eurogebied bestaat deze uit geld (bankbiljetten en munten) in omloop, de door tegenpartijen van het Eurosysteem aangehouden reserves en het geld dat op de depositofaciliteit van het Eurosysteem is gestort. Deze posten vormen passiva op de balans van het Eurosysteem. Reserves kunnen verder worden uitgesplitst in vereiste en overreserves. In het systeem van reserveverplichtingen van het Eurosysteem zijn tegenpartijen verplicht vereiste reserves aan te houden bij de nationale centrale banken. Naast deze vereiste reserves houden kredietinstellingen doorgaans slechts een gering bedrag aan vrijwillige overreserves aan bij het Eurosysteem.

Monetairebeleidsstrategie:
de algemene benadering van de monetairebeleidsvoering. De monetairebeleidsstrategie van de ECB omvat een kwantitatieve defi nitie van het hoofddoel van prijsstabiliteit en een analytisch kader gebaseerd op twee pijlers – de economische analyse en de monetaire analyse. Bovendien omvat de strategie algemene beginselen voor het voeren van het monetaire beleid, zoals de middellangetermijnoriëntatie. De strategie vormt de basis voor de algehele beoordeling door de Raad van Bestuur van de risico‘s voor de prijsstabiliteit en voor zijn monetairebeleidsbeslissingen. Het biedt tevens een kader voor het toelichten van monetairebeleidsbeslissingen aan het publiek.

Prijsstabiliteit:
het handhaven van prijsstabiliteit is het hoofddoel van het Eurosysteem. De Raad van Bestuur van de ECB heeft prijsstabiliteit gedefi nieerd als een jaarlijkse stijging van de HICP voor het eurogebied van minder dan 2%. De Raad stelt zich tevens tot doel de infl atie op jaarbasis op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden.

Raad van Bestuur:
het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Europese Centrale Bank (ECB). De Raad van Bestuur omvat alle leden van de Directie en de Presidenten van de nationale centrale banken van de lidstaten die op de euro zijn overgegaan.

Rente:
het percentage extra geld dat je krijgt als je je geld uitleent aan iemand anders (of het op een bankrekening laat staan), of het percentage aan extra geld dat je moet betalen als je geld leent. Ruilhandel:
het onderling ruilen van goederen en diensten zonder daarvoor geld te gebruiken als ruilmiddel. Dit kan alleen als er een wederzijdse behoefte aan de verhandelde goederen of diensten bestaat.

Transmissiemechanisme van het monetaire beleid:
het proces waarbij monetairebeleidsbesluiten doorwerken in de economie in het algemeen en het prijsniveau in het bijzonder.

Nout Wellink:”Rente verhogen hebben we de vorige maand al gedaan”

 

Bronnen: ECB, RTL, Ron Paul

Aug 26

Door de sterk gestegen hypotheekrente komen duizenden mensen die hun hypotheek de komende twee jaar moeten verlengen, in de problemen. Hoe heeft het zover kunnen komen en hoe kunnen huizenbezitters het onheil zoveel mogelijk afwenden?

De hypotheekrente is sinds 2003 gestegen van een minimum van 3,2% naar 6% nu. Dat betekent dat wanneer u uw hypotheek binnenkort verlengt, uw maandlasten bijna zullen verdubbelen. Kan gebeuren, zal uw buurman zeggen, dan had u die ultralage rente maar langer dan zes of zeven jaar vast moeten zetten. U kon er immers donder op zeggen dat de rente ooit weer zou gaan stijgen.

Schulden europa

Voor een deel heeft de buurman gelijk. “Probleem voor een grote groep mensen is echter dat ze die hogere lasten niet kunnen opbrengen”, zegt Overgeldcolumnist en Financiële Makelaar Harrie Jan van Nunen. “En dat is niet alleen hun eigen schuld.”

Banken hebben ooit afgesproken dat huizenkopers jaarlijks slechts een beperkt deel van hun bruto jaarsalaris aan woonlasten kwijt mogen zijn.

Voor Jan Modaal (€ 28.000 bruto volgens het Nibud) is dat ongeveer 30 tot maximaal 35%. Voor rijkere mensen mag dat percentage hoger liggen. Wanneer de hypotheekrente extreem laag is, zoals de 3,2% in 2003, leert een simpele rekensom dat een modale huizenkoper veel meer geld kan lenen en toch zijn woonlasten onder die 30 tot 35% kan houden, dan wanneer de rente op 6% staat.

In bovenstaande schets lopen huizenkopers echter wel het risico dat zij, wanneer zij zijn hypotheek na 5 jaar willen verlengen en de rente veel hoger ligt, zij na oversluiten ineens veel meer dan 30 tot 35% van hun bruto jaarloon aan woonlasten kwijt zijn, wat zij niet kunnen betalen. Om dit potentiële probleem te ondervangen, maakten de banken een tweede afspraak. Hypotheken met een looptijd van maximaal vijf jaar moesten niet aan de reële rente getoetst worden, maar aan een fictieve 6%. Gevolg: de kredietwaardigheid van mensen die in 2003 een hypotheek afsloten voor vijf jaar, is getoetst aan een fictieve 6%, in plaats van de reële 3 tot 4% hypotheekrente die destijds gangbaar was. Deze mensen kregen in 2008 weliswaar een lastenverhoging voor de kiezen, maar die konden ze dragen.

Toen de Bank of Scotland in 2003 met extreem lage hypotheekrentes de markt in ons land openbrak, moesten de Nederlandse banken reageren. In de slag om marktaandeel schroomden banken dan ook niet om een grote groep minder kapitaalkrachtige huizenkopers aan zich te binden. Aan deze groep kon de maximale hypotheek worden verschaft door ze een looptijd van zes jaar te bieden. Hiermee viel de hypotheek namelijk buiten de afgesproken toetsingsrente van 6%, die alleen gold voor hypotheken tot en met een looptijd van vijf jaar (er was zelfs een bank die overwoog om deze reden hypotheken met een looptijd van vijf jaar en een dag aan te bieden). En dit is volgens Van Nunen de groep die nu in de problemen gaat komen. Er zijn voorbeelden bekend van modale inkomens die tot achtmaal hun bruto jaarsalaris leenden (sinds 2003 schrijft de politiek een richtlijn van ongeveer maximaal 4,5 maal het jaarsalaris voor).

Over de mate waarin de lastenverzwaring tot problemen gaat leiden, lopen de meningen uiteen. Vereniging Eigen Huis nuanceerde het probleem door erop te wijzen dat veel van de getroffen huizenkopers over de afgelopen zes jaar een flinke inkomensstijging hebben doorgemaakt. Mr. P.G. Lijesen, directeur van de Nationale Hypotheek Pas, rondde eerder deze maand een grootschalig onderzoek naar de situatie af, en stelt dat “gezinnen niet de dupe mogen zijn van dit probleem. Het oplossen begint bij erkenning van het probleem. Banken zullen daarom transparant moeten zijn over het aantal risicohypotheken.”

Ben u een van de modale inkomens die in de problemen kan komen, wacht dan niet lijdzaam af, adviseren Van Nunen en Lijesen (zie figuur).

Checklist

1) Heeft u in de periode 2003-2005 een hypotheek afgesloten?

2) Is de looptijd korter dan tien jaar?

3) Vraag dan uw bank na welke rente u nu aangeboden krijgt. Bereken uw maandlast nu en in de toekomst (na oversluiten tegen de nieuwe rente). De website van het Nibud biedt aardige rekenhulp. Ook kunt u alvast een langgeldige offerte (tot 12 maanden) aanvragen, om verdere rentestijging in de toekomst het hoofd te bieden.

Nu heeft u een aardig idee van de lastenstijging die u te wachten staat. Geschrokken? Dan kunt u het volgende doen:

4) Zet u schrap. Probeer nu al goedkoper te leven, om je optimaal voor te bereiden. Hoop op een daling van de hypotheekrente

5) Of, ga shoppen. Er is nog voldoende onderscheid tussen hypotheekaanbieders, misschien kunt u elders een betere aanbieding krijgen

6) Of, ga middelen. Wacht niet tot het te laat is, maar sluit nu al een nieuwe hypotheek af, waarbij u de lage rente van uw huidige hypotheek middelt met de hoge rente van de toekomst. Zo spreidt u de pijn.

7) Kijk of u te dure hypotheekgerelateerde verzekeringen heeft. De premies van overlijdensrisicoverzekeringen zijn met 50% gedaald.

bron: Telegraaf.nl

Aug 25

De Europese Centrale Bank (ECB) gaat de komende weken maatregelen nemen om de kredietverlening aan commerciële banken te beperken.

‘Er is een gevaar dat er partijen zijn die misbruik maken van het systeem door te veel op de ECB te leunen’, aldus Yves Mersch, lid van de ECB-raad en gouverneur van de centrale bank van Luxemburg tijdens een groot symposium voor centrale bankiers in de Verenigde Staten. ‘Het bestuur heeft besloten om de bestaande regels op punten aan te passen.’ Mersch wil nog geen details geven.

Volgens persbureau Bloomberg gaat de ECB zwaardere kwaliteitseisen stellen aan het onderpand dat banken bij de centrale bank kunnen afgeven in ruil voor kortlopende kredieten. Vorige week waarschuwde president Nout Wellink van de Nederlandsche Bank al dat het bankwezen niet te afhankelijk moet worden van de ECB.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis vorig jaar zijn banken nauwelijks nog bereid om elkaar van liquiditeiten te voorzien. Lenen op de kapitaalmarkt is nog steeds zeer kostbaar.

Hypotheek- en bedrijfsleningen

De ECB zou ermee in zijn maag zitten dat banken steeds meer onderpand van slechtere kwaliteit belenen. Het gaat dan om pakketten hypotheek- en bedrijfsleningen. Wanneer de banken deze leningen nu in de markt zouden verkopen om aan liquiditeit te komen, zouden zij in de meeste gevallen verlies leiden.

De ECB heeft sinds zijn oprichting eind jaren negentig nog nooit veranderingen aangebracht in de eisen die het aan onderpand stelt.

bron:fd.nl

Aug 24

De afgelopen jaren zijn er aan de toenmalige minister van financiën Gerrit Zalm veel kamervragen gesteld over hypotheken en de huizenmarkt. Deze kamervragen worden hier nog eens behandeld om duidelijk te maken wie er verantwoordelijk zijn voor de zeepbel in de huizenmarkt. Gerrit Zalm beantwoord hieronder kamervragen van Agnes Kant over de Generatiehypotheek.

Wat is de Generatiehypotheek?

Generatiehypotheken zijn in 2003 op de markt gekomen als tophypotheek op basis van een garantstelling door familieleden, meestal (groot)ouders. Door deze garantie kunnen jongeren hypotheekleningen afsluiten die normaal gesproken buiten hun bereik liggen. De hypotheekrente die de starter zelf betaalt, is normaal aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Als de ouder de rentebetaling geheel overneemt, kan ouder noch kind aanspraak maken op de belastingaftrek. Tot nu toe bestond onduidelijkheid over de fiscale gevolgen als de ouder tijdelijk de rentelasten voor zijn rekening neemt. Wijn schetst nu mogelijkheden om in die situatie toch aanspraak op de aftrekpost te maken.

Dat kan als de rentebetaling door de ouder de vorm heeft van een rentedragend voorschot of een schenking. Maar als de ouder de starter de rentebetaling kwijtscheldt, vervalt de aftrek geheel.

De vragen:

1.

Kent u de reclamecampagne van de Rabobank voor een <<Generatiehypotheek>>?

Ja.

2.

Vindt u het acceptabel dat jonge mensen zich daarmee nog dieper in de schulden steken om een huis te kunnen kopen en de overheid dat stimuleert met een grotere aftrek?

De generatiehypotheek is een hypotheekvorm waarbij ouders de mogelijkheid wordt geboden (voor een bepaalde tijd) garant te staan voor (een deel van) de rente en aflossing van de hypotheek van hun kind of in verband met de hypotheek van hun kind een bepaald bedrag aan hun kind te lenen of te schenken. Deze mogelijkheden zijn op zichzelf niet nieuw. Nieuw is slechts het aanbieden ervan in een concreet product. Bij een generatiehypotheek kan er sprake zijn van een hogere schuld in vergelijking met een andere hypotheekvorm. Dit vraagt om de nodige zorgvuldigheid van de hypotheekaanbieder en de hypotheeknemer (zoals gebruikelijk bij iedere vorm van hypotheekverstrekking). Ten eerste zal de aanbieder van de generatiehypotheek rekening moeten houden met de aflossingcapaciteit van de hypotheeknemer, ook wanneer de ouders garant staan voor (een gedeelte van) de rente en aflossing. Bovendien zal de aanbieder van de generatiehypotheek zorgvuldig moeten zijn in zijn informatieverstrekking aan de hypotheeknemer. De hypotheeknemer moet goed op de hoogte zijn van alle voorwaarden en kosten die zijn verbonden aan de hypotheek. Met de verkregen informatie zullen zowel het kind (als hypotheeknemer) als de ouders, indien zij garant staan, een zorgvuldige afweging kunnen maken over de passendheid van de hypotheek en de daarmee gepaard gaande hypotheeklasten.

De generatiehypotheek neemt geen bijzondere positie in binnen de huidige fiscale vormgeving van de hypotheekrente. Het uitgangspunt is ook bij dit product dat alleen die rente in aftrek kan worden gebracht die als eigenwoningrente kan worden aangemerkt (zie het besluit van 27 februari 2002, nr.CPP2001/3541M).

3.

Past dit volgens u in een trend waarmee steeds meer hypotheekschuld wordt aangegaan met nieuwe hypotheekvormen waarbij steeds minder wordt afgelost? Erkent u dat dit weer de huizenprijzen opdrijft?

De generatiehypotheek past binnen de trend in de financiële sector waar steeds nieuwe producten op de markt komen en er sprake is van toenemende vervlechting van bestaande financiële producten. Op de hypotheekmarkt wordt inderdaad steeds vaker gekozen voor een hypotheekvorm waarbij slechts gedeeltelijk wordt afgelost. De generatiehypotheek is echter niet per definitie een (gedeeltelijk) aflossingvrije hypotheek.

Gegeven het feit dat de generatiehypotheek slechts een hypotheekvorm is die bestaande mogelijkheden tot financiering aanbiedt in een concreet product, is er geen reden om te veronderstellen dat het de huizenprijzen opdrijft. De huizenprijzen worden uiteindelijk bepaald door de (netto) woonlasten die een koper bereid is te betalen.

4.

Is het u bekend dat Nederland inmiddels de hoogste hypotheekschuld in Europa heeft als percentage van het BBP? Zo ja, maakt u zich daar zorgen over?

Afgelopen maart publiceerde de Europese Centrale Bank haar rapport inzake ‘Structural Factors in the EU housing markets’. In dit rapport worden de oorzaken en effecten van fluctuaties op de huizenmarkt binnen de Europese Unie onderzocht en wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen op die huizenmarkt sinds 1980. Uit dit onderzoek komt onder andere naar voren dat Nederland op dit moment de hoogste hypotheekschuld heeft als percentage van het BBP. De hoogte van de hypotheekschuld moet worden bezien in het licht van de persoonlijke en financiële situatie van de hypotheeknemer. Uit hetzelfde rapport blijkt dat de hypotheeklast (hypotheekschuld rekening houdend met de hypotheekrente) vergeleken met het beschikbare inkomen per huishouden in de tweede helft van de jaren negentig slechts licht is gestegen en vanaf 2000 zelfs licht is gedaald in Nederland. De te dragen hypotheeklast is zodoende verhoudingsgewijs voor het Nederlandse huishouden gemiddeld gelijk gebleven.

De hypotheekschuld speelt een rol op microniveau (de individuele hypotheeknemer) en op macroniveau (de gehele financiële sector). Op microniveau zijn goede gedragsregels voor de hypotheekaanbieder en -bemiddelaar en adequaat toezicht op de naleving van deze regels van belang. Het aanbieden van en bemiddelen in hypothecair krediet zal integraal worden meegenomen in het wetsvoorstel Wet financiële dienstverlening (Wfd) dat rond de zomer aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. U bent over dit wetsvoorstel bij brief van 20 december jl. geïnformeerd.

Op macroniveau dient een stabiele situatie in de financiële sector te worden gewaarborgd. Om dit te bewerkstelligen volgt het ministerie van Financiën samen met De Nederlandsche Bank de ontwikkelingen op de hypotheekmarkt nauwlettend.

5.

Leidt deze ontwikkeling ertoe dat u maatregelen overweegt om de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente die dit soort hypotheekvormen stimuleert te beperken? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Gelet op het vorenstaande leidt deze ontwikkeling niet tot een wijziging van het fiscale beleid ten aanzien van dit soort hypotheekvormen.

Aug 23

Niet ieder Europees land kampt met problemen op de huizenmarkt. In Duitsland is weinig aan de hand. Dat komt door het conservatieve karakter van de markt. Duitsland kent maar 40 procent koophuizen, in Nederland ligt dat percentage op 54 procent. En 40 procent is bestemd voor particuliere verhuur. De rest bestaat uit sociale woningbouw. Duitsers hebben te maken met strenge regels bij de aanschaf van een huis.

„In tegenstelling tot veel Europese landen moeten starters op de woningmarkt in Duitsland 30.000 euro sparen, voordat ze voor een hypotheek in aanmerking komen.”

In Nederland hebben starters gemiddeld een financiering van 115% van de aankoopwaarde en men heeft vrijwel geen eigen geld. Hiermee hebben de Nederlandse huishoudens inmiddels de hoogste schuld ter wereld opgebouwd. De Rabobank schrijft hierover:

De sterke stijging van de huizenprijzen in het afgelopen decennium lijkt veel meer een weerspiegeling te zijn van een onevenwichtige vraagaanbodverhouding en ruimere financieringsmogelijkheden, die beide overigens uitvloeisel zijn van bewust overheidsbeleid.

Met dank aan de overheid dus…

Aug 22

Enkele vooraanstaande economen inclusief Myron Scholes en Joseph Stiglitz voorspellen dat de kredietcrisis voor nog meer pijn zal zorgen. Stiglitz zei in Duitsland op een bijeenkomst voor economen dat de wereldeconomie geruime tijd onder zijn potentieel kan blijven draaien. Gevolg is onder andere dat er meer werkloosheid zal zijn.

Goldman Sachs ging nog een stapje verder door een wereldwijde recessie aan te kondigen. Zowel de Verenigde Staten als Japan, het Verenigd Koninkrijk en de 15 landen uit de eurozone bevinden zich volgens analist Brian Platel in een recessie of zijn alleszins op weg naar een serieuze groeivertraging.

In de Hong Kong today vertelt miljardair Li Ka-Shing dat het ergste nog moet komen en volgens Kenneth Rogoff, voormalig chef-econoom bij het Internationaal Monetair Fonds, moet de financiële sector fors inkrimpen. De economen zijn het er over eens dat de problemen grotendeels een gevolg zijn van het beleid van de FED.

bron: bloomberg.com

Aug 22

De rente is flink gestegen. Dat betekent dat u minder dure huizen op zoek moet. Hoe veel mag u tegenwoordig nog lenen?

De hypotheekverstrekkers hebben sinds 1 januari 2007 nieuwe afspraken gemaakt over hoe veel u mag lenen, in de Gedragscode Hypothecaire Financieringen. Daar houden zij zich meestal aan, hoewel er ook van afgeweken kan worden (zie onder) .

Maximale lasten berekenen

UItgangspunt is hoeveel geld u maximaal per jaar kunt uitgeven aan hypotheeklasten. Dat wordt uitgerekend door een percentage te nemen van uw inkomen: het woonlastpercentage.

Het woonlastpercentage wordt elk jaar vastgesteld door het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting). Het wordt enigszins aangepast voor uw inkomen en de rente, maar gemiddeld is het ongeveer 30 %. De precieze percentages kunt u hier nazoeken (klik op ‘Overzicht normen 2008′).

Het inkomen is uw bruto jaarsalaris, waarbij het vakantiegeld, eventuele 13e maand, rente op spaargeld en andere vaste inkomsten meegeteld worden. Vaste verplichtingen zoals alimentatie, of rentebetalingen op andere leningen, worden er juist weer van afgetrokken.

Voorbeeld. Karel heeft een bruto jaarinkomen is € 30.000. Stel dat bij dit inkomen het woonlastpercentage 32,7 % is. Dan is de maximale bruto hypotheeklast per jaar € 30.000 x 32,7 % = € 9.810,-.

Maximale lening berekenen

Als uw maximale lasten bekend zijn, dan kan uitgerekend worden hoeveel u kunt lenen. Dat hangt met name af van de rente. Als de rente laag is, kunt u tegen dezelfde lasten meer geld lenen.

Nu schuilt hierin een gevaar. Als de rente laag is, kunt u veel lenen. Maar als u later moet oversluiten, kan de rente gestegen zijn, zodat de lasten alsnog te zwaar worden. Dit kan vooral een probleem worden, als u de rente maar voor een korte tijd vastzet, zodat u weinig kans hebt om in de tussentijd uw inkomen te verhogen.

Als u de rente korte rvastzet dan 10 jaar, wordt daarom gerekend met een toetsrente, en niet met de werkelijke rente. Die toetsrente is hoog: hij is gebaseerd op de gemiddelde rente bij periodes van 10 jaar, plus een opslag van 1 procentpunt. Hiermee blijft u aan de veilige kant. De toetsrente wordt elk kwartaal opnieuw bepaald. U kunt hem hier nazoeken.

Voorbeeld. Karel, uit het vorige voorbeeld, mag maximaal € 9810 per jaar uitgeven aan een woonlasten. Hij wil zijn hypotheekrente voor 5 jaar vast te zetten. De rente bedraagt op dit moment 5,1 %. Vanwege de korte looptijd van de rente, wordt gerekend met de toetsrente van 5,6 %, in plaats van met de werkelijke rente.

Vervolgens wordt de maximale hypotheeksom berekend, waarbij gedaan wordt alsof Karel een hypotheek afsluit die hij in 30 jaar aflost: een annuïtaire hypotheek (dus bijvoorbeeld geen spaarhypotheek). De formule is nogal ingewikkeld, maar hij leidt tot een bedrag van ongeveer € 140.000,-. Als Karel een spaarhypotheek afsluit, dan betaalt hij uiteindelijk waarschijnlijk minder dan de maximale lasten; een annuïtaire hypotheek is meestal ouderwets en fiscaal onvoordelig.

Zou Karel kiezen voor een hypotheekrente van 10 jaar vast (4,9 %), dan is de maximale hypotheek hoger: € 147.000,-. Dat komt doordat nu wordt gerekend met de werkelijke rente van 4,9 %, in plaats van de toetsrente van 5,6 %.

Een tabel van inkomens en maximale leningen vindt u hier. (Klik op ‘Overzicht normen 2008′).

Hoe zit het met de regel dat je maar 4,5 maal je inkomen mag lenen?

Die regel bestaat eigenlijk niet. De norm ontstaat alleen als gevolg van de regels die hierboven staan beschreven. Hij varieert ook dus met inkomen en rentestand. De factor 4,5 geldt voor inkomens die iets onder modaal liggen, bij rentes van rond de 5%. Maar als de rente boven de 6% staat, mag iemand met een inkomen onder de € 17.000 slechts 3,3 maal zijn inkomen lenen, volgens de norm. En als de rente onder 4,%% staat, mag iemand die een ton of meer verdient wel 6,2 maal zijn inkomen lenen.

Een tabel van inkomens en maximale factoren vindt u hier. (Klik op ‘Overzicht normen 2008′).

Meer lenen met hypotheekgarantie

Hoe lager de rente, hoe meer u kunt lenen. En een manier om een lagere rente te krijgen, is een hypotheek met Nationale Hypotheekgarantie (NHG) te nemen. Die geeft extra zekerheid voor de bank: mocht u niet kunnen betalen, waardoor het huis geveild moeten worden, en het mocht het huis dan te weinig opbrengen om de hypotheek af te lossen, dan past de NHG het verschil bij voor de bank. En mogelijk wordt de schuld aan u ook kwijtgescholden.

Voor de NHG betaalt u eenmalig € 500 à € 1000 (aftrekbaar), maar de bank verlaagt wel de rente, soms wel met 0,5 procentpunt. Dat betekent lagere lasten, zodat u een hogere hypotheek kunt betalen.

U moet wel binnen de grens van de NHG blijven: 265.000 euro. Daarnaast heeft dit alleen zin als u een rentevaste periode van 10 jaar of langer neemt. Anders wordt gewoon de toetsrente gehanteerd.

Meer lenen dan de norm?

Van de Gedragscode kan ook afgeweken worden. Misschien kunt aantonen dat u lasten hoger dan de norm makkelijk kunt dragen: misschien betaalt u een dergelijk bedrag al jaren als huur. Het kan ook zijn dat u goed perspectief hebt op een hoger inkomen: een promotie die eraan komt, of alimentatie waar u binnenkort vanaf zult zijn.

In dat geval kan de adviseur een ‘maatwerk’-hypotheek voor u afsluiten. Hij moet aantonen dat u de lasten kunt betalen, en u moet tekenen voor het extra risico dat u neemt.

bron: AD Geld & Recht

Aug 20

Honderdduizenden mensen zullen er de komende tijd achter komen dat ze tot honderden euro’s per maand meer kwijt zijn voor een vernieuwde hypotheek op hetzelfde huis. NationaleHypotheekPas (NHP), een nieuwkomer op de hypotheekmarkt, becijferde dat „tienduizenden gezinnen” in grote financiële problemen zullen komen. Het aantal gedwongen verkopen zal stijgen „van 933 in 2007 tot enkele tienduizenden in de komende jaren”. NHP spreekt zelfs van ‘subprimehypotheken’, naar de Amerikaanse markt van hypotheken voor mensen met een slechte kredietwaardigheid.

Zo ver zal het niet komen, zegt woordvoerder Hans André de la Porte van de Vereniging Eigen Huis (VEH). Hij vindt dat hypotheekaanbieders niet moeten overdrijven. „De meeste mensen zijn in die vijf jaar meer gaan verdienen en zij zullen ook de hogere rente wel kunnen dragen. Momenteel daalt de rente weer licht, en de huizenprijzen stijgen nog.” Hij erkent wel dat veel hypotheeknemers de komende tijd voor een onaangename verrassing zullen komen te staan.

Tips voor oversluiters

  • Mensen die hun hypotheek moeten oversluiten en tegen een fors hogere rente aanlopen, kunnen een aantal dingen doen.
  • Vraag altijd offertes aan bij concurrerende aanbieders. Door je eigen bank met scherpere aanbiedingen te confronteren, is vaak nog wel enkele tienden van procenten van het oorspronkelijke bod af te halen.
  • Laat je huis opnieuw taxeren. De waarde is in de afgelopen jaren over het algemeen gestegen en dat betekent dat de zogenoemde executiewaarde ook omhoog is gegaan.
  • Dat is belangrijk: een hypotheek die 125 procent van de executiewaarde moet dekken kent een hogere rente dan een die tegen 90 procent van de executiewaarde is afgesloten. Dat kan iets schelen.

Uit een artikel van Egbert Kalse
bron: nrc.nl

Aug 20

Verkochte bestaande woningen waren in juli 2008 gemiddeld 3,0 procent duurder dan een jaar eerder. In juni was de prijsstijging 2,8 procent. De toename van 0,2 procentpunt volgt op vier maanden waarin de prijsstijging telkens lager uitviel dan die in de voorgaande maand. Dit blijkt uit de ontwikkeling van de prijsindex bestaande koopwoningen (PBK).

Alle woningtypen waren duurder dan een jaar eerder. De prijs van twee-onder-een-kapwoningen steeg met 3,6 procent het meest, die van hoekwoningen met 2,6 procent het minst. De huizenprijzen lagen in alle provincies hoger, met uitzondering van Groningen. Daar waren de huizen bijna 1 procent goedkoper dan in juli 2007. In Noord-Holland stegen de prijzen met bijna 6 procent het hardst. Deze provincie heeft al meer dan een jaar vrijwel onafgebroken de hoogste prijsstijgingen.

Vergeleken met juni 2008 stegen de prijzen van bestaande koopwoningen met 0,8 procent. De grootste stijging deed zich voor in Zeeland. Alleen in Gelderland en Limburg daalden de prijzen van juni op juli.

Bij alle woningtypen vonden minder transacties plaats. In juli wisselden 17,6 duizend bestaande woningen van eigenaar, ruim 3 procent minder dan in juli 2007. De afname was veel minder groot dan in mei en juni. Toen was het aantal transacties respectievelijk 20 en 10 procent kleiner dan een jaar eerder.

Prijzen van bestaande koopwoningen

bron:cbs.nl

Aug 20

Het 1e halfjaar van 2008 is geen sterk halfjaar geweest voor de afzet van nieuwe koopwoningen. In de eerste zes maanden van 2008 verkochten de gezamenlijke ontwikkelaars en bouwbedrijven 14% minder nieuwbouwwoningen dan in dezelfde periode van vorig jaar. Het zijn de conclusies van de (meest recente) Thermometer Koopwoningen; het halfjaarlijkse rapport waarmee de NVB, Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers een cijfermatige impressie geeft van de woningmarkt.

Oorzaak voor de verkoopdaling is een combinatie van factoren, zoals een gestegen hypotheekrente, afnemend consumentenvertrouwen en scherpere condities van banken. Een bijkomend probleem voor de nieuwbouwsector vormen de gestegen kosten, waardoor de marges voor de ontwikkelaars en bouwbedrijven zwaar onder druk zijn komen te staan. Hoewel er nu veel aandacht is voor de recent (fors) gestegen bouwkosten, zijn het vooral de grondkosten, die de laatste jaren voor veruit de grootste kostenstijgingen in de woningbouw hebben gezorgd. Tien jaar geleden kostte een gemiddelde kavel onder een nieuw koophuis 29.000 euro, maar dat is inmiddels opgelopen tot 101.000 euro. Dit betekent een stijging met bijna 250%. Dat is aanmerkelijk meer dan de stijging van 36% van de pure bouwkosten en ook aanmerkelijk meer dan de stijging van bijvoorbeeld benzine (+74%) in deze periode.

Teneinde de nieuwbouw concurrerend te houden met de bestaande bouw, komt het er volgens NVB nu meer dan ooit voor álle partijen bij de woningbouw, zoals ontwikkelaars en gemeenten, op aan de gewenste producten te ontwikkelen en tegelijk de (totale) kosten van de woningbouw scherp te houden. NVB noemt in zijn studie verschillende mogelijkheden, maar zet vooral in op de noodzaak van tariefsverlagingen voor bouwgrond. Met name gemeenten hebben – nu de markt tegenzit, erg veel moeite om de grondprijzen te verlagen. Op zich begrijpelijk, jarenlang zijn zij immers gewend geraakt aan de enorme opbrengstenstijgingen van bouwgrond en hebben daar mede hun gemeentebegrotingen op afgestemd, maar het is de enige remedie om de woningbouw in Nederland betaalbaar te houden. De gemeentelijke grondprijzen zijn gegeven de huidige markt gemiddeld 13.000 euro per kavel te hoog en moeten omlaag. Hiernaast dringt NVB er bij de gemeenten op aan zeer terughoudend te zijn met het stellen van extra aanvullende eisen bovenop het Bouwbesluit, omdat ook dit de woningbouw op extra kosten jaagt van zo’ n 2.000 á 9.000 euro per huis, waar de huizenkoper niet voor wil betalen.

bron: nvb-bouw.nl

Aug 18

In 2009, 2010 en 2011 zullen volgens mr P.G. Lijesen van het NHP tienduizenden gezinnen in grote financiële problemen komen als gevolg van de stijgende rente en het onverantwoord ruime hypotheekverstrekkingbeleid van banken in de periode 2003-2004-2005. Het aantal gedwongen huizenverkopen zal explosief stijgen. Van 933 gedwongen verkopen in 2007 tot enkele tienduizenden in de komende jaren.

Aanleiding onderzoek
Na afloop van iedere rente-vast-periode wordt hypotheekrente opnieuw voor een bepaalde periode vast gezet. De nieuwe rente wordt bepaald door de dan in de markt geldende rente. NHP-adviseurs kregen de afgelopen maanden steeds vaker te maken met verontruste klanten die als gevolg van de hogere verlengingsrente hun maandlasten met 60% zagen stijgen. Door de gestegen rente geldt bij een aantal grootbanken inmiddels een verlengingsrente van 7,4% voor een periode van 6 jaar.

In de jaren 2003, 2004 en 2005 hanteerden een aantal grootbanken een zeer ruim hypotheekverstrekkingbeleid. Hoewel klanten er vaak de voorkeur aan gaven de rente 10 jaar of langer vast te zetten, was de hoogst mogelijk lening mogelijk door te kiezen voor een rente-vast-periode van 6 jaar. Hierbij was een hypotheek tot wel 9 keer het inkomen mogelijk (zie bijlage berekening van maximale hypotheek van grootbanken).

Renteperiode woninghypotheken

De rente-vast-periodes van deze subprime hypotheken (risicovolle leningen) lopen in de komende jaren af. Omdat de 6 jaars rente in de jaren 2003, 2004 en 2005 gemiddeld slechts 3,6% bedroeg worden gezinnen geconstateerd met een maandlastenverdubbeling, waardoor zijn nauwelijks besteedbaar inkomen overhouden. NHP heeft in kaart gebracht om hoeveel subprime hypotheken het gaat.

Samenvatting
In 2009, 2010 en 2011 zullen tienduizenden gezinnen in grote financiële problemen komen als gevolg van de stijgende rente en het onverantwoord ruime hypotheekverstrekkingbeleid van banken in de periode 2003-2004-2005. Als gevolg van het aflopen van rentevastperiodes met historisch lage rente en het ingaan van een dubbele verlengingsrente zal het aantal gedwongen huizenverkopen explosief stijgen. Van 933 gedwongen verkopen in 2007 tot enkele tienduizenden in de komende jaren. Doordat gezinnen niet meer kunnen voldoen aan hun maandelijkse betalingsverplichtingen zullen concrete maatregelen van de overheid, toezichthouder en banken nodig zijn om een Nederlandse sub-prime crisis af te wenden.

Hypotheekverstrekkingbeleid en renteontwikkeling
Tot 2003 gold bij NHG de regel dat het inkomen toereikend moest zijn om bij een rente van 6% de hypotheeklasten te kunnen betalen. Deze regel zorgde er voor dat gezinnen ook bij stijgende rente aan hun hypotheeklasten konden voldoen. In 2003 werd het voor het eerst mogelijk om te toetsen op werkelijke rente, waarbij de voorwaarde werd gesteld dat de rente langer dan 5 jaar moest worden vastgezet. Tot dat moment bestond alleen 5 en 10 jaars rentevastperiode.

Banken creëerden daarop een 6 jaars rentevastperiode. (met veelal dezelfde rente als bij 5 jaar)
Hierdoor werd het mogelijk om te toetsen tegen lage rente en het verstrekkingbeleid op te rekken. Dit toetsingsbeleid heeft met name in grote aantallen plaatsgevonden bij niet NHG hypotheken.

Vanaf eind 2003 wordt op grote schaal getoetst op werkelijke rente waarbij alleen gekeken wordt of mensen bij de huidige rentestand hun hypotheeklasten kunnen voldoen en wordt niet meer gecheckt wordt of mensen bij toekomstige rentestijgingen in de problemen komen. Bij de toetsing op werkelijke rente wordt de voorwaarde gesteld dat de rente minimaal voor 6 jaar moet worden vastgezet. Tussentijds stijgende hypotheekrente wordt zo niet direct zichtbaar in de maandlasten. Het probleem vooruit geschoven wordt, waardoor pas na 6 jaar de klap komt.

In 2010 en 2011 lopen deze rentes massaal af. De Nederlandse sub-prime problematiek wordt zo vertraagd zichtbaar, in tegenstelling tot de Verenigde Staten waar het direct zichtbaar werd, doordat veelal werd gewerkt met variabele rente. Inmiddels is de rente als gevolg van de inflatie flink opgelopen. Een verdubbeling van de 6 jaars rente tot 8% in 2009 en 2010 is een voor de handliggend scenario. (Alan Greenspan, voormalig FED voorzitter, spreekt over rente in “double digits”).

De hypotheeklast wordt hierdoor meer dan verdubbeld. Het betreft met name gezinnen aan wie door de banken werd toegestaan dat zij in 2003, 2004 en 2005 tot 9 keer hun inkomen mochten lenen. Oplopende rente en een te ruim verstrekkingbeleid blijken een fatale combinatie.

Extra lastenverzwaring
Veel grootbanken werken met venstertarieven en budget en/of voordeeltarieven. Hierdoor ontvangen nieuwe klanten over de eerste rentevastperiode een rentekorting van 0,5%. Echter na afloop van de eerste rentevastperiode, wanneer de rente opnieuw dient te worden vastgezet, geldt deze korting niet.
De extra lastenverzwaring van 0,5% komt in de meeste gevallen bovenop de verdubbeling van de maandlasten.

ONDERZOEK: De cijfers

2003
De Bank of Scotland kwam als eerste buitenlandse geldverstrekker op de Nederlandse hypotheekmarkt. Deze bank viel direct op door haar ongekend ruime verstrekkingbeleid tot 6,5 keer het inkomen. In 2003 bedroeg de gemiddelde 6 jaars hypotheekrente bij de Bank of Scotland 3,95%.
Inmiddels (2008) is de 6 jaars rente bij de Bank of Scotland gestegen tot 6,5%.

Gevolg:

2003
Inkomen: 30.000 euro
Rente: 3,95%
Maximale lening: 265.000 euro
Hypotheeklast: 10.500 euro

2009
Inkomen 30.000 euro
Verlengingsrente 6,5%
Hypotheeklast 17.225 euro

2004 en 2005 – subprime hypotheken massaal verkocht
Door het ruime verstrekkingbeleid van o.a. de Bank of Scotland verloren grote Nederlandse banken fors marktaandeel. Toen de hypotheekrente vanaf 2003 steeds verder daalde, greep een aantal grote banken de mogelijkheid aan klanten binnen te halen en het verloren marktaandeel terug te winnen.

Een groot aantal banken stond de mogelijkheid toe om op werkelijke rente te toetsen indien de rente langer dan 5 jaar werd vastgezet. Bovendien werd vaak toegestaan dat de hypotheek werd verhoogd met een consumptieve lening van 10.000 euro om effecten aan te kopen, waarmee de hypotheek na 30 jaar, bij stijging van de aandelen markt, zou kunnen worden afgelost.

Omdat in 2004 de 6 jaars rente tot 3,5% daalde konden gezinnen hierdoor tot wel 9 keer hun jaarinkomen lenen: veel meer dan wanneer getoetst werd op 6%. Met de huidige rentestand zouden zij nooit voor een dermate hoge hypotheek in aanmerking zijn gekomen.

Gevolg:

2004
Inkomen: 45.000 euro
Rente: 3,5%
Maximale hypotheek: 405.000 euro
Bruto hypotheeklast: 14.175 euro

Netto besteedbaar gezinsinkomen per maand: 1250 euro
(voor hele gezin: gas, water, licht, eten, kleding, school, benzine etc)

2010
Inkomen 45.000 euro
Rente 7%
(huidige 6 jaars rente + verlengingsverhoging)
Bruto hypotheeklast: 28.350 euro

Netto besteedbaar gezinsinkomen per maand: 667 euro

Om hoeveel gezinnen gaat het?
In 2004 en 2005 werden in tenminste 12% van de gevallen hypotheken afgesloten waarbij gebruik werd gemaakt van deze maximale leenconstructie.
In 2004 betreft dit 61.000 gezinnen. (renteherziening in 2010)
In 2005 betreft dit 68.760 gezinnen. (renteherziening in 2011)

ONDERZOEK: Verantwoording
De basis van het onderzoek heeft een kwalitatief en een kwantitatief aspect. In de periode april-juli van dit jaar is ten behoeve van dit onderzoek met aantal grote landelijke tussenpersonen deze problematiek besproken. Alle betrokkenen gaven – mede op basis van hun klantenbestanden – aan dat deze hypotheken in 2004 en 2005 in de grote (genoemde) percentages zijn afgesloten. Daarnaast is steekproefsgewijs een aantal hypotheekportefeuilles onderzocht waaruit bleek dat in minimaal 12% en maximaal van de hypotheken de maximale leenconstructie is toegepast. In vele gevallen lagen dit percentage echter nog veel hoger.

Dit leidt tot de volgende cijfers:

2004 (renteherziening in 2010)

Totale hypotheekmarkt: 95 miljard euro
Aantal hypotheken: 510.000
6 jaars rente: 3,5%

12% = 61.000 gezinnen

2005 (renteherziening in 2011)

Totale hypotheekmarkt: 117 miljard euro
Aantal hypotheken: 573.000
6 jaars rente: 3,5%

12% = 68.760 gezinnen

De omvang van de onderzochte hypotheekportefeuilles betrof een kleine 1% van de hypotheekmarkt. De resultaten zijn hieruit geëxtrapoleerd. Zelfs bij een minimale aanname zijn de conclusies van dit onderzoek bijzonder zorgwekkend: minstens 60.000 gezinnen per jaar komen in betalingsproblemen.
De exacte omvang van de problematiek is alleen in kaart te brengen met volledige medewerking van de betrokken banken. Voorafgaand aan het naar buiten brengen van dit onderzoek is daarom een verzoek om transparantie van deze sub-prime portefeuilles ingediend bij de betreffende banken,.

Aug 18

Duizenden gezinnen krijgen met het aflopen van een speciale hypotheekaanbieding uit de jaren 2004 en 2005 binnenkort te maken met financiële tegenvallers.

Zij moeten hun hypotheken met destijdscs omzetten in twee keer zo dure. Bovendien mogen banken per huishouden veel minder uitlenen. “Maar deze gezinnen hebben hun uitgaven al die jaren afgestemd op de hoge leningen die zij destijds tegen lage rente kregen, vaak nog voor een extra krediet. Hun woonuitgaven stijgen straks drastisch”, waarschuwt directeur Pieter Lijesen van prijsvergelijker NHP over deze generatie hypotheken met vaste rente.

De Consumentenbond herkent de scherpe toename als probleem. “Vanaf het begin hebben we hiervoor gewaarschuwd”, aldus de woordvoerster, “realiseer je dat die goedkope rente ooit eens ophoudt.”

Elk jaar lopen hypotheken af. Vroeger waren er vooral vijf- en tienjaarshypotheken. Maar vooral de nieuwe zesjarige hypotheken werden vanaf 2004 en 2005 met duizenden tegelijk afgesloten. Per bank werd 12 procent van de hypotheken tot het maximum uitgeleend. De combinatie van lage rente en “onverantwoord hoge leningen” tot zesenhalf, en bij middeninkomens soms negen keer het jaarinkomen, breekt gezinnen nu op, waarschuwt Lijesen na eigen onderzoek. Een huishouden met 45.000 euro jaarinkomen had in 2004 een brutohypotheeklast van ?14.175 per jaar. Die is nu bij een rente van 7 procent 28.350 euro kwijt. Hierdoor duikelt het besteedbare inkomen van 1250 euro naar 667 euro per maand.

bron: Telegraaf.nl

Aug 17

Positief nieuws? Stel dat het rapport niet over de huizenprijzen was gegaan, maar over de prijzen van melk, brood, benzine, aardgas en andere zaken die het leven duurder maken. Zou de bank die prijsstijgingen ook als positief nieuws hebben gezien? Ongetwijfeld niet, want prijsstijgingen tasten de koopkracht aan. De Europese Centrale Bank beschouwt de bestrijding van inflatie niet voor niets als haar hoofdmissie.

Er is dus wat merkwaardigs aan de hand. Als de huizenprijzen stijgen, wordt dat als gunstig beoordeeld. Als de koersen van aandelen omhoog gaan, zijn beleggers in hun sas. De prijzen van onze bezittingen mogen dus wel stijgen, maar die van de spullen in ons boodschappenmandje niet. Inflatie van vermogenstitels is goed, maar inflatie van goederen en diensten is slecht.

Huizenprijsstijgingen en aandelenkoersstijgingen zijn echter alleen maar positief voor wie al een huis en aandelen bezit. Ze zijn goed voor de ‘insiders’. Maar voor de ‘outsiders’, de starters die geen huis hebben maar er wel een willen kopen, of voor de spaarders die overwegen te gaan beleggen, zijn hoge prijzen heel ongunstig.

Gelukkig merkt de bank in hetzelfde rapport ook op dat de ‘starters de wrange vruchten van deze ontwikkeling plukken’. Duurdere huizen, hogere hypotheekrentes en leningverstrekkers die kritischer naar de financiën van de kandidaatkopers kijken. Dat is dus helemaal geen positief nieuws van het huizenfront. In zijn rapport laat de bank ook een plaatje zien waaruit blijkt dat de betaalbaarheid van woningen zich nu op het laagste niveau sinds 1978 bevindt. Het is de belangrijkste grafiek uit de hele studie. Want wat gebeurde er in 1978? Toen begonnen de huizenprijzen in Nederland te dalen en dat deden ze vijf jaar lang. Huizen kunnen dus, net als aandelen, te duur zijn en als dat zo is volgt meestal een periode van prijsaanpassing.

Rabobank betaalbaarheidindex augustus 2008

Een van de vraagstukken waarmee centrale banken altijd worstelen is of ze behalve de gewone inflatie ook de inflatie van vermogenstitels (onroerend goed, aandelen) moeten bestrijden. Alan Greenspan, de vorige voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, sprak wel over ‘irrationele uitbundigheid’, maar liet de technologiebubbel van de late jaren negentig toch voor wat hij was. Na de bubbel volgde een meerjarige ‘bear market’.

Hem wordt ook verweten dat hij met zijn rentebeleid na 2000 de veroorzaker is geweest van de huidige huizencrisis. Die crisis ontstond omdat lenen te gemakkelijk en te goedkoop was en de huizenprijzen daardoor omhoog schoten. Tot het punt kwam dat huizen voor de ‘outsiders’ niet meer te betalen waren.

Los van de vraag of centrale banken zich ook met de prijzen van beleggingsobjecten moeten bezighouden, is het zonneklaar dat dergelijke prijzen te ver kunnen doorschieten en dat prijsstijgingen van huizen niet zomaar als ‘positief nieuws’ kunnen worden beschouwd. Eigenlijk zou iedere huizenbezitter moeten hopen dat de prijzen vanaf hier stabiliseren en zou hij een beetje prijsdaling ook niet erg moeten vinden. Want een nog grotere onbetaalbaarheid voor de buitenstaanders maakt de prijsval daarna alleen maar groter.

bron: Telegraaf.nl

Aug 17

Een op de vier adviezen voor een hypotheek schiet tekort, zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Vooral bij het oversluiten van hypotheken gaan adviseurs de fout in. Bij advies over vermogensopbouw slaat bijna de helft de plank mis. Overkreditering komt in 25% van de gevallen voor.

De volgens het AFM meest gemaakte fouten staan hieronder toegelicht:

Bij ruim éénderde van de oversluitadviezen wordt geen kwantitatieve vergelijking gemaakt tussen de oude en de nieuwe hypotheek. Zonder die vergelijking is het onmogelijk om vast te stellen of oversluiten in het voordeel van de consument is. Dit kan met name dan schadelijk zijn als ook een bijbehorende polis overgesloten wordt. Gezien de kosten die daarmee in veel gevallen gemoeid zijn, valt zonder kwantitatieve vergelijking nog maar te bezien of het oversluiten van de polis zowel financieel als wat de overige doelstellingen van de consument betreft een passend advies oplevert.

Verder blijkt bij het adviseren over de aflossing (vermogensopbouw), dat in bijna de helft van de gevallen het advies niet passend is, waardoor de consument bijvoorbeeld meer risico neemt dan bij hem of haar past. In ruim driekwart van de gevallen wordt bij deze adviezen de juiste en relevante informatie verstrekt. Dit betreft voor een groot deel adviezen, waarbij de financiële dienstverlener de opbouw van het vermogen waarmee afgelost zal worden, plaats laat vinden door te beleggen.

Bij de adviezen waar de dekking van het overlijdensrisico is geadviseerd in combinatie met het opbouwen van doelvermogen in de vorm van een gemengde verzekering wordt in ruim de helft van de beoordeelde adviezen de financiële positie niet in kaart gebracht in het geval van overlijden van één van de aanvragers. De financiële dienstverlener heeft daardoor niet kunnen berekenen in hoeverre de financiële positie van de consument na overlijden van één van de aanvragers toereikend is.

Ten aanzien van de juiste behandeling van fiscaliteit zijn verbeteringen vooral mogelijk wat betreft de juiste verwerking van de maximale fiscale aftrek van 30 jaar (vanaf 2 001), de bijleenregeling en het niet aftrekbaar zijn van het consumptief te besteden deel van het hypothecair krediet.

De Wet op het financieel toezicht eist onder meer van de adviseur dat hij:

  • informatie inwint over de consument (het klantprofiel);
  • in zijn advies voor zover redelijkerwijs mogelijk rekening houdt met deze informatie (passend advies);
  • informatie verstrekt aan de consument over zijn dienstverlening en het geadviseerde product; en
  • het klantprofiel en de productgegevens vastlegt en tenminste een jaar bewaart.

De AFM schat dat maximaal een op de tien adviseurs met opzet de klant verkeerd adviseert om zelf provisie op te kunnen strijken.

AFM-bestuurder Theodor Kockelkoren in het televisieprogramma Rondom 10

 

bron: AFM

tussenpersonen en bonussen..

Aug 16

Het Kadaster kampte het afgelopen halfjaar met een onverwachts grote daling van het aantal transacties op de vastgoedmarkt. Daarom moest het in deze periode een negatief resultaat boeken van 34 miljoen euro. Dat maakte de organisatie vrijdag bekend.

Het totale aantal aangeboden hypotheekstukken daalde met 12 procent. Om de daling in het aantal transacties enigszins te compenseren, verhoogde het Kadaster per 1 januari, en per 1 juli opnieuw, de tarieven.

Vorig jaar boekte het Kadaster in dezelfde periode een negatief resultaat van 30 miljoen euro. Het Kadaster verzamelt gegevens van onroerende en roerende goederen, zoals huizen, schepen en vliegtuigen. De zelfstandige organisatie legt verantwoording af aan de overheid.

Aug 14

Fannie Mae and-Freddie Mac logoDe Amerikaanse hypotheekmarkt en haar spelers worden steeds vaker genoemd als mogelijke bron van financiële instabiliteit. Een veelgenoemd risico betreft hun invloed op het niveau en de volatiliteit van de Amerikaanse obligatierente die vanwege haar dominante rol doorwerkt op de renteontwikkeling in de rest van de wereld.

De grote spelers in de Amerikaanse hypotheekmarkt handelen zeer actief in vastrentende waarden uit hoofde van hun risicomanagement, zoals verderop in deze paragraaf wordt uiteengezet. Doordat ze hierbij aankopen in geval van stijgende obligatiekoersen en verkopen bij dalende prijzen hebben hun activiteiten een versterkend effect op het rentebeloop. In samenhang met de officiële renteverlagingen in de afgelopen 21/2 jaar zijn de kapitaalmarktrentes in de vs fors gedaald en is het aantal hypotheekoversluitingen tot recordhoogte gestegen. Door de uit risicobeheersing ingegeven aankoop van obligaties is de Amerikaanse kapitaalmarktrente wellicht verder gedaald dan op basis van de economische ontwikkeling zou mogen worden verwacht.

Een eventuele opwaartse correctie van de Amerikaanse rente zal tevens doorwerken op de Nederlandse rente, hetgeen een risico zou kunnen vormen voor onder meer de Nederlandse huizenprijzen, gegeven de geconstateerde rentegevoeligheid van de huizenmarkt.

De genoemde rentedynamiek hangt samen met een tweetal karakteristieken van de Amerikaanse hypotheekmarkt die wezenlijk verschillen van de Europese situatie, met uitzondering van Denemarken. Het eerste verschil betreft opties voor de klant om te profiteren van een daling van de hypotheekrente. Het tweede betreft het bestaan van een goed ontwikkelde secundaire markt voor woningfinanciering. Het publiek kan in de vs voor het afsluiten van een hypotheek terecht bij banken en andere tussenpersonen, die tezamen worden aangeduid als originators. Bij de aanvraag ontvangt de klant een offerte met een rentepercentage. Vervolgens heeft de klant circa 90 dagen bedenktijd om te beslissen of hij een hypotheek wil afsluiten tegen dat rentepercentage. Als de hypotheekrente daalt, zal de klant opnieuw naar een originator gaan om een lagere rente te verkrijgen. Is de rente na 90 dagen daarentegen opgelopen dan zal de klant het in de offerte vastgestelde rentepercentage verkiezen. De originator verkeert dus in onzekerheid of een geoffreerde hypotheeklening daadwerkelijk zal worden verstrekt, afhankelijk van het renteverloop.

De originator zou in het geval van een rentestijging met een verlies kunnen worden geconfronteerd, omdat hij een hypotheek moet verstrekken tegen een lagere rente dan hij elders in de markt zou kunnen verkrijgen, waardoor deze hypotheek in waarde daalt. Om dit renterisico af te dekken, verkoopt de originator een gedeelte van zijn in de toekomst te verstrekken hypotheken. Dit kan hij doen op de zogenoemde to-be-announced (tba)-markt. Op deze markt worden hypotheken verkocht, waarbij de levering in de toekomst zal plaatsvinden. De originator zal daar net zoveel hypotheken verkopen als hij inschat dat hij zal verstrekken op het moment dat de bedenktijd afloopt. Op het moment van het afgeven van de offerte zal hij de helft van zijn potentiële hypotheken verkopen, omdat de kans dat de rente stijgt, net zo groot is dan dat de rente daalt, namelijk 50%. Als de rente vervolgens stijgt, neemt de kans op het verstrekken van de hypotheeklening toe en zal de originator meer hypotheekleningen op termijn verkopen. Dit risicobeheerssysteem zorgt er zodoende voor dat originators in geval van stijgende rentes leningen verkopen. Daalt vervolgens de rente weer, dan geldt ook dat de kans op het omzetten van de offerte in een lening kleiner wordt en dat de originator de zojuist verkochte leningen weer op de tba-markt zal terugkopen. De aan- en verkopen van hypotheekleningen op de tba-markt zijn echter niets anders dan vraag en aanbod op de vastrentende markt. Met extra aanbod van leningen als de rente stijgt en het kopen van leningen wanneer de rente daalt, zijn de originators een belangrijke groep waarvan de risicomanagementsystemen procyclisch uitwerken op de vastrentende markt.

Wanneer de offerte uiteindelijk wordt omgezet in een hypotheeklening heeft de originator de keus om de lening op zijn balans te houden of hem te verkopen op de secundaire markt. Verkoop op de secundaire markt blijkt in toenemende mate aantrekkelijk: in 1998 werd 50% van de hypotheekleningen doorgeplaatst; inmiddels zou dit bijna 70% zijn. Het merendeel van de leningen wordt verkocht aan Fannie Mae en Freddie Mac. Deze twee agencies zijn door de overheid opgericht met als doelstelling het huizenbezit te bevorderen.

Dit gebeurt door het kopen van de woninghypotheken van de originators zodat deze weer ruimte op hun balansen krijgen voor nieuwe hypotheekleningen. De overgenomen hypotheken worden door de agencies gebundeld tot portefeuilles van gestandaardiseerde hypotheekleningen en vervolgens in de kapitaalmarkt geplaatst in de vorm van mortgage backed securities (mbs). Dit zijn schuldtitels met als onderpand de kasstromen van een portefeuille van hypotheekleningen. De toegevoegdewaarde van de agencies als intermediair is dat ze hypotheekleningen verhandelbaar maken en daarnaast dat ze garant staan voor de tijdige betaling van de rente en de hoofdsom door de woningbezitter op de mbs die door hen in de markt zijn geplaatst (kredietrisico). Waardedaling als gevolg van rentebewegingen wordt echter aan de belegger in mbs overgedragen (renterisico). Naast het doorverkopen van mbs zijn Freddie Mac en Fannie Mae de afgelopen jaren in toenemende mate zelf hypotheken op hun balansen gaan houden, onder meer in de vorm van mbs. Voor de agencies is het aantrekkelijk mbs zelf op de boeken te nemen zolang de rente op mbs hoger is dan hun financieringskosten.

De afgelopen jaren groeiden de balansen van de agencies sterk, omdat ze enerzijds grote, liquide schuldtitels uitgaven en anderzijds mbs op de boeken namen. Zo staat 60% van de in 2000 gecreëerde mbs op de boeken van de agencies zelf. Door zelf mbs op hun balans te nemen, is het risico van de twee agencies echter niet meer beperkt tot het kredietrisico, maar lopen ze ook renterisico. Het beheersen van dit risico is in de Amerikaanse markt lastiger omdat de aangegane hypotheken boetevrij kunnen worden afgelost door de woningbezitter; de tweede optie voor de klant om te profiteren van een rentedaling. Fannie Mae en Freddie Mac lopen over de mbs die ze op hun boeken hebben het risico dat de leningen bij een rentedaling voortijdig worden afgelost en zij met hun (dure) financiering blijven zitten. Bij een rentedaling wordt bijvoorbeeld een 30-jaars hypotheek afgelost en moet de opbrengst worden herbelegd tegen een lagere rente. De rente op de vaste financiering is echter ongewijzigd, waardoor een negatieve rentemarge zou resulteren.

Om het risico van vervroegde aflossingen (prepayment risico) af te dekken hebben Fannie Mae en Freddie Mac een drietal mogelijkheden.

Ten eerste kunnen ze dit risico doorgeven aan marktpartijen door de uitgifte van zogenoemd callable debt, schuld die eveneens voortijdig kan worden afgelost.

De tweede optie betreft het gebruik van derivaten, zoals renteswaps en opties.

Ten slotte kunnen de agencies dit prepayment risico afdekken door middel van het gebruik van dynamic hedging.

Deze beheersing van het renterisico streeft naar het in balans houden van de rentegevoeligheid aan de activazijde met de rentegevoeligheid aan de passivazijde van de balans. 2 In het geval van een rentedaling neemt de kans op vervroegde aflossing van hypotheekleningen toe. De verwachte looptijd van mbs neemt hierdoor af, waardoor de rentegevoeligheid aan de activazijde zal dalen. Om de rentegevoeligheid in balans te houden, moeten de agencies renterisico bijkopen, of aflossen op hun schuld. In beide gevallen leidt een rentedaling dus tot extra vraag naar vastrentende producten. Omgekeerd geldt ook dat een rentestijging tot verkoop van vastrentende waarden leidt, waarmee duidelijk wordt dat dit proces van dynamic hedging ook procyclisch uitwerkt op de vastrentende markt. Het procyclische hedging-beleid heeft geleid tot een verdubbeling van de rentevolatiliteit in de vs ten opzichte van de eerste helft van de jaren negentig. In maart noteerde de rentevolatiliteit zelfs bijna op het recordniveau van oktober 1998 ten tijde van de ltcmcrisis. De invloed van de gestegen Amerikaanse rentevolatiliteit op de rest van de wereld kan worden geïllustreerd met de Duitse rentevolatiliteit die in dezelfde periode met meer dan de helft is toegenomen. Een hoge rentevolatiliteit is schadelijk voor de economie als geheel vanwege een toename van de onzekerheid over investerings- en beleggingsbeslissingen. Voor marktpartijen betekent dit tevens hogere transactiekosten wanneer het renterisico wordt afgedekt of grotere financiële risico’s indien het risico niet of gedeeltelijk wordt afgedekt.

bron: De Nederlandse Bank 2003

« Previous Entries

//